09-11-11

05.11.2011 Wallonia Namur te Wépion

Ik ga er vandaag nogal onorthodox tegenaan, zeker naar Waalse normen. Een vriendelijk wandelaar had mij parkoerstekening en beschrijving per e-mail toegezonden. Blijkt dat de 40 km na ongeveer 25 op de Pont de Jambes passeert, één kilometer van het gelijknamige station. Met een Kruidvatticket op zak stap ik in Brussel-Noord op een spiksplinternieuw treinstel. Ben vrijwel alleen, kan nog rustig een uurtje pitten. De zon weerspiegelt zich al in het rimpelloze Maaswater als ik bij 11°C rond 08:30 mijn eerste wandelpijl oppik bij de brug. Het lijkt wel of ik GR wandel vandaag, loop hier moederziel alleen. Mag bij de samenvloeiing van Samber en Maas de grijze trappen van de Naamse Citadel beklimmen. Ben zodoende meteen opgewarmd. Verslik mij in een bochtje naar rechts en klim dus wat meer dan nodig. Moet een tunneltje door om bij de Esplanade te geraken. Ai, ketting rond de poort, hier sta ik dan. Komt een autootje aangereden van de gemeentelijke diensten …man met sleutel, lijkt wel Sinte-Pieter ! Ik bedank hem voor de service en zet mijn klim verder tot bij de Château de Namur. De rustpost die er voorzien is in de hotelschool is nog niet open en ik loop gewoon door richting villas en steenweg.

Kom een ‘aller/retour’ tegen en duik met de eerste melding een prachtig bos binnen. Er volgt een lange afdaling door ritselend geel en bruin blad. Ik vorder langzaam, behoedzaam want geen idee op wat voor ondergrond ik eigenlijk loop. Bereik de vallei van de Samber en …mag vrijwel meteen weer klimmen door hetzelfde Fôret Domaniale de la Vecquée. Pff mannekes dit is stevige kost ! Het kantoorzweet gutst van mijn verdoemenis terwijl ik geniet van de natuurlijke pracht. Ben eindelijk boven en mag wat vlakke bospaden lopen in het gezelschap van wandelaars die kozen voor 20 of 30 km. Bij een splitsing moet ik deze keer eerst kiezen voor ‘retour’. Aller zal voor deze namiddag zijn. Moet er het koppeke bijhouden ! Loop langs wat villaatjes in het groen tot bij mijn raakpunt van daarstraks. Bij een orthodoxe kapel volgt een steile, erg technische afdaling. Onder het bladerdek rollen de keien zo onder je voeten uit. Het terrein is nog wat gladjes ook. Met die ‘halve’ rechtervoet van mij is dit echt wel geen sinecure. Ben dan ook blij beton onder de schoenen te krijgen. Kan gaan pauzeren in La Plante, moet zowat 9 km in de benen hebben.

Begroet een koppetje Kwartels die aan de lus gaan beginnen. Pauzeer even op een bankje en vervolg mijn weg, nu in het gezelschap van andere wandelaars. De parkoersmeester bouwt een pauze in. Ik mag ruim 3 km flaneren over de Promenade de la Meuse, stroomopwaarts richting Wépion. Het blijkt nog steeds 11 °C te zijn, een aangenaam wandelweertje want windstil en helder. Ganzen drijven haast roerloos op het nat. Ze houden voor één keer hun snater. Bossen aan de overkant zorgen voor een prachtig kleurenpalet dat afsteekt tegen het grijs van de rotsen. Dit alles is schitterend ! Moet nog van Wépion (beneden) naar Wépion (boven). Dat doe ik langs het kasseitje van de Trieu Colin. Een peulschil vergeleken bij hetgeen ik al in de benen heb vandaag. Op weg naar de startzaal kom ik Brigitte & Arobase tegen, Jan van de Police de Bruxelles ook. Zij vinden mijn ideetje vanuit Jambes te vertrekken best wel leuk. Is anders voor de helpers aan de inschrijftafel, zij weten zich met die rare snuiter die om 12:00 inschrijft voor de 40 km geen raad. Laat hen dan maar 20 km op mijn kaart schrijven, iedereen tevreden.

Verlaat meteen de overvolle zaal met zijn geuren van frieten en vol-au-vent, zal voor de rest van de dag alleen wandelen. Mag stilaan weer klimmen richting La Marlagne, over stille tarmacjes, langs villas en door bosstrookjes. Blijkbaar heeft hier morgen ook een Adeps wandeling plaats. Toch wel jammer, twee tochten die mekaar beconcurreren op dezelfde dag ! Passeer een kerkje en sta plots voor een pracht van een vergezicht. Mag verder lopen op de kim van de heuvel in de volle zon langs de Chemin de Reumont. De magistrale uitzichten daar doe ik het voor ! Bereik zo de volgende rustpost, die nog open is deze keer en pauzeer bij een wandelaarsdrankje. Heb hier een lus van 8,8 km voor de boeg in een weidse boog rond Malonne. Ga meteen in de fout. Loop een slingerend tarmacje af, een andere wandelaar achterna. In het dal geen pijlen meer, terug de heuvel op dan maar weer. En inderdaad, moest na de rust meteen naar rechts de akkers in. Ruelle Messieurs laat mij duiken naar Malonne met uitzicht op het kerkhof aangebouwd op de tegenoverliggende heuvel. Niet zo lang daarna sta ik er ook, klimmend langs de Tienne Calabasse. En het vals plat blijft maar duren, ik wordt er zowaar nijdig van ! De naamborden op de top liegen er dan ook niet om. La Voie Qui Monte wordt er Mauvais Tri, ik lach groen. Nochtans zijn de vergezichten die ik cadeau krijg magistraal. Zakken nu maar weer, langs een steenweg terug de rand van het dorp opzoekend. Vlakke weg, dat is hier onbestaande. Ik zal nog een paar keer op en neer mogen tot de Rue du Chepson, ik weet de rust nabij. Uiteraard is hier nu geen helper meer te bespeuren, het is dan ook al 15:30. Gelukkig is er wel een bankje en kan ik er even pauzeren.

Trek voor de tweede keer verder langs de rand van de akkers en kies bij de splitsing voor de retour richting bos. Lekker wandelen is dit, zachtjes klimmend door de Bois de la Vecquée tot zijn hoogste punt (210 meter). Brede vlakke (fiets)paden loodsen mij vervolgens naar de samenkomst met de 40 km van deze morgen. Moet nu dus ‘aller’ volgen. Loop het bos uit en volg een dalende steenweg. Besef bij valavond na een tijdje dat ik geen pijlen meer zie. Neen, ik kruip niet meer terug naar boven. Beneden in het dal stroomt vast de Maas en daar moet ik zijn. Stel vast tussen La Plante en Wépion het water te bereiken. Loop zodoende dus 2 à 3 km extra. Ga de trein van 17:44 vast missen, leg mij er bij neer en flaneer bij een heerlijke temperatuur langs de statige stroom tot de Pont de Jambes. Neem zelfs rustig de tijd om wat drank in te slaan bij de lokale supermarkt. Bij het station gekomen gaat de overweg net dicht …ben zowaar ‘just in time’ ! Om 19:48 sta ik in Berchem waar taxi Linda op mij wacht. Moe maar voldaan schuif ik in de auto. Dit heb ik weer eens mooi voor mekaar !  

FOTOREEKS

 

https://picasaweb.google.com/102282674505838562948/051120...

 

21:42 Gepost in wandelen | Permalink | Commentaren (2) | Tags: namen, -w

02-11-11

29.10.2011 Les Spirous de Jemeppe-sur-Sambre

Heb het geplande Beyne-Heusay ingeruild voor Jemeppe-sur-Sambre. Deze laatste is makkelijker bereikbaar met het openbaar vervoer en ik kan er op het gemakje een 30 km afhaspelen. Het loopt echter al meteen fout bij het uitkomen van het stationnetje. De man voor mij lijkt zeker van zijn stuk, hij kent de weg naar de startzaal. Ik twijfel want de straatnaam klopt niet met mijn papiertje, maar volg gedwee. Al snel blijk ik een foute keuze gemaakt te hebben, hij kent helemaal de weg niet ! Ik neem het voortouw, vraag een paar keer bewoners om raad. Kom op het kruispunt van wegen waar ik wezen moet maar met een omweg van zeker 1 km. Gelukkig zijn de twee oudere dametjes die ook op de trein zaten ons niet gevolgd. Haast gelijktijdig vallen wij de bomvolle, kleine startzaal binnen. Brigitte (van Arobase) wordt mijn eerste bekende. Zij sukkelt nog altijd met een pijnlijke voet, wandelt slechts 14 km vandaag.

De parkoerstekening bekoort mij niet, lijkt veel straten te bevatten. Met lood in de schoenen ga ik op pad, een eerste heuvel op …inderdaad door straten. De toch wel groene vergezichten met her en der wat industrie maken veel goed. Een eerste veldstrook met plukken bloeiend koolzaad, een paar straatjes en vervolgens een stevige klim door een holle weg. De volgende straat loodst mij over de kim van de heuvel met leuke uitzichten over de vallei tussen de huizen door. Moet een drukke locale baan over en mag dan het bos in. Aanvankelijk lijkt het pad, dat parallel aan de weg loopt, een fantasietje van de parkoersbouwer. Gaandeweg wordt het breder, bezaait met keien ook. Het geurt er heerlijk naar omgewoelde aarde en flarden look. Stilaan zak ik terug naar de vallei en ga na ruim 5km mijn eerste stempeltje ophalen in ‘l’espace de l’homme de Spy’, verwijzend naar Neanderthalers die hier gevonden werden rond 1886.

De routepijlen wijzen naar een zebrapad zo’n honderd meter verderop. Blijkbaar keert de route aan de overkant van de weg terug tot rechtover de rustpost. Ik doe zoals de meeste wandelaars, steek meteen de baan over en duik het bos in. Loop zowat parallel met een spoorweg en riviertje l’Orneau, door prachtig geel verkleurende natuur. Vind het intussen vreemd geen splitsingsborden tegen te komen, wat nochtans zou moeten. Volg de stoet wandelaars langs weilanden en een grote hoeve. Loop tussen spoor en steenweg over tarmacjes naar het eerstvolgende dorp. Controlepost in een haast verlaten café, ik denk in Onoz te zijn. Loop gewoon door langs het kerkje en zijn wekelijkse markt. Volg met de ganse groep kerkwegels … en nog steeds geen splitsing. Kom meer en meer ‘marche’ pijlen tegen wat mij helemaal niet zint. En inderdaad …na twee uur wandelen sta ik weer in de startzaal ! Ra, ra wat heb ik fout gedaan ?

Pauzeer even op een bankje in de zon en vertrek opnieuw. Besluit de 10 km te volgen tot de eerste rustpost en dan te proberen de 14 km op te pikken. Ik heb een vermoeden waar mijn probleem zich voordoet. Onder een stralend zonnetje loop ik door de vallei en een recente woonwijk. Ben dubbel op mijn hoede geen markeringen te missen. Een stevige klim voert mij terug tot aan de steenweg annex bos van daarstraks. Kan ik toch een tweede keer genieten van dit mooie stukje parkoers. Bij het uitkomen van het groen zie ik het meteen. ‘aller’ staat naar links, de rustpost is rechts. De splitsing ligt pal op het zebrapad dat ik vanmorgen negeerde ! Eigen schuld, dikke bult, komt ervan al je je gedraagt als een kuddedier. Smikkel een boterham op gezeten in een bushokje, de kleine rustpost is mij te druk. Mag vrij snel beginnen aan een redelijk lange klim van 10 % richting Chapelle Montserrat. Meerdere snelle jongens razen mij voorbij. Ook zij zijn aan hun tweede poging bezig, het zebrapad eiste een hoge tol. We lijken wel en kudde ezels ! Voorbij de kapel en het prachtige vergezicht er omheen, duik ik over een kiezelpad naar een dorpje bij de rivier. Is inderdaad Onoz. Christian Boudart, die ik vanmorgen al even zag, doet er zich te goed aan een wandelaarsdrankje. Jij ook, vraagt hij lachend … ja dus.

Chris is met de auto tot de eerste rust gereden en maakt aldus toch nog het parkoers van de 21 km vol, ik keer terug richting finish. Slaag er in een afslagje te missen en wordt gelukkig terug geroepen door een drietal dametjes. Wat heb ik toch vandaag ! Prachtig overigens hoe ik nu langs de Orneau mag wandelen door het jonge bos. Vanaf de rustpost bij Spy loop ik dus dezelfde mooie etappe als daarstraks. Geniet er toch echt wel van. Vanaf het dorp ga ik parallel aan het parkoers dichter bij de spoorweg lopen. In gewandelde afstand zal het hem nauwelijks wat schelen, maar zo hoef ik geen twee keer dezelfde weg te lopen. En vermits ik vanmorgen vanaf het station ook al fout was, is de rechte weg naar de trein voor mij nu ook anders !! Haal een drankje op in de locale supermarkt en wandel door stille straten tot het perron. Was mij vanmorgen niet opgevallen dat het station aanleunt bij een industrieel complex om U tegen te zeggen.

Oh ja, mijn terugweg naar Hemiksem verliep rimpelloos. Op de bus kom ik Kim tegen, op terugreis van een Euraudax in Schilde. Ben keuvelend op een wip terug thuis. Volgend jaar staat Jemeppe terug op mijn programma, heb er wat goed te maken!   

FOTOREEKS

https://picasaweb.google.com/102282674505838562948/291020...

22:41 Gepost in wandelen | Permalink | Commentaren (0) | Tags: namen, -j

22-06-11

19.06.2011 Marche Nationale in Couvin

Vroeg uit de veren vandaag, taxi Linda vertrekt al om 05:00 richting Berchem station. Daar kom ik Jacqueline tegen, nog vroeger vertrokken vanuit Mêret. Onze nationale sporentrots zet historisch materieel in om ons naar Charleroi te voeren. Tja, we reizen dan ook met Kruidvat tickets, mogen niet te veel verlangen. Vanaf Brussel krijgen we het gezelschap van Eddy (fotograaf) en Liliane, de reistijd is zo voorbij. Onze groep dikt in Charleroi aan tot zeker 30 wandelaars, gekomen van heinde en verre, zowel Vlamingen als Walen. Het regent pijpenstelen als we in Couvin uit het dieseltje stappen. Iedereen rept zich op eigen tempo en diep verscholen in zijn regenkledij naar de sporthal aan de overkant van het stadje. Geen tijd om te genieten van de bezienswaardigheden onderweg, jacht makend op droog onderdak. Het is trouwens behoorlijk druk in de startzaal. Busvolk dient zich aan, zelfs de Reynaertstappers uit Belsele zijn er.

Met engelengeduld geraak ik aan een inschrijving en een kopje koffie. Steek mijn kop buiten, het regent niet meer. Een brug voert mij over de Eau Noire en de eerste klim dient zich meteen aan, bosstrook met keien en modderachtig. Heel wat stappers snakken al naar adem, zijn nog niet opgewarmd. Onze dapperheid wordt beloond met een prachtig uitzicht over Couvin en de groene heuvels er achter. Tarmacjes loodsen een sliert wandelaars door wei en akker. Het is bijwijlen pittig klimmen. Op de plateaus speelt de wind met de gewassen, klaprozen langs de kant van de weg zorgen voor wat extra kleur. Het eerste, grijze dorp dient zich aan. De controlepost La Marelle in Pesche bestaat uit meer gangen dan zaaltjes. Ik loop dan ook vrijwel meteen door. Een brede steenweg voert mij steeds hoger. De meeste huizen zijn opgetrokken uit grijze natuursteen. Oogt nogal grauw allemaal met die donkere, dreigende wolken er boven. Vanaf de top een stevige afdaling, veel groener dan wat we tot nog toe aangeboden kregen, nog steeds tarmac tot aan het water en de Espace Jean Huens. Aan de overkant van de rivier het bos in voor een klim op rotsige ondergrond waar geen einde lijkt aan te komen. Hijgend en puffend geraak ik finaal boven. Een vlak, bijwijlen vettig, pad loodst mij verder door gemengd bos met een ondergroei van varens, althans daar waar het licht tot de bodem geraakt. Stilaan mag ik opnieuw bergaf, moet letterlijk tussen de meanders van een beekje wandelen en vervolgens weer stevig klimmen langs een lommerrijk pad aan de rand van weiland. Het kerkje van Bruly-de-Pesche komt in zicht. De organisatie heeft er na 9,4 km een tentrust opgetrokken die de bunker van Hitler aan het gezicht van de wandelaars onttrekt, een gemiste kans.

Het parkoers was tot nog toe stevig, potig, ik voel het aan mijn knoken. Neem een ruimere pauze en sla wat vitamientjes in, heb nog 20 km voor de boeg. Moet meteen van Haut-Bruly naar Bas-Bruly over een tarmacje. Stap dan opnieuw het bos in. Het is intussen erg rustig geworden in mijn omgeving,nauwelijks wandelaars te bespeuren. Huppel nog eens over een beekje, geniet van het prachtige uitzicht op een bos van varens en schuifel voorzichtig verder over het lichtgolvende, vettige pad. De parkoersmeester verlaat de bredere weg en kiest voor een smal paadje halverwege de heuvel. Moeilijk dit, nauwelijks twee voeten breed en schuin met de heuvel meelopend. Het is ook uitkijken voor keien en boomwortels. Met mijn manke rechterpoot, waar ik weinig steun aan heb, vorder ik maar langzaam. Tien meter erg technisch zakken, het lastigste is achter de rug. Mag nu over een brede weg, verweerd asfalt, onderaf een heuvel wandelen. Vingerhoedskruid tiert er welig, een beekje klatert zich vrolijk een weggetje. Ik heb het lastig, loop helemaal niet makkelijk en de donkere luchten zijn niet van die aard om mij op te vrolijken. Ben al blij even een woordje te kunnen wisselen met Freddy & Sabine bij de rustpost in een houten chalet. Heb nog 12 kilometer voor de boeg.

De 20 kilometer verlaat mij hier. Ik loop een brede grintweg op, dieper het bos in. Eigenlijk wel mooi nu de zon even van de partij is. Stap rond de Carrière de Lahonry en steeds dieper de bossen in. De paden zijn vrijwel vlak, de stilte onmetelijk. Is eigenlijk wel heerlijk die rust, ondanks mijn mankepoot en de hinder die er mee gepaard gaat. Na een uurtje of zo kom ik aan bij de Barrage de Ry de Rome en mijn laatste rustpost. Neem er de tijd voor een babbel met Mark en Yolande, het is nog vroeg. Wacht ook tot de ergste regenbui voorbij getrokken is. Moet over de stuwmuur en vervolgens het bos in over een pad dat de vallei stroomafwaarts volgt. Ben hier moederziel alleen. Kom bij een steenweg uit die mij terug omhoog stuwt. Vraag mij intussen af wat die grote roodwitte markeringen op de bomen wel mogen te betekenen hebben. Zijn zeker geen GR aanduidingen, maar heb geen idee wat dan wel. Tot mijn teleurstelling blijf ik tarmac lopen, kilometerslang, vlakke weg in het bos. Toch zal ik er nog voor beloond worden. Bij het uitkomen van het groen wacht een schitterend uitzicht over Couvin en omstreken. Lange, trage haarspeldbochten laten mij stilaan zakken naar de vallei. Kom er een Duintrapper tegen en keuvelend leggen we de laatste honderden meters af. Het is net 4 uur geweest, het bussenvolk trekt zich stilaan op gang. Zodoende komt er wat meer plaats in de zaal en kan ik een lekkere Chimay van ’t vat degusteren in het gezelschap van Annemie (Bornem), Jacqueline, Peter en Nestor. Kijk met gemengde gevoelens terug op deze tocht. Ze doet mij denken aan hetgeen Joske (Petrus) zaliger vroeger placht te zeggen … in een bos ziede niks as boe-e-me.

Nog een tiental dagen tot de MESA. Maak mij toch wel zorgen over mijn paraatheid. Zal een evenwicht moeten vinden tussen rede en emotie. Kan een wandelaar dat ?   

FOTOREEKS

https://picasaweb.google.com/nederbelgenopstap/19062011Co...

23:03 Gepost in wandelen | Permalink | Commentaren (0) | Tags: namen, -c

12-04-11

10.04.2011 Les Djâles d'Anhée

Een spiksplinternieuwe tram 24 brengt mij in een recordtijd naar het Antwerpse Centraal station. Heb weer een hele reis voor de boeg tot het stationnetje van Yvoir. Nauwelijks medereizigers, dus schoenen uit en voetjes laten rusten op de bank, de treinbegeleider laat het oogluikend toe. Een viertal wandelaars steken de brug van de Maas over en zetten koers richting Anhée. Ik kom Jeroen en Kristel tegen die er duidelijk zin in hebben. Erg groen parkoers, zegt Jeroen. Het startzaaltje bij de voetbalvelden zit afgeladen vol. Slechts mijn tweede tas koffie sinds zes uur vanmorgen, zucht een bejaarde helper. Het is nochtans reeds tien uur, er zijn bijna duizend inschrijvingen en meerdere clubs op busuitstap, waaronder Langdorp en de Chatons. De 32 km blijkt slechts 28,8 te zijn, kan ik denkelijk net aan binnen de vooropgestelde tijdspanne.

Een groet aan Brigitte en Nestor, een aai over de zwarte bol van Arobase, ik ga op pad. De 30 km krijgt meteen een extraatje over de Ravel resulterend in een fraai uitzicht over een rimpelloze Maas waar de zon zich wellustig in spiegelt, heerlijk. Samen met alle andere afstanden doorkruis ik vervolgens het dorp. De vele voetgangers waaieren breed uit over de straten, zij zijn hier baas vandaag ! Ik ruil de bebouwing in voor een privaat bos, de garde waakt ! Mag een groene vallei volgen zelf netjes verscholen tussen het jonge gewas, wandelend over een smal pad. Man met kinderkoets moet onherroepelijk terug, voor hem is er geen doorkomen aan. Bij het uitkomen van het groen moet ik een eindje terug over alweer een stukje Ravel. De rust- en controlepost (5,2 km) ligt in de Ferme de l’Abbaye de Moulins, een imposante reeks gebouwen rond een ruime binnenkoer. Het is er mij te druk en dus loop ik meteen door na het nemen van een slok gratis water. Wandel langs een merkwaardig afwateringssysteem en mag dan een eerste keer klimmen, kort en krachtig. Het eerste uitzicht is fenomenaal, lijkt wel een groen amfitheater met dorpje in zijn middelpunt. Langs zijn rand mag ik verder ondermeer voorbij een imposante hoeve opgetrokken uit grijze natuursteen. De daaropvolgende afdaling is nat en glad, slijkerig en met rotsen bezaaid. Voetje voor voetje daal ik voorzichtig af tot bij een riviertje, la Molignée, redelijk vervuilt water overigens. Bij Ravel 150 en het verlaten station van Warnant de tweede rustpost (8,2 km), een tent opgetrokken bij een zaak die escargots verkoopt.

Het is er opnieuw berendruk en ik loop door, vergeet zelfs te drinken. Mag een helling op, verhard en onverhard, fel gekleurd door massaal aanwezige paardenbloemen en witte bloesems in de heesters, prachtig. Een zachte klim zet mij af in het vrijwel volledig egale grijze dorpscentrum van Warnant. Voorbij de ‘jeu de balles’ verslik ik mij in de bepijling. Keer op mijn stappen terug om toch maar niks te missen van het fraaie pleintje en stemmige kerkje. Loop het dorp uit en de helling richting Moulins af. Zal toch geen splitsing gemist hebben zeker ? Neen dus, want daar staat het bord ‘bifurcation’. De langere afstanden worden tussen huizen door een knots van een helling opgestuurd. Even genieten van het prachtige uitzicht en hoger maar weer, nu over een breed rotsig bospad en in het zweet mijns aanschijn. Ben blij het plateau te bereiken. Een koppeltje uit Kuurne geniet er van de meegebrachte picknick. Ik praat even bij en vervolg mijn weg, de klok indachtig. Mag nu in alle rust flaneren over brede vlakke paden. Aan weerszijde onder de bomen een heus tapijt in wit en roze. Een doorkijkje bezorgt kippenvel, schitterend toch die natuur in volle bloei ! In dalende lijn nu over een pad afgezoomd met canadabomen, her en der wat parasiterende maretak. Kom tot mijn verbazing in Annevoie uit voor mijn derde rustpost na 13,3 km. Hoog tijd om de innerlijke mens te versterken. Alle wandelaars zitten buiten op een geïmproviseerd terras behalve twee …Ronny en Marina van Ibis Puurs, die ik in maanden al niet meer ontmoet had. Een korte babbel en afspraak volgende week in Stavelot.

Ik heb nog zo’n 3:30 voor 15,5 km, moet lukken. Beslis dus de lokale lus van 6,7 km te lopen en zal dit doen in mijn dooie eentje. Het pad in de vallei stuurt mij vrij snel de bossen in, pril groen met een ondergroei van witte en roze bloempjes, schitterend. Aan een gezapig tempo sjok in door de natuur, luisterend naar het vrolijke zingen van mijn gevederde vriendjes. Loop in feite een grote rechthoek die uitmondt in een sparrenbos en even verder bomen vol maretak in hooiland. De parkoersmeester bouwt nog en extraatje in om zijn wandelaars te laten genieten van een hemels uitzicht op de tuinen van Annevoie maar ook  …. stappers die aan de overkant van de vallei als mieren tegen een heuvel opklimmen ! Weet wat mij te wachten staat. Maar eerst nog even pauzeren in het dorp en de vochtvoorraad aanvullen, het is warm vandaag. De klim net achter het dorpskerkje begint inderdaad nijdig. Zodra het pad onverhard wordt gaat het echter over in vals plat, valt dus best mee. Krijg een fantastisch uitzicht cadeau op de omgeving van Mont-Godinne en zijn ziekenhuis. Duik vervolgens bos en wei in, le Bois-de-Hun en zijn kasteel, verborgen door het groen. Bereik vrij snel de Maas bij het kerkje van St-Christophe, te snel naar mijn zin, een veeg teken ? Mag inderdaad klimmen en hoe. Eerst kort en krachtig over een graspaadje, dan lang en rotsig om een ingebedde groene vallei te overstijgen. Les Djâles ontbinden hun duivelse kuren, dit is vandaag onze ‘hel van Anhée’ bedenk ik. Hijgend en puffend overwin ik het laatste stukje vals plat. Neem een strategische pauze om bij te tanken. De Flandrien steekt een grotere ‘braquet’ en wandelt aan een iets hoger tempo tussen vlakke weilanden waar de eerste limousins lopen te grazen. Voorbij hun stallingen, in the middle of nowhere, begint een lange afdaling, behoorlijk technisch door rotsblokken en luchtwortels. Spechten timmeren er boven mijn hoofd duchtig op los. Eensklaps kom ik het bos uit, hier was ik vanmorgen ook al, de Ferme de l’Abbaye de Moulins ligt enkele honderden meter verder.  Maak er een ware internationale wandelreünie mee met Mia & Jac uit het Nederlandse Geulle, Française Brigitte, iemand uit Vichte en Nestor. Het gaat er vrolijk aan toe.

We vertrekken ook allemaal ongeveer samen. De Djâles hebben nog wat in petto, het parkachtige Mont d’Anhée, een stevige kuitenbijter. Op zijn top nog een splitsing. De langere afstanden krijgen er een panorama cadeau waarbij je mond openvalt van bewondering. Beneden ligt Anhée en aan de overkant van de onzichtbare Maas Evrehailles en de ruïnes van Poilvache. Door weilanden daal ik naar de finish. Ben net op tijd om Freddy & Sabine uit te wuiven. Wij zijn het er allen over eens, hebben een fantastisch wandelweekend achter de rug met dank aan zowel Les Sans Soucis als Les Djâles. Mijn terugreis verloopt vlotjes tot Brussel-Noord. Blijkt het drie wagons lange treintje naar Antwerpen afgeladen vol te zitten. Heb geen zin meer in een halfuur rechtstaan temeer daar mijn rechtervoet om clementie smeekt. Taxi Linda dan maar weer verwittigen dat ik een halfuurtje later in Berchem zal zijn. De NMBS is altijd een beetje avontuur. Morgenochtend de baas verwittigen dat ik terug naar de dokter ga, die rechtersoldaat weet je wel, zou toch wel eens willen weten wat er aan de …voet is !

FOTOREEKS

https://picasaweb.google.com/nederbelgenopstap/10042011An...

15:27 Gepost in wandelen | Permalink | Commentaren (1) | Tags: namen, -a

23-03-11

19.03.2011 Les Batteurs de Cuir te Evrehailles

Reis tot mijn verrassing als eenzame wandelaar van Antwerpen-Berchem over Brussel-Noord tot Yvoir. Geen andere stapper te bespeuren tot de trein in het Maasstadje zijn deuren opengooit. Het lijken wel mieren die uit de grond gekropen komen. Met 17 ‘marcheurs’ wringen we ons in vier klaarstaande wagens. Ik lijk de enige Vlaming te zijn, herken alleen ‘Mme La Juge’ en de man met het witte haar en dito snor uit Landenne. Het gedateerde dorpszaaltje blijkt wat te zijn opgeknapt. Ik sla er een babbeltje met een vinnige, joviale wandelaar uit Mortsel, wiens naam ik jullie schuldig moet blijven. Allebei zullen we de 30km wandelen, hij een straat en meer voor mij, aan een veel hoger tempo.

Ik start door de dubbele straat met de vele mooie huizen opgetrokken uit grijze natuursteen. Loop aldus naar een kasteelhoeve, het weiland afgezoomd met nog kale bomen weelderig versiert met maretak. Een prachtig begin. Wandel aldus het dorp uit, de weidse, golvende akkers tegemoet. De informatie die ik had van onze weermannen is duidelijk niet van toepassing op Wallonië. Het is grauw, fris met vallende mistdruppels. Leeuwerikjes en hun vrolijk gezang hoog in de lucht zijn het enige wat aan lente doet denken. De eerste runderen bevolken een wei, het eerste dorp komt in zicht. Opnieuw een beauty in die egale grijze kleur, van de kerk tot burgerhuizen oud en nieuw. Eerste stempeltje in Awagne, zo noemt het stille dorpje, stoppen doe ik er nauwelijks, heb nog maar 4,5 km op de teller staan.

Bij het verlaten van het dorp gaat de 12 km van de andere afstanden weg. Ik mag een stilletjes dalende assepiste op midden de stevig golvende weilanden. Kom dra in een bos uit, de drassige ondergrond vermengd met losliggende keien. Een niveautje hoger wandel ik langs de bosrand. Nou ja wandelen, het smalle pad ligt er papperig bij, het gaat van kwaad naar erger. Vorder heel voorzichtig, bijwijlen met een paar vingertjes tussen de prikkels van de weidedraad. Kan het kunst- en vliegwerk tot een minimum beperken en mag dan het plateau op. Langzaam klaart de mist op, worden de groene vergezichten weidser. Carrière de Leffe (privé) maakt het bord mij diets. De wandelaars mogen door een ‘tourniquet’ het domein van de cementfabriek op om Sentier Ste-Anne te vervoegen. Een pracht van een eenmanspaadje loodst mij door het prille groen richting vallei, schitterend. Krijg uitzicht op wat ik vermoed een klooster te zijn. Langs zijn ommuring daal ik tot in de vallei, langs de Abbaye de Leffe dus, want zo noemt mijn ‘klooster’. Hier loodst een ruime voetgangersbrug mij de Maas over en mag ik aan de overkant met de stroom mee langs een steenweg. Een pracht van een achterafje loodst mij Bouvignes binnen. Wandelend tussen oude muren krijg ik een schitterend uitzicht op de dorpskerk en hoog erboven een ruïne cadeau, heerlijk.

Tweede rustpost dus in Vieux Bouvignes na vrijwel 11 km. Een man uit het Truiense zit er alleen aan tafel. Vreemd, ik heb hem nog nooit zonder zijn vrouwtje gezien. Ga even mijn licht opsteken. Krijg het koud als hij mij vertelt dat ze net overleden is ! Ik wens je veel sterkte beste man … en blijven wandelen hé, het is een gezonde therapie. Zoals dat in het leven gaat, moet ook ik nu voort. Duik middels een minuscuul tunneltje onder de spoorbaan door en vervolg mijn weg langs de Maas. Niet voor lang echter, voorbij een kerkhof komt wat ik verwachte, een lange klim. Deze is vrij makkelijk voor Maas toestanden, met lang uitgesponnen haarspeldbochten gaat het door het bos naar de top. Het plateau is één weidse akker. Ik loop over een betonweg langs zijn rand tot het volgende bosstrookje. Hier duikt de 21 km terug de vallei in, ik moet links de bebossing volgen. Een beetje gladde, trapperige klim noopt mij tot even viervoeter spelen. Ik puf en zucht, ben het zwaardere werk niet meer gewend. Ben weer op het plateau en mag genieten van fantastische panorama’s. Bij een ‘gîte à la ferme’ spelen een paar Nederlandstalige kinderen, verder zie ik niemand. Loop nu een paar kilometers lang gans alleen door golvende, nog onbegraasde, weilanden en akkers met prille graan. Eén schitterende, imposante hoeve rechts van mij, verder niets behalve dan het gezang van leeuwerikjes. Zo heb ik het graag. Stilaan komt een kerktoren in zicht, de eerste hoeve kondigt een dorp aan dat Sommière zal blijken te zijn. Stille straatjes loodsen mij langs pachthoven en, hoe kan het anders, grijze kerk tot de rust in een modern zaaltje.  Ben aan kilometer 18, mijn keerpunt. Zoals ik meestal doe in Wallonië opteer ik ook hier voor een Juppeke en een cervelaatworst. Deze geurt naar look en smaakt zout. Opvallend hoe elke streek zijn eigen invulling geeft aan dit toch wel klassieke stukje charcuterie.

Intussen vallen vele bekenden binnen, op de retour van de marathon die hen tot Falaën bracht. Danny (Strombeek), Jean en Liliane (Anderlecht), Claude & Colette met hun maatjes. Ik breng ze aan het lachen met mijn verhalen over Maassluis, voor hen toch echt wel een andere wereld. Vertrek ondanks alles toch weer alleen. Moet een steenweg op, vechtend tegen een zure wind. Waar blijft die lentedag toch ? Passeer een paar imposante hoeves die omgebouwd zijn tot stoeterij. Van op de rand van dit plateau eens te meer een fantastisch, zei het mistig, panorama. Het tarmacje daalt stevig tot de weg naar de ruïne Crève-Coeur. Een buschauffeur verslikt zich in een scherpe bocht. Het achtereind van zijn voertuig raakt vast te zitten tegen de grond, een paar wielen draaien in het ijle. Ik wacht niet op de afloop van dit verhaal, er staat volk genoeg bij. Vervolg dus mijn weg tot net voor de ruïne en duik dan in slingers en trappekes over onverhard de vallei in. Beetje technisch dit, maar ik bereik als tweevoeter de kerk van Bouvignes en even verder de rustpost van daarstraks (22, 3 km). Claude en Colette komen na mij binnen en vertellen over een fantastisch uitzicht vanaf de Crève-Coeur. Ben blijkbaar iets te overhaast geweest.

De spanning stijgt in de groep, deze tocht is elk jaar weer letterlijk opgebouwd naar hetzelfde hoogtepunt. Maar eerst mogen we rustig kuieren langs de imposante Maas. Moet toch weer even slikken bij de vele knuffels die neergelegd zijn bij de foto’s van twee jongetjes die hier voor een paar jaar verdronken. Wandel voorbij een langwerpig eiland te midden de stroom richting barrage. Krijg een fantastisch, nu zonovergoten zicht op massieve grijswitte, loodrechte rotsen met bovenaan ook al grijze bebouwing …daar ligt ie dan, de Poilvache ! Bij het kerkje van Houx duik ik een steegje in. Het pad wordt meteen onverhard en ik mag klimmen langs een diepliggend, haast uitgedroogd beekje. Deze kant van de beklimming duurt wat langer, is makkelijker dan de noordkant en ook wel groener deze tijd van het jaar. In een rustig tempo klim ik metertje voor metertje steeds hoger, foto’s zijn strategische rustpunten al probeer ik te vermijden echt stil te staan. Bij de top Brigitte & Arobase, Peter, Willy en Mary, die al op de terugweg richting aankomst zijn. De klok tikt de minuten genadeloos weg. Ik geniet van het schitterende uitzicht, drankje in de hand, maar hou het kort. Korte babbel met Limburgse Mia, daar ga ik weer. Vals plat loodst mij tot bovenaan de heuvel en door de weilanden zet ik koers naar het dorp. Plof op een stoel in het zaaltje bij een paar Ijsetrippers, heb nog tijd voor een drankje. Serge brengt ons terug naar het station van Yvoir. Service voor de treinreiziger is bij onze Waalse gastheren steeds in het aanbod begrepen, waarvoor mijn oprechte dank. Mijn lange terugreis kan beginnen. Naar goede gewoonte lopen we wat vertraging op en mis ik mijn verbinding in Brussel-Noord. Geen nood echter, een smsje naar ‘taxi Linda’ met vermelding van het juiste uur van aankomst in Berchem. De 21ste eeuw is niet voor niets deze van de communicatie. Ik kijk terug op een prachtige tocht, een ‘light’ versie toch van deze klassieker. Morgen komt een heel andere omgeving aan de beurt. Ook bij het wandelen doet verandering van spijs eten. 

 FOTOREEKS

https://picasaweb.google.com/nederbelgenopstap/19032011Ev...

  

23:29 Gepost in wandelen | Permalink | Commentaren (2) | Tags: namen, -e

09-02-11

05.02.2011 Les Spartiates te Cortil-Noirmont

Onderaan de roltrap in het station van Gembloux staat een man te wachten. Wij herkennen elkaar van vorig jaar. Ik vraag hem of er nog plaats is in zijn wagen. Hij weet niet van enige reservaties, komt op vraag van de voorzitter elk halfuur naar het station eventuele wandelaars oppikken. Schitterende service dus van Les Spartiates en zo moet ik het opwarmertje van ruim 3 km tot het O(office) N(ationale) E(nfance) niet lopen. Het is redelijk rustig in de ruime, schoolse accommodatie van het Franstalige Kind & Gezin. Na de inschrijving bij de onvermoeibare ‘Patton’ op wie de leeftijd geen vat schijnt te krijgen en het obligate kopje koffie, ga ik op pad. Het daghet in het oosten als ik door het nog slapende dorp loop, een ingeperkt riviertje volgend. Wordt de heuvels en de weidse akkers ingestuurd naar het volgende strookje dorp. Even opletten hier. De pijl aangebracht op een afrastering wijst naar links maar in feite moeten we rond de omheining en gewoon rechtdoor, een modderig strookje trotserend tot een grote vierkantshoeve. L’Orne lees ik op het naambord bij het klaterende watertje, het zal een constante worden tijdens deze tocht. Op de betonnen verkavelingwegen heb ik de wind van achteren. Kan mij a.h.w. laten meedrijven op de lauwe zuchten tot de volgende gemeente zijnde Chastre. Een stemmig kerkje en een pracht van een dreef loodsen mij naar het plaatselijke kasteel. Deze strook liep ik al dikwijls. Weet dat er voorbij de spoorbaan een mooi stukje natuur volgt tot Blanmont … langs de weelderig kronkelende Orne. Wandel vervolgens langs het kasteel en een paar mooie, oude gevels naar het dorpsplein (Place de la Flechère) en de aftandse zaal Patria. Heb er 8,320 km opzitten …en dan is er uiteraard ook koffie.

Verlaat het dorp langs het Fortis Training Center en zoek opnieuw de Orne op. Niet voor lang echter. Een korte klim zet mij af bij bolle akkers en prachtige landbouw vergezichten met hoogspanningsmasten als bakens. Ben hier vrijwel alleen, de rust af en toe verstoord door een auto die voor ‘bison futé’ speelt. Een lange afdaling door nog kale akkers zet mij af bij Camping d’Alvau, zijn middeleeuws lijkende toren en …ja hoor, de Orne. Nu komt het mooiste stukje parkoers. Ik mag in de vallei blijven lopen, heerlijk over een zacht pad mee kronkelend met het snelvliedende water. Voetgangers en nat hebben er zelfs elk hun eigen tunneltje. Zo kom ik in Hévillers aan en stap de heuvel op tot Les Acacias voor de tweede rustpost na net geen 12 km. Loop gelijk door en duik naar een ander riviertje, La Houssière. Bij Tour d’Olga volgt een stevige klim. Eerst door een nieuwe woonwijk al ben ik niet zeker hier echt het parkoers te volgen. Komt toch goed want pik pijlen op waar de behuizing stopt. Het betonbaantje loodst mij hoog de winderige velden in. Loop er alleen met wind op kop het omgekeerde van voor twee jaar naar de prachtige kasteelhoeve van Le Chenoy. Bevind mij op het landbouwplateau van Court-Saint-Etienne en volg paadjes die gemarkeerd zijn als ‘sentier touristique’. Ben al een heel eind onderweg als een sparrenbos wenkt. Houthakkers zijn er druk in de weer de ondergroei van jonge berken te kappen. Ik kijk wel uit om uit de buurt van gekraak te blijven …het woordje ‘timber’ schijnen ze hier niet te kennen. Mag aan de overkant van het bos een trage afdaling door de bewoning van Court-S.-E. aanvatten om na een drassig mini valleitje steil te klimmen tot de rustpost bij de ‘jeu de boules’ in La-Roche-en-Brabant (19 km).

Vermits de taaie rakkers van de 50km hier een extra lus maken door de bossen van Villers-la-Ville, lijkt de kantine wel de zoete inval. Sabine & Freddy, Yvan Karmyn, Dirk Heylen etc. ze zijn er allemaal. Ik probeer mijn pauze toch binnen de perken te houden, wil tijdig ‘binnen’ zijn. Ga dus weer op pad langs het kleine stationnetje om dan te klimmen tussen villa’s tot het sparrenbos. Doorkruis het gehucht Sart, achterna gezeten door een drietal waaronder Dirk en Yvan. Ze hebben mij te pakken waar ik bij en prachtige vierkantshoeve kom met boskapel er recht tegenover op een helling. Tot voorbij deze bosstrook sla ik een babbel met Dirk, die dan een tandje bij steekt in de achtervolging op zijn Linda. Krijg op het plateau een kasseistrook te verwerken en even verder heuse diepe moddersporen. Maal deze af achter Davy aan die lichtvoetig zo van mij weg dartelt. Hij wacht mij op als de weg terug beton wordt en samen stappen we even later over bonkige kassei naar de Tour de Bierbais. De rustpost van Hévillers is in zicht (27,5 km). Ik laat de jonge Westvlaamse snaak gaan. Zijn tempo kan ik eventjes volgen maar dan gaan mijn oude botten protesteren.

Neem de tijd voor een pintje en vervolg mij weg, haast in het zog van Sabine & Freddy. Voelde ik mij deze ochtend niet echt kiplekker, de ogenschijnlijk onschuldige lichte koorts bezorgt mij nu stramme spieren. Mijn tempo stokt, ik loop door op ‘slecht’ karakter. We blijven onderaf de spoorweg wandelen tot …de Orne en klimmen vervolgens door natuurdomeintje La Colline de Penuel tot hoog boven de Ijzeren Weg. Mogen zodoende genieten van het prachtige uitzicht over de witte gebouwen van Domaine Al Poudre, waar de Orne dwars doorheen loopt. Vanaf hier zetten een paar kerkwegels mij terug af in de rustpost van Blanmont (30,74 km). Ik loop gelijk door, het dorp uit langs kerkwegels …recht naar de veldwegen door kale akkers. Wordt afgezet op een kasseitje langs de Ry d’Almez, een onooglijk beekje. Wandel vervolgens dwars door Perbais en opnieuw de kale akkers in. Deze strook was vorig jaar de eerste etappe vanuit Ernage en daar ga ik nu dus, in omgekeerde slagorde naartoe (36 km).

Het zaaltje ligt er haast verlaten bij, nog enkel bevolkt door een tiental lange afstand wandelaars. Nog een uurtje lopen, zeg ik tegen mijn Westvlaamse maatjes. Moeten met een ommetje door het dorp tot een spoorbrug die herinnert aan een veldslag in 1940. Daarna is het hotsen door de akkers tot Gembloux en een laatste stempeltje op zo’n 3km van de finish. Stoppen is er uiteraard niet meer bij. Ik ga de Ravel 147 op. Davy komt in omgekeerde richting terug op weg naar het station. Ruil de ‘gladde’ Ravel in voor bonkige kassei bij valavond. Niks is er hier nog te zien behalve ontluikende granen. Je hoort ook niks, zelfs geen kraai of kauw. Stalen vogels glijden haast geruisloos richting Bruxelles-Sud. In de verte een eerste bosje en behuizing. Daar brand de lamp, letterlijk en figuurlijk. Bereik netjes om 17:00 de finish en heb nog ruim de tijd voor een wandelaardrankje. Vriendelijke helpers brengen mij terug naar het station. Een topper is deze tocht niet daarom is de aan- en afloop naar en van het moois vanaf Cortil wat te lang. De vele stukken langs de Orne zijn echter zeker de moeite waard. De bereikbaarheid is tenslotte een belangrijk pluspunt voor treinreizigers zoals ik.    

FOTOREEKS 

https://picasaweb.google.com/nederbelgenopstap/05022011Co...

 

22:51 Gepost in wandelen | Permalink | Commentaren (0) | Tags: namen, -c

25-01-11

22.01.2011 les Culs de Jatte du Mauge te Hamois

Jefke komt op zijn gemakje het station van Berchem binnen gesloft. Gaat zijn ‘shoppingticket’ kopen en haalt een ‘isomo’ koffietje uit de automaat. Samen reizen wij vandaag naar Hamois, het is van voor Nieuwjaar geleden dat we elkaar nog ontmoetten. Hij toont mij de nieuwste aanwinst …een GPS. Kostbaar en nuttig kleinood voor iemand die graag extraatjes breidt aan zijn tochten. Nu ook weer denkt hij te voet van station Ciney tot de start te wandelen. We praten hem het idee uit het hoofd, er is genoeg plaats voor 5 wandelaars in de monovolume van André. Anders dan vorig jaar starten we deze keer onder de kerktoren van Ste-Barbe (als ik het goed heb). De 30km is slechts 27,5 km lang maar daar zullen we straks geen spijt van hebben.

Ik verlaat het wat oubollige maar knusse zaaltje om even te genieten van fraaie huisjes in overwegend grijze natuursteen, net als het kerkje overigens. Grijs, dat is helaas ook de kleur van het zwerk vandaag, of wit van dichte laaghangende nevelwolken. Begin met een lange klim langs een nieuwbouw woonwijk. De doorkijkjes tonen licht bepoederde velden. Hier lag in december 60cm, wist André daarstraks te vertellen. Het tarmacje blijft maar klimmen, helaas niet tot boven de wolken. Na 2,8 km de eerste stempelpost bij een bedrijf in Buresse. Net als een mij bekend koppeltje uit Mortsel (weliswaar naamloos) loop ik meteen door. Tarmac maakt na een paar honderden meter plaats voor de eerste bosstrook. Het wordt een plakkerige tocht, dat merk je hier meteen. De eerste strook onverhard is nog fatsoenlijk begaanbaar. Klim tussen witte akkers een verdiepingentje hoger en wandel met de Mortselnaren naar een gehuchtje bestaande uit een paar grote vierkantshoeves en een gedateerd kerkje. Juist ja, grijze steen in een grijs landschap, maar oh zo schattig. Even verderop de ruïne van een kasteel met aanpalend een nog statige hoeve. Barsy-Flostoy lees ik op het plaatsnaambord. Je bent er door voor je het weet en toch laat het een blijvende indruk. Wandel nu parallel met een groenwitte vallei, het denkelijk prachtig vergezicht benomen door Heer Mist. Moet opnieuw de Foret Communal de Havelange in en dat zal ik geweten hebben. Prachtig is het hier wel, in de wit bepoederde sparren- en beukenbossen. Vettig is het ook, een heus parkoers voor zwijntjes. Hoe je ook je best doet om de minst kleverige plekjes op te zoeken, er is geen ontkomen aan. Schoenen en wandelbroek, weldra hebben ze één egale bleekbruine kleur. Ik slaag er in met beide soldaten pal in de brij te gaan staan, lijk wel net uit versgegoten beton te stappen. Maar ik maal er niet om. Hoe vettiger, hoe prettiger is nu mijn moto. Er komt een einde aan de toch wel zware opgave als ik hoog in de heuvels een tarmacje mag volgen met links besneeuwde akker en rechts groen hooiland. Nog een paar honderden meter geploeter en de rust in de kantine van RFC Miecret wenkt. Freddy en Sabine staan er mij lachend op te wachten, zij beginnen aan de lokale lus.

Een Flandrien belooft mij nog meer spektakel tijdens de lus, ik ben gewaarschuwd. De brave man heeft in de eerste honderden meters al meteen gelijk. Ik schaats een helling af waar omgevallen bomen zorgen voor een heus cross-country parkoers. Niet doen zoals ik, adviseert een Wallon de Namur, zijn linkerbeen bemodderd van boven tot onder. Ik kom als tweevoeter in een valleitje aan en mag meteen weer klimmen over beter begaanbaar. Op het plateau liggen de paden er trouwens fatsoenlijk bij. Loopt vlot dit. Opnieuw zijn de vergezichten beperkt, valt er haast continu wat ‘zever’ uit de donkere lucht. Eén hoeve kom ik tegen, la Ferme d’Offoux. Verder niks of niemand, zelfs geen hond blaft mij tegen. Beland op de Ravel en zijn asfalt is een verademing, een heuse adempauze. De Foret de Havelange doemt opnieuw op. Eerst flaneer ik over brede paden, rond omgevallen berken en breukhout. Later worden de paden smaller al blijf ik bespaard van nog meer smurrie. Bij een vogelhut pik ik opnieuw de draad van de vorige etappe op. Over het tarmacje en zo terug naar de voetbalkantine. Moet ik je zo meenemen in mijn auto, roept André gemaakt verbaasd uit, waar heb jij uitgehangen ? We moeten er allemaal om lachen.

Er zijn nog nauwelijks wandelaars aanwezig in de kantine en ook ik maak mij dus gauw uit de voeten. Loop door het stille dorpje en langs de Chemin de Belle Vue die zijn naam helemaal waarmaakt, voor zover de weergoden dit vandaag toelaten. De korte klim voert mij letterlijk in de wolken. Het groen van Havelange wenkt weer, de smurrie ook. Krijg dan ook nog een korte, pittige regenbui op mijn donder, gelukkig gefilterd door wat er nog aan bladeren rest op de beukenbomen. Een wandelpad vinden blijkt hier onmogelijk. Ik hou de bepijling nauwlettend in het oog, laverend rond plassen en vettige stroken. Lijk wel een dronkenman die zich tussen de bomen slingert. Waar de open ruimte begint, stopt ook de regen, gelukkig maar. Er volgt nu een afdaling door akkers en weilanden tot Haie-Jadot, gevolgd door een klim naar het Foret Communal de Hamois. Wordt mijn laatste hindernissenpiste voor vandaag. Aan de andere kant van het bos de laatste rustpost. Tijd voor een snel pintje, zit op schema voor een vroegere trein.

De finale van zo’n 3,5 km is trouwens nog een pareltje. Mag traagjes een vallei in zakken, genietend van een heerlijk vergezicht van groene weilanden en Ardeense huisjes, prachtig. Dan doemt de Ravel terug op en wandel ik dan weer door de open ruimte, dan tussen twee hoge bermen. Hamois Centre wordt kort doorkruist en even verder ligt Ste-Barbe en de …Rochefort te wachten. Ik ga meteen op zoek naar André die mij samen met een charmante Brusselaar naar het station voert, onze voetjes verpakt in plastic vuilniszakken. Jefke staat lachend op het perron, hij liep de 10km Ravel te voet af. Samen reizen we terug naar Brussel. De Jef netjes gewassen en gestreken, ik als een heus modderzwijn. Kijk met voldoening terug op een  mooie tocht, pittig gemaakt door de weergoden en zo hoort het ook in de winter.

Un grand merci à Collette et toute l’équipe pour le beau parcours et l’accueil chaleureux. Les 764 marcheurs étaient oh combien mérité. Merci beaucoup aussi André pour faire la navette entre la gare et la salle avec le sourire et la bonne humeur. Sans toi plusieurs marcheurs n’auraient pas pu se rendre chez vous. Tu es SUPER !

FOTOREEKS     

http://picasaweb.google.com/nederbelgenopstap/22012011Ham...

13:45 Gepost in wandelen | Permalink | Commentaren (1) | Tags: namen, -h

19-05-10

16.05.2010 Les Crayas du Thiry Nismes

Linda kent ‘hare zot’ en laat hem maar zijn gangen gaan. Zo sta ik voor mijn vierde wandeldag op rij al om 05:30 op perron 9 van Berchem-Station, klaar voor de verste trip. Een wat aftandse rode trein voert mij in net geen twee uur over Brussel tot Charleroi-Sud. Je zou een lamme k… krijgen van het lange zitten op de vrij harde banken. Moet nu een halfuurtje wachten tot het dieseltje zich in beweging zet richting Walcourt en Couvin. Het wordt een leuke trip in een haast leeg stel langs de vallei van de Heure tot het mistige Philippeville en verder. Voorzitter Daniel is ‘fidèle au poste’ bij het station van Mariembourg, ik ben zijn enige gast. Ik ken hem al meerdere jaren en het is dus een hartelijk weerzien met deze goedlachse, beminnelijke man, die meteen informeert waar Linda dan gebleven is.

De startzaal ziet …blauw van de wandelaars. Die van Kester zijn met 56 busreizigers nadrukkelijk aanwezig. De lucht breekt open als ik vertrek, het zonnetje blaast de laatste nevels weg. Op het leuke paadje in het groen, stroomopwaarts bij het vrolijk kabbelend riviertje, wandel ik van het ene naar het andere groepje Pajotten tot in Pétigny. Daniel oordeelt er dat de opwarming langs genoeg geduurd heeft en stuurt ons trapperig een hele verdieping hoger. Even een knik terug naar het dorp en dan resoluut een tarmacje op. Een klim waar geen einde lijkt aan te komen stuurt ons het dorp uit, de natuur in en met prachtige vergezichten over beboste heuvels als premie. Na een bosstrookje wacht een afdaling richting Couvin. Met z’n allen genieten we van de prachtige uitzichten. De rustpost na zo’n kleine zes kilometer sla ik over. De twee oudere mensen kunnen vanuit hun garage onmogelijk de toevloed aan wandelaars de baas. Ik heb gelukkig een flesje cola in mijn rugzakje zitten. Een welgekomen slok en vort met de bok !

Ik wandel het stadje uit tot de buurt van een grijze kapel en mag terug het bos in. Opnieuw stroomopwaarts langs een beekje gaat de reis. Het pad blijft redelijk vlak en begaanbaar tot Daniel zijn duivels ontbindt en ons haast loodrecht de heuvel opstuurt. Van een pad kan je hier nauwelijks meer spreken. Aanvankelijk lijkt het eerder een beekje bezaait met losse leisteen, later een zelf te bedenken piste tussen struiken en jonge bomen. Ik hou de pijlen angstvallig in het oog om niet te verdwalen in deze overigens prachtige natuur. Probeer ook mijn hartslag en ademhaling op peil te houden en moet toch, net als iedereen rondom mij, even halt houden. Ja jongens, dit is echt wel zware kost ! In het zweet mijns aanschijns bereik ik een bebost plateau en mag (oef) weer wat vlakke paden bewandelen. Geniet van de uitzichten over diep ingesneden, dicht beboste heuvels, geen huis te zien. Draai een tarmacje op dat mij, behoorlijk golvend, naar de volgende rustpost zal voeren, een hutje in het bos na 11,5 km. Ik snak naar een bankje en een pauze. Zit Peter daar stralend als altijd van zijn boterhammetjes te genieten. Die komt hier uitwandelen van de 75 in Masbourg gisteren. Je bent jong en je wil wat …

Peter heeft uiteraard een lus voorsprong op mij en zodoende zet ik alleen mijn weg verder. Bij een soms dreigende hemel loop ik te genieten van het immense bos en zijn rust. Een stevige afdaling zet mij af bij het stuwmeer dat Couvin en omstreken van drinkbaar water moet voorzien. Drie minuscule beekjes blijken voor de bevoorrading te zorgen zijnde, le Ry de l’Ermitage, le Ry de Rome en le Ry des Serpents. Tijdens de volledige rondgang van het meer zal ik ze alle drie te zien krijgen. Wandel ik meestal langs het water over een tarmacje afgezoomd met paardenbloemen in bloei en glimmende berken, één klimmetje zorgt voor een onwaarschijnlijk mooi uitzichtpunt over het water, heerlijk. Zowat halverwege de omtrekkende beweging rond het meer pauzeer ik even bij een tentje dat de organisatie heeft neergezet. Een drietal van Egmont Zottegem raast als een tgv voorbij. Na alle Ry bezocht te hebben wandel ik terug de onmetelijke bossen in, aanvankelijk over een verweerd tarmacje, later over een keienpad terug hoger de heuvels in. Op het hoogste niveau wordt de weg terug vlak en kuier ik aan een rustig tempo door de frisgroene bossen tot de hut van daarstraks. Het is hier nu erg stil, de helpers zitten haast door hun voorraad eten en drinken heen.

Ik pauzeer maar even en trek verder, zowat in de voetsporen van Brigitte & Arobase. Krijg een afwisseling van verhard en onverhard onder de sloffen geschoven. Dan weer sparrenbos dan weer loofbomen, her en der wat kaalslag en nieuwe aanplantingen. Daniel heeft na Taille Gaye nog een verassing in petto …een afdaling en wat voor eentje. Weer stelt het pad niet veel voor, eerder een twee voeten brede mosstrook tussen lage planten en slingerend tussen sparren. Hoe verder we zakken, hoe steiler de bedoening wordt. Het gaat nu werkelijk voetje voor voetje tot een bredere weg, een heuse plaagstoot van die duivelse parkoersbouwer. Prachtig is het wel en we worden afgezet bij een natte strook waar kleine wilde orchideeën bloeien. Iedereen natuurlijk vol bewondering voor de frêle paarse bloempjes. Brede paden voeren ons vervolgens verder de vallei in tot de laatste rust op grondgebied Petigny. De helpers zitten in wat denkelijk ooit een washok gebouwd op het riviertje geweest is. Zij zijn echter droog gelegd. Ook Egmont Zottegem kwam hier voorbij met zo’n 115 wandelaars, de dranken voorraad is er dan ook uitgeput.

Het maakt mij niets uit. Ik pak meteen de laatste 2.7 km aan die mij eerst door een paar dorpsstraatjes en achterafjes naar de vallei voert. Samen met een koppel uit Boortmeerbeek wandel ik op halve hoogte parallel met een onzichtbare waterloop. Wij mogen genieten van werkelijk magistrale hoogstam boomgaarden in volle bloei, een feestelijk gezicht en waardige afsluiter van deze tocht. Eén straatje rest er mij tot de finish. Ik sluit mijn wandeling af met een paar Super des Fagnes in gezelschap van Peter en Truienaren Maria & Roger. Een geboren en getogen Nismesois brengt mij terug naar Mariembourg. Afgeladen volle treinen voeren naar Charleroi en Antwerpen. Studenten met pak en zak trekken terug naar hun ‘kot’, de chiro van …Zottegem reist hongerig huiswaarts na een overlevingsweekend, een bonte bende zondagse toeristen vervolledigd de groep. Moe maar tevreden ben ik als Linda mij omstreeks 20:15 oppikt in Berchem, ik heb het hem weer gelapt. Eén dagje werken slechts en dan …een midweekse dertiger waar ik goede herinneringen aan bewaar. Wandelen …ik krijg er nooit genoeg van !

 FOTOREEKS

http://picasaweb.google.nl/nederbelgenopstap/20100516Nismes

21:19 Gepost in wandelen | Permalink | Commentaren (0) | Tags: namen, -n

10-05-10

08.05.2010 Les Batteurs de Cuir Dinant

De trein van 06:12 wordt van de tabellen geveegd. Het zal toch niet waar zijn zeker ! Jefke kijkt mij vertwijfelt aan. De trein naar Brussel is heden uitzonderlijk afgeschaft wegens technische problemen, klinkt het door de luidsprekers. We gaan met z’n allen ‘boemelen’ tot Mechelen waar we de ‘direct’ naar Brussel en Charleroi oppikken. De verbinding naar Dinant, daar kunnen we naar fluiten natuurlijk. We maken van de nood een deugd en genieten van een paar koffiekes in het Brusselse Zuidstation. Zonder verdere problemen raken we toch, een uurtje later dan gepland, in Dinant. Het is tien minuutjes wandelen langs de Maas tot aan het casino en de ruime startzaal. Incognito zijn we hier allerminst, Tilly en Jean-Pierre staan al vertrekkenklaar. Even later komen de Voskes uit Vosselaar binnen, uiteraard onder aanvoering van Max en met een gastoptreden van Jo en zijn Madammen.

Het is zonnig weer als ik langs een rimpelloze Maas zuidwaarts vertrek. Voor het eerst dobberen er minuscule, pluizige ‘chippekes’ op het water. Het zijn opvallend kleine nesten, zo’n 3 tot 6 kleuters groot. Het aanhoudende koude weer zal hier wellicht de reden voor zijn. Ik stap voorbij de Rocher Bayard en onder de Pont Charlemagne door tot de eerste rustpost in Anseremme na 2,7 km. Te vroeg om al halt te houden, stempeltje pakken en wegwezen dus. De 12 km wordt langs de Lesse weggestuurd, de langere afstanden zoeken de overkant van de Maas op waar een lange klim ons wacht. Het eenmanspaadje in het groen is bezaaid met los en vast gesteente, wat tot enige voorzichtigheid noopt. Ik klim tot net onder het viaduct en dan wordt het pad wat vlakker. Mag nu kilometerslang kuieren door het Reserve Domaniale de Moniat. Frisgroen met een overvloed aan voorjaarsbloempjes in wit, blauw en geel. Heerlijk wandelen is het hier al verstoord het aanhoudende geraas van koning auto toch wel wat het plezier. Het parkoers loopt finaal toch weg van de autobaan en ik kan genieten van absolute rust en stilte. Zeker nadat de wandelaars van de 25 km mij verlaten hebben. Ik ben nu echt wel moederziel alleen. Bij het uitkomen van het bos wacht mij eerst een bolle, nog groene graanakker. Eens een verdieping hoger weidse vergezichten waarbij helgeel bloeiend koolzaad voor een schitterende zee van kleur zorgt. Heel in de verte een stoompluim, denkelijk afkomstig van de kerncentrale Chooz. Genietend loop ik het landbouwplateau verder af, enkel vergezelt door kwieke, fijne zangvogeltjes in bont verenpak. Verder niets, weids akkerland, een verkwikkend zonnetje en zwevend pluis dat mijn gelaat en neus komt kietelen. Vanaf de eerste boerderij en lui liggende runderen begint de afdaling en de bewoonde wereld. Rue de l’air pur, lees ik op het bord, wel heel toepasselijk hier. Van de gezonde buitenlucht komen blijkbaar heel wat mensen genieten, zij hebben de heuvel volgebouwd met chalets allerhande. Sommigen zijn piekfijn onderhouden anderen liggen er slordig, groezelig of zelfs verlaten bij. De scherpe afdaling zet mij af in Hastière waar ik het centrum binnenloop voor de rustpost van Ecole Ste-Anne na 12,1 km. Het lijkt hier wel de ‘zoeten inval’. Paashaas Paul verwent zijn wandelmaatjes met chocolade. Claude laat zich door zijn dametjes trakteren op taart. Clubmaat Peter is ook al van de partij net als Christian Godefroot. Allemaal zijn zij op de terugweg van Givet, het keerpunt van de 55km tocht.

Chris zal mij de rest van de tocht vergezellen. We zoeken meteen weer de Maas op en lopen nu stoomafwaarts langs de stroom, voortdurend in het prille groen. De spoorbaan ligt er verlaten en verroest bij, een klein huisje staat op instorten. We vergapen ons aan de prachtige rotspartijen die loodrecht ten hemel wijzen. De doorkijkjes over het water en de beboste heuvel aan de overkant zijn schitterend. We genieten allebei van deze prachtige streek. Een tarmacje en wat achterafjes loodsen ons naar de rustpost van Waulsort (17 km). Effe bijtanken en weg zijn wij. Samen met ‘la bande à Claude’ mogen we nog eens uitgebreid genieten van die schitterende Maasvallei. We verkennen er de beide oevers van, een barrage brengt ons van de ene naar de andere kant. Nu wordt het leuk, zegt Chris. Ik noteer de Chemin des Crétias. Vanaf het perkje met geurende daslook gaan we klimmen. In de beginne behoorlijk steil en ik trap dan ook meteen op mijn adem. Chris is mij duidelijk de baas en zal mij boven opwachten. De helling wordt wat zachter en ik vind terug een behoorlijk tempo. Weilanden staan vol gele paardenbloemen. Een kudde runderen wil blijkbaar graag mee en komt in plompe galop aanzetten. Ze zien vrij snel het nutteloze van hun inspanningen in en kijken ons lui achterna. Het stille dorpje Falmignoul ademt dat typische Ardeense uit, mede dankzij zijn veel huizen in grijze natuursteen. De parkoersmeester laat ons nog even genieten van een klaterend beekje en dan wacht de rustpost na 22,4 km.

Een tarmacje voert ons naar het hoogste punt van de omgeving zodat wij nog eens kunnen genieten van immense landschappen, gedomineerd door het alom tegenwoordige bloeiende koolzaad. Stilaan zetten we de afdaling in. Een slingerend tarmacje stuurt ons de heuvel af, voorbij een weide met hoogstam in bloei, tot Pont-à-Lesse. Er is opvallend weinig activiteit op de rivier, de temperaturen zijn nog te fris voor waterplezier. Wij kunnen genieten van een heerlijk paadje tussen spoorbaan en het klaterende water. Het is wel opletten waar je de voetjes zet tussen uitstekende boomwortels en rotsblokken. Af en toe houden we even halt om de schoonheid van de rivier en zijn groene omgeving te laten doordringen. Zo bereiken we de laatste rustpost in Anseremme. Lopen tenslotte dezelfde 2,7 km van deze morgen terug naar het casino. Al is het dan hetzelfde pad, toch zijn de uitzichten over de Maasvallei en zijn vele rotswanden totaal anders. We vallen binnen in een bomvolle zaal. Chris moet er meteen vandoor wegens familiale verplichtingen. Ik geniet nog even na bij een Leffe Blonde en haast mij dan ook naar het station. Heb nog een heel reis voor de boeg. Kijk voldaan terug op een heerlijke Maastocht die op de keper beschouwd niet eens lastig was, tot wel uitzonderlijk voor de streek.

 FOTOREEKS

http://picasaweb.google.nl/nederbelgenopstap/20100508Dinant

14:48 Gepost in wandelen | Permalink | Commentaren (0) | Tags: namen, -d

22-03-10

20.03.2010 Les Batteurs de Cuir te Evrehailles

Jefke leeft met een klok in de buik, hij heeft nog nooit zijn trein naar een wandeltocht gemist. Ook vanmorgen is hij netjes op tijd en reizen we samen gezellig keuvelend over Brussel naar Yvoir. Was ik van plan de vier kilometer lange klim naar de Rue du Sto te voet af te leggen, er is nog net één plaatsje in de klaarstaande auto’s. Kan dus mee gemotoriseerd naar boven. Het mij als aftands bekende zaaltje heeft een opknapbeurt gekregen en oogt veel helderder, luchtiger, ruimer. Best wel leuk. Jef vertrekt vrij snel, hij wil de 40 km nog volmaken en toch tijdig terug naar Antwerpen afzakken. Ik ben te traag voor al dat stapgeweld en kies voor een rustiger 30km. We spreken af samen terug te keren naar het station van Yvoir om 16:30.

Bij winderig maar droog weer stap ik het dorp uit op het plateau langs de Rue Jauviat, volgens Jef de kortste weg naar Yvoir. Tussen de bewoning door de eerste prachtige vergezichten over de Maasvallei enerzijds en een steengroeve aan de andere kant. Het straatje loopt dood en gaat over in een bospad. Gestaag daal ik het dal in over het bijwijlen gladde mospad tot de eerste huizen van Yvoir. De laatste paar honderd meter zijn trapperig en behoorlijk steil. Wandel over riviertje de Bocq tot de eerste rustpost na 3,7 km. Veel te vroeg om te pauzeren en ik loop gelijk door. Noordwaarts gaat de reis nu, langs de spoorbaan richting Rochers de Fidevoye. Een tunneltje gebouwd voor dwergen stuurt mij naar de andere kant van ‘den ijzeren weg’ en langs de Maas. De lome stroom heeft een merkwaardige diepgroene kleur. Het begint druilerig te regenen, bergbeklimmers wachten geduldig tot de bui over is om aan hun hobby te beginnen. Met vlotte tred over het vlakke lopend, geniet ik van de prachtige omgeving met zijn beboste rotsen, her en der een kasteeltje bewonderd. Een kloostertoren en eilandjes in de Maas kondigen Godinne aan en de tweede rustpost na 8,9 km. Tijd voor een koffietje. Krist komen binnen lopen, die is al op de terugweg. Heeft zijn zevenmijlslaarzen uit de kast gehaald ter voorbereiding van Welkenraedt volgende week. Hij werk gauw een colaatje naar binnen en zoeft er weer vandoor.

Krist beloofde mij vuurwerk tijdens het vervolg van het parkoers en dat zal ik dra merken. Een tweede dwergentunnel loodst mij opnieuw onder de spoorbaan door. Begin met een klim het dorp uit. Rechts een weiland met oude hoogstam, hun kruinen vrijwel dichtgegroeid met maretak, werkelijk prachtig is dit. De langere afstanden gaan linksop bij een Chapelle St-Roch, het echte feest kan beginnen. Het eerstvolgende tarmacje doet mij de plaatselijke Ste-Dorothée aanroepen. Ben dat steilere werk niet meer gewend en zoek de kleinste versnelling op mijn 4x4. Draai het bos in voor minder steile werk maar er lijkt geen einde aan de klim te komen. Zwetend uit al mijn poriën bedenk ik dat dit mijn vagevuur is en dat zo meteen St-Pieter met zijn sleutelbos zal staan zwaaien. Niks van dit alles echter. Het pad wordt vlakker, de ondergroei van helgroene mossen vervangen door half vergane bruine varens. Chêne à l’image staat er bij een pracht van een eik met ver uitgewaaierde takken. Ja, hier kan je wel het één en ander bij fantaseren. Dromen zijn bedrog, ik stap naarstig verder, stilaan terug de heuvel af naar een pracht van een vallei. De eerste straat noemt heel toepasselijk ‘sous les bois’ Het eerstvolgende pad mocht best ‘dans la boue’ noemen. Ploeterend en glijdend raak ik er doorheen en wandel tot bij het schooltje in Mont. Een afdakje doet er dienst als rustpost, ik heb er 13,6 km opzitten.

Het lijkt wel of ik hier een thuismatch speel. Ken alle, vlaamse, wandelgoden die hier rond de tafel zitten. Van Xavier tot Luc (Leuven), van Jean-Pierre (Puurs) tot Viking, ze zijn er allemaal. Enkel het vrouwelijk schoon laat het een beetje afweten. Geen Jacqueline en uiteraard evenmin Tilly of Linda. Het lijkt wel ‘venten ondereen’ vandaag. Geen 40 km dus voor mij vandaag en ik keer in het zog van Xavier op mijn stappen terug. Passeer een merkwaardige kerk zonder dak of toren. Links van de weg een diepe kloof, ‘le trou de l’église, 78 meter diep. De regen heeft intussen plaatsgemaakt voor een stralend zonnetje. Ik zwoeg mij de volgende steile klim op, rechttoe rechtaan. Wordt beloond met een onwaarschijnlijk mooi uitzicht over felgroene weilanden en donkere sparrenbossen. Vermoed dat het dorpje verderop Maillen is en recht vooruit het ziekenhuis van Mont-Godinne. Zet de afdaling in langs de bosrand over een pad afgezoomd met verwilderde hagen. Even een stukje asfalt en ik wandel dwars door de universitaire campus. Nog even een strookje bos en ik duik terug de Maasvallei in. Er hangt een verstikkende rookwolk. Is er eentje aan de overkant ‘zijn schoonmoeder’ aan het opstoken. Moet vast een kreng geweest zijn, bedenk ik met binnenpretjes. Ook het Maaswater wordt opgevrolijkt door het zich spiegelend zonnetje. Drukdoende ganzenparen zorgen voor het klankspel. Licht en klank dus voor de genietende wandelaar. Ik loop vrolijk de rustpost van Godinne een tweede keer binnen na 18,9 km. Jefke zit mij warempel al op de hielen, die heeft er al 9 km meer opzitten. Ik zweet toch wel een beetje zegt hij verontschuldigend. Er is aan die kerel de laatste tijd weer geen houden aan.

Ik vertrek eerst, ben hier duidelijk de traagste vandaag. Mag terug het tunneltje onderdoor en langs het weiland met de maretak aan een volgende stevige klim beginnen. Hoe vettiger, hoe prettiger deze keer. Luc stoort er zich niet aan en komt voorbij geraasd. JP haalt mij in helemaal bovenaan de helling bij een prachtige vierkantshoeve waar wij bij vorige edities al eens rust hadden. Voorbij de steengroeve wacht een lange afdaling terug het Maasdal in. Samen met Luc, JP en Jefke vorm ik en los/vast viertal. Bij het bereiken van de eerste huizen deelt de parkoersbouwer nog een plaagstoot uit. Even pittig klimmen en vervolgens de duik naar de rustpost. Mijn maatjes storten zich met ware doodsverachting de diepte in. Het is mij wat te glibberig en als een Houten Klaas bereik ik even later ook het schooltje in Yvoir. Nog een kleine 7 kilometer te gaan. Uiteraard vertrekt ‘de slak’ opnieuw eerst. Ik zoek terug de Maas op voor een lange rechte lijn zuidwaarts richting Houx. Het venijn van deze etappe zit hem in zijn staart. Onze Poggio noemt vandaag Poilvache. De parkoersmeester kent geen genade. Hij kiest voor het onverharde pad dat in één ruk naar de top leidt. Menig wandelaar voor mij last tijdens de beklimming één of meerdere korte pauzes in. Ik niet …ik maak strategische foto’s ! Ben toch blij als ik de top bereik. ‘ah la vache’ zeg ik tegen de lachende helpers, een Waalse uitdrukking voor ‘verdomd zwaar’.

Ik blijf even staan om te genieten van het fantastische panorama met diep onder ons de Maas en zijn eilandjes, omringd door metershoge heuvels en verderop golvende akkers. Vanaf de Forteresse uit de XIII eeuw stuurt een tarmacje ons nog een ietsje hoger de heuvel op. Dra komt de kerktoren van Evrehailles over de kim piepen. Het is nu uitbollen naar het dorp met z’n vele huizen in grijze of bruine natuursteen. Stap rond de klok van vieren het zaaltje binnen, goedbevolkt met o.m. de buswandelaars uit Langdorp. Ik voeg mij bij Xavier, Alfred en Lou. Even later vallen ook mijn makkers van onderweg binnen. Wij vertellen Luc van ons plan om de eerste vier kilometer van het parkoers opnieuw af te leggen richting station van Yvoir. Ook hij ziet dat wel zitten en dus gaan we als drietal op pad. We zijn ruim op tijd voor de trein van 17:28. De NMBS zet ons feilloos af in Brussel-Noord en Antwerpen. Luc koos in Ottignies al voor de binnenweg naar Leuven. Neem afscheid van Jefke, we hebben elk andere plannen morgen. Kan terugkijken op een prachtige tocht, een heerlijke combinatie van de Maasvallei en de zware klimmen in de heuvels er rond. Ben dan ook heel tevreden nog eens naar hier te zijn afgezakt. Het zal zeker niet de laatste keer geweest zijn.

 FOTOREEKS

http://s1022.photobucket.com/albums/af344/nederbelgenopst...

23:03 Gepost in wandelen | Permalink | Commentaren (0) | Tags: namen, -e

01-03-10

27.02.2010 Les Marcheurs du Jean-Felix Mornimont

Jefke komt op zijn gemakje aangewandeld koffietje in de hand, spoor negen Berchem-station. Het is trouwens op zijn voorspraak dat ook ik hier sta. Wij bezoeken vandaag de eerste tocht van een nieuwe club. Zij organiseerden vorig jaar al vanuit Franière, net voorbij de abdij van Floreffe, maar pas dit jaar als erkende vereniging. Was niet zo goed, stelt Jef, maar ik geef hen het voordeel van de beginner. Vanaf Brussel zijn we al met z’n zessen. Eddy (zonder fototoestel), zijn vrouwtje en een koppel van Horizon Opwijk vergezellen ons richting Namen. De tien minuutjes speling zijn er maar net voldoende om het boemeltje richting Charleroi-Sud te halen. Trein om de twee uur en dus zeker niet te missen, temeer daar de TEC forfait geeft in deze richting. Onze groep dikt aan tot een tiental, die onder leiding van Jef naar de startzaal in het dorpscentrum wandelen. Het blijkt een rommelig zaaltje te zijn en een rammelende organisatie. De 30km zullen er 28 te zijn met 4 rustposten, alle verdere informatie ontbreekt.

Ik ontbijt en vertrek op mijn eentje, voorbij de stand ‘pain et saucisson’. Wandel het straatje voorbij de mooie kerk naar beneden en zoek even verder de Samber op. Langs zijn jaagpad gaat het stroomopwaarts, een paar kilometer ver. Weilanden zijn afgezoomd door populieren waarin maretak welig tiert. Een rivierboot zet stampend koers richting Namen en de Maas. Voorbij een sluizencomplex moeten we de steenweg op en zetten koers richting eerstvolgende dorp. De groep wandelaars is redelijk omvangrijk. We blijken in Mornimont te zijn, de thuisbasis van deze club. Opnieuw een gedateerd zaaltje en geen informatie over tussenafstanden. Ik reken zo’n 4 km ver te zijn en loop gelijk door, mijn stempeltje niet vergetend, een must in Wallonië. Wandel het dorp uit langs een immense vierkantshoeve en wagen met zowaar een legertank erop. Wat dit oorlogstuig hier komt doen is mij volstrekt onduidelijk. Moet de drukke steenweg over en loop dan door de straten van Moustier naar de overkant van station en spoorbaan. Loop een tijdje parallel met deze laatste en vervolgens opnieuw de Samber over bij de Pont Jourquin (gedateerd 04/09/1944). Ik blijf continu straten volgen tot Ham-sur-Sambre. De klim voorbij de dorpskerk loodst mij naar het plateau en een stukje onverhard tussen weilanden. Onder mij ligt het industriële bekken met meerdere glasfabrieken. De volgende straten dienen zich aan tot de tweede rustpost in een garage. Er staan welgeteld vier stoelen, waarvan ik er eentje inpik. Geen idee hoeveel kilometer ik al gelopen heb, de schattingen van de wandelaars lopen uiteen van 8 tot 10.

Heb nu een lus voor de boeg. Kerkwegels loodsen mij het dorp uit, lichtjes klimmend. Op het plateau stuurt een brede kasseiweg door weilanden mij richting Arsimont. Ik ontwaar de eerste ‘kattekes’ aan de bomen. Het zonnetje bevestigt, de lente is in ’t land! Kruis door het dorp en daal steil af naar de Samber. Aan de overkant strooit een jong berkenbos met licht, mooi. Moet meteen terug klimmen en langs voetbalvelden en een woonwijk terug naar de garagerust. Volgens de twee helpers heb ik er 15 kilometer opzitten (waarvan 14,5 over asfalt). Na een glaasje fris loop ik opnieuw de kerkwegels in en zak vervolgens naar de vallei. Loop zodoende onder de bossen door …U raadt het al …over asfalt ! Bij de Samber eindelijk een bosstrookje maar dan opnieuw langs Gods wegen weg van het water. De heuvel is bebost met jonge boompjes, we mogen er naar kijken. Bij het binnenlopen van Mornimont komt ik Brigitte & Arobase tegen. Laat mijn teleurstelling over het parkoers blijken. Deze streek heeft weinig te bieden, is haar antwoord. Ik pauzeer even met een Juppeke, heb nog ruim de tijd tot de trein. Reken nog zo’n 7 kilometer voor de boeg te hebben. Krijg warempel enkele tientallen meter modder onder de sloffen geschoven, terwijl ik een riviertje volg. Daarna terug asfalt door Spy en een heuvel op. Mij bekende onverharde paden worden straal genegeerd. Gelukkig biedt het plateau een schitterend vergezicht waar ik mij aan optrek. Mag nu enkele honderden meter onverhard lopen tot het volgende dorp : Soye. Wandel er rond de kasteelmuur en zet dan mijn ultieme koers naar de Samber in. Meen in het weiland Mia te herkennen maar denk te dwalen, die zouden wel erg ver van thuisbasis Geulle weg zijn! En toch, enkele tientallen meter voor de aankomst een auto met Nederlandse nummerplaat. Jac staat zijn boterhammetjes op te eten, wachtend op vrouwlief fotograaf. Ook hij maakt zijn beklag over het toch wel erg zwakke betonparkoers.

De klap op de vuurpijl maak ik in de startzaal mee. Wilfried, Nathalie en Ghislaine zijn ook naar hier afgezakt. Ik wil hen op een biertje trakteren maar ook deze voorraad blijkt op te zijn, al is het nog maar 15:00. Een café zonder bier, maak dat mee. Gelukkig heeft één iemand het lumineuze idee ‘een vat te steken’ en kunnen de dorstigen alsnog gelaafd worden. Mijn clubmaatjes keren huiswaarts, ik besluit de extra lus van 6km nog te lopen. Geheel volgens verwachting dus vrijwel volledig verhard. Eerst langs de Samber, nu stroomafwaarts. Vervolgens door de velden terug naar het dorp, met uitzicht op rotspartijen in de heuvels. Tenslotte een stratenlus die mij voorbij de Chapelle St-Pierre loodst. Ik ben net op tijd terug om nog gauw een pintje te drinken en samen met Eddy en zijn vrouwtje treinwaards te lopen.In het volgende station, Floreffe, krijgen wij het gezelschap van wel 100 scouts. Het wordt in Namen hollen om de trein naar Brussel te halen, samen met de jonge meute. Eddy loodst ons de coupe eerste klas binnen en zo sporen wij rustig naar Brussel-Noord. Ik raak er mijn kompanen kwijt en stap alleen op de trein naar Antwerpen. Daar zit Jefke weer. Hij wandelde te voet van Franière naar Namen (zo’n 11 km) en was blijkbaar nog voor ons in Brussel. Genoot er van een Duvelke en zodoende zijn we terug samen. Neem afscheid van hem in Berchem met een ‘tot morgen in Schelle’.

Samengevat kan ik maar één positieve zaak vertellen over deze tocht. De afpijling was vlekkeloos. Qua parkoers en organisatie krijgt ze wel mijn nominatie voor de prijs van teleurstelling van het jaar. Alles kan beter, maar denkelijk zonder mij volgend jaar.

FOTOREEKS

 http://s1022.photobucket.com/albums/af344/nederbelgenopst...

22:14 Gepost in wandelen | Permalink | Commentaren (0) | Tags: namen, -f

09-02-10

06.02.2010 Les Spartiates te Ernage

Van Antwerpen-Berchem naar Brussel-Noord reis ik met Herman, Marleen en Tony. Het tweede deel van de reis naar Gembloux en Ernage maak ik vol met een Voske uit Vosselaar wiens naam ik niet ken. Uiteraard is ‘de Max’ ons dankbaar onderwerp van gesprek. De helper van Les Spartiates is zo vriendelijk de rit vanaf het station twee keer te maken zodat wij extra vroeg aan de start verschijnen. Sympathieke mensen daar op de grens van le Brabant Wallon en la province de Namur. Na de koffie trek ik mij op gang bij een heldere hemel en frisse, net vorstvrije temperaturen. Een kort ommetje door de velden en vervolgens wandel ik door de nieuwbouw van het stille dorpje. Aan de overkant trek ik de weidse akkers in, rondkijkend over weidse vergezichten zet ik rechttoe, rechtaan koers naar de eerste rustpost in La Forge te Perbais. Heb nog geen 4 kilometer op de teller staan en stoom dus gelijk door. Maak een leuke babbel met een Vlaams koppel die ook de marathon lopen. Vanaf Chastre loop ik hetzelfde strookje parkoers als voor een paar weken bij de Guibolles. Wandel hoog boven de kronkelende rivier l’Orne tot in Blanmont. In zaaltje Patria ligt de tweede rustpost, heb er bijna 7 kilometer opzitten en pauzeer voor een koffietje. Een wandelaar maakt zich druk want zal wegens foutlopen slechts de helft van de geplande 50km afleggen. Helpers willen hem per auto terug op het parkoers brengen maar hij weigert dit categoriek en stapt meteen terug het zaaltje uit.

Ik ben meteen gewaarschuwd en alert voor de rest van de dag, kan foutlopen missen als kiespijn. Stap net als voor een paar weken langs het Fortis Training Complex en de l’Orne richting plateau van Alvaux. Zal aan de overkant van de vallei de Ry de Corbais volgen tot de Tour des Sarrazins en zijn kampeerterrein. Even verder pikken wij het mooiste deel van de rivier op en wandelen in omgekeerde richting door de tunneltjes . Dit is een prachtig stukje parkoers. Voor mij blijft een dame aan bramen hangen en kust de nattige bodem, gelukkig zonder erg. Pauzeren doe ik opnieuw na 12,5 km in een schooltje te Hévillers. Maak er een babbel met Eddy (fotograaf) en zijn vrouwtje. Zoek vervolgens de bonkige kasseiweg op voorbij de verscholen Chateau et Tour de Bierbais. Een stevige voetmassage verder wenken opnieuw de weidse, golvende akkers. Bij een holle weg verlaten de wandelaars van de 27km ons en ik loop rechtdoor …de modderpaden tegemoet. Het wordt even akkeren en ook wel sakkeren, tot de enkels door de vettige landbouwgrond ploeterend grondgebied Court-St-Etienne. De zon schittert in een blauwe hemel, het wordt echt wel warm, heb te veel laagjes om het lijf, zweetdruppels parelen op mijn voorhoofd. Heerlijk natuurlijk. De lange veldlus wordt onderbroken door een strook sparrenbos. Er voorbij een kapel en prachtige immense vierkantshoeve. Ik ben blijkbaar in Sart. Doorkruis het dorp langs kerkwegels en kom in een veel sterker heuvelend gebied terecht. In het dal stroomt La Thyle. Volg het water en de spoorbaan tot voorbij het stationnetje van La Roche. Eén heuveltje later ligt de rustpost in een lokaal van ‘jeu de boules’.

Het wemelt hier van de bekenden, de meesten Vlamingen van Waregem over Geraardsbergen tot Hechtel. Ook Jefke komt binnen vallen en stoomt haast meteen door, die heeft er zin in. Het extra lusje van de 42 km voert mij hoog boven de vallei van La Thyle en een dorpje gekenmerkt door zijn kerktoren. Ik mag de bossen in voor een pittig stukje parkoers tot de Moulin de Chevelipont, mijn keerpunt. De 50 km trekt nog verder weg richting Villers-la-Ville. Aan de overkant van de weg een stevige klim in bos en vervolgens een lange afdaling over de kasseitjes van Tangissart, het kerkje van daarnet. Terug de baan over dan en een korte klim richting rustpost ‘jeu de boules’. Blijkbaar werden de pijlen op dit laatste stukje gesubtiliseerd en door helpers vervangen met A4-blaren. Waalse improvisatie die ik zeer kan smaken. Vat de volgende etappe aan samen met Xavier. Dwarsen een laatste keer de vallei van La Thyle en zijn bijriviertjes en klimmen vervolgens door hetzelfde bos als daarstraks tot op het plateau. Geen asfaltbaantjes deze keer maar zorgvuldig uitgezochte eenmanspaadjes, soms holle wegjes, leiden ons naar een pracht van een witte hoeve met donjon in het midden van de gebouwen. Langs zijn meidoornhaag zetten we koers naar de volledig open ruimte met een vergezicht van bijna de volledige 360°. Lopen hier duidelijk op het hoogste punt van de streek, genietend bij nog steeds prachtig weer. Een betonbaantje gaat over in een holle weg tot aan riviertje La Houssière. Een korte klim verder ligt de rustpost van Hévillers na 33,3 km.

Het is er al behoorlijk stil, de zaal half opgeruimd. Toch neem ik de tijd voor een Juppeke en een klappeke met de Westvlaamse wandelbroertjes en Jean & Liliane, die tot de foutlopers behoren en aan hun extra lusje bezig zijn. Zo halen ook zij vandaag 42 km, de wandelfreaks ! Ik wandel het dorpje uit en krijg een klim te verteren die makkelijker is als hij er van ver uitzag. Herken vanaf de brug over de spoorbaan de omgeving van de Moulin al Poudre. Loop terug naar Blanmont over hetzelfde leuke pad als voor twee weken. Stempeltje nemen en wegwezen, langs kerkwegels het dorp uit. Er wacht terug een veldetappe tot de Ry d’Almez en even verder de rustpost van Perbais. Stoom ook hier gelijk door voor de laatste 2,5 km. Dezelfde veldweg als vanmorgen maar dan in omgekeerde richting. Ben nog voor 17:00 terug in de zaal en regel het transport naar het station voor mezelf en Tony. Na het genieten van een bruintje brengt dezelfde beminnelijke man als vanmorgen ons terug naar Gembloux. Net bij het station komt Jefke aangewandeld. Gewoontegetrouw keerde hij te voet terug. Met z’n drietjes vatten wij de terugreis aan. In Brussel gaan mijn maatjes nog een Duvelke soldaat maken, ik neem de eerste trein naar Antwerpen. Ben al van voor 05:00 mijn bed uit, het is welletjes geweest. Zo op mijn eentje kijk ik terug op een leuke zonnige dag en een aangename tocht. De beste ooit vanuit Gembloux volgens Jefke en dat werd bevestigd door menig tevreden wandelaar, waarvan niet minder dan 200 op de 50km, een succes.

 FOTOREEKS

http://s1022.photobucket.com/albums/af344/nederbelgenopst...

20:44 Gepost in wandelen | Permalink | Commentaren (0) | Tags: namen, -e

25-01-10

23.01.2010 Culs de Jatte du Mauge te Hamois

Wij halen af aan het station van Ciney om 08:00, lees ik in de e-mail van de club verantwoordelijke. Het noopt mij Lindake om het ontiegelijke vroege uur van 05:00 uit het warme bed te halen, midden in de nacht eigenlijk. Om 5:44 spoor ik richting Brussel, zo’n drie kwartier later met de Luxemburger tot de Naamse Condroz. Mijn gastheer is netjes op tijd, ik ben zijn enige klant. Anderen komen om 9 uur zegt hij, wat mij toch wel doet knarsetanden. Tien minuutjes later zijn we al bij het startzaaltje in Haie Jadot, een gehuchtje van Hamois. Het gonst er van de activiteit in een gemoedelijke sfeer. Aan de inschrijftafel maak ik kennis met een bevallige, goedlachse Colette Keser. Weer een naam waar ik een snoetje kan op plakken. Clubmaatje Peter heeft daar allerminst problemen mee. Dacht ik veel wandelaars te kennen, dan ben ik maar een broekventje vergeleken bij hem. Elke wandelaar die de zal binnenkomt lijkt hem te kennen en komt hem begroeten, het is haast onwaarschijnlijk. Mij valt de eer te beurt vandaag nog eens te wandelen met onze beroemde Vlaming.

Na het klassieke koffietje trekken we ons op gang. De 7 en 30 km mogen meteen alleen op pad. Een eerste hellende veldweg verder, gaat de 30 km er al alleen vandoor. We doorkruisen dra een jong beukenbos met ondergroei van bramen, lekker golvend. Worden afgezet bij een uitzicht over weidse, zacht glooiende velden en vervolgen ons weg langs de bosrand. Een klaarblijkelijk recent aangelegd Ravel fietspad loodst ons naar Bormenville en zijn vroeger station, nu woonhuis. Uitleg kunnen we netjes in beide landstalen lezen op een groot informatiebord. We vervolgen onze weg door glooiende weilanden en rustende akkers tot bij de voetbalterreinen van Condruzien. Even verder ligt de rustpost in het clublokaal van CJM te Hubinne. We hebben er 7,1 aangename kilometer opzitten, die we vlotjes uitkeuvelden. Een wandelaar van Les Sucriers Brugelette die hier van de bus stapte, krijgt tekst en uitleg hoe de start te bereiken.

Trekken over een rustig tarmacje hoog boven een slingerend riviertje verder. Koebeesten staan warm op stal langs de rand van de weg en te midden het dorp, typisch voor Wallonië, waar eenvoud de samenleving nog siert. Krijgen een pittige klim voorgeschoteld, wandelend over betonwegjes door de weilanden. Bij een immense mesthoop verlaten de 7km ons en stappen wij verder richting Ferme St-Paul en bosrijk gebied. De Foret Communale van Hamois en Havelange vloeien in elkaar over. Hun heerlijke dreven maken onze wandeltocht aangenaam. Het eerstvolgende dorp dient zich aan. We pauzeren een tweede keer in het pietluttige schooltje van Jeneffe na 14,3 km. Hoeven net niet op elkaars schoot te zitten om een plaatsje te bemachtigen. Weinig Vlamingen hier, een paar Nederlands Limburgers niet te na gesproken.

De 20 en 30 km lopen vanaf deze rustpost een extra lusje. We duiken de velden in, voorbij een paar prachtige hoeves. De klimmende veldweg ligt er nog besneeuwd en modderig bij. We zoeken er ons een weggetje door tot bij de bosplukken van Chantraine. Draaien er een tarmacje op, zwaar beschadigd door het voorbije winterweer. Wandelen parallel met de groene vallei op de heuvel tegenover Jeneffe voorbij het kapelletje van Les 5 Tilleuls en tot randje Porcheresse. Het ronduit schitterende uitzicht doet ons de verharde ondergrond vergeten. Bij Poncia duiken we de vallei in en meteen terug omhoog tot de rustpost van Jeneffe. Deze keer oogt hij haast volledig Vlaams. Met Sabine, Freddy en de twee wandelbroertjes zelfs Westvlaams. Ik kom net tijd te kort om een extra lusje te lopen, treintje komt zo … De laatste etappe stuurt ons meteen terug de groene akkers en weilanden in, aan de andere kant van het dorp, richting La Cave Romaine. Ook nu weer kunnen we genieten van een prachtige afwisseling van bossen en gecultiveerd land. Deze variatie mede met de prachtige vergezichten, zijn de uithangborden van deze tocht. We lopen dan ook als twee tevreden wandelaars het afgeladen volle zaaltje binnen. Doen er ons tegoed aan een paar lekkere Rochefort, Peter tevens genietend van een heerlijk geurende hutsepot. Terwijl wij daar zitten praten met onze mede wandelaars wordt een clublid gehuldigd voor zijn 80.000 kilometers. Collette, Brigitte en Claude zijn er als de kippen bij om de korte ceremonie te vereeuwigen met hun digitaaltje.

Ik neem afscheid van mijn gezel en de charmante mensen van CJM, mijn gastheer brengt mij tijdig terug voor de trein van 16:01. Ik kijk vanuit mijn luie spoorzetel tevreden terug op een leuke tocht gelopen bij zeer warme, charmante mensen. Wandelden wij bij heerlijk droog weer in Antwerpen valt de regen druilerig naar beneden. Geen nood, busje komt zo als is het met een aangekondigde vertraging van 14 minuten. De tijd tikt langzaam weg … 14, 15, 16 minuten …bus afgeschaft !! Wordt dus ruim een halfuur wachten tot de volgende. De Lijn en de NMBS één front?

 FOTOREEKS

http://s1022.photobucket.com/albums/af344/nederbelgenopst...

20:30 Gepost in wandelen | Permalink | Commentaren (0) | Tags: namen, -h

21-12-09

19.12.2009 Namur Illuminé door Wallonia

Mijn vertrouwen in het NMBS personeel staat gelijk met de buitentemperaturen, beneden het vriespunt. De minimale vertraging tijdens mijn dagelijks traject bedroeg deze week 30 minuten. Ik waag het dus niet te gokken op tijdigheid van de eerste Amsterdammer en speel op veilig met de namiddagtocht van Wallonia. Vertrek voor de zekerheid een uurtje te vroeg. De bus naar Antwerpen en de trein naar Brussel zitten proppensvol cadeautjesjagers en Kerstmarkt fanaten. Gelukkig is het rustiger op het traject Brussel – Namen. Ben zowaar klokvast bij aankomst in La Capitale de Wallonie. Wandel op mijn gemakje naar de startzaal in Salzinnes zo’n kilometertje verder. Wordt er hartelijk begroet door meerdere helpers, reeds in volle ornaat. Les premiers sont déjà partis, vous pouvez y aller ! Zoals steeds draagt deze club zijn bezoekers een warm hart toe.

Ik schrijf in en ga gelijk op pad, had mijn koffie al op in Brussel-Noord. Het valt meteen op hoe weinig sneeuw er hier ligt in vergelijking met Brussel en Antwerpen. Toch is het opletten geblazen want de paden liggen er bijwijlen glad bij. Kan ik meteen mijn nieuwe schoeisel op dit terrein uittesten. Zij doorstaan de proef met glans. Ik wordt meteen naar de Samber gestuurd en mag over smalle sluisbruggen naar de overkant. Stap terug richting Naamse centrum langs de gekanaliseerde rivier. Even een ommetje door een heuvelend park met vijver en vervolgens stap ik voorbij l’ Arsenal. Na de universiteitsgebouwen komen de gezellige smalle winkelstraatjes aan de beurt. De kasseitjes zijn opvallend bedekt met lopers in alle kleuren, paars, zwart en rood. De rode loper zet mij af bij de zaterdagmarkt waar de marktkramers net …opkramen. Het is ijzig koud terwijl ik mij verder spoed door de Naamse straten. Na 4,2 km de eerste rustpost in Ecole Notre Dame. Ik vind dit te vroeg om te stoppen en stoom gewoon door. Voorbij het theatergebouw is het volgende plein omgetoverd tot kerstmarkt. Blijkbaar ben ik ook hiervoor te vroeg want er is nauwelijks activiteit. Wordt door onwaarschijnlijk slecht liggende kasseitjes gestuurd. Nochtans ligt er een pracht van een hotel/restaurant in deze bizarre buurt. De geur van ‘scampis à l’ail’ prikkelt er mijn neus en smaakpapillen. Dra volgt de brug over de spoorbaan. Ik loop de parkoers controleur op de hielen. Laat de man terug wat afstand nemen. Nu volgt, alleen voor de 20km wandelaars, een meer dan stevige klim. In schuifjes gaat het tot het uitzichtpunt van ‘Le Grand Feu de Bouge’. Op 21/02 worden op 7 heuvels rond Namur grote vuren ontstoken. Vanaf dit van Bouge kan je ze dan allemaal zien en mag je een wens doen, zo wil het de legende. Adeps organiseert hier die dag trouwens een tocht. Bots op een bordje ‘après controle’ al heb ik die nog niet gezien. Blijkt dat een snoodaard het plakkaatje rond de paal gedraaid heeft. Onze controleur herstelt het euvel. Rechtover de kerk van Ste-Rita ligt het kleine, knusse rustzaaltje (10,1 km). Tijd voor koffie en een broodje.

In tegenstelling tot wat ik mij van vorige edities herinner denderen we deze keer meteen terug de helling af. De Rue de Balart daalt tot 10% scherp. Maar eerst even genieten van het fantastische uitzicht dat je van hierboven hebt. Het weer is intussen zonnig, voelt helemaal niet koud aan al is het dan -7°C. In het dal lopen we mits een passerel evenwijdig de spoorbaan de Maas over. Zetten koers langs de rechteroever van de stroom, stroomopwaarts en voorbij de samenvloeiing met de Samber. Een prachtig uitzichtpunt is dit met de Citadelle in volle glorie. De parkoersmeester loodst ons even door de winkelstraat van Jambes en vervolgens de gelijknamige ‘pont’ over. Ik begin te snappen wat de bedoeling is. Was de naam van de laatste rustpost niet Citadelle ? En inderdaad, de deugniet stuurt ons naar de Samber en vervolgens de kasseitjes op. Uit ervaring weet ik dat het onderste gedeelte er krakkemikkig bijligt. Is nu even niet zichtbaar vanwege het laagje sneeuw. Waag er mij, net als de andere wandelaars, niet op en loop over het onverharde randje, de stevige helling op. Met wat keren en draaien komen we aan de Maaskant uit en klimmen verder tot Terra Nova, de laatste rustpost. De aangegeven 3,7 km leken mij heel wat langer. Maakt niks uit want dit is een mooie tocht, ook overdag.

Weer sla ik de rustpost over en loop gelijk door. Wordt nu de catacomben, onderaardse gangen ingestuurd. Zijn niet gemaakt naar de maat van grote jongens en ‘kop in kas’ kruip ik er haast doorheen. Prachtig is dit strookje ook wel weer. De tunneltjes gaan in stijgende lijn en zetten ons of op de Esplanade. Aan de overkant van de vallei liggen de noordelijke akkers en weilanden er opvallend groen bij. Het blijkt hier dus wel degelijk nauwelijks gesneeuwd te hebben de laatste dagen. Tarmacjes sturen ons naar de top van de helling voorbij de Chateau de Namur. Jong en minder jong laat zich met sleeën van de hellingen afglijden, eerder over bevroren gras dan wit poeder, maar dat kan duidelijk de pret niet drukken. De afdaling wordt ingezet voorbij Chapelle Ste-Therese. Doorkijkjes laten genieten van een roos kleurende avondlijke lucht over de vallei van de Samber. Een bosstrook brengt ons een verdieping lager. Randje hoofdweg volgen wij diens haarspeldbochten, netjes achter de vangrails lopend. Zo bereiken we de Naamse straatjes in de vallei. Voetpaden zijn kasseitjes. Een laatste straat door het universitaire centrum, de twintig kilometer zitten erop. Tijd voor een Chimay Blue.

Ik ben nog wat te vroeg voor de geplande treinrit en besluit de 4 km bij te lopen. Het is intussen donker en voorzichtigheid bij het wandelen is nu geboden. Net als ik bij de sluis komt vaart een schip binnen, altijd een leuk gezicht. De oever van de Samber met zijn zachte verlichting heeft iets idyllisch van Parijs. Na het ommetje door het park en voorbij l’Arsenal kom ik weer bij de kasseitjes uit. Een tweede Chimay Blue kan nog net, een mens leeft beter niet op één been. Het korte wandelingetje naar het station en vervolgens een warempel voorspoedige terugreis naar Brussel en Antwerpen. In het Centraal station merk ik dat de treinen komende uit Amsterdam meer dan een uur vertraging hebben. Was het mannelijke intuïtie vanmorgen ? Kom tevreden terug thuis, ook overdag blijkt deze Namur Illuminé de moeite waard.

 FOTOREEKS

http://s190.photobucket.com/albums/z182/fototripper0707/1...

23:05 Gepost in wandelen | Permalink | Commentaren (0) | Tags: namen, -n

09-11-09

07.11.2009 Wallonia Namur te Jambes

Ruim drie kwartier heb ik de tijd om te ontbijten in het station van Brussel-Zuid. De aansluiting van treinen richting Dinant met deze uit Antwerpen laat te wensen over. Inderdaad, beste lezer, ik ben weer alleen op pad. Linda had iets gelezen in de trant van 90% regenkans en daar is het lieve kind allergisch voor. De schat zet mij wel af bij Berchem station waar ik Jefke tegenkom. Geen wandeling voor hem vandaag maar een ruilbeurs in Hoegaarden van etiketten van bierflessen. Ik had van een ‘biersteker’ niet anders verwacht ! In Brussel-Noord neemt hij afscheid van mij, Jambes staat morgen zondag op zijn programma. We zijn met z’n tweeën die van de trein stappen in Jambes. Ik laat mij op sleeptouw nemen door de Waalsbrabander die echter evenmin …de weg naar de start schijnt te kennen ! Effe vragen dus en dan in gestrekte draf de Rue de Dave af tot de Genie kazerne. Ik kom er gelijktijdig toe met een bus Werviknaren, waarvan ik niemand ken. Zij spreken wel een sappig taaltje, een mix van Frans en Westvlaams, grappig.

Klokslag tien uur vertrek ik voor mijn 34,4 km. Enkele tientallen meters na de kazernepoort wandelen we al langs de Maas. Mist omringt nog de beboste heuveltoppen aan de overkant van de stroom. Meeuwen zitjes netjes op een rij op de kabels die het water overspannen. Het lijkt alsof zij sinds vorig jaar niet bewogen. Ik stap het sluizencomplex over en zet aan de overkant koers naar La Plante, de eerste stempelpost na 1500 meter. Het begint helaas ook zachtjes te druppelen. Ik bedenkt dat Linda misschien wel de juiste beslissing genomen heeft. Meteen na de oversteek van de steenweg richting Yvoir en Dinant begint het serieuze werk. Lange trappen loodsen ons stevig de heuvel op. De opwarming was kort, het is nu ‘pompen of verzuipen’. Betonpad tussen woningen maakt plaats voor een keienondergrond en beboste heuvel. Pfff, altijd zware kost, die Maasvallei uitkruipen. Bij de houten (orthodoxe ?) kapel wordt de top bereikt, niet meer nat van de regen maar van het ‘kantoorzweet’. We volgen nu een heel eind een vlakke ‘route dégradée’, een verkeersader die een opknapbeurt krijgt. Een beetje on-Walloniaans dit strookje. Maar, de heerlijke bossen wenken. Het is even opletten om geen pijlen te missen. Hun flauwe gele kleur valt nauwelijks op tussen het massale bruin van gevallen loofblad. Eén keer roepen medewandelaars mij terug, ik heb een pijl foutief gelezen. Het onverharde gaat over in een vlak fietspad en na afsplitsing van de 14km terug naar onverhard. Ik wandel hier vrijwel alleen, mede door het late startuur. Heerlijk genieten is het. We verlaten het bos bij de stille woonwijken rond Chapelle Lessire. Blijven nog een hele tijd hoog op het plateau tot de dreef van Domaine St-Berthuin. Deze is de aanzet tot een vrij technische afdaling naar de gelijknamige scholengemeenschap in Malonne waar ik een eerste keer pauzeer. De 7,7 km leken mij ‘goed gemeten’.

Het zonnetje schijnt weldadig over de tegenoverliggende heuvel als ik terug vertrek, de uitgesleten arduinen trap op. Hoeveel duizenden scholieren zouden hier ooit langsgekomen zijn ? Aan de overkant van de hoofdweg een minuscuul paadje, stevig bergop. Het modderig wegje leidt ons tussen struikgewas de heuvel op tot bij een prachtig uitzicht over ingesloten groene akkers. In het bos aan de overkant blijft het vals plat lopen tot een schitterend uitzicht over de Samber. Beneden aan de oever de industriële gebouwen. Aan de overkant links weilanden en bosjes, rechts de voorsteden van Namur. Een pittige afdaling voorbij een bebloemd kerkhof (net Allerheiligen geweest) zet ons terug af in Malonne. We wandelen rond de Monastère des Clarisses en vervolgens door een bosstrook terug de heuvel af. Stappen dwars over het winkelterrein naar de Samber en ‘les silos de Floreffe’, betonnen torens. Ik volg een eindje stroomopwaarts de rivier, mij vermakend met het uitkijken naar aalscholvers op zoek naar prooi of als Dracula’s zitten drogen met wijds gespreide vleugels. Loop een tweede maal fout aan de overkant van het water. Niks slecht gepijld, gewoon eigen schuld, dikke bult. Het begint stevig te regenen terwijl ik op mijn eentje het kloostergebouw en het kerkje van Floriffoux voorbij loop. Enkele honderden meter verder ligt de derde rustpost in een hoeve. Ik heb er 12,8 km opzitten. Ben best tevreden met het, mij vrij bekende, gebodene tot nog toe.

De 35 en 42 km gaan enkele honderden meters verder uit elkaar. Het regent al niet meer als ik langs stille straten aan een klim begin, het dorp uit. Kan genieten van het fraaie uitzicht op rossige bossen. Ik blijf gewoon rechtdoor asfalt lopen tot Flawinne. Draai er een bospad in, dat er vrij glad bijligt vanwege onderliggende leisteen en andere keien. Loop een tijdje mee met pas aangebrachte Adeps pijlen van de ‘parcours commun’. Denkelijk een tocht morgen zondag. Kom het bos terug uit en dwars de Chaussée de Nivelles. Moeten nu wat straatjes lopen, mij vergapend aan de veelkleurige bomen in herfstkostuum. Steek terug de chaussée over bij Belgrade en koers door de prachtige Drève Flovana. Een hobbelig kasseipad afgezoomd met vervellende platanen. Wandel hoog op een kim met aan weerszijden een prachtig uitzicht op de omgeving. Links de bossen bij Malonne, rechts het meer agrarische gebied naar het noorden. De rustpost blijkt een donker hol te zijn bij het plaatselijke kasteel. Binnen een witte partytent, het heeft iets hekserigs van Halloween. In contrast eigenlijk met brede glimlach die ik van Freddy en Sabine krijg, die natuurlijk op de 42 km zitten. Even een babbel en zij gaan er vandoor. Ik lepel een soepje uit, er komt nu een etappe van 10,7 km …of toch niet. De helper bezweert mij dat er een extra rust voorzien is in een bus van de TEC. We merken het wel.

De parkoersbouwer stuurt ons door de Rue Belle-Vue. Neen, natuurlijk niet genoemd naar het brouwseltje van Constant zaliger ! Wel naar de prachtige vergezichten die mij het asfalt onder de voetjes doen vergeten. Bij prachtig zonnig weer mogen we de heuvel af, dra gelukkig ook over onverharde, nattige paden door bosjes en weiland. Moeten dan helaas een stuk steenweg volgen tussen spoorbaan en Samber tot …de verlossende bus TEC in Bauce. U hebt zowat vier kilometer afgelegd, zegt de helper van dienst. Lang pauzeer ik niet, de klok tikt weer verduiveld snel. Loop nog een stukje steenweg met hoog boven mijn hoofd de kerk van Flawinne. Steek de Samber over bij de Pont de Malonne en duik terug het groen in. Kilometers lang lopen we onderaf de beboste heuvel in het ros en groen, alsmaar vlak en alsmaar rechtdoor. Echt heerlijk, zo in deze kleurrijke omgeving te mogen wandelen. Bij ‘la gueulle du loup’ draaien we weg van de steenweg en volgen een glibberig paadje langs een beek. Al lijkt het wegeltje grotendeels vals plat, ik kom nauwelijks vooruit. Snap er eigenlijk niks van, voel me niet echt moe en toch loop ik te harken dat het niet mooi meer is. De twee dametjes voor mij glijden stilletjes van mij weg, inwendig vloek ik. Bij het verlaten van het prachtige pad doemt de achterkant van de Citadelle op. Langs statige villa’s stap ik stevig door naar de laatste rustpost in de Ecole Hotellière, met uitzicht op de Maasvallei. Freddy en Sabine beginnen er al aan de laatste loodjes.

Ik neem de tijd voor een pintje en rond 16:45 zet ook ik aan voor de laatste 4,5 km. Het wordt een feestelijk intrede in de Waalse hoofdstad. Voorbij het pompeuze Château de Namur en de Esplanade dalen we langs de kasseiweg de buitenkant van de Citadelle af. Bij valavond krijgen we een fantastisch overzicht te verwerken over de Maasvallei, de stad en de omliggende velden. Om het hoekje komt ook de Samber piepen en de vele historische Naamse gebouwen. Het doet er een beetje aan de Seine denken. Eenmaal terug in de vallei kuier ik nog even langs de Maas, steek over naar de overkant middels de Pont de Jambes. Enkele straatjes nog en de finish wordt bereikt rond 17:30. Het ontvangstcomité is nog talrijk en Vlaams met Roger & Monique, Sabine & Freddy, Clement & Daniel, Peter & Nestor. Allen hebben zij het over de laatste helling. Ik was blijkbaar niet de enige die daar naar boven zwoegde, een hele geruststelling toch. Bij de laatste verlaat ik de kazerne. Het zal zowat 22:00 zijn voor ik terug in Hemiksem aankom waar Linda mij opwacht met een overheerlijke choucroute. Het leven kan mooi zijn …

 FOTOREEKS

http://s272.photobucket.com/albums/jj174/fototripper0808/...

23:05 Gepost in wandelen | Permalink | Commentaren (0) | Tags: namen, -j

24-07-09

21.07.2009 La Caracole Andennaise

Het kost mij weinig moeite Lindake te overtuigen onze Waals vrienden op te zoeken. La Caracole heeft ook bij haar een ijzersterke reputatie. De weg ernaartoe zal nochtans niet zonder hindernissen zijn. Het eerste drasjke op de Brusselse ring maakt ons niet veel uit. De Arm der Wet komt ons even verder in razende vaart en met blauwe zwaailichten voorbij gevlogen. Inderdaad de voorbode van een zwaar ongeval ter hoogte van Rosières. Allemaal netjes op één rijvak, ons vergapend aan twee auto’s die tot schroot herleid zijn. Hopelijk blijft het menselijk leed beperkt. Op de A42 tussen Namen en Andenne zijn wegenwerken aan de gang en vorderen we met een slakkengang van zo’n 70km/uur. Dan staat ne mens eens wat vroeger op !!

Het is erg stillekes in de startzaal al blijken reeds meer dan 400 deelnemers vertrokken te zijn volgens de cijfers verstrekt door de organisatoren. Lijkt ons veel zo rond 08:30. Andenne ligt in de Maasvallei en dus laat de eerste klim niet lang op zich wachten. Stille, potige tarmacjes leiden ons rond het plaatselijke kerkhof en zorgen voor een eerste vergezicht over de stad en de tegenoverliggende heuvels. Het gaat steeds hoger, menig wandelaar zoekt al naar zijn tweede adem. Pas in het bos mogen we opnieuw dalen, vrij technisch en steil tot de Moulin de Kevret randje Coutisse. Recupereren is er niet echt bij. Door het bos volgt meteen een tweede klim die ook mij pijn doet. Berggeit huppelt dartel voor mij uit, de stijgingspercentages hebben op haar geen vat. Ik ben dus wat blij met het eerste vlakke strookje langs de bosrand voorbij een kleine kudde boerenknollen, die nu al het lommer opzoeken. Bij het verlaten van het bos bemerken we de rookpluimen van Tihange. Even verder ligt de rustpost, een tent en wat bankjes in de buurt van Roberfroid na 5,3 pittige kilometer.

Jefke komt er ook net aan, even een babbel en hij trekt verder. Steekt in bloedvorm, die kerel. Net als wij terug vertrekken krijgen we het gezelschap van clubmaatjes Mieke en Roland. Samen stappen wij de tweede etappe, hoofdzakelijk door een stevig golvend weidelandschap. Een erg leuke afwisseling t.o.v. het eerste deel. In Coutisse dorp een stevige klim voorbij de kerk tot de rustpost. Roland danst als een Pyreneeënbokje naar boven, ik volg zwoegend op enkele meter. Onze maatjes stomen meteen door, wij gaan aan de koffie. Waren stevige eerste 10 kilometer. Wandelen verder over een vlakke weg door het dorp , hoog boven en parallel met een vallei. Bewonderen de enkele fraaie huizen in bruine natuursteen. Een holle weg met losse keien brengt ons een verdieping lager, bij een grote vierkantshoeve rand Haltinne. Een rustig tarmacje stuurt ons verder naar beneden. Populieren in de weilanden staan vol maretak. We passeren het prachtige plaatselijke château, zijn vijvers vol met reuzengrote karpers. 10%, lees ik op het bord dat ons tot bij een Romaans kerkje uit de XIe eeuw voert. Rusten doen we er in de voetbalkantine van Haltinne (Strud) na 16,7 km.

Met een omwegje keren we terug naar de omgeving van het kerkje in Haltinne. De eerste kilometer wandelen we over asfalt wegeltjes door de akkers met hun rijpend graan. Vervolgens mogen we terug de relatieve koelte van de bossen opzoeken. Onverharde paden met rollende keien teisteren nu onze voeten. Het parkoers is behoorlijk heuvelend. We verlaten het bos bij Ohey. Een eenmanspaadje voert ons naar het dorpscentrum en de rustpost na 24 km. We hebben al genoten van een heel leuk en gevarieerd parkoers. Moeten nu dwars door het dorp en zoeken een plateau op. Wandelend door granen en biet, mogen we genieten van hemelse vergezichten bij een prachtig weertje. Deze, vrijwel vlakke etappe, toch voor Waalse normen, zet ons terug af in Coutisse na 29 km. Wij lopen weer duidelijk achteraan de groep, veel medestaanders komen we niet meer tegen. Kunnen we des te beter van de prachtige omgeving genieten.

We blijven nog een tijdje op het landbouw plateau lopen. Lichtgolvende asfaltpaden voeren ons door akkers en weilanden. Het eerstvolgende bospad, dat ons een verdieping lager zal afzetten, is bepaald nattig. Hierna volgt vals plat door granen en bosjes. In de ingesloten valleitjes is haast geen zuurstof aanwezig terwijl de zon ongenadig onze kruinen teistert. Op zo’n momenten besef ik dat mijn zuurstoftoevoer door nauwere pijpjes aangebracht wordt dan bij ‘Jan modaal’. Het is eventjes knokken, op mijn slecht karakter naar de volgende bosstrook verlangen. Een paar diepe zuchten en we zijn opnieuw ‘den oude’. De voorlaatste rustpost, terug bij Roberfroid, komt er aan na ruim 34 km. We blijven nu in de bossen. Onze voorgangers slagen erin niet minder dan vijf pijlen te missen en rechtdoor te lopen waar duidelijk rechtsaf staat. Beetje moe, dames en heren ? Nochtans, wat nu volgt is werkelijk geniaal. We gaan een kronkelend beekje volgen, een hele afdaling naar de Maas lang, door een wild bos. Het eenmanspaadje slingert zich vrolijk door het groen. Het begrip bruggetje is hier heel relatief. Gammele balkjes die zowat drievierden van de waterbreedte ‘overbruggen’ en dan …springen in de hoop geen natte voeten of meer te krijgen. Wij komen er telkens netjes doorheen. Randje Gives bereiken we de oever van de Maas en wandelen nu stroomopwaarts tot in Andenelle. Krijgen een laatste stempeltje in het schooltje onder de toren van Eglise St-Pierre. De laatste 1900 meter sturen ons dwars door het broeierige, haast verlaten Andenne.

We vallen dan ook stomend de sporthal binnen waar de IJsetrippers in groten getale aanwezig zijn. Even handjes schudden …sorry maatjes, wij kiezen voor een zelfgemaakt buitenterras. Een paar wandelaarsdrankjes later zijn we opnieuw fris en monter. Hoog tijd om de terugweg aan te vatten. Rijden vlotjes over het Brusselse terug naar Hemiksem. Vanaf Wavre is het behoorlijk nattig op de wegen, zelf krijgen we geen enkele bui meer te verwerken. Later zal blijken dat ‘den drasj national’ zich even voordien meer dan laten gelden had…

 FOTOREEKS

http://s359.photobucket.com/albums/oo39/fototripper090a/2...

21:11 Gepost in wandelen | Permalink | Commentaren (0) | Tags: namen, -a

07-07-09

04.07.2009 Les Panards de Winenne

Lindake pruttelt wat tegen vanwege de lange rijafstand tot Winenne. Het erg warme weer samen met het vooruitzicht van een bosrijke tocht, trekt haar over de streep. Het rijdt vlotjes over Brussel en Namen zo vroeg in de morgen, al had het wel anders kunnen uitdraaien. Bij Bouge ligt een vrachtwagen beladen met fruit op zijn flank …gelukkig netjes in de middenberm. Het fileleed, reeds aangeduid vanaf 10 kilometer van de plek des onheils, wordt zodoende tot een minimum beperkt. Zo’n zes kilometer voorbij Beauraing bereiken we het centrum van Winenne. Parkeerplaats op één kilometer zegt een vriendelijke helper, er is een ‘navette’ (autobusje) voorzien. Galant zet ik Linda aan de startzaal af en volgen de pijlen, een steile helling op tot het sportcomplex buiten het dorp. Busje komt zo …ik ben te voet even snel terug beneden in de warm aangeklede, kleurrijke startzaal. Genieten van ons koffietje gezeten op het terras. Zoals gewoonlijk in Wallonië veel Vlaamse deelnemers. Hier in eerste instantie Grashoppers Agnes & Willy, met hond en een paar Vlaams-Brabanders.

Eén straat ver verlaten we het dorp al en mogen genieten van een eerste prachtig vergezicht. Dalen de eerste heuvel af tot in het koele bos. Na twee kilometer de eerste caravan + tentrust, net als in Waalwijk, hier noemt het Tienne à Moiny. Wij wandelen uiteraard vrolijk verder zonder pauze. Steken een mini valleitje over en de eerste lange klim wordt aangevat over een smal slingerpaadje in het dichte groen. Op het vlakke worden de paden breder en afgezoomd met grote frisgroen varens. Het is niet altijd even makkelijk stappen, het begrip pad is hier soms relatief. We banen ons een weg naar een asfaltbaantje dat ons afzet bij Banc de Vencimont na 5,7 km. Claudy Tixhon heeft hier al een ruime 9 km voorsprong op ons. Het wordt een hartelijk weerzien, wat is dat toch een beminnelijk man! Franco & Krist zijn ook erg vroege vogels. Met hen babbelen we wat bij over Chantonnay. Krist kan met zoveel vuur vertellen dat we er haast de tijd bij vergeten.

Trekken ons weer op gang het Foret Domaniale de Sevry in. Wandelen door een bos met hoofdzakelijk imposante, metershoge sparren. Plekjes zon en schaduw wisselen voortdurend af. Mini beekjes klateren zachtjes verscholen in het groen. Vogels zingen er vrolijk op los. Wat is dit heerlijk wandelen ! Het parkoers wordt opnieuw golvend, wilde madeliefjes en weeral varens zomen onze wandelpaden af. Mireille (Mme La Juge) haalt ons in en samen dalen we scherp af naar Vencimont. Het is erg rustig in het godvergeten dorpje met zijn prachtige huisjes in bruine natuursteen. Pauzeren doen we op een bankje voor het lokale Syndicat d’Initiative na 10,6 km, heerlijk. Moeten meteen trappekes op en vervolgens een enorm lange en bijwijlen steile asfalt helling op om het dorp te verlaten en de bosrand te bereiken. Zwoegend en zwetend genieten we van de immense panorama’s. Het Foret de Sevry slokt ons terug op met zijn brede, golvende paden, zijn varens en immense sparren. De helpers zijn aan hun middageten toe als wij terug de Banc de Vencimont bereiken na 15,3km.

De langere afstanden mogen verder het Foret de Sevry verkennen. Opnieuw is het begrip ‘pad’ bijwijlen relatief. Eens te meer genieten we van kleine beekjes, varens … Waar we het bos uitkomen bemerken we in de verte wat bebouwing. Tussen bosrand en weilanden, waar koeien op zoek gaan naar schaduw, zetten we koers naar Felenne. De doorkijkjes tussen de huizen door zijn magistraal en adembenemend mooi. De rustpost op een grasperk in het dorpscentrum (20,6 km) lijkt op een familiereünie. Nestor & Peter, Linda & Dirk, Liliane & Jean, Franco & Krist, ze zitten er allemaal ! Uiteraard ook allemaal met een rondje voorsprong op ons, kwestie van de reputatie hoog te houden !

We blijven niet te lang zitten, de tijd tikt ongenadig weg. Beginnen aan de lokale lus langs een mooi kapelletje en meteen terug het bos in. Enkele eenmanspaadjes verder bereiken we een plateau. De stoompluim van de Franse kerncentrale Chooz is nu wel erg dichtbij. Wandelen zowat driekwart rond Felenne, genietend van de vergezichten en zakken dan terug door het bos naar het volgende beekje. De afdaling duurt lang, het pad is redelijk ongelijk, de koelte doet ons deugd. Een bocht naar rechts …we beginnen aan het zwaardere werk. Steeds door het bos stappend blijven we maar klimmen over rotsige paadjes . Ik vermoed St-Pieter nabij als we finaal toch terug in de open ruimte en bij de eerste boerderijen uitkomen. De zon verschroeid onze zwetende knikkers. Zijn dan ook wat blij van een koel drankje te kunnen genieten bij de inmiddels haast verlaten rustpost van Felenne (28,8 km). Er loopt nog één iemand achter ons, zeggen de helpers, nummer 109. Wij hebben geen idee, hebben het laatste anderhalf uur niemand meer gezien.

Wandelen nu het plateau van graangewassen op. Linda is blij met het vlakkere stuk, de slechte knie protesteert meer dan haar lief is. Om terug in het bos te geraken fantaseert onze parkoersmeester en pad tussen maïs en door een hooiveld. Het volgende beekje dient zich aan, ons pad ligt er bijwijlen nattig bij. Door Le Bois du Roy gaan we opnieuw klimmen, traag maar zeker over vals plat. Komen zo terug uit op ons pad van deze morgen, ruim 500 meter van le Banc de Vencimont. Twee helpers wachten er op ons en zorgen voor fris vocht. We hebben nog ruim zes kilometer voor de boeg. Nummer 109 haalt ons in en stoomt meteen door, blijkt haast vanzelfsprekend een Vlaming te zijn. We wandelen verder door het Foret Domaniale Des Longues Virées. Zachtjes dalend door een zee van immense sparren. Bij Tienne à Moiny hebben we nog drie kilometer voor de boeg. Gaan meteen opnieuw stevig klimmen, eerst door het bos, vervolgens over asfalt door graanakkers, genietend van onmetelijke vergezichten. Een laatste splitsing stuurt ons door een nieuwe wijk naar de top van de heuvel. Voorbij het sportcomplex volgt een scherpe afdaling. Een laatste heuveltje om onze snelheid af te remmen … klokslag zes uur vallen we de zaal binnen. Krist heeft zijn weddenschap met Peter gewonnen ! Hoog tijd voor een terrasje, een gezellige babbel en …Chimay Blue. Ja, wij hebben samen met Peter de zaak gesloten !

Ik mag nog eens de helling op om ons karretje op te pikken. Kan het zowaar nog gezwind. Dwars door een zonovergoten, prachtige vallei rijden we terug naar Beauraing en de autobaan. Les Panards boden ons vandaag een prachtige tocht aan met goede verzorging en uitstekende bewegwijzering. Chers amis, on remets cela l’année prochaine.

 FOTOREEKS

http://s359.photobucket.com/albums/oo39/fototripper090a/0...

21:01 Gepost in wandelen | Permalink | Commentaren (1) | Tags: namen, -w

28-04-09

25.04.2009 Les Kangourous de Falisolle

Het kost mij wat overredingskracht om Lindake voor het zuiden te laten kiezen maar we zijn ’s ochtends tijdig op weg richting Charleroi. De omleiding over Courcelles is niet bepaald goed aangegeven maar vinden doen we het wel. Vanaf afrit Sambreville zorgen de Kangourous voor ‘marche’ pijlen, ruim 10 kilometer op voorhand dus. In het dorp wijzen parkeerwachters ons de weg tussen industriële gebouwtjes naar een veilige parkeerplaats, klasse hoor ! Vanaf het dorpskerkje een heuveltje op tot de beetje aftandse startzaal. Mr. Le Permanent doet er zich al te goed aan een groot stuk aardbeientaart met pudding. Jacqueline komt ook binnengestormd, als haar schaduwen gevolgd door haar mannen.

Bij zonnig doch fris weer verlaten we het dorp tot voorbij het verlaten stationnetje. Een joekel van een helling op onze rechterhand laat al iets vermoeden. Inderdaad, een paar honderden meter verder is de opwarming voorbij en stuurt een veldweg ons recht naar boven, richting kerkje van Arsimont. De rustpost na nauwelijks 2,9 km stappen we enkel binnen voor het in Wallonië obligate stempeltje en ‘vort met de geit’. Een korte klim van meer dan 20% laat de beenspieren trillen. Stevig golvende kerkwegels sturen ons naar een steenweg. Er volgt een heel lange gestage klim tot boven op het plateau. We wandelen het dorp uit en krijgen een pracht van een vergezicht te bewonderen. Zon en koolzaad zorgen voor vrolijke gele tinten. Op de horizon ligt Aisemont en daar gaat het ook naartoe. Passeren een immense groeve alvorens over weer een andere steenweg het dorp binnen te wandelen. Geen rustpost hier maar meteen een afdaling van 10% en meer naar het valleitje van Le Vairon. What goes down must come up en we mogen meteen alweer stevig klimmen naar het volgende dorp. Genieten intussen met volle teugen van de prachtige vergezichten. Pauzeren doen we in een piepklein zaaltje, haast letterlijk onder de kerktoren van Vitrival. Hebben er negen stevige kilometer opzitten.

Uiteraard gaan we na de pauze weer klimmen, deze keer langs de Rue Rauhisse naar het Bois de Mazuis. Vijf jonge snaken uit het Leuvense stormen ons vol goede moed voorbij. Zij hebben duidelijk niet de minste wandelervaring en rekenen rond 19:00 de aankomst te bereiken. Ze doen lacherig als ik hen vertel dat 17:00 sluitingstijd is en gaan er vandoor. Wij genieten van de groen, rode omgeving van het beukenbos. De open vlakte van het plateau laat ons opnieuw genieten van helgele koolzaad, terwijl wij onder de ruis van niet minder dan elf moderne windmolens koers zetten naar de overkant. Een straatje verder ligt de rustpost van Devant-les-Bois (16 km). In het oude gebouwtje vrijwel uitsluitend Nederlandstalige wandelaars, zoals gewoonlijk bij Waalse tochten. Heel wat dapperen komen al terug van de 50 kilometer lus en zullen samen met ons, die de 42 km stappen, de rest van het parkoers afhaspelen.

Als we buiten komen heeft de blauwe lucht plaatsgemaakt voor een grijzer exemplaar. De wind wakkert aan terwijl wij langs een merkwaardig lage watertoren terug het plateau opgaan. Wandelen hier duidelijk op het hoogste punt van de streek, wat prachtige vergezichten oplevert. We duiken Bois Pontaury binnen en mogen er meteen genieten van een prachtig paars tapijt boshyacinten. Heerlijks slingerpaadjes sturen ons door een zee van kleur. Twee dametjes ‘bemannen’ de wagenrust aan de ingang van de volgende bosstrook (19,2 km). Stempeltje nemen, het bijhorende suikerwafeltje opbergen voor latere honger, we zetten onze weg verder. Mogen nu genieten van heerlijke boswegen. Het is wel opletten waar je de voetjes neerzet vanwege een overvloed aan brokken natuursteen, al dan niet losliggend. Zoals Linda voorspelt had horen wij de eerste koekoek, klokvast het laatste weekend voor 1 Mei. Een stevige boswandeling zet ons af bij een reeds lang verlaten spoorbaan. We vervloeken er de dikke kiezels en zijn wat blij de Lac de Bambois te bereiken. Vanaf hier gaat het eventjes bergaf, een klaterend beekje volgend en vervolgens terug omhoog naar de rust van Haut-Vent na 24,7 km.

Deze post kennen we ook van de tocht vertrekkend uit Fosses-la-Ville. Voorbij een prachtige kastanjelaar, de kaarsen fier omhoog stekend, duiken we aan 15% de Rue des Forges af om meteen weer dezelfde hoogte te winnen mits een stevige klim. Moeten een drukke baan over en vervolgen onze weg hoog boven en evenwijdig met een valleitje. Dit is misschien wel het mooiste stukje van het parkoers. In de diepte ligt Vitrival met zijn kerkje als op een piëdestal. Aan de overkant, hoog boven het koolzaad, priemt het kerktorentje van Aisemont. Helemaal in de verte liggen oude mijnterrils van het Charleroi bekken. Wij mogen terug pauzeren in Vitrival na 28,4 km. Blijven er maar eventjes voor een sanitaire stop en stomen door de volgende heuvel, bestaande uit weilanden, op. Onder de autobaan door bij riviertje Le Vairon en over de afgeschreven spoorbaan gaan we weer klimmen. In schuifjes brengt de parkoersmeester ons naar Névremont en de rust in een ons welbekend poortgebouw (31,2 km).

Een praatje met de dames achter de tafel en weg zijn we weer. Krijgen een enig zicht op Fosses-la-Ville en zijn merkwaardige kerktoren cadeau en duiken vervolgens de golvende velden in, hobbelend over een kasseitje. Gaan weer haast eindeloos genieten van een prachtige bosstrook. Lijken hier gans alleen te wandelen met onze gevederde vrienden als vrolijke muzikale achtergrond. Komen uiteindelijk toch in een dorp uit voor de voorlaatste rustpost na 36,3 km. Blijkt Ham-sur-Sambre te zijn. Van hieraf wordt het straatjes lopen, altijd maar rechtdoor en hoog boven de vallei van de Samber. Een kerkwegel zal ons finaal afzetten bij de rustpost van Arsimont. We hebben nog 3,1 km voor de boeg.

Onze parkoersmeester is er één van het betere soort en dus een beetje sadistisch. Niet alleen krijgen we een tweede keer die heel nijdige helling van vanmorgen onder de slof geschoven. Aan de overkant van de steenweg volgt een langere, ook al pittige klim. Klom Linda vandaag minder goed dan ik van haar gewend ben, nu komt ze mij wat jennen door het tempo zachtjes maar zeker op te drijven. Voel mij echter sterk vandaag en geef geen krimp. Spelevarend genieten we een laatste keer van het prachtige uitzicht tot Aisemont en duiken het laatste bosje in vanaf een kapel met datum 1862. Een laatste steile afzink tussen de huizen met uitzicht op de tegenover liggende bewoonde heuvel. We kunnen uitbollen tot voorbij het kerkje, recht de zaal binnen. Nemen ruim onze tijd in het toffe gezelschap van Linda en Dirk om te genieten van Chimay Bleu aan € 1.60 (waar vind je dit nog !). Hebben een werkelijk schitterende, prachtig gevarieerde, pittige tocht achter de rug. Rond de klok van zevenen zoeken we terug ons karretje op. Mr. Le Permanent is nog steeds aanwezig …onze lachebekken uit Leuven nog steeds niet! Hoe zou het hun vergaan zijn ?

 FOTOREEKS

http://s359.photobucket.com/albums/oo39/fototripper090a/2...

21:04 Gepost in wandelen | Permalink | Commentaren (0) | Tags: namen, -f

24-03-09

21.03.2009 Batteurs de Cuir te Evrehailles

Al enkele jaren declameert Linda dat ze de Poilvache enkel wil wandelen bij droge klimatologische omstandigheden. Laat het nu toch al een weekje stralend weer zijn zeker! Haar ochtendhumeurtje rond 05:40 neem ik er graag bij. Het ruime uurtje autorijden blijft de weerbarstige knie netjes verpakt in een ijszak. Een mens moet er wat voor doen …voor zijn sportieve prestaties! Vele bekenden gaan al op pad als wij nog een parkeerplaatsje zoeken in het stille dorpje. Waaslander Daniel valt samen met ons binnen. Zijn vaste maatje is er niet bij. Heeft kennis gemaakt met de minder vriendelijke karaktertrekken van zijn viervoeter. We wensen je een voorspoedig herstel Clement.

De parkoerstekening is overduidelijk. Ruim 39 km zullen ons naar Crupet brengen en weer terug. We hebben de boodschap begrepen, dit wordt een tocht met pit. Het is zonnig maar behoorlijk fris als we samen met een buslading ‘Rapides Limpertsberg’ Evrehailles verlaten. Voorbij een prachtige, rustieke kasteelhoeve duiken we de weidse velden in. Het zacht golvende, nog kale akkerland voert richting Purnode. Een kasseitje stuurt ons voorbij Brasserie du Bocq, asfalt zet ons nog lager in de vallei af. Een eerste pittig maar nog steeds dalend strookje onverhard en dan rustig genieten van vrijwel vlakke bospaden tot … Waar de trein uit de heuvel komt gedenderd wacht een heuse muur. Opgewarmd of niet, deze joekel neem je niet zomaar in één keer. Hijgend en puffend komen we boven, althans dat denken we. Vals plat voert ons verder het bos in, in het gezelschap van twee Kleitrappers. Waar twee parkoerslussen elkaar raken nog meer bekend gezelschap. Anny en Chris hebben zo’n halfuurtje voorsprong op ons. Een klim verder, langs grazende en gravende varkens, bereiken we Dorinne. Behoudens de wandelaars is er geen mens te bekennen. De binnenkoer van Cercle St-Fiacre is zonovergoten en we pauzeren er gezeten op een bankje. Stevige kost deze eerste 8,5 km.

We klimmen het dorp weer uit tot een bord met de veelbetekenende 13%. Wij mogen over onverhard het dal in …vroege starters zwoegen zich een weg naar boven. En dat laten ze je nu al zien ja ! We mogen nu, stilletjes dalen ruim genieten van een zonovergoten bosstrook, de jonge bomen gehuld als in een waas van pril groen. Voorbij de spoorbaan en riviertje de Bocq wandelen we de vallei uit. Het dametje van Sans Soucis voor ons heeft vuurrode kaken. Pas la même chose que Baudour, zeg ik lachend. Het bospad, vals plat, lijkt eindeloos, makkelijk twee kilometer lang. Het is kwestie je inspanning te doseren om zonder averij boven te komen. Eddy staat ons op te wachten, als steeds fototoestel in aanslag. Samen met hem en vrouwtje Liliane wandelen we tot de wagenrust of beter tentrust (km 15,3). Bij de ruim twintig pauzerende stappers voert het Nederlands ruim de boventoon. Hier zit dan ook schoon volk uit ondermeer Lauwe, Zwevegem, Strombeek en Kruibeke bij elkaar. De helpers zien dat het goed is. Beaucoup de monde sur le marathon, zeggen ze veelbetekenend.

De lus naar Crupet wordt ons als prachtig aangekondigd en daar twijfelen wij zeker niet aan. Het eerste groene valleitje bij Flaya, dat we dwarsen is niet meer dan een opwarmertje. Dra volgt een bijwijlen potige afdaling tussen de metershoge meidoorn richting kerkje van Crupet. De doorkijkjes over het dorp en achterliggende heuvels zijn werkelijk schitterend. Voorbij het dorpspleintje met die huizen in typische grijze natuursteen, dalen we verder tot de Bocq en Les Ramiers. Veel tijd om te pauzeren krijgen we niet. Een tarmacje stuurt ons meteen stroomopwaarts bij een klaterend beekje. Het water stort zich in een rotvaart de vallei in, ons klimtempo is een ietsje minder. Zoals Krist ons verwittigde, een helling waar geen eind lijkt aan te komen. Net onder de top duiken we opnieuw het bos in. Even wat dalen en dan opnieuw een lange strook vals plat tot de tentrust in Durnal (km 22,9). Ligt de tent al tegen de vlakte, een drankje gezeten op een bankje in de zon is voor ons meer dan voldoende.

De volgende vallei dient zich aan en ook deze gaan wij dwarsen. Dalen doen we over onverhard, de helling van 13% ligt ons te jennen in de open ruimte voor ons. Vanaf de Bocq en het verlaten stationnetje van Dorinne-Durnal is het zover. Een paar haarspeldbochten en vervolgens recht …naar de hemel, zijnde een bankje in Dorinne (km 27,1) . Het duo uit Zwevegem is aan extra calorietjes toe en laat zich het schuimend vocht smaken, wij houden het bij een zuinig colaatje. Wandelen het dorp uit en de weidse velden in. Na al het geweld van de vorige etappes kunnen de spieren wat ontspannen, het terrein klimt heel clement. Een motoren en squads parkoers blijkt ons te kruisen. De gemotoriseerde dames en heren zijn absoluut hoffelijk en minderen vaart in de buurt van de wandelaars. Een vriendelijke bonjour hoort er ook telkens bij. Wij waarderen hun sportiviteit ten zeerste. Voorbij een ezel dromend van vrouwelijk schoon bereiken we Awagne. Dit is een werkelijk schitterend dorpje, alle huisjes en de kerk opgetrokken in grijze natuursteen. Een plaatsje om verliefd op te worden! Rusten doen we in het kleine schoolgebouwtje, na Annie & Chris uitgewuifd te hebben. Hebben nog ruim 8 km voor de boeg.

Zijn meteen het dorp weer uit en duiken en waarlijk schattig smal en groen valleitje in. Ook hier veel meidoorn langs ons pad. Bij het bord 12% verlaten we een tarmacje en duiken het bos in, onverhard is veel prettiger wandelen. Stilaan komt de Maas in zicht, die zich statig door de vallei slingert. Wij lopen een einde vlak en dus parallel met de stroom tot bij het kerkje van Houx. Het feest kan beginnen ! Langs een half uitgedroogd riviertje hijst het pad zich slingerend door jong bos. Deze klim lijkt ons minder zwaar dan de herinneringen aan vorige jaren. Prachtig is dit uiteraard wel en lang genoeg bergop eveneens. De opeenvolging van hellingen begint bij mij toch te wegen. Berggeit voelt zich blijkbaar nog steeds in haar sas en geeft schijnbaar moeiteloos het tempo aan. Een kort stukje tarmac en we stappen de ruïnes van Poilvache binnen. Het uitzicht over de Maas bij Anhée is van hierboven overweldigend. Nemen dan ook de tijd om even te genieten. Als zestal, met Wilfried & Nathalie, Anny & Chris, vatten we spelend en grappend de laatste paar kilometer aan. Gek genoeg ga ik nog wat tempo maken op deze strook vals plat. De vrouwtjes persen er elk om beurten plagend een spurtje uit. Als een jolige bende vallen we rond 17:20 het zaaltje binnen. Mr. Le Permanent is al gaan vliegen maar dat deert ons allerminst.

Na het nuttigen van een paar lokale bruintjes sluiten we zowat het gebeuren. Toch wel een beetje moe maar uitermate voldaan keren we terug naar het vlakke land. De Poilvache heeft zijn naam weer alle eer aangedaan. En voor morgen heb ik nog een snood plannetje …

 FOTOREEKS

http://s359.photobucket.com/albums/oo39/fototripper090a/2...

21:06 Gepost in wandelen | Permalink | Commentaren (0) | Tags: namen, -e

14-01-09

11.01.2009 Les Spitants de Namur

Het weerbericht voor zondag oogt clementer en dus waagt Linda zich aan een pittiger tochtje tot mijn groot jolijt. Onder een winterzonnetje rijden wij op een drafje naar de Waalse Capitale. Parkeerwachters loodsen ons door universitaire gebouwen naar een behoorlijk glad parkeerterrein één hoog. Een paar straatjes verder, langs de Samber ligt startzaal Arsenal, een pracht van een locatie, ruim en met houten balken in de zoldering. De parkoerstekening toont bekende rustposten. La Marlagne en La Plante hebben geen geheimen meer voor de geroutineerde Wallonië wandelaars.

Herentalse Wandelclub, onder leiding van de VWF Voorzitter, zijn hier met de bus, Wandelclub Langdorp doet het modaler en met de trein. Shopping tickets zijn ‘hot’ in de wandelsport! We stappen meteen middels een brugje over de Samber en zetten te midden sneeuw en ijs koers richting La Citadelle, het thema van deze tocht. De rivier ligt stevig ingebed tussen twee hoge muren en ik vind zulks iets hebben. Een groep aalscholvers weten hun staarten handig als roer te gebruiken en duiken beurtelings pijlsnel in het donkere water op zoek naar een vlugge hap. De eerste lange helling kondigt zich aan. We moeten tot helemaal boven klimmen. Het gaat in schuifjes, dan weer besneeuwde paden, dan weer vrijgemaakt asfalt. Is eens wat anders dan de Kempen Mr. Wouters en kompanen! Ook voor Linda is het zwoegen, de motor is nog niet helemaal warm. Het laatste klimmetje naar de Esplanade noemt Sentier des Amoureux, wat voor velen niet de enige reden is om met een rood aanlopend gelaat boven te komen! Intussen kunnen we wel genieten van prachtige uitzichten over de stad, zijn prachtige gebouwen en zijn rivieren met achterliggend witte, heuvelende velden en donkere rotspartijen. Een heerlijke start van een veelbelovende tocht.

Na 4.1 km kunnen we al een eerste keer rusten in een klein, vernieuwd en erg net zaaltje op de Citadelle. We bemachtigen nog net twee stoelen voor het aanstormende Kempense geweld. Lang blijven we niet zitten, we hebben nog een hele klus voor de boeg. Kunnen we niet door de gewelfde gangen wandelen wegens ‘te glad’, het ommetje dwars door de bouwsels van Espace St-Pierre is zeker niet te versmaden. Aan de Maaskant dalen we het kasseitje af twee haarspeldbochten diep. Dan worden de langere afstanden terug omhoog gestuurd over smalle besneeuwde paadjes. Stevig tochtje hoor! Terwijl we ons opnieuw naar de Esplanade slepen haalt Yvan ons in. Hij zal geruime tijd onze guitige gezel blijven. Samen zetten we koers door de bossen hoog boven La Plante en Wepion. Bij de splitsing van 21 en 30km krijgen we een prachtig uitzicht over een diep ingesneden vallei cadeau. Ik herken de afdaling langs de wei met bomen vol maretak, van eerdere tochten vanuit Wepion. En …’what goes down, must come up’. Een stevige klim, kort maar krachtig zet ons af in het culturele centrum La Marlagne, meer bepaald de grote zaal ervan. We hebben er 12,5 stevige kilometer opzitten. Franco & Krist vertrekken net op de extra lus met een ‘jullie volgen wel’.

Een koffietje later beginnen we aan een lusje van 6,9 km. Een stil straatje leidt ons terug naar de bossen. We volgen er een smal paadje halve hoogte in de heuvels als was het een besneeuwde richel. Heerlijk dus en het mooiste moet nog komen. We worden afgezet aan de rand van een dik ondergesneeuwde open ruimte en mogen eerst tot op redelijke hoogte vals plat volgen. De daarop volgende afdaling biedt ons een uniek uitzicht over de stad en verder, geniaal is dit. Vanaf de eerste huizen mogen we opnieuw klimmen tot aan een watertoren. Een staalblauwe hemel, het zonnetje schijnt, het ondergesneeuwde landschap, wat is dit een prachtige tocht ! Intussen parelen er zweetdruppels op onze voorhoofden, ook dat is minstens een paar weken geleden. Haast ongemerkt stappen we terug door straatjes en La Marlagne binnen. Yvan bestelt ‘deux coca lourds et un coca light’. De dame aan de toog verstaat hem wonderwel.

We weten dat we nu het zwaarste gehad hebben. In dalende lijn gaat het langs de Fonds des Chênes, een kronkelde asfaltweg in de bossen en langs een trits bevroren vijvers. We bereiken zo de Maas die we zullen volgen tot in La Plante. De stroom ligt bezaaid met ijsschotsen die grillig over elkaar schuiven als had er een aardbeving plaatsgevonden. Ik zie zo de rivierboten met stampende diesels zich met brute kracht een weg banen door de bevroren watermassa. Ook grappig zijn eenden en ganzen die zich proberen recht te houden op de ijsmassa. De vogelkontjes gaan meer dan hen lief is tegen de bevroren vlakte terwijl zij zich naar het uitgeworpen brood waggelen. We rusten een laatste keer in de Salle Bayard van La Maison de la Jeunesse, hebben nog een halfuurtje wandelen voor de boeg.

Een kort klappeke met Krist en we gaan er vandoor. Mogen de Maas volgen, een paar keer wisselend van oever, ter hoogte van Jambes. Opvallend veel wandelaars, geoefende of zondagse, hebben hun fototoestel in aanslag, van gsm tot telelens. Ja het is hier echt wandelhoogdag. Stappen tot aan de samenvloeiing met de Samber en mogen even de stad in, genietend van prachtige gebouwen en stille kasseitjes. Zo komt er een einde aan een werkelijk schitterende tocht. In het gezelschap van Eddy (de fotograaf), zijn vrouwtje, een dametje die wij ‘Madame la Juge’ noemen en De Peter, genieten we na met een Chimay Blue of twee. Vele wandelvrienden komen even gedag zeggen, op weg naar hun shopping-trein. Wij zullen niet de laatste zijn om de zaal te verlaten, daar zorgt Peter vandaag wel voor. Linda’s snoetje glimt als we terug naar de auto wandelen. Ja, deze tocht was vast het eerste hoogtepunt van het wandeljaar. Dit dankzij een werkelijk schitterend parkoers en de hulp van de winterse weergoden. We kunnen er weer een werkweekje tegen en dan …denkelijk een weekend Nederland met Zwijndrecht en Lage Mierde.

 FOTOREEKS

http://s359.photobucket.com/albums/oo39/fototripper090a/1...

22:15 Gepost in wandelen | Permalink | Commentaren (0) | Tags: namen, -n

12-11-08

08.11.2008 Wallonia Namur te Jambes

De Waalse toppers volgen elkaar in sneltreinvaart op. Vorige week waren we te gast bij de Sans-Soucis, dit weekend organiseert Wallonia haar tweedaagse. De prachtige website van deze club toont een vernieuwd parkoers met hele stroken langs de Samber die wij nog niet bewandeld hebben. Wij hebben er dan ook meer dan zin in. Bij een prachtig herfstweertje rijden we de terreinen van de Ecole du Génie op, wij zijn vandaag bij het leger te gast. Albert tekent present en volgt zijn vrienden wandelaars met de mountainbike. Landenaar Yvan blijkt ook een late vogel te zijn. Het startzaaltje gonst van de gezellige activiteit, we zijn er klaar voor!

Wandelen de kazerne uit richting Maas. Op een kabel gespannen over de statige rivier zitten tientallen meeuwen netjes op een rij. Eén zwarte duivel zorgt voor een dissonant, een aalscholver met z’n ranke, vranke, smalle lijf. We stappen de rivier over middels een sluizencomplex. Het uitzicht op de Naamse Citadelle is hier prachtig grijs, tegen een achtergrond van veelkleurige bossen. Zetten aan de overkant koers naar La Plante voor een eerste stempeltje na 1700 meter. We weten, nu kan het feest beginnen. Tienne Maquet is de naam, een helling om de Maasvallei uit te kruipen. Ja, kruipen is het bijna letterlijk, er lijkt geen einde te komen aan de beboste helling. Menigeen trapt op de adem, blijft even staan. Berggeit is natuurlijk in haar nopjes en klimt aan een egaal tempo naar de top. Stomend en dampend komen we boven, dit is geen opwarmertje meer, eerder een sauna! Op het nog steeds golvend plateau stappen we richting La Marlagne, wat villaatjes kijkend en door prachtige loofbossen kuierend. Vanaf La Roche wandelen we in meer open gebied. De fabuleuze uitzichten over de valleien volgen elkaar nu snel op. Dit is genieten met een grote G. Elke inspanning wordt in deze streek telkens gul beloond. Bij Chepson wandelen we over een heuvelrug, parallel met twee valleien, aan elke kant eentje. De pret kan echt niet op en het zonnige herfstweer geeft de omgeving iets feestelijks. We dalen stilaan naar Malonne. Volgen een paadje langs een klein beekje en rusten in één van de plaatselijke scholen na 9,5 km. Jefke haalt ons hier in en stoomt meteen door, die heeft een topconditie te pakken!

Na de pauze wandelen we door Malonne, gelegen in een hele smalle vallei en in feite één grote scholengemeenschap. Bij de kerk van St-Berthuin draaien we linksop voorbij de Monastère des Clarisses en zo verder naar een winkelcentrum. Dit is nieuw voor ons. We bereiken de Samber bij de Silos de Floreffe en worden bij een sas over de rivier geloodst. Aalscholvers zitten als draken, de vleugels wijd open gespannen, te drogen na het verorberen van hun ontbijt. We wandelen langs het water tot het klooster en het kerkje van Floriffoux. Een kort klimmetje en dan recht naar de volgende rustpost. Blijkt in de stallingen van een grote vierkantshoeve te zijn, de muren van de ruimtes netjes wit gekalkt. Echt wel origineel en gezellig. We hebben er 13,9 uitstekende kilometer opzitten. Na de koffie zet een doorsteekje langs een vijvertje ons terug af bij de Samber. De herfstzon geeft zowaar nog warmte af. In de verte pronkt de Abdij van Floreffe op haar rots en daar gaat het ook naartoe. De 35km verlaat ons hier en wij wandelen verder langs het water. Maretak is alomtegenwoordig en de beboste heuvelflanken tonen een onwaarschijnlijke veelheid aan kleuren. Bloeiend koolzaad prikkelt onze reukorganen. Vrijwel alleen stappen we verder tot de brug bij Soye en Franière. Wandelen dit laatste dorpje binnen voor de volgende controle na 19,9km. Het valt ons op dat de zes kilometer langs het water op geen enkel moment verveelden. Er was voortdurend wel iets te zien: de zichten op de abdij hoog op zijn rots, de schoonheid van de natuur in herfsttooi, de af en aan vliegende aalscholvers, dit nieuw stuk parkoers was echt prettig om bewandelen.

Meteen na de boterham een bordje met 14% erop. We beginnen er gezwind aan. Na elke bocht blijkt echter …een volgend stuk helling te liggen en we passen ons ritme aan. We blijven maar klimmen, het lijkt wel of we zo meteen bij St-Pieter aan de poort gaan kloppen! Hoe hoger je komt, hoe weidser en prachtiger de vergezichten worden. Uiteindelijk, helemaal boven op het plateau, waar zon en wind vrij spel hebben, spreidt de vallei een groen lappendeken met het kerkje van Floriffoux, stralend in de zon als achtergrond. Eens te meer worden onze inspanningen dus magistraal beloond. Vanaf de Rue de Robertsart wacht ons een spitse lange afdaling (what goes up, must come down). Tussen de bomen ontwaren we een kasteeltje, deels in ruïne, geen idee waar we hier zijn. Het is echt wel zakken met de handrem op, zo steil is de asfaltweg die dringend aan herstel toe is. Tot onze verbazing komen we uit aan de voet van de abdij van Floreffe. We weten het wel …de drukke steenweg over en …opnieuw klimmen geblazen. Recht naar het fraaie kapelletje van St-Roch. Achterom kijkend een laatste keer de abdij overschouwen. In open veld kondigt het volgende niveauverschil zich aan. We blijven dus klimmen, zei het nu aan een veel lager percentage. Van op de top lonken de dorpjes in de diepte. Wij moeten naar het eerste kerktorentje, Buzet na 25,2 km. De pauze is welkom, dit was een verdomd stevige etappe maar ook oh zo mooi.

Wat nu volgt is eigenlijk een verbindingsetappe. We wandelen over stille tarmacjes richting Piroy en zakken stilaan naar het beekje van daarstraks dat ons opnieuw aan de rustpost van Malonne zal afzetten na juist 29km. Mogen opnieuw langzaam dalend door het dorp en nu voorbij de kerk van St-Berthuin. Het duurt heel lang voor we de heuvels intrekken. Op één plaagstoot na, de Chemin des Ritenes, blijven we door de vallei kuieren. Het bordje Sur Le Crestia is het sein om terug de bossen in te trekken en de volgende, kortere, klim aan te vatten. Dit is meer bekend terrein van vorige uitgaven. We zullen nu dwars door het bos een fietspad volgen, kilometers lang. Deze tijd van het jaar is dat dus genieten. We zetten er stevig de pas in, hebben het hier helemaal naar onze zin. We verlaten de bossen pas bij het bereiken van de achterkant van de Naamse Citadelle, de villa kant dus. Rusten een laatste keer in de plaatselijke hotelschool na 36,9 km. Benieuwd hoe de laatste 4,5 km zullen ingevuld worden.

We wandelen voorbij het Chateau de Namur en beginnen aan de afdaling van de Citadelle bij de Esplanade. Bij valavond krijgen we een fantastisch uitzicht aangeboden over de Maasvallei en de tegenoverliggende groene heuvels. Dit is ronduit schitterend en het is nog niet gedaan. De kasseiweg kronkelt zich rond de heuvel en biedt ons zo een uitzicht over de stad Namen met zijn vele torens en vervolgens de smallere vallei van de Samber. Het is echt uniek om op deze manier een stad te kunnen binnenwandelen. Opletten om de pootjes niet te kneuzen terwijl je over de kasseitjes stapt is wel de boodschap. We komen dus echt ogen te kort. Eenmaal beneden mogen we uitbollen langs de Maaskade ‘alsof het hier de Seine was’. Inderdaad, enkel en alleen de clochards ontbreken om het plaatje compleet te maken. Alhoewel …die wandelaars met bemodderde schoenen en broeken …

Het is al ruim 17:30 als we de startzaal binnenstappen. Mr. Le Permanent heeft natuurlijk zijn post al verlaten. Voor ons is een clubstempel voldoende. We maken de dag vol onder IJsterippers met Peter en Nestor erbij. Typerend voor deze prachtige tocht was de opmerking van Nestor ‘dit was de mooiste tocht van het jaar’. Moeilijk om zeggen natuurlijk, maar ook voor ons hoort ze zeker bij de nominaties voor deze titel dit jaar. Een nieuwe parkoersmeester en dus andere accenten, maar eens te meer een super wandeltocht, bij Wallonia zitten we nog voor jaren goed.

 FOTOREEKS

http://s272.photobucket.com/albums/jj174/fototripper0808/...

14:46 Gepost in wandelen | Permalink | Commentaren (0) | Tags: namen, -j

15-10-08

11.10.2008 Footing Club Fosses-la-Ville

Vandaag heb ik nog meer goesting in een stevige wandeling dan andere weekends. Linda voelt zich eindelijk terug fit genoeg om onze Waalse vrienden een bezoekje te brengen. Al moet gezegd dat Fosses-la-Ville en omstreken nu niet bepaald het meest heuvelachtige gebied bij onze zuiderburen is. Het idee alleen al veel bekenden na lange tijd terug te ontmoeten doet mij stralen. Stralen doet de hemel anders nauwelijks. Vanaf de splitsing naar de A54 neemt de mist gestaag toe en dat zal zo blijven tot het startstadje. Wel erg vroege Kerstmannen begeleiden ons naar een veilige parkeerplaats. Er is al aardig wat wandelvolk op de been. Opvallend veel korte broeken ook nog, waaronder natuurlijk Linda. Dat wordt een paar uurtjes rillen.

De marathon lijdt aan het Fortis-syndroom en is slechts 38km waard. We hebben dus ruim de tijd, vertrekkend rond 08:30, om voor 17:00 de aankomst te bereiken. Er lopen heel wat mannen in blauwe kiel door het stadje. Ik vraag er eentje wat dat beduidt maar meer dan ‘grosse bieren trinken’ kan ik uit zijn verhaal niet opmaken. Lijkt mij vervaarlijk want de meesten hebben een jachtgeweer aan de schouder bengelen. We wandelen meteen de mistige velden in met een geschatte zichtbaarheid van zo’n 100 meter. Jogging Annie sluit zich bij ons aan tot de Rue des Forges, de eerste côte van de dag. Weg Annie. Op de top de eerste rust in het wel heel toepasselijke zaaltje van Haut-Vent. Leken ons 3km met een baardje, zal wel aan het hellend vlak te wijten zijn.

We pauzeren nauwelijks en gaan het plateau op richting Bambois. Jammer van de beperkte zichtbaarheid natuurlijk, maar het hoort nu eenmaal bij de herfst. Bereiken Maison-St-Gérard. De enkele fel gekleurde bomen die we onderdoor moeten bedruppelen ons naarstig. We duiken naar de Abbaye-St-Gerard-de-Brogne, een klooster met wijngaard (10,9 km). Het fraaie kerkje dat vroeger als zaaltje dienst deed blijkt intussen een restaurant geworden te zijn. Wij pauzeren in de kelder, een kleinere zaal met zuilvoeten. Komt Claude binnen gestrompeld. Hij doet zijn verhaal van een meer dan pijnlijke rug wegens geknelde zenuw. Zijn gezicht staat op wenen en toch perst hij er even zijn legendarische lach uit. Cher ami, cela nous faisait de la peine de te voir comme ca. Nous te souhaitons de tout coeur un prompte rétablissement.

We verlaten het klooster langs een smal, snel dalend steegje en verderop de weilanden langs de kloostermuur. Wandelen de weidse, golvende velden in. Hier ligt de splitsing van 42 en 50km. Luc en Jacqueline, in die volgorde, stomen door op de grootste afstand, wij zijn bescheidener. Ruilen de velden in voor een bosstrook met veel losliggende keien en later de bosrand. In de buurt van de eerste huizen ook de eerste bollen maretak in de kalende kruinen. Herkennen plots het parkoers van eerder gelopen tochten. We gaan rusten bij de voetbalkantine van Bioul (17,3 km), samen met de 50km die er een extra lus tot Maredsous hebben opzitten. Krijgen er gratis soep aangeboden en Linda tast toe. Ik hou het bij koffie, elk zijn verslaving! Opvallend weinig Vlamingen op dit uur, het zal de enige keer zijn vandaag.

We wandelen verder het dorp binnen. Opvallend veel leegstaande winkelruimtes in het centrum. Slaan net voor de ingang van het kasteel linksaf en volgen de kasteelmuur. Loofbomen geven het geheel een schitterend kleurenpallet mee. Stappen over golvende wegen richting Les Griants waar we linksaf een valleitje volgen. Hoog boven ons het Chateau de Neffe. Wij beklimmen de tegenoverliggende helling naar een schitterende vierkantshoeve en even verder hoogstam fruitbomen. De hond des huizes blaft ons gemaakt boosaardig toe, het is in feite een brave jongen. De lucht is intussen al aardig uitgeklaard, alhoewel nog grijs. Toch kunnen we nu al in de verte dorpjes onderscheiden. Bevinden ons in de velden van Montigni op 230 meter hoogte volgens het bord met plaatsnaam. Gaan een kilometertje verder een tweede keer rusten in het klooster van St-Gerard na 23,5 km.

Deze keer wandelen we het dorp uit door de Grand’Rue, een kasseitje tussen twee rijen fraaie huisjes. Stappen vervolgens door een lange, vrij brede vallei. Een veld met geel bloeiend koolzaad zorgt in de verte voor wat kleur. Het zonnetje is intussen van de partij en het wordt echt zomers. Rechts in de verte een wit, klassiek gebouwd kasteel en even hogerop een kerktoren. Daar gaat het naartoe. Een stevige klim stuurt ons onder een stenen boog door en langs een imposante boerderij. Even verder ligt het kerkje. We wandelen door het dorpje, dat Bossière blijkt te heten, tot bij de garagerust (28,1 km). Pikken nog gauw de laatste cervela mee. Hoort voor ons beiden absoluut bij een Waalse wandeltocht. Heerlijk toch die vlezige looksmaak! Aan een ander tafeltje roept een wandelaarster haar hond tot de orde. Het dier noemt Arobase (@ in het nederlands!) – moet kunnen.

Door één nieuwbouw straatje verlaten we het dorpje en stappen naar een prachtig bos. De paden zijn er vrij vlak en het is echt genieten, het oog spiedend naar verse paddenstoelen. Een afdaling verder bewandelen we een oude spoorbaan met van die ellendig dikke keien. Kantel stevig mijn rechtervoet, gelukkig ebt de pijn snel weg. De parkoersbouwer vindt het na enkele honderden meter ook welletjes en stuurt ons over pas gemaaid, heerlijk geurend, gras verder richting Lac de Bambois. Een kort, zacht klimmetje, een afdalinkje langs een snelstromend beekje, nog even omhoog …laatste rustpost in Haut-Vent zo’n 2.5km van de finish. Wij pauzeren buiten in de zon. Claire & JP stomen meteen door, Clement en Daniel hebben meer dorst. Zij zullen onze maatjes worden in de afdaling naar de aankomst toe. De stand van Duvel, daar houden we nog even halt en wandelen vervolgens dwars door het wat verloederde stadje naar de finish. Het werd een leuke après-marche met onze Oostvlaamse spitsbroeders. We vertrekken dus gewoontegetrouw redelijk laat huiswaarts. Ondanks de mistige voormiddag was dit een meer dan geslaagde uitstap. Jammer dat we niet eerder wisten dat de aankomst tot 18:00 mocht bereikt worden, zei Linda, dan had ik zeker de 50km gelopen. Er zit muziek in dat vrouwtje van mij, meer dan waarschijnlijk een wandelmars!

FOTOREEKS

 http://s272.photobucket.com/albums/jj174/fototripper0808/...

20:55 Gepost in wandelen | Permalink | Commentaren (0) | Tags: namen, -f

25-09-08

09.02.2008 Les Spartiates te Cortil-Noirmont

Na een weekendje knieproblemen is Lindake terug van de partij. Twello (WS’78) vindt ze echt ter ver en dus kiezen we voor een marathon net ten noorden van Namen. We weten dat deze tocht richting Villers-la-Ville gaat en dus is er altijd wel wat te beleven. Binnen het uur zijn we aan het Domaine de Chastre, de ruime startschool met de beperkte parkeerplaatsen. Het is er behoorlijk druk, tout le beau monde of toch bijna van de afstandstappers is aanwezig, Claire & JP op kop.

Het heeft hier vannacht nog stevig gevroren. Het zonnetje mag dan al schijnen toch is het een frisse morgen. We ijlen door het nog slapende dorpje en kiezen resoluut voor de ruime, licht golvende velden. Passeren eerst het vrolijk kabbelende riviertje l’Orne en enkele prachtige vierkantshoeves. Meestal wandelen we over betonnen verkavelingwegen. Moderne windmolens laten hun wieken loom wentelen op het zuchtje wind. Een lekker zonnetje, staalblauwe lucht doorklieft door metalen vogels, geruisloos hoog in de lucht, verder absolute rust, de drukke werkweek glijdt zo van je af. We stappen het eerstvolgende dorpje, Villeroux, binnen na ruim 7 km langs riviertje nummer twee, La Houssière. Rusten doen we in het lokaal van de hondenclub.

Net als we terug vertrekken komt de Jef aangestormd, op jacht naar zijn maatje Tony die een uur eerder vertrokken is. We mogen eerst even ons riviertje van daarnet kronkelend volgen en klimmen dan zachtjes terug de velden in. Jef loopt ons vrolijk pratend voorbij in een eerste holle weg. Hij twijfelt even bij een kruising van paden en we besluiten gezamenlijk rechtsaf te gaan. Een goede gok, blijkbaar liepen de meesten hier rechtdoor en fout. Lag toch wel een beetje aan de verwarrende afpijling. Een pracht van een holle weg, zo eentje van het vettige soort, leidt ons verder door de velden tot op het plateau bij Mellery. Het uitzicht is er ronduit fantastisch bij dit helder, stralende weer. Vroege vogels komen ons al terug tegemoet op een kruising van het parkoers. Grappig vinden wij de term ‘gaan’ voor de heenweg, een erg letterlijke vertaling van het franse ‘aller’. We duiken naar en langs een prachtige witte hoeve de sparren- en beukenbossen in. Pittig is het hier terwijl je moet opletten geen onverwachte schuiver te maken want modderig is het ook al. Het schitterende stuk parkoers biedt ons bossen en groene open ruimtes, dorpjes verscholen in valleitjes. Dit lijkt de Ardennen wel ! Rust twee na 15km ligt in de petanque club van La Roche, een klein dorpje. Karmijn zit er van het gerstenat te genieten.

Net als we terug vertrekken strijkt een groepje Djâles neer. Meester fotograaf Claude sluit traditiegetrouw de rij. Die loopt er ook weer stralend bij, het ‘wapen’ steeds in aanslag. Bij prachtig lenteweer zetten kerkwegels ons af aan een riviertje. We steken meteen het valleitje over en mogen langs wat asfalt en vooral boswegels de tegenoverliggende heuvel beklimmen. Het is hier zo rustig dat drie reetjes ons van op afstand eerst aanmonsteren om dan met sierlijke sprongen in het bos te verdwijnen. Wat verder zal een haas voor ons …het hazenpad kiezen. Jongens wat een heerlijke dag. We naderen opnieuw onze witte hoeve en ‘la bande à Claude’ haalt ons in. Lindake heeft er zin in, schakelt en versnelling hoger en hangt haar wagonnetje aan het groepje. Vanaf randje Mellery duiken we opnieuw de velden in. Een pracht van een holle weg met verweerde kassei ‘uit Jusekes tijd’ zet ons terug af bij de hondenclub. We laten de sneltrein gaan en ‘doen’ een terrasje in de zon. Clubmaat Roland heeft daar ook wel zin in maar dat is zonder Mieke gerekend! Zij gaan er in volle vaart weer vandoor.

Een zoveelste holle weg wordt deze keer beklommen. Hij zet ons af in open veld. We dalen nu langzaam naar Chastre. Ik heb zowaar de neiging in slaap te vallen, loop hier zowat te lummelen. Linda houdt er het tempo in terwijl wij door het dorp lopen, langs de kerk en zijn wegels. Voorbij de l’Orne moeten we door werken ter verbreding van bruggen en spoorbanen. Blanmont en de volgende rust komt in zicht, in het hoekje van het dorpsplein ingepalmd door de lokale scouts jeugd. Nijlense Linda en Dirk zijn intussen onze dichtste wandelburen geworden, ook vaste waardes waar 50km kan gelopen worden, die twee. We klimmen het dorp uit voor de volgende verkavelingwegen in de velden. Aan dorpje Perbais beginnen we met een strook dorpskassei en dan terug de weidse velden tot de rust in Ernage. We hebben nog een uurtje voor de boeg. De klok tikt de tijd toch wel erg snel weg.

De parkoersbouwer stuurt ons nu langs de spoorbaan. Ik snap eerst de bedoeling niet maar krijg dan opschriften in het oog verwijzend naar veldslagen rond de Pont de la Croix op 14 mei 1940. Nu is het al peis en vree langs de zonovergoten veldwegen – nooit meer oorlog, denk ik dan. We lopen stilaan Gembloux binnen en hebben in een buitenwijkje onze laatste rustpost. Nog een drietal kilometer tot de aankomst, we lopen door. Mogen over aarden pad,een oude spoorbaan, met de lage zon die ons recht in de ogen kijkt. Is wel een mooie kilometer, ondanks de vele dansende muggen. Rechtsaf ligt nog een kasseibaantje, parkoersbouwer gunt mij een laatste pleziertje. Nog even goed rondkijken over deze landbouwstreek en we zijn binnen. Het is net 17:00 en onze ‘vrienden’ permanents van Mozet zitten achter hun werktafel. Deze keer worden onze boekjes zonder morren van de nodige stempels voorzien. Gelukt deze keer, vraagt Dirk lachend. Na ons komt nog heel wat schoon volk van de 50km binnen. Wij waren ook lang onderweg voor onze 42km. Parkoers zo’n 4km langer, zegt Claude, wijzend op zijn gps. De tijd van de korte Waalse kilometers dat is …souvenir, souvenir! Was deze tocht niet super, we hebben ons toch best vermaakt en …Linda is weer helemaal en zonder pijnen terug! Laat ons bidden dat het zo mag blijven!

FOTOREEKS

 http://s272.photobucket.com/albums/jj174/fototripper0808/...

20:07 Gepost in wandelen | Permalink | Commentaren (0) | Tags: namen, -c

19-09-08

25.12.2007 Les Djâles d'Anhée te Maredsous

Na een rustige kerstavond, knusjes thuis met z’n tweetjes, de stille nacht indachtig, staat er een echte Kerstwandeling op ons programma vanuit de Abdij van Maredsous. Bij mooi winterweer rijden wij over vrijwel verlaten autobanen via Brussel en Namen naar de startplaats. Iets na tienen al heel wat auto’s op de parkeerplaats. We zien net de eerste bekenden vertrekken, een koppeltje Krijgers uit Oudenaarde. Doen eerst onze inkopen : abdijbrood en abdijkaas, zal smaken tijdens de werkuren later deze week.

We vertrekken voor de 18km in de omgekeerde richting van vorig jaar. Een dalend paadje met los- en vastliggende natuursteen zet ons af bij riviertje de Molignée. Even de baan volgen en dan het water over. Het lijkt net een ijsbaantje. Er wacht ons een lange, trage klim, puur natuur, voorzichtig stappend tussen steengruis en ijs. Het vriest hier nog wel degelijk al voelt de temperatuur niet echt koud aan. We komen op een plateau met uitzicht over de omgeving. Asfaltbaantjes dwars door de akkers zetten ons af in Denée, weer eens zo’n prachtig Ardeens dorp met grijze natuurstenen huizen. Ik ben er verliefd op! De eerste rust (na ruime 5,6km) ligt voorbij kerk en kasteel in de plaatselijke voetbalkantine. Het stelt allemaal niet veel voor en het terrein waarop gesjot moet worden is eerder een ‘patattenveld’. Toch is het hier gezellig druk. Oerwaals ook met de handgeschreven briefjes voor de consumpties. Madame la caissière kwijt zich voorbeeldig van haar taak. De Maredsous boterhammen met kaas of gerookte ham vinden gretige afnemers. Het zal de ganse dag zo zijn.

Even een asfaltbaantje door een valleitje en dan het volgende plateau op. Wandelaars vormen een langgerekt lint. We lopen hier blijkbaar op het hoogste punt van de streek. Het uitzicht rondom is adembenemend mooi. Uitschieters zijn de grijze Abdijen van Maredret (enkelvoudige toren) en Maredsous (dubbel toren). Vermits wij in een wijdse boog terug naar Maredret lopen, mogen wij er langdurig van genieten. In het nog slapende kunstenaarsdorpje lopen we onder de verlaten oude spoorweg door en over de Molignée. Er volgen een paar korte, pittige klimmetjes het dorp uit tot voorbij de Ferme de la Cour. De rust ligt in Salle A l’Bagne, een valleitje verder. Linda geniet van een huisgemaakte chocomel (met notensmaak), ik hou het bij koffie. Klubmaatje Peter komt binnengewaaid, die heeft al een lusje voorsprong op ons. Hij waarschuwt voor het doorploegde terrein van de hier te lopen lus.

Zijn wijze raad indachtig klimmen we het valleitje uit. Boven wacht een sparrenbos en inderdaad ... het is z’n weg zoeken in en over wat ooit een pad was maar nu niet meer dan diepe geulen van 20cm en meer. Bosbouw op zijn smalst, zeg maar. We komen er zonder kleer- of andere scheuren heelhuids doorheen en dalen zachtjes terug naar de vallei. De terugweg loopt door licht golvende akkers met een soms beetje gure wind ‘op kop’. Linda stelt voor dit lusje nog eens te af te stappen en dan straks de 6km. Ce que femme veut ... Net voor binnenkomst komen we ook klubgenoten Anne-Marie en Roland tegen, die wandelen dus ook nog (ahum!). Zoals afgesproken lopen we het lusje een tweede keer. Toch merkwaardig dat we nu sneller lijken terug te zijn en dat je de tweede keer ook dingen zie die je de eerder niet opvielen.

Deze keer lopen we naar binnen, zo’n twee kilometer asfalt over de lanen rond de abdij landgoeden. We stoppen niet maar stappen meteen door, terug de heuvel af zoals vanmorgen. In het dal van de Molignée ligt de splitsing. Het parkoers van de 6km draait linksweg een oude spoorbaan in, gelegen tussen hoge rotsformaties. Tot onze niet geringe verbazing krijgen we hier het unieke van stalagtieten, ijsmassa’s gevormd door het water dat van de horizontale lagen leisteen afdruipt. Het is een pracht van een natuurlijk cadeau. Linda had weer eens gelijk, dit lusje had inderdaad iets extra’s te bieden. Lopen Maredret binnen langs een prachtig stukje Molignée bij het lokale kerkje. Terug de nijdige klimmetjes op en een vierde keer in A l’Bagne. We oordelen dat het welletjes geweest is voor vandaag en stappen nu 2km verder wel de cafetaria van de abdij binnen voor een welverdiende Maredsous 8° van ’t vat, allée elk twee dus! Tilly (uit Puurs) en haar ventje komen een babbeltje slaan. Zij kan helaas geen grote afstanden meer aan, overmant door artrose. Toch klinkt ze nog dapper ... ze krijgen mij niet klein! Die wandelaars toch hé, mensen met pit en zo horen en zien wij het graag. Tof dat jullie er nog eens bij waren en tot ergens te velde! Terwijl wij vertrekkensklaar staan komt ook Claude Tixhon en zijn gevolg daar binnenvallen. Zij hebben verdorie geen meter gestapt vandaag maar gaan naar het vuurwerk kijken deze avond in Maredret. Daar is het ons te druk voor en wij keren naar huis terug. Nemen nog even een wandelaarster mee dit in Namen de trein moet halen – l’amitié par la marche – en zo hoort het ook.

Chers Djâles, un grand merci pour ce superbe cadeau de Noël que vous avez fait à plus de 800 marcheurs. Nous regrettons déjà que vous avez changé de date l’année prochaine. Ce sera plus la même chose sans votre organisation le Noël 2008 !

FOTOREEKS

 http://s190.photobucket.com/albums/z182/fototripper0707/2...

20:43 Gepost in wandelen | Permalink | Commentaren (0) | Tags: namen, -m

15.12.2007 Les Marcheurs de l'Amitié te Sclayn

Het gonsde de laatste weken bij de afstandenwandelaars …we gaan naar Sclayn, Sclayn, Sclayn. Tot in Nederland toe werd er over gesproken. Uiteraard trekken wij er dan ook naartoe, niet voor de 50km maar voor de 42, we vertrekken niet graag in het donker. Het wordt een koude, heldere morgen, een veelheid aan sterren staan te blinken als we tot net voor Andenne rijden en vlot kunnen parkeren in het kleine Maasdorpje. De startzaal ligt op de grote baan die Andenne met Namen verbindt en is ruim te noemen.

We vertrekken snel en mogen al meteen aan onze eerste ‘Tienne’ beginnen, een asfalthelling rond en tot hoog boven het plaatselijke kerkhof. Vliegtuigen trekken witte strepen in het blauwe zwerk, van west naar oost. In de verte de stoomwolken van de kerncentrale van Tihange. Een betonpad door een groene vallei en langs mooi huizen in grijze natuursteen, zet ons af bij de eerste rust in Bonneville na 3,65 km. Hier komen we veel bekenden tegen die er al één lus meer hebben opzitten dan wij. We trekken verder over asfalt voorbij het stemmige lokale kerkje. De batterijen van mijn fototoestel laten me even in de steek maar dat komt verderop weer goed. Hebben last van de koude, denk ik. We lopen richting Thon Samson, hoog in de heuvels bezuiden de Maas. De vergezichten bij dit prachtige weer zijn ronduit schitterend. We genieten ook van de vele mooie natuurstenen huizen in het dorpscentrum. Zoals het hoort hier ook een fraaie kerk (met huisnummer 66 !) en een kasteel. Merkwaardig die fel blauw geschilderde luiken tegen de grijze stenen achtergrond. Dwars door het volgende groene valleitje lopen we terug naar Bonneville, tussen de kerk en de imposante château door. We hebben er zo’n 10km opzitten. Kregen we tot nog toe veel beton onder de sloffen geschoven, mooi is het allemaal wel.

Trekken verder voorbij ‘la ferme de Dhuy’ en het open veld in. Bij een kapelletje splitsen de grotere afstanden weg om langdurig door de ‘Fond del Core’ te lopen, een prachtige groene, brede vallei. Wij blijven zowat op halve hoogte van de zuidflank hangen. Kuieren over een pad met heel wat ingebedde natuursteen, wat niet altijd zo makkelijk loopt. Komen aan in Goyet, met z’n twee kastelen en volgen een heel eind het riviertje Samson langs een drukkere steenweg. Het is genieten van ondermeer een prachtige ruïne halverwege de tegenoverliggende beboste heuvel. Ook wij mogen terug stevig klimmen richting Thon om vanaf de dorpsrand naar de Maas te duiken. Erop en erover deze keer tot de derde rust in Namèche. Alhoewel de meeste afstanden hier rust hebben, zijn er nauwelijks tassen en ander materiaal voorzien in de kleine klasruimte. Resultaat : wat korzelige wandelaars maar zonder verdere gevolgen. We mogen nu de steenweg volgen tussen Maas en spoorlijn richting Namen. Voorbij de steengroeve ‘Dolomies de Marche les Dames’ gaat het. Lopen voorbij een botenkerkhof, over de spoorbaan en zo tot het para trainingskamp van Marche-les-Dames. Daar verlaten we de Maasvallei voor een stevige klim met een maximaal stijgingspercentage van 12%. Linda krijgt het zwaar, de buikgriep van deze week begint zijn tol te eisen, er zijn krachten in verloren gegaan. Rusten doen we in de garage van een woonhuis te Wartet na ruim 24 km.

We beslissen hier een lus te laten voor wat ze is en onze tocht in te korten tot zo’n 37km. Hobbelen over een danig vernield pad door open veld. Als je op de wind loopt is het hier verdorie koud. Stappen richting Ville-en-Waret. Opvallend dat aan de noordzijde van de Maas de natuursteen bruin is, daar waar we aan de zuidzijde enkel grijze steen opmerkten. Vanaf de watertoren stappen we door de akkers richting en voorbij het dorpje Hingeon. Hier dus niks dan velden, nauwelijks een boom, hoog op het plateau. Paden zijn volledig stuk gereden door zware landbouwmachines. Het is ploeteren en zich een weg zoeken over het erg hobbelige wegdek. Met ‘krom gelopen poten’ bereiken we Landenne en de huisrust in Rue du Troka, onze laatste rustpost.

Terwijl Linda wegduikt in het groen lopen H & T ons voorbij, een beetje ontgoocheld over het geboden parkoers. De eerstvolgende kilometer is wat men in Wallonië ‘valloné’ noemt, geen meter vlak dus. Bij wat bosjes begint dan de afzink naar de Maas. We krijgen nog een paar doorkijkjes op een woest stromend beekje, inclusief watervalletjes. Een paar uitzichten op oude steengroeven. De vergezichten over de zuiderse heuvels verdwijnen ook met het dalen. Steken de Maas over, mogen er nog even langs kuieren en dan zit deze tocht er ook op.

De meesten zijn het met ons eens dat deze tocht niet slecht was maar dat ze er meer van verwacht hadden. De noordflank van de Maas is inderdaad een landbouwplateau en niet zo’n leuk wandelgebied als het meer speelse en ingesneden zuiden. Toch hebben we een aangename wandeldag gehad, ondanks Linda het wat lastig had met de hellingen, door de naweeën van de buikgriep. Met de vele wandelvrienden wordt er druk nagekaart …tot we nog eens de keet sluiten. Ook deze goede gewoonte leren we niet meer af.

FOTOREEKS

 http://s190.photobucket.com/albums/z182/fototripper0707/1...

20:32 Gepost in wandelen | Permalink | Commentaren (0) | Tags: namen, -s

18-09-08

11.11.2007 Wallonia Namur te Erpent

Wallonia Namur, een naam als een klok in de wandelwereld. Ik ben nog nooit vanuit Erpent vertrokken maar het dorpje blijkt makkelijk bereikbaar te zijn, een ruime 5km van het station. Ik heb theoretisch meer dan 10 minuten om van de trein naar de bus te stappen. Dit is echter zonder de fratsen van de NMBS gerekend. Tussen Ottignies en Gembloux blijven we een tijdje staan ‘wegen technisch defect’. Twee minuten heb ik nog bij het uitkomen van Namur-Gare. Wriemel mij tussen hele horden jongeren door. Zij zijn moe van een nachtje ‘stappen – I love Techno’. Bemerk een bus nr. 8 en spring er gelijk op. De chauffeur vraagt mij 1.30€ maar neemt vrede met een ietsje minder. Twintig € kan hij niet wisselen. Zodra ik mijn ticket te pakken heb beseft hij dat ik de andere richting uitmoet. Ik hol met mijn ticket in de hand naar de overkant van de drukke straat. Net op tijd voor de juiste bus. Leg uit dat ik reeds betaald heb. Geen probleem zegt deze man, rij maar rustig mee tot de terminus. Waalse gastvrijheid, één van de redenen waarom wij hier zo graag wandelen. We rijden dwars door Namen, ook al zo’n prachtige stad, en dan vanuit Jambes de heuvel op. We stoppen net voor de immense college gebouwen met ruime startzaal. Stickers zijn op, zegt de man aan de inschrijftafel. Is de tweede keer dat mij dit hier overkomt, toch wel jammer. Bekijk aandachtig het parkoers van de 28,6km, lijkt mij vrij onbekend terrein.

We beginnen met stille straatjes in dalende lijn en dan een stukje groen. Blijven rond Geronsart stevig golvend asfalt lopen. Na het dwarsen van de N4 zijn we terug in Erpent en lopen samen met de 4km het dorp in. Heb ik een splitsing gemist ? Niks van, het parkoers blijkt met 1500 meter ingekort vanwege niet begaanbaar. Na deze rust trekken jullie echt weg, sust een kennis uit de organisatie. Ik loop meteen door en we stappen inderdaad de velden in. Een pseudo holle wegel zorgt voor de nodige tuimelpertes bij minder ervaren wandelaars. Te gevaarlijk, oordelen zij, ik loop er gewoon door. Randje bos, met kale uitgestormde bomen, klimmen we zachtjes in open veld. Een fikse regenbui houdt ons gezelschap. We missen met z’n allen een pijl naar rechts vanwege ‘kop in de grond’. Keren even op onze stappen terug. Gelukkig want het paadje onder de steunmuren van een oude hoeve is enig. Als verzopen waterkiekens komen we de rust van Andoy na ruim 7km binnen.

Het regent nog steeds als ik terug vertrek. We zijn nog met een vijftal voor 20km en meer. Een onverharde afdaling ligt er bepaald vettig bij. In de vallei asfalt en geen regen meer. Bewonderen het lokale kasteel en stappen de open velden in, genietend van de prachtige vergezichten. Bij de splitsing van de 30km blijf ik alleen over. Een holle weg duikt naar beneden. Dit is niet wandelen, dit is schaatsen. Sta plots voor een plas, geen doorkomen aan. Keer op mijn stappen terug, wat uitzonderlijk is en kruip het bermpje op. Na enkele stappen door Gods omgeploegde akker heb ik schoenen als tennisraketten. Dit wordt mij het tochtje wel. Sukkel terug in de holle weg tot beneden aan een kapelletje. Kruip meteen terug de vallei uit middels een lange trage klim over een goed begaanbaar pad. Het uitzicht is adembenemend. De lucht geeft ons alle tinten van gitzwart, over ontelbare schakeringen van grijs, tot wit en zelfs blauw. Enkel Laura ontbreekt nog. Weilanden zijn fris groen, boompartijen bruin of erg donker. Kilometers ver kan je hier de brede vallei in turen, ronduit schitterend. Stap de heuvel over en mag aan de volgende trage afdaling beginnen midden de weilanden, met her en der een boerderij. Een karrenspoor is verworden tot een snelvliedend beekje. Dit is nog eens een echt PPP parkoers (ploeteren, pittig en prachtig), niet te verwarren met BBB, alhoewel het een vergelijkbare trainingsessie is. De lucht klaart zowaar langzaam uit en we krijgen zonnige periodes. Ja, dit is vandaag ‘de place to be’. Langs d’Arville bereiken we Sart-Bernard. Geniet van stemmige huisjes en dito kerkje in bruine natuursteen, echt mijn ding. Hoog tijd voor een rust, heb er zo’n 15 stevige kilometer opzitten. Een lekker stuk smeuïge rijsttaart en een koffietje, daar doe je krachten van op.

We maken nu een omtrekkende beweging rond het dorp. Duiken mits een klein bruggetje onder de spoorweg door en vervolgen in dalende lijn onze weg door de weilanden. Eén klimmetje verder pikken we even de 21km op. Mogen nu eens over een bruggetje en stappen het weiland binnen van de familie Ezel. De ganse groep laat zich uitgebreid aaien en fotograferen. Net voor het verlaten van de weide vind ik het nodig een knieval te maken, een mislukte pirouette. Voel even een snerpende pijn in de linker knie maar dat ebt gelukkig snel weg. De 30km gaat terug alleen op pad. Onze parkoersmeester blijkt een snoodaard te zijn van het zuiverste ras. Hij stuurt ons dwars door het dorp. Een korte klim, een pittige afdaling tot een klaterend beekje en dan …een knots van een helling tot de kerk van Naninne. Toegegeven het is schitterend de kerk en de ganse vallei te zien baden in de zon, maar het is wel in ons ‘zweet des aanschijns’! Even verder, net voorbij de imposante Ferme de Limont (1763) ligt de laatste rustpost. Kan ik even wat modder wegwassen. Brigandtrotters op busreis spreken hun waardering uit voor deze organisatie en terecht.

De laatste 5km zullen al evenmin vlak zijn. We worden hoog boven het dorp afgezet en mogen dan de brede vallei in, zachtjes dalend . De grotere afstanden blijven op de linkerheuvel , de 14km loopt langs de bosrand aan de overkant. Het is heerlijk hier te kunnen wandelen en te genieten van al die pracht. We lopen wel te laag in het landschap naar mijn smaak en inderdaad. Onder het laatste bruggetje door het bos in …klimmen maar! Bij het uitkomen van het bos een prachtig uitzicht over Namen en de Maasvallei. Ik loop binnen met een lach van oor tot oor. Wallonia heeft hier nog maar eens bewezen een topclub te zijn. De ganse organisatie was eens te meer perfect, het schaatsparkoers lekker pittig en weelderig strooiend met schitterende vergezichten. Dat is als modderzwijn daarna veel bekijks heb op de trein, dat kan ik mij echt niet aantrekken!

Het wandelweekend zit er weer op. Van de voorspelde regen heb ik nauwelijks wat gemerkt. Van de gevolgen van de voorbije natte dagen des te meer. Maar ja, een wandelgek als ik is pas dan echt in zijn nopjes. Als de weer- en andere goden een beetje meewerken zal ons volgende weekend Hollands zijn met het Zeelandse Vrouwenpolder op zaterdag en het Brabantse Oirschot op zondag. Tot dan!

FOTOREEKS

http://s190.photobucket.com/albums/z182/fototripper0707/1...

21:06 Gepost in wandelen | Permalink | Commentaren (0) | Tags: namen, -e

01.11.2007 La Caracole Andennaise

Allerheiligen dat is gaan wandelen bij de Stroboeren in Wuustwezel. Dit jaar slaan we eens een keertje over. La Caracole is binnen de vijf jaar die ze bestaan een naam als een klok geworden in de wandelwereld. Voor deze marathon komen we om 5:00 ons bed uit. De 60km laten we aan Hennie, Theo en alle anderen die nog g….. zijn dan wij! Ondanks het vroege uur reeds veel auto’s op de parking natuurlijk, meer dan 170 wandelaars zijn al op weg voor de langste afstand. Xavier komt nog binnenvallen en heeft haast …hij gaat ervoor!

Bij dageraad starten wij op ons gemakje wetende dat we tot 20:00 mogen binnenkomen vanavond. We zijn nauwelijks één stille straat op weg of mogen al de Maasvallei uitklimmen. Pittig asfalt, lastige boswegels, stukjes vals plat in open veld tussen fraaie natuurstenen huizen, niets wordt ons bespaard. Bij het stemmige kerkje van Groynne, al hoog in de heuvels, worden we voorbijgesneld door STIB-ers Bernard en Nadine. Helemaal boven ligt de eerste rust in het schooltje met de heel toepasselijke naam ‘école de peu d’eau’. We hebben er 5km opzitten.

Mogen meteen terug een heerlijk bos in, oker en bruin, een herfstpracht. Lopen onder een hoogspanningsmast door en klimmen in open veld. In de diepte voor ons wandelaars dansend als kleine poppetjes. De stevige afdaling wordt gevolgd door een asfalt klim waar geen einde lijkt aan te komen. We zijn in Coutisse en zijn Rue de la Montagne. Het is hijgen en puffen alom. Eindelijk wordt het parkoers een beetje vlak terwijl wij naar de tweede rust stappen in Haillot. ‘repos chez Bea et Michel’ staat er, typisch Waals bij mensen thuis in de garage. We hebben er 10,8 stevige kilometer opzitten.

Jacqueline en Luc gaan er als hazen vandoor. Wij blijven aan ons eigen ritme door de open velden wandelen richting Perwez. Het parkoers is er heel wat gezapiger op geworden. We genieten van de rust en stilte om ons heen. En dan wordt het even feest. Een paadje verscholen tussen struiken blijkt een heuse modderpoel te zijn. Het is ploeteren en sakkeren. Linda heeft gelukkig haar wandelstok bij. Ik vlieg door de brij heen – kuis jij straks de schoenen schat ? Het wegje is nauwelijks een paar honderden meter lang maar we komen er uit als modderzwijnen. Stappen door het boerendorpje Jallet en dan de weidse vlakke akkers in. Aan het eind ligt een dubbele beukendreef. Je loopt er net als onder een gouden baldakijn. De dreef mondt uit bij het kasteel van Hodoumont, prachtig opgetrokken in grijze natuursteen. We hebben warempel rust in één van de bijgebouwtjes (18,0 km). Er zijn 191 deelnemers aan de 60km en zo’n 125 aan de marathon vertelt men ons hier. Wij beamen dat deze tocht z’n succes meer dan waard is.

Net voorbij deze rust lopen wij door de vallei rechtdoor richting Goegnes terwijl de 60km naar rechts de volgende heuvel mag verorberen. Het is heel lang gewoon rechtdoor lopen, van de ene vallei in de andere. Opvallend veel maretak ontwaren wij in de kalende bomen. Een lieflijk beekje houdt ons een tijdje gezelschap, de dorpen liggen hoog boven ons. Bij elke bocht hangen een reeks roodwitte linten en aanduidingen voor zones ‘piétons interdit’. Hier heeft volgend weekend de autorally du Condroz plaats. Aan ons rustig leventje komt abrupt een einde bij een asfaltbaantje ‘State’ genoemd. Jongens wat een joekel van een klim zeg! Na een paar honderd meter smelten we samen met de 60km en met vereende krachten klimmen we verder, er komt geen einde aan. Aan de voet van deze klim lag het kerkje hoog boven ons, bij de top lopen we hoger dan de kerkhaan! Hallo, was dit de Mont Ventoux? Vanaf de top presteert de parkoersmeester het om ons over stevig golvende wegen nog een kilometertje te laten puffen tot de rust in Marchin (26,6km). Iedereen is het er over eens – zelden zo’n zware klim meegemaakt. Het is hier echt de zoete inval van bekende afstandenwandelaars, Claude Tixhon, Mon en de Wilskes, Leuvense Jeannine, Bonyns vader & zoon, en ga zo maar door …het kruim van de Belgische wandelwereld is hier aanwezig.

Nu volgt een etappe van exact 9km. Een korte klim brengt ons in een bosje maar dra lopen we door een ander stukje van Marchin en dan …vlakke asfaltwegen door de velden met wandelaars zo ver je zien kan. Vlak, ja graag na de reeds geleverde inspanningen maar eentonig asfalt, dat valt een beetje tegen. In de rust van Ben-Ahin krijgen we tekst en uitleg. Het jachtseizoen heeft de parkoersmeester parten gespeeld, de bossen rond het dorp waren niet toegankelijk vandaag. Jammer maar daar sta je als organisator machteloos tegen. Trouwens niet getreurd, bij de rust ‘chez Martine & Christian’ krijgen we een schitterend uitzicht over de beboste Maasvalleien. Wat is dat genieten zeg!

Er volgt nu een stevige afdaling in open veld, gevolgd door golvende bospaden. Een pittige asfalt klim en dan terug dalen door de stille straatjes van Gives. De rust in de ‘maison des jeunes’, na 38,2 km houden we kort. We weten, nu komt er een pareltje, misschien wel ‘le moment suprème’ van het parkoers. We dalen stevig samen met een diep ingesneden beekje dwars door een bos. Het stukje heeft iets van een canyon maar dan donker in groen, oker en bruin. Beneden wacht de Maas. Volgens de parkoersbeschrijving zullen we het water zo’n 3km stroomopwaarts naar Andenne volgen. De meesten lopen over het totaal van 4km zo’n uurtje. Geen zweem meer te bespeuren van de ‘korte Waalse kilometers’ van weleer. Bij valavond bereiken we de laatste rust bij het kerkje van Ste-Begge. Meer dan een plaspauze maken we er niet meer van. De laatste twee kilometer voeren ons langs kerkwegels en een laatste stukje Maas tot in de ‘salle polyvalente’.

Het is nog erg druk in de zaal en we begroeten talloze bekenden. Zelfs De Peter is van de partij en dat mag toch wel een klein mirakel genoemd worden! De sfeer zit er goed in, de trappist smaakt. We hebben de zaal niet gesloten maar veel heeft het hem niet gescheeld. Moe maar tevreden rijden we terug naar Hemiksem. La Caracole heeft ons eens temeer overtuigd van hun klasse. Een prima pittig parkoers, ondanks de jachtperikelen, een perfecte afpijling en dito verzorging. Volgend jaar organiseren zij deze tocht op 21 juli – voor ons als Belgen tot nader bericht nog steeds een feestdag, Hennie & Theo zullen weer vakantie moeten nemen.

FOTOREEKS

http://s190.photobucket.com/albums/z182/fototripper0707/0...

20:50 Gepost in wandelen | Permalink | Commentaren (0) | Tags: namen, -a

17-09-08

28.10.2007 Batteurs de Cuir Dinant

De tocht in Jette gisteren was niet zo zwaar. We hebben een uurtje langer mogen rusten vanwege het ingaan van de winterslaap. Er kan dus een pittiger tochtje af vandaag, Dinant en de Maasvallei, altijd ‘the place to be’ voor een hellinkje meer. We rijden er vlotjes naartoe over de E19 en de E411. Parkeren weer eens op zo’n 100 meter van de startzaal, wat een luxe. Luxe, dat is het juiste woord voor de prachtige startzaal in het lokale Casino, een(ver)nieuwbouw. Bij de koffie even een praatje maken met bekenden uit Boortmeerbeek, IJsetrippers en Pajotten uit Vollezele. Het parkoers is veelbelovend, we verlaten blijkbaar de statige rivier nauwelijks.

Vertrekken doen we aan het water, stroomafwaarts op de rechteroever. Lopen richting hoofdkerk, want kerken, die zullen we vandaag haast op elke straathoek tegenkomen. Lopen de brug over en dan richting station. Even langs de drukke baan en dan over een dot van een kerkwegel, tussen hoge, oude, verweerde muren richting Bouvignes voor onze eerste rust na 2,8km.

We keren verassend zowat op onze stappen terug na genoten te hebben van het prachtige oude marktpleintje (ook wel jeu de balle). Volgen de Maas langs het kerkje van Pater Pire tot randje Citadelle. De steenweg weg uit Dinant wordt onze eerste serieuze klim. Inclusief het voetgangerspad tot helemaal boven de Citadelle neemt hij zeker een klein kwartiertje in beslag. Ik kom even in het rood, moet gas terugnemen. Berggeit klimt gezwind, daar ga ik vandaag nog ‘straffe toeren’ van beleven! Lopen op de kim richting Mont-Fat, helaas helemaal verloederd, en verder zuidwaarts. Een korte knik wordt meteen gevolgd door helling nummer twee. Amaai mijn knoken! Helemaal boven ligt gehucht Herbuchene en, heel toepasselijk, het zaaltje ‘Salle Aux 4 Vents’. Ja, de wind heeft hier waarlijk vrij spel. Dit is weer eens zo’n typisch charmant Waals rustpostje, klein, slechts vier helpers, maar met koffie taart en pintjes, voor elk wat wils. Waverse Liliane zit er in het gezelschap van Eddy en z’n vrouwtje. Jean is er al lang vandoor, heeft kilometers nodig. Wat hebben wij bewondering voor deze mensen, ondanks hun handicap zo sterk presterend, elke week opnieuw.

Bij zuur winderig weer mogen we nog even bergop tot aan ‘elevage Mont Fat’ en dan gestaag naar beneden. Eerst asfalt, rechttoe rechtaan, dan middels meerdere haarspeldbochten een boshelling naar beneden donderen. Een prachtig stukje parkoers. We komen net onder de fameuze Viaduc uit. Begroeten Jeroen & Kristel en stappen langs de rechteroever weg van de Roche Bayard richting Anseremme. Het stemmige kerkje temidden de samenvloeiing van Lesse en Maas maakt mij romantisch. Hier kan ik intens genieten. We steken nog maar eens de Maas over en mogen weer gaan klimmen tot over de spoorbaan. Een stevig golvend pad voert ons terug richting Dinant. Net voor Neffe lopen we opnieuw langs het water naar rust drie. We hebben er 11,3km opzitten.

Vertrekken terug samen met Eddy en nemen snel afscheid als we linksop draaien voor de lus van de 30km. Het woordje ‘op’ is hier erg letterlijk te nemen want de asfaltbaan heeft aardig wat %-tjes. Dra ligt de Viaduc een ietsje onder ons. Het is even zoeken om aan de overkant te geraken. Middels eventjes zakken en dan terug omhoog komen we er wel. We mogen nu over het Viaduc lopen, tussen de vangrails en de verhoogde boord van het kunstwerk. Het uitzicht zuidwaarts is gewoon goddelijk. De Lesse en de Maas, Anseremme en de heuvels met dorpjes in de mist verderop. Voor dit kilometertje alleen al zou je deze tocht lopen. Stappen we dan heel hoog boven de rivieren, er kan nog altijd een beetje bij. Linda sakkert bij het bekijken en verorberen van het lange stuk vals plat dat ons in Dréhance brengt. Maar we worden beloond voor zoveel ijver. Het zonnetje komt er door, de lucht wordt blauw, de uitzichten adembenemend. Het sakkeren vergaat ons snel en maakt plaats voor puur wandelplezier. Waar kan je vandaag beter zijn, zegt Linda genietend. Middels een asfaltbaantje dalen we gestaag terug naar Anseremme en de Maas. Een rijtje trappen zet ons af aan het water. Nu volgt opnieuw het stukje over en langs de spoorbaan tot in Neffe. Opvallend hoe het uitzicht totaal anders is dan daarstraks, nu zonovergoten toen alle tinten van grijs. Wij lijken de laatste te zijn die deze rustpost aandoen. Toch stellen de helpers ons op ons gemak, doe maar rustig aan zeggen ze, super!

Ik weet zo ongeveer wat er nu zal komen. En inderdaad, op de linkeroever ligt een heerlijk bospad, geprangd tussen spoorbaan en heuvels. Vlak is het geenszins en het is uitkijken waar je tussen de stukken rots de voetjes neerzet. Wat trappetjes, een bruggetje over een droge rivierbedding, zelfs een breekwerf wordt ons niet onthouden. Zo komen we net boven het station uit met een uniek zicht op de hoofdkerk met erachter de Citadelle en Mont Fat. Onze parkoersbouwer vergast ons op zijn laatste plagerij, een ‘gust’ van een asfaltklim, er lijkt geen einde aan te komen. Zelfs als verhard overgaat in bospad blijft het vals plat. Als we het bosje uitkomen en over de weidse kale akkers uitkijken, weten we dat we het gehad hebben. Nu volgt de lange, soms steile afzink naar Bouvignes en de laatste rust. Nog drie kilometer rechtdoor en dwars door de Dinantse straatjes, een leuke, zeer pittige tocht zit er op. Genietend bij een lekkere Rochefort komen we terug op krachten. Jette en Dinant, het was weer eens een heerlijk wandelweekend.

Er ligt een extra lang weekend in het verschiet. Een eerste plan hebben we al klaar. La Caracolle Andenne (42), facteur Etienne in Nukerke (25), Les Sans Soucis in Angre (42) en winterserie Waalwijk (30). Maar zoals altijd …plannen zijn er om veranderd te worden. U leest er volgende week meer over. Tot dan.

FOTOREEKS

 http://s190.photobucket.com/albums/z182/fototripper0707/2...

21:04 Gepost in wandelen | Permalink | Commentaren (0) | Tags: namen, -d

12-09-08

16.09.2007 Les Sangliers du Samson te Mozet

Het is al een tijdje geleden maar vandaag trekken we nog eens Wallonië in. Mozet, net ten zuidoosten van Namen is een prachtig dorpje met huizen en kerk in grijze natuursteen, een dorp om verliefd op te zijn. Bij prachtig weer, beter dan deze zomer, zoeken we rond 9:30 een parkeerplaatsje. Clubmaatje Ghislaine komt ons al voorbij gestapt, zoals gewoonlijk met een lach van oor tot oor. Een korte babbel en ze gaat er fluks vandoor. Het kleine startzaaltje kan de toevloed aan wandelaars nauwelijks slikken. Bij een kopje koffie even het parkoers bekijken, Wierde, Faulx-les-Tombes en Gesves, zo zien we het graag.

De 35km zouden er slechts 33 zijn en we gaan nog voor 10:00 op pad, tijd zat dus. Opmerkelijk hoe de bomen hier al hun herfsttooi hebben met de eerste geel en rood getinte bladeren. Hier zijn de nachten al kouder geweest dan in Vlaanderen. We lopen het dorpje met z’n allen uit, de gele pijlen volgend. Bij de eerste bocht verwarring alom. Alle afstanden staan in de pijlen gedrukt. Maar hier is alles geschrapt behalve de 5km. Sommigen lopen terug naar de start, anderen staan oeverloos te discussiëren welke kant uit. Wij lopen koppig door, een kilometertje meer of minder wat maakt het uit! Traagjes klimmen we naar de top van de helling. Hoe hoger je komt, hoe mooier en weidser de Ardeense vergezichten worden. Heerlijk is dit. We komen ook het eerste splitsingsbordje tegen, onze gok was juist, 1-0 voor Hemiksem. Bij een grijs natuurstenen villaatje, delikaat neergeplant in het groen, gaat het terug bergafwaarts. De eerste rust na 3,9km is niet meer dan een garagepoort en een paar bankjes. Koffie wordt er in grote thermoskannen aangevoerd vanaf de startzaal. Er zijn dan ook regelmatig tekorten. Wallonië, een andere wereld toch, maar wij houden van die ongedwongen slordigheid.

De volgende rust zou volgens de helpers op zo’n 7km liggen, meer weten zij ook niet. Wij gaan monter op pad. Lopen over onverhard parallel en hoog boven het zonovergoten valleitje. Het pad heeft soms meer van een sluikstort voor bouwafval maar dat kan de pret niet bederven. Een pittige afdaling voorbij een prachtige witte vierkantshoeve wordt traditiegetrouw gevolgd dor een stevige klim. Deze rakker komt je echt tegemoet naarmate je het hoogste punt nadert. Lopen voorbij een stemmig kapelletje met aparte toren en dan opnieuw parallel de vallei, genieten maar. We duiken op onverhard tussen hoge meidoorn terug naar de vallei en het dorpje Wierde. Hier kiezen we voor de Rue des Tiennes. Linda wijst naar het naambord, veelbetekenend ...klimmen geblazen! Lange, trage haarspeldbochten zetten ons af helemaal bovenaan de helling. Over de top de tweede rust in en paardenstoeterij. Er staan een aantal prachtige rijtuigen. Iedereen fronst de wenkbrauwen bij de aangegeven kilometers. Wij stapten 1:30 over 7,2km, een slakkengangetje dus.

Even een drankje en een booke, we gaan verder op pad. Lopen als over de top van een duin, met schitterende, zonnige vergezichten aan beide kanten. Ter hoogte van ons kerkje van daarstraks gaan de langere afstanden hun eigen weg. Wat nu volgt is een lange, prachtige dalende holle weg in een bosrijke omgeving. Het is wel opletten hoe en waar je de voetjes neerzet vanwege de vele stroken leisteen. Na 3km zijn we aan de volgende rust, een oud gebouw met opschrift ‘Source d’Arville’. Blijkt grondgebied Faulx-les-Tombes te zijn. We pauzeren kort bij de éénmansrust. Medewandelaars met GPS zitten een kleine 2km boven de aangegeven 14,2. Rust nummer 4 zou ...vier kilometer verder zijn. We klimmen uit het dalletje richting bewoonde wereld. Het is wat keren en draaien en menig wandelaar loopt fout vanwege de zuinige bepijling. Eagels Eye kent echter geen problemen en loodst mij feilloos naar het imposante kasteel van Faulx. Daar duiken we terug de bossen in en verderop naar het dorpscentrum voor de volgende rust. De lus voor de 35km is 8km lang zeggen de helpsters en dan 5km tot ‘binnen’. Het is nog geen 14:00, tijd zat dus.

De lus begint vrij troosteloos langs de drukke Route d’Andenne ‘immer gerade aus’. Randje Haut-Bois een merkwaardig monument, rode stoelen met elk een boom die dwars door hun leuning groeit, grappig maar de bedoeling ontgaat ons. Vanaf hier is het klimmen geblazen in het Bois de Gesves. Het pad ligt er bepaald nattig bij en we moeten geregeld van links naar rechts om de droogste stukjes op te zoeken. De grond ligt er ook omgewoeld bij, naar wij vermoeden het werk van everzwijntjes. Het is dan ook de tocht van Les Sangliers du Samson. Eens te meer zijn wij moederziel alleen. Zolang we maar regelmatig pijlen zien hangen geen probleem. Helemaal bovenaan de helling stappen we het bos uit. Beneden in het dal ligt Gesves maar daar gaat het niet naartoe. We blijven op de kim lopen wanhopig zoekend naar pijlen. Passeren twee straten, dit is fout. Ik keer op mijn stappen terug en inderdaad. Er hangen pijlen terug het bos in maar om deze te zien moest je ogen ...vanachteren hebben!

Het wordt een lange, vrij technische, maar oh zo mooie afdaling. Alhoewel dit nog steeds het Bois de Gesves is oogt het toch heel verschillend van daarstraks. Klommen we door een loofbos, hier voert spar de boventoon. Het eigenlijke pad is niet meer begaanbaar en dus loodst de parkoersbouwer ons zigzaggend tussen de sparren door. Intussen is het opletten voor boomwortels, afgebroken takken en ...paddestoelen, halsbrekend is het soms. Het is een schitterend stuk parkoers ... maar de tijd tikt ook weg. We zitten al boven de verwachte 1:20 tot de rustpost. Komen het bos uit bij een prachtige vierkantshoeve met open ruimte aan de valleikant. Het uitzicht is er adembenemend. Je kijkt uit over de hele zonnige vallei, inclusief het statige kasteel met zijn vier ranke torens en het mooie kerkje. Daar ligt de rust. We draaien echter een heel eind rechtsweg om vervolgens als over een roetsjbaan naar beneden te denderen. Na exact twee uur stappen staan we aan de rustpost en dit voor een lus van 8km! Ik interpelleer dezelfde helpster van daarstraks. Ze geeft schoorvoetend toe dat de meeste wandelaars de lus op 11km schatten. Het is intussen 16:00 en we hebben nog 5km voor de boeg.

We verlaten vrij snel het dorp voor een korte afdaling door weilanden naar het riviertje. Kunnen niet anders dan het linksweg volgen en dan ... geen pijlen meer! We keren op onze stappen terug, blijken juist gelopen te zijn. Een lokale bewoner wijst ons de weg. Er zijn pijlen verdwenen, is al de ganse dag zo, zegt hij! We vervolgen onze weg over asfalt tussen twee groene muren, beboste hellingen. Wij moeten gelukkig niet klimmen maar mogen netjes de vlakke weg volgen langs een houtzagerij. Hierna volgt wel een wondermooi klimmetje. Het holle paadje lijkt wel een spelonk, de losse keien nemen we er graag bij. Boven gekomen wacht de weidse open landelijke ruimte met huisjes als uitgestrooid door een spaarzame hand. Het allerlaatste graspaadje herken ik van vroegere tochten. We lopen het dorp binnen langs een pracht van een natuurstenen hoeve met vierkante toren. Je hebt van hier een heerlijk overzicht op de hellende dorpskern met centraal het stemmige kerkje. De Tienne St-Lambert brengt ons er naartoe en langs. Berggeit puurt er een laatste spurtje uit, ik kom hijgend en puffend achterop. Hé, hé was een stevig tochtje met een heerlijke finale. Aan de tijd die wij onderweg waren te zien schatten we de 33km op ruim 37, het is dan ook al 17:15.

Gewoontegetrouw zorg ik voor de Leffe en Linda voor de stempels in onze wandelboekjes. Wij gaan lekker buiten een terrasje doen. Linda komt woedend terug van bij de Permanent. De onze onbekende vrouw van niet-belgische komaf scheepte haar heel onvriendelijk af met de boodschap dat er geen stempels gegeven werden na 17:00. Gezien de erge boosheid van mijn vrouwtje laat ik de situatie even bekoelen. De mevrouw in kwestie komt naar buiten en spreekt ons opnieuw brutaal aan met de vraag of wij soms een probleem hebben. Ik negeer haar en zeg tegen haar echtgenoot, eveneens Permanent, dat de lengte van het parkoers ons parten heeft gespeeld. Is niet mijn probleem antwoord hij brutaal en ze stappen in hun auto. De vrouw gedraagt zich echt op een denigrerende en onbeschofte wijze t.o.v. ons. Wij blijven een beetje verweesd achter. Ik besluit een actie te ondenemen die ik vrijwel nooit doe, op maandag vertrekt er een klacht naar de FFBMP tegen deze twee personen. Zo eindigt een leuke dag eigenlijk nog in mineur. De terugweg verloopt ook aan een slakkengangetje wegens veel activiteit in Wallonië dit weekend. We pikken een grieks restaurantje mee in Jesus-Eik, het wandelweekend zit er weeral op. Op maandagmiddag krijg ik telefoon vanuit het FFBMP waar men danig geschrokken blijkt te zijn van mijn schrijven. Er volgt een positief gesprek en wat ons betreft is het leed geleden. Laat ons hopen dat dit bij een eenmalig incident blijft, de waalse wandelvrienden verdienen deze smet op hun gastvrijheid niet. Volgend weekend geen 60km in Ophain, daar voelen we ons niet fit genoeg voor. Wel misschien 35km ofwel de 42km in Marche-en-Famenne. Zondag naar alle waarschijnlijkheid de 42km in Helenaveen, voor twee jaar een pracht van een Peeltocht. Gewoontegetrouw leest U het op BeneluxWandelen.eu.

FOTOREEKS

http://s190.photobucket.com/albums/z182/fototripper0707/1...

20:29 Gepost in wandelen | Permalink | Commentaren (0) | Tags: namen, -m

11-09-08

15.08.2007 Le Joyeux Marcheur Flawinne

Op aangeven van Claude Tixhon ga ik vandaag wandelen bij een nieuwe club in Flawinne. Iets na 6:30 sta ik perron 9 te wachten op de trein naar Brussel. Zoals verwacht kom ook de Jef op zijn gemakje aangeslenterd. Zoals altijd is hij perfect gedokumenteerd, de stafkaart op zak. We kunnen ofwel vanuit het station van Namen zo’n vier kilometer te voet naar de start, ofwel er het boemeltje twee stations ver nemen tot in Flawinne. In Brussel-Noord komen we Jacqueline tegen en dus even later ook Leuvenaar Luc, ons team is kompleet, we kunnen kaarten. De trein naar Namen loopt wat vertraging op zodat we moeten hollen voor het boemeltje. We redden het net. Met Jef op kop verlaten we hetgeen voor een station moet doorgaan, meteen steil de heuvel op tot aan de startkantine. Er is wel wat beweging en je hoort er evenveel nederlands als frans praten. Ik bots meteen ook op die andere Jef, Claes uit Balen. Terwijl ik rustig ontbijt gaan ze er allemaal als hazen vandoor.

Als laatste van ons groepje trek ik mij op gang.Bij zwaar bewolkt maar warm weer krijgen we meteen een lange trage klim langs een gemaaid veld te verwerken. De beloning is navenant. Van hierboven heb je een schitterend uitzicht over Namen met de achterkant van de citadelle. We worden door een prachtige kasteeldreef geloodst en zullen de lokale châteaumuren voor drievierden rondlopen. De paden zijn niet bepaald vlak en de uitzichten schitterend. De stad, diep beneden de Samber, het golvende landbouw achterland, heerlijk is dit. Eens het kasteel voorbij draaien we een bosstrook in en wordt het terrein vlak. Dit blijft zo tot de eerste tentrust na 3,9 km in Comogne de Flawinne. Deze 30km bevat trouwens niet minder dan 7 (!!) rustposten.

Na de rust gaan we het asfalt op voor een fikse afdaling met uniek zicht op een groene vallei. Floriffoux noemt het dorp hier. Het is even huisjes kijken tot de tweede rust in de garage van een woonhuis. Er staan 6,9km op de teller. We blijven over asfalt lopen randje Soye. Een lange rechte, vlakke weg deze keer met aan het einde de prachtige abdij van Floreffe. Daar gaat het ook naartoe. Wij dalen naar de Samber, het klooster ligt majestueus voor ons op een rots. Rust drie na 10,9km is een tentje aan het water. Het water wordt ons volgende aandachtspunt. De Samber maakt hier een weidse bocht door het landschap en wij lopen zo’n drie kilometer mee stroomopwaarts. Verlaten het water en stappen het volgende dorp binnen, Franière. In de Cercle St-Michel ligt de vierde rust na 14,6km. IJsetripster Ghilaine komt ook aangestapt, zijn we toch al met z’n tweetjes terwijl de bustoeristen in Kanne zitten.

We verlaten het dorp bij het aftandse en verlaten Maison Communal en stappen een bos binnen. Lekker vettige en stevig klimmende paden brengen ons beetje bij beetje naar een hoger gelegen plateau. Schitterende, groene vergezichten zijn opnieuw troef. Lopen door het piepkleine dorpje Deminche, nog nooit van gehoord. Passeren links een eenzaam glasbedrijf met rechts een uniek uitzicht over een landbouwvallei. Geel van pas gemaaid koren voert de boventoon. Nu volgt een afdaling om eerbiedig U tegen te zeggen. Tot 14% en met enkele haarspeldbochten. Een mals buitje zorgt voor verkoeling midden al dat wandelgeweld. Ben zo dapper met mezelf bezig dat ik bij het Maison Communal ei zo na opnieuw aan de lus begin. Meer dan 100 meter loop ik niet fout, gelukkig maar. Jef Claes zit in de Cercle St-Michel te genieten van een cervela met mosterdsmaak. Ik heb er daarstraks ook al eentje ‘soldaat’ gemaakt.

We trekken samen verder door stille straatjes en de steenweg richting Floreffe. Gelukkig niet voor lang. Onze parkoersbouwer geeft ons nog een paadje evenwijdig de baan maar wel lekker in het groen. De afdaling langs trappen (of wat ervoor moet doorgaan) is bepaald glad. Ik maak een paar pirouettes maar kan mij recht houden. De rust aan het water slaan we over en lopen verder. Terug een stukje Samber nu in de andere richting dan daarstraks en langs de fabrieken van Materne-Confilux. Vanaf de kerk van Floriffoux is het goed raak. Klimmen geblazen! Het uitzicht over de semi-industriële Sambervallei wordt met de minuut weidser. Klimmen doen we in het bos over een pad bezaaid met gelukkig goed vastliggende keien. Helemaal bovenaan de helling ligt de laatste rust van Comogne, nog 2,4km te gaan. Jef pauzeert even, pintje in de hand en ik loop door. Een stevige afdaling asfalt biedt een schitterend uitzicht richting Gare de Salzinnes met daarachter beboste heuvels. We dalen een beetje te ver door naar mijn idee. Inderdaad, een kerkwegel zet ons terug enkele tientallen meter hoger. Te hoog en dus weer even dalen tot de aankomst. Hoe een parkoersmeester je over 2,4km de duivel kan aandoen!

Mijn treinmaatjes zitten al rustig van een Ciney te genieten en ik vervoeg het klubje, glas heerlijk gerstennat in de hand. We moeten ruim een uur wachten op het boemelke en dat vind ik te lang. Antwerpse Jef is meteen akkoord om te voet de 4km naar Namen te lopen. Zo gezegd zo gedaan. Voorbij de para commando kazerne moeten we zowaar nog even klimmen. Daarna volgt de lange afzink naar Namen, inclusief stevig dalende kasseiweg. We hebben nog een kwartiertje over als we het prachtige station van Namur binnenstappen. Zijn ook voor Jacqueline en Luc die via het boemelke komen. We vatten samen de terugreis over Brussel aan. Zetten in het Noordstation een spurtje in om nog de Amsterdammer met vertraging te halen. Nog voor de klok van zevenen kan ik aan Linda vertellen hoe leuk het vandaag weer was. En het is snel weer weekend!

FOTOREEKS

http://s190.photobucket.com/albums/z182/fototripper0707/1... 

21:14 Gepost in wandelen | Permalink | Commentaren (0) | Tags: namen, -f