16-08-13

15.08.2013 Les Sympas de Landelies

Drie uur bedraagt onze reistijd ‘door to door’. Dit laatste is wel heel letterlijk te nemen. We stappen van de trein in Landelies recht de startzaal binnen,korter kan niet. Een prachtig zaaltje overigens en goed beklant. De parkoerstekening oogt al even fraai, wij verwachten dan ook veel van deze tocht aan de boorden van de Samber. Stappen langs het stemmige Romaanse kerkje St-Martin naar een sluis over het water. Volgen de Samber even stroomopwaarts tot het bordje Col de Landelies. Er volgt inderdaad een pittig, technisch klimmetje. Is Linda’s sterkste kant niet, we nemen er onze tijd voor. Gaan vervolgens op een richel lopen, halve hoogte in het bos. Prachtig natuurlijk maar we zijn wel voorzichtig niet de afgrond in te duiken. De lange zachte klim ruilen we in voor een dalend, breder pad langs een klaterend beekje. Het blijft steeds opletten waar je de voetjes neerzet vanwege de vele losse stenen. We raken in het dal even aan het parkoers van de 6 km en mogen dan weer klimmen. Een bekende Gentenaar wordt er onze gezel. Even wat hemels gedruppel. Het deert ons niet, lopen nog steeds in het bos. Verlaten het groen en lopen door een stille wijk richting eerste rustpost. Een ziekenwagen voert er een onfortuinlijke man af die een pijnlijke val maakte. Stellen ons intussen vragen bij de opmeting van het parkoers. Deden 1:20 over 5,5 km ! Maar het deert niet, was heerlijk wandelen.

Stappen opnieuw het bos in met zijn weelderige ondergroei van varens en bramen. Zijn plots moederziel alleen. De afdaling voert ons weer langs en over een beekje, weidse akkers tegemoet. De oogst is er rijp en binnen, het stro geurt zomers warm, heerlijk ! Na een ruim bemeten 3,5 km kunnen we pauzeren bij café Leblon. We lopen door, de volgende etappe is ook slechts 4,2 km lang. Draaien rond die schitterende ruïne van de Abbaye d’Aulne en gaan dan klimmen. Stevige kost dit en het drukkende klimaat doet mij op mijn adem trappen. Vanaf de top voert een steenwegje ons in dalende lijn terug naar de vallei. Voor ons doemt een immense groen wal op, een kilometerslange  beboste heuvel. Wij moeten eerst nog hoog boven de spoorweg door. Volgen hem dan tot het perronnetje van Hourpes. Waarom hier treinen stoppen is ons een raadsel, er valt geen huis te bekennen. Over stille tarmacjes door het groen vervolgen wij onze weg naar het gehuchtje, langs zijn oude watertoren en fraai kasteel. Helpers van de rustpost weten te melden dat de lussen van 25 & 30 km omstreeks 14:00 worden afgesloten wegens ‘la chasse au lièvre’. Hazen schieten midden augustus, hier gelden duidelijk andere regels dan in Vlaanderen.

Wij hebben ruim de tijd, gaan omstreeks 12:30 op pad richting Bois de Waibes. Ik weet wat komen gaat, een potige klim. Ons ‘pad’ oogt als een uitgedroogde rivierbedding bezaaid met losse stenen en houtafval. We zwoegen ons naar boven ‘in het zweet ons aanschijns’. Maar dan wordt het traject vlak. Lange rechte paden loodsen ons door het bos. Met zes wandelaars lopen we op de 30 km, allemaal Vlamingen. Mogen even het bos uit om te genieten van een prachtig vergezicht bezaaid met oude mijnterrils, nu groene puisten in het landschap. Het volgende pad zet ons af bij de Château Belle Chasse, verscholen achter oude mastodonten van bomen. Bospad wordt bosrand, we kuieren over een weids plateau. Dan wordt de afdaling ingezet over het tarmacje van de Rue des Bonniers, er lijkt geen einde aan te komen. We pauzeren een laatste keer in Hourpes. Wandelaars komen er uit Vlaams-Brabant, Gent en het Ieperse.

Hebben nog een uurtje stappen voor de boeg. Bedwingen een tweede keer de rivierbedding en stappen dan over vlakke paden door het bos hoog boven de vallei. Bij een vijver vol gele bloemetjes houden een groepje vrienden ‘déjeuner dans l’herbe’. Paarden en koetsen staan even verder gestald. Onze parkoersmeester is uit het goede hout gesneden. Hij verlaat het bos en gunt ons een heerlijk uitzicht over het landschap van akkers, terrils, en even verderop Charleroi. Schitterend uitzicht dit! Er volgt een steile afzink naar het dorp tot bij het station. We zijn net te laat voor de trein van 16:00, hebben een wachttijd  van twee uur. Hebben geen van beiden zin in een extra lusje. Genieten dan maar van een paar donkerbruine ADA, die naar Stout smaakt. Improviseren een terrasje en hebben een gezellige babbel met medewerkers terwijl een jonge moeder haar kleine spruit de borst geeft. Vallen daar nog twee IJsetrippers binnen. Kletsen ons samen door de tijd tot de trein die netjes op tijd aankomt. Een beetje moe maar voldaan reizen we naar huis terug. Deze eersteling bij Les Sympas krijgt gegarandeerd volgend jaar een vervolg. Hebben een heerlijke tocht gelopen en die aangekondigde 27 km … dat waren er vast wel 30 zoals in de kalender stond !

FOTOREEKS

https://picasaweb.google.com/102282674505838562948/150820...

22:02 Gepost in wandelen | Permalink | Commentaren (0) | Tags: henegouwen, -l

15-05-13

09.05.2013 Les Sucriers de Brugelette

De laatste weken kan je ons op zondagochtend steeds weer vinden in Sam’s café van het Brusselse Zuidstation. Ook vandaag nippen we er aan onze ‘grand café’ in afwachting van de verdere treinreis. Een spiegeltjestrein voert ons naar Ath en dan moeten we nog een paar stationnetjes ‘boemelen’, de eerste wandelaars lopen er al parallel met ‘den ijzeren weg’. Les Sucriers vertrekken traditiegetrouw vanuit het Parc Communal, slechts een paar honderden meter van station Brugelette verwijdert. Het is meestal rumoerig in het rechthoekige zaaltje, de grote flessen Chouffe vinden nog voor 10:00 al gretig aftrek. Tot onze verbazing botsen we meteen op Jean & Liliane voor wie het ook een weerzien is na meerdere jaren andere oorden opgezocht te hebben deze Hemelvaartsdag. Ik monster de parkoerstekening. Rustposten in Attre, Arbre en Chièvres, zo heb ik het graag voor deze tocht.

We wandelen dwars door het Parc Communal met zijn eeuwenoude bomen, de rode beuk nadrukkelijk aanwezig. Voorbij een oud herenhuis moeten we de spoorweg over. Stappen er een eindje langs tot we linksaf mogen en een glimp van de Boven Dender opvangen. De eerste 3,5 km loodsen ons door het dorp met zijn mix van oud en nieuw. Heel wat afsluitmuren opgetrokken uit natuursteen ook. De zon komt piepen, ik geef een ‘striptease’ weg bij de eerste rustpost. Kan verder in t-shirt en korte broek, het zou zowat tijd gaan worden !

Achterafjes en kerkwegels loodsen ons nu stilaan het stille dorp uit. Weiden liggen er knalgeel bij, een zee van paardenbloemen. Dokkeren een kasseitje op dat ons voorbij La Tour Vignoux voert, verscholen achter zijn natuurstenen ‘wall’. Mogen op onze stappen terugkeren dwars door een weiland, oplettend niet uit te glijden in de talrijke koeienvlaaien. Staan zo voor het Chateau de Attre, strak in pak, zou Martin zeggen. De rustpost even verderop is van een ander kaliber. Een rommelig gebouwtje met meerdere ruimtes, sommigen nog voorzien van fresco’s op de muren. Het pittoreske van Wallonië ten top !

Na de koffie trekken we verder, dra het dorp uit, langs een recente woonwijk. Bij sommigen heerst wat vertwijfeling bij de parkoerssplitsing naast het peronnetje. Gewoon doen wat er staat, dat zeggen ook onze maatjes uit Kluisbergen. Keep it simple ! We trekken de weilanden in, stilaan de heuvel op, aan de overkant van een drukke steenweg. Op de top een omrasterde woonwijk, een metalen torenconstructie ook. De militaire aanwezigheid van Chièvres en zijn luchthaven dus. We krijgen ook een eerste prachtig uitzicht cadeau op de merkwaardige kerktoren van deze gemeente. Lopen in een weidse boog om de dorpskern heen tot de rustpost in een voetbalkantine, zeg maar barak. Hoog tijd om de innerlijke mens te versterken, hebben zowat 13 leuke kilometer in de kuiten zitten.

Wat nu volgt is ook voor mij nagelnieuw. Opnieuw een strookje ‘logis militaire’. Vervolgens langs het ex-station en dan verder langs achterafjes tot de Sentier d’Orange. Hebben even de kans om kerk en oude vestingtoren te bemonsteren. Een stijgend betonbaantje loodst ons opnieuw de akkers in. De eerste koolzaadvelden staan in bloei, zorgen voor een Van Gogh effect. Het TGV viaduct van Arbre doorklieft het landschap. We moeten er naartoe, aan de overkant van drukke baan en haast verlaten spoorweg. Plots vier wuivende armen achter ons, rolstoelpatiënt met privé chauffeur. Als dat ons aller Sabine en Fred niet zijn ! Het weerzien is vrolijk, hartelijk. We tateren opgewonden allemaal door elkaar. Sabientje straalt, de voet ziet er goed uit en eindelijk uit het gips. De ‘moral’ staat duidelijk op zenit ! Die twee zijn ‘goe bezig’ zoveel is duidelijk, ze zullen snel hun plaats terug innemen in de wandelfamilie. Ook wij vinden dat fantastisch !

De rustpost van Arbre is deze keer geen schooltje maar een kleine garage bij mensen op het erf. Moet kunnen. We blijven maar even, laten onze zitplaatsen aan de maatjes uit Ingelmunster en beginnen aan het extra kleine lusje. Het voert ons naar het centrum van Maffle, dat ik herken van een eerdere GR ervaring. Voorbij het dorpscentrum duiken we ‘vijvers en bossen’ in, wandelen door een heerlijk stuk natuur. Moeten even door een recente wijk en de inherente barbecue alvorens voor een prachtige kastanjedreef te kiezen. De rustpost net voorbij de kerk van Arbre ligt er nu verlaten bij. En toch blijken wij niet de laatsten te zijn !

We wandelen het dorp uit, de akkers en spoorwegen tegemoet. Biet, patat en graan zijn de lokale gewassen. Voorbij de TGV lijn wacht een kunstmatig heuveltje omgevormd tot natuurgebiedje, la Piste de Santé de Piéman. Daarna zetten we terug koers naar het kasteel van Attre en de laatste rustpost. Kluisbergen en Ingelmunster verbroederen er gezellig bij schuimend nat. Sorry maatjes, wij moeten doorlopen, de trein gaat maar om de twee uur op zon- en feestdagen. Moeten opnieuw tot het perron van Mévergnies-Attert en stappen dan over een brokkenpad langs ‘den ijzeren weg’. Nog een paar tarmacjes langs akkers met ondermeer ontluikend vlas, we weten de finish nabij. Hebben nog even de tijd voor een bruintje, bij gebrek aan Duvel en dan wacht de terugreis. Het gaat allemaal verrassend vlot over Jurbise en Bruxelles-Midi. We kijken tevreden terug op onze extra wandeldag. En Sabine staat terug met beide voetjes op de grond, dat was toch wel hét feit van de dag !

FOTOREEKS

https://picasaweb.google.com/102282674505838562948/090520...

 

22:53 Gepost in wandelen | Permalink | Commentaren (0) | Tags: henegouwen, -b

18-04-13

13.04.2013 Les Sans Soucis te Thulin

Drie uur enkele reis is het van Hemiksem tot Thulin. Voor Les Sans Soucis brengen we dat met de glimlach op. De nieuwe startplaats ligt op nauwelijks 800 meter van het perronnetje en toch slagen twee oudere dames er in zich te laten afhalen. Het brengt de andere wandelaars aan het lachen. Hebben wij onze zinnen vandaag gezet op een 25+, dit blijkt niet haalbaar want er liggen geen ‘lussen’ op de parkoerstekening. Tja, dan blijven we voor één keer maar onder onze norm.

Na de koffie is het nauwelijks één straat ver tot de eerste veldwegen. Het zwerk is helder, lijkt nu toch wel een lentedag te gaan worden. De wieken van het ‘parc des éoliennes’ malen traag hun rondjes. Er staat inderdaad wat wind. De 10 km verlaat ons onderaf de spoorbaan. Wij kiezen voor rechts over een modderig paadje met weids vergezicht over immer groene weilanden. Mooi begin van deze tocht. Moeten de spoorbaan over en betonbaantjes volgen langs hoeves zoals La Ferme du Breton. Vervolgens komt de Ravel 98 aan bod. Hij loodst ons door een meer natuurlijk, verwilderd biotoop tot het station van Quiévrain. Geen duif te bekennen wel een dorpscafeetje zoals het hoort Le Rail genaamd. Wij moeten wat geduld hebben voor onze koffie, de tapkraan ten behoeve van dorstige kelen uit Masbourg wordt wel gezwind bediend.

Met z’n allen zoeken we opnieuw de spoorbaan op, die in vroegere tijden blijkbaar tot Valenciennes reikte. Geen netjes aangelegde Ravel meer deze keer, gewoon over bonkige spoorkeien en houten dwarsliggers. Een tunneltje qua hoogte net geschikt voor Linda, stuurt ons weg van ‘le chemin de fer’. We volgen een watertje tot aan een winkelstraat. Elke gevel geeft duidelijk de koopwaar aan : ‘tabac’ ten behoeve van de Franse klanten. We wandelen inderdaad op ‘de Schreve’, zei het op z’n ‘François’. De parkoersmeester loodst ons langs een nette Cité, alle auto’s hebben er een Franse nummerplaat. We gaan riviertje l’Aunelle volgen, een heerlijke wandelstrook door het zonovergoten land tot Chez Mariette, onze volgende caférust. Worden er ontvangen door een Oudenaards koppeltje dat traditiegetrouw de Sans Soucis een helpend handje toesteekt. Zij stellen mij voor aan de parkoersmeester, die ik gelijk feliciteer met zijn nagelnieuwe eerste 9 km. De man neemt mijn commentaar dankbaar in ontvangst.

De grotere afstanden lopen na de pauze van ons weg, dieper Frankrijk in. Wij gaan het kasseitje op van de Avenue de France, zijn opnieuw in Belgenland. Kunnen intens genieten van de weidse panorama’s. Doorkruisen een gehuchtje en gaan dan langs onverhard een zachte glooiing van het landschap op. Voor het eerst dit jaar langs een ‘patattenveld’. Komen uit op de place d’Audregnies, place de jeu de boule ook (kaatsen). Het is er muisstil. Verlaten het dorp en kiezen links voor de Ravel 98A. De diepe holle weg klimt zachtjes tot op het plateau de Wihéries. Telkens weer kunnen we genieten van weidse vergezichten, soms begrenst door oude mijnterrils, hun flanken frêle begroeit  met glimmend witte berk. We verlaten het fietspad bij het eerstvolgende dorp. Gaan wat spelevaren met potige kasseibaantjes tot rustpost café Le Blanc Minet in Elouges. Nogal wat bekend volk hier met ondermeer Frans (zonder Jefke) en Linda (Nijlen).

Deze laatste zal ons op een ideetje brengen om nog wat afstand aan onze lentewandeling toe te voegen. We lopen netjes mee het dorp uit over ingesloten kerkwegels langs verweerde muren. Ik herken de startplaats van een paar jaar geleden. We zetten verder koers door open veld met de grijze terrils steeds dichterbij. We slaan af op de 20 km die richting aankomst loopt. Een nauwelijks herkenbaar kasseitje, overspoelt door akkergrond, voert ons naar een drukke steenweg. Aan zijn overkant stappen we richting station en aankomst. Bij het station kunnen we de lus van de 10 km oppikken en toch nog koers zetten naar de laatste rustpost in Hainin. Het zal finaal maar een extraatje van zo’n 800 meter blijken te zijn. We volgen, door de velden, de spoorbaan van station tot station. Stappen vervolgens door het dorp en langs zijn kerkwegels tot de voetbalkantine. Tijd voor een laatste natje voor de eindmeet. De resterende drie kilometer voeren ons langs een fel uitgedund bos en een moerassige strook tot de huizen van Thulin. We hebben nog de tijd voor een lekkere trappist en dan gaat het treinwaarts. Heb maar van één ding spijt vandaag, dat we niet meer konden genieten van deze toch wel weer prachtige organisatie van Les Sans Soucis. A la prochaine les amis !

FOTOREEKS

https://picasaweb.google.com/102282674505838562948/130420...

 

16:06 Gepost in wandelen | Permalink | Commentaren (0) | Tags: henegouwen, -t

11-09-12

08.09.2012 Les Gratte-Pavés te Solre-sur-Sambre

Janneke Maan blinkt in de heldere hemel vol sterren geflonker als wij de garagepoort achter ons dicht trekken. In Berchem nemen we de trein naar Charleroi, al gauw meer dan anderhalf uur reizen. Een boemeltje van twee wagonnetjes voert een horde wandelaars verder door die prachtige Samber vallei. Voorbij de ruïnes van de Abbaye d’Aulne en de prachtige torens van Thuin en Lobbes. Onze collega’s kennen de weg tussen station en startzaal uit het hoofd. Door een steegje en langs enkele weilanden stappen we naar de startzaal van Les Gratte-Pavés ( de kasseistampers dus) in Solre-sur-Sambre. Ik kwam hier al eerder voorbij met een GR en was gecharmeerd, voor Linda is het vandaag een ontdekkingsreis.

Geen bekenden in het startzaaltje en dus trekken we ons na de koffie met z’n tweetjes op gang. 20 en 30 km mogen meteen alleen op pad en dat zullen we ook een groot deel van de dag zijn, alleen. Volgen een idyllisch waterloopje in het groen tot een drukke steenweg. Aan zijn overkant klimmen we de akkers tegemoet. Het is al behoorlijk warm als we de Tri Colinot overwinnen. Vergezichten zijn magistraal, de einder kleurt grijs van de luchtvervuiling, dichterbij een staalblauwe hemel en een ploert van een zon. Lété Indien in volle glorie. We stappen voorbij een eenzame, grote vierkantshoeve het Bois de Solre binnen. Heerlijk die vlakke paden in de koelte van de bossen. Het pad begint aan een trage daling, wordt een beetje slijkerig. Even klimmen, kort en krachtig, gevolgd door een erg technische afdaling. We wandelen nu langs de bosrand, nog steeds in het lommer, parallel aan een ingesloten weiland bevolkt met lome runderen. Komen in een dorp aan dat Bersillies l’Abbaye zal blijken te heten. Een brugje loodst ons over La Thure en we vervolgen onze weg langs de ‘balle pelote’ tot Café des Sports. Deden 1:40 over 7,8 km ! Ik vraag lachend aan de stempelaar van dienst of hun parkoers in Engelse Miles is gemeten. Niet iedereen kan er mee lachen, zegt ie. De reële afstand ligt ruim boven de 9 km.

Ons maakt het niks uit, het was een mooie etappe, het is stralend weer, wij genieten van onze uitstap. Verlaten vrij snel het dorp voor een volgende klim door bosjes en langs akkers. Tarmacjes loodsen ons richting Bousignies-sur-Roc gelegen in het land van Marianne. We zullen een tijdje op de Schreve blijven lopen, over tarmacjes door bosrijk gebied, her en der een hoeve ook. Bij het verlaten van het groen kunnen we weer genieten van een schitterend vergezicht. Lopen Hantes-Wihéries binnen. Dwars door een dorpskom waar vele huizen uit grijze natuursteen zijn opgetrokken. Wandelen in de hitte op de kim van de heuvel tot het tweede deel van het samengestelde dorp en meteen ook onze tweede rustpost. Is halven dans voor ons.

Meteen na de pauze gaat de 30 km er alleen vandoor, langs weiland met dikke muren afgezoomd. Ons uitzicht reikt tot Merbes-le-Chateau en zijn prominente kerktoren. Zelf duiken we de koele Rue des Usines in. Een beboste rotswand schermt ons af van zonlicht en hitte, aan de valleikant een omvangrijk bedrijf dat rots en steen verwerkt. Komen in het centrum van Labuissière waar we de lieflijke Samber oversteken mits een stokoud ophaalbruggetje. Duiken meteen de akkers in. Moeten over de spoorbaan mits een bruggetje in kassei ! Voorbij een nieuwbouw wijk kruipen we echt de heuvel op. Het wordt foeteren op een brokkenpad. Het lijkt wel of de bewoners een volledig huis verdeeld hebben over meerdere veldwegen. Grote stukken steen rollen gedurig onder je voeten vandaan, rottig stappen dit. We worden wel beloond met opnieuw een magistraal vergezicht over het groene landschap. Duiken dan Merbes binnen en volgen er een oude spoorbaan en wat straatjes tot de laatste rustpost.

Hebben hier een plaatselijk lusje van drie kilometer te goed. Kompleet zinloos dit, gewoon een vierkantje door de straten van het dorp. Huisjes kijken van volledig verloedert tot nieuwbouw. De rustpost slaan we over, er blijven drie kilometer tot de finish. Een steegje vanaf de monumentale kerk zet ons af bij de Samber. Wij volgen zijn fietsdijk stroomopwaarts tot de sluis onderaf de kerk van Solre. Uniek zicht dit, de kerk op zijn piëdestal. Een korte klim, onze tocht zit er op. Moeten ruim een uur wachten tot de trein. Er zijn helaas geen warme maaltijden meer en dus verdoen we onze tijd met Chimay Bleu. Krijgen het gezelschap van een ons bekende wandelaar uit La Louvière die wij al lang niet meer zagen. De arme man blijkt serieus in de lappenmand te liggen, heeft behoefte aan een luisterend oor. Wij gunnen het hem graag.

Onze terugreis verloopt vlotjes. Zijn rond 21:00 terug thuis, niet helemaal voldaan, hadden toch wat meer verwacht van deze tocht. 

FOTOREEKS

https://picasaweb.google.com/102282674505838562948/080912...

 

 

 

17:29 Gepost in wandelen | Permalink | Commentaren (0) | Tags: henegouwen, -s

18-04-12

14.04.2012 Les Sans Soucis te Baudour

5:15 en wij zijn al onderweg naar Berchem station – wandelzot zijn kan ‘zeer’ doen ! Vanaf Brussel-Zuid krijgen wij het gezelschap van Liliane & Eddy, Xavier kruipt ergens in een hoekje, heeft nog wat slaap in te halen. Zoals bij de meeste Waalse clubs worden we netjes afgehaald, deze keer bij het station van Saint-Ghislain. In de startzaal nog meer bekenden, Mark uit het Brusselse, Yvan & Marcelinne, Mieke & Roland, om maar deze te noemen.

Yvan zal een eindje met ons meelopen, ook al omdat hij de allereerste splitsing miste. We lopen aanvankelijk door een nog slapend wijkje van Baudour om vervolgens voor de bossen te kiezen. Hyacintjes staan er al in volle bloei, ik heb het fototoestel in aanslag. Bereiken de eerste rustpost in Villerot al na 4,7 km. Onze maat loopt gelijk door, wij gaan voor een extra koffie. Lopen vervolgens parallel een industriële vallei, al merken we er door de mist nauwelijks iets van. Stappen langs de Carrière du Danube, een kleiput en naar de Drève Royale tot in Hautrage. Even een betonparkoers dus. Mogen voorbij een hoge schoorsteen Sentier 50 opzoeken en het Bois de Poteries. Jong bos met veel berk en van die heerlijke slingerpaadjes. Komen uit bij enkele villas op grondgebied Bernissart. Mijn fototoestel weigert intussen alle dienst, overbelicht continu. Ik geef het op, moet mij reppen want de achterstand op Lindake wordt wel erg groot door al dat gepruts. Stilaan naderen we de Mer De Sable, een zandvlakte midden de bossen. Even verder kunnen we opnieuw pauzeren bij de inmiddels bij iedere wandelaar gekende blokhut in bos.

We zijn denkelijk bij de laatste die de 40 km aansnijden. Stappen over geïmproviseerde paden door het nog winters ogende loofbos tot bij een kanaal. Moeten dit keer de brug naar Stambruges niet over, kiezen voor een kasseiweggetje dat ons naar een prachtig helder beekje loodst. Vervolgens wachten ellenlange beukendreven terwijl de zon zich een weg door de dichte wolkenmassa probeert te vechten. Bereiken Ecacheries, het volgende dorp, bij enkele vijvers en een parel van een nieuwbouw kasteeltje in grijze natuursteen. Bij de ophaalbrug over het kanaal hebben de Sans Soucis een rustpost geïmproviseerd, we zitten er onder zeil.

De ultra dames en heren van 50 & 60 km passeren er twee keer. Wij lopen gelijk terug het Forêt Domaniale Indivise de Stambruges in. Een recent aangelegd pad stuurt ons diep het groen in, voorbij een kristalhelder beekje, ruim voorzien van kroos. De paden worden stilaan zanderig. We moeten een tarmacje oversteken. Horen wat geroep, een paard blijkt losgebroken te zijn en draaft met zwierende teugel voorbij, op ruime afstand achterna gezeten door zijn berijdster. Even verder plots geen pijlen meer. Een eerste kunnen we raden, de tweede leest Linda aan de hand van de nietjes in een boom. Schrander, dat vrouwtje van me. Zo bereiken we in groep vlot voor de tweede keer de blokhut. Xavier haalt er ons al in, ook een bekend koppeltje uit Kluisbergen houdt er halt.

Tot onze verrassing krijgen we nu het mooiste deel van het parkoers. Stappen als door een canyon van hoge rotsen midden het bos. Jammer dat ik geen foto’s kan maken want de manier waarop boomwortels de rotsen splijten is echt wel spectaculair. Na het pittige deeltje gaan we opnieuw bosdreven lopen, voorbij één enkele villa. Komen in de Rue du Bois du Prince uit, een lange kaarsrechte straat. Duiken naar Sirault over een tarmacje midden de weilanden. Voorbij een kapel gewijd aan de N.D. de Dadizele, klimt de weg opnieuw. Moeten nu erg lang beton lopen over een vrijwel vlakke weg, er lijkt geen einde aan te komen. Mijn maatjes Xavier & Linda lopen te grommen. Waar blijft die verdomde rustpost toch ? Finaal daagt hij op bij een drukkere steenweg. Het blijkt een uit de kluiten gewassen frietkot te zijn, uitgebaad door tweetalige Brusselaars. Zij hebben succes bij de wandelaars !

We mogen opnieuw het bos in. Onze lang recht pad klimt gestaag voorbij een golfterrein tot een watertoren. Hier zijn we bekend. Lopen nog steeds in rechte lijn door natter groen, vergezelt door de eerste koekoek van het seizoen. De tijd tikt genadeloos weg, we zijn erg laat bij het Ronde Maison in Erbisoeul. Maakt ons eigenlijk niks uit, hebben elk uur een trein terug naar huis. Nog een viertal kilometer scheiden ons van de finish. Mogen terug het natte bos in met zijn kaarsrechte paden. Voorbij een paar vennetjes moeten we linksaf. Stellen weer eens vast dat sommige wandelaars een loopje nemen met het parkoers en meteen voor 2de maal kiezen waar mogelijk. Een kasseitje geeft aan dat we de bewoonde wereld bereiken. Zijn net op tijd terug in het Parc Communal om Xavier, Marcelinne en Yvan uit te wuiven. Wij nemen de trein van 19:00. In Brussel-Zuid gebruiken we de wachttijd om een lekker stuk pizza op te smikkelen. In Hemiksem aangekomen gaan de luikjes snel dicht, het was een lange dag.

 

 

 

 

20:12 Gepost in wandelen | Permalink | Commentaren (0) | Tags: henegouwen, -b

22-08-11

21.08.2011 Les Sucriers de Brugelette

De minst slechte weerkaarten liggen blijkbaar in Brugelette en dus rijden we er naartoe. Ja, we zijn weer met z’n tweetjes op pad, Lindake heeft er zin in. Rond Brussel is het nattig maar hoe verder wij vorderen over de Colruyt autostrade, hoe blauwer de lucht wordt. Parkeren doen we op het ruime grasveld net naast het turnzaaltje van de school, klassieke startplaats voor deze club. De ruimte zit zowat halfvol wandelaars. Ondanks het vroege uur gaan de 75 cl flessen Moinette en Chouffe al vlotjes over de toog. Dorstig weer, zullen we maar zeggen.

De eerste honderden meter zijn magistraal. We wandelen door het park met zijn eeuwenoude bomen richting kasteel. Langs het lokale voetbalveld, dat er bepaald hobbelig bijligt, stappen we naar een steenweg en even verder de akkers is. Tot onze verbazing zullen we een kleine vijf kilometer rechtdoor lopen. Granen zijn gemaaid, de grond opnieuw bemest voor een volgende ronde. Groene selder staat er prachtig donker bij, patattenloof verdort stilaan, bijna oogstrijp. De lucht is hemelsblauw het klimaat drukkend, nauwelijks zuurstof, haast tropisch. Bij het dorpskerkhof lopen we Lens binnen. Stappen door kleine straatjes over ‘trottoirs en pavé’  richting kerk en ‘place de jeu de balle’. De rustpost ligt in het dorpsschooltje. Gelukkig kunnen we er buiten zitten, onder een afdak, wat koelte is welkom.

Meteen na de rust gaat de 30 km er alleen vandoor, onderaf een spoorbaan in het lommer. We passeren een riviertje waarvan ik vermoed dat het de Dender is. Trekken vervolgens over grintpaadjes door open veld, langs bieten en maïs. Brugelette had vroeger inderdaad een suikerfabriek maar deze ligt intussen tegen de vlakte, net als in Moerbeke-Waas. Passeren een stil gehuchtje met enkele fraaie boerderijen en mogen opnieuw de weidse velden in, hoog op een plateau met een fraai uitzicht dus. We zijn allebei stil, met onszelf bezig, vechtend tegen de onmenselijk drukkende klimatologische omstandigheden. Een klein valleitje toont ons een paar prachtig gerestaureerde huizen en een kasteeltje. We hebben er wel oog voor, maar genieten toch niet zoals we graag zouden hebben. Slepen ons een hellingetje op en wandelen voorbij een gemeentehuis tevens schoolgebouw tot een cafeetje in Montignies-lez-Lens. Ploffen er op gereedstaande stoelen, het zweet gutst uit al onze poriën. Dit is niet gezond meer !

Bij vertrek blijkt de zon verdwenen achter sluierwolken, daar hadden we nu echt op gehoopt ! Stappen opnieuw het plateau op, wandelen tussen princessenboontjes en patatten richting prachtige statige hoeve bij La Roche. Lopen nu in feite een hele grote boog rond een landbouwbedrijf. Bij een heuveltje gekomen lopen onze 5 voorgangers uit Ellezelles fout, missen een bocht. Hoe hard we ook roepen, ze horen ons niet. Zin in een extraatje bij dit warme weer ?Wij wandelen richting Cambron St-Vincent, steeds in open veld, even een doorsteekje langs een woning en even verder pikken we de 20 km op. Wandelen nu parallel aan de eerste etappe deze morgen. Een extra lusje langs de dorpskerk, een afgerukte markering, onverstoorbaar lopen we naar de rustpost midden het dorp. Op onze vraag gaat een helper meteen de route markering herstellen, klasse !

Onder licht hemels gedruppel zetten we opnieuw aan. Een heuveltje op richting bossen. Prachtige vergezichten krijgen we cadeau, lommerrijk groen echter niet. We blijven door de akkers lopen over verhard en onverhard naar Pairi Daiza (zeg maar Paradisio). Lopen er gewoon langs, vervolgens een heuveltje op tot onze laatste rustpost in de schuur van een gerestaureerde boerderij. Mmm ... wat is het er heerlijk koel ! Onze tocht zit er bijna op. We wandelen langs de spoorbaan tot aan het kasteel van Brugelette. Lopen onderaf het park over een lommerrijk paadje tot de aankomst. Het is erg stil in het zaaltje, te stil eigenlijk. Onze beurt nu om te genieten van een heerlijk koele Moinette. Batteurs de Cuir vallen druppelsgewijs binnen, ook haast letterlijk, zweetdruppels dan in groten getale. Zij zijn hier denkelijk op busreis. Op een drafje rijden we terug naar huis. Was het parkoers vandaag niet echt het beste wat we bij de Sucriers al kregen en viel het weer ons zwaar toch zijn we blij. Lindake heeft nog eens twee dagen kunnen wandelen zonder noemenswaardige problemen. En of dat deugd doet !

 FOTOREEKS

https://picasaweb.google.com/102282674505838562948/210820...

21:03 Gepost in wandelen | Permalink | Commentaren (0) | Tags: henegouwen, -b

25-07-11

23.07.2011 Les Tatanes Ailées te Leval

Ons Heer spant vanmorgen in Berchem zijn regenboog, de wandelaar is hoopvol gestemd. Op de haast lege trein tussen Brussel en Binche aanschouwt hij meerdere regenvlagen, het zal toch weer niet waar zijn hé !! Brusselse Mark springt ook van de trein in Leval. Ook hij verlegt meer en meer zijn grenzen. Ik ken de omgeving al vrij goed en dus reppen we ons samen naar het dorpscentrum en zijn wat aftandse, ruime startzaal. De dames aan de inschrijftafel spreken onderling geen Frans noch Waals. Ik twijfel even, herken vlagen Deutsche Sprache en ja hoor …Limburgs !! Zij blijken afkomstig te zijn uit het Hamont, dezer dagen in kaart gebracht door Jelle, maar reeds in 1952 uitgeweken naar de Borinage. Maar hun oorsprong, die kunnen zij niet verloochenen.

Ik vertrek op mijn eentje, Mark is een wat snellere starten en loopt de 20, ik heb een plannetje voor 35 km. Een korte klim zet mij af bij een visvijver, zowat de omgekeerde omloop van vorig jaar. De regenjas moet ook al meteen aan en lokt het medelijden uit van een autochtoon die even het blokje om loop met zijn hondje. Steegjes sturen mij door het eerstvolgende dorp tot de controlepost van Saint-Martin, na nauwelijks 2 km. Mijn euro valt …ik heb de tussenafstanden fout gelezen, er zit geen extraatje van 5 km bovenop de 30 in. Nog niet goed wakker Vanderstukken ? Neem mijn stempeltje bij de helpers van burenclub Vias Lodelinsart en vervolg mijn klimmende weg richting Route de Charleroi. Achterom kijkend een fraai uitzicht over de groen begroeide terrils van de Borinage. Moet de steenweg over en ben vanaf de splitsing waar de 10km weggaat moederziel alleen. Een heerlijk slingerpad door een bos herinnert mij aan de stormschade van vorig jaar. Het pad zelf is intussen vrij gemaakt. Loop deze keer niet fout en recht omhoog het plateau op. Doorkruis er akkerland met oude mijn relieken op de achtergrond. Wandel randje donkere lucht en dus regen, verkeerde rand overigens want het hemelnat blijft mij maar tergen tot het eerstvolgende verre dorp, Mont-St-Geneviève.

Een rossig kasseitje zet mij af bij een rustpost vol bekende Vlamingen zoals daar zijn Xavier, Christian & Kristof, Daniel e.a. Als ik terug buiten kom regent het niet meer. Ik trek meteen de velden in. Zie Danny achter mij aanlopen en wacht hem op. Samen trekken we de volgende bossen in en maar goed ook. De hemelsluizen gaan weer open terwijl wij door het groen schaatsen, hoe vettiger hoe prettiger is zeker aan Dan niet besteed. We ploeteren ons tot bij een open plek en glijden door een laagje modder tussen het maïs een verdieping lager. Pikken daar de Ravel op die we onder een stevige plensbui een paar kilometer mogen volgen. Het chalet van Les Cinq Etoiles kan het vele water niet aan, wat buiten neerplenst druppelt er naar binnen. Daniël besluit de extra lus van de 50 km niet te lopen en met mij mee richting finish te wandelen. Hij vervloekt zijn beslissing vanmorgen zo vroeg uit bed te zijn gekomen. Het regent nog steeds hevig als we verder door het bos lopen. Maar zie …eens in open veld gaan de hemelsluizen dicht en wordt het wandelen aangenamer. Smalle paadjes in het hoge gras loodsen ons door de akkers. Een bosstrook stuurt ons rond een verscholen kasteel. Kerkwegels baden vervolgens zowaar in de zon, ik voel mij er haast herboren bij. In Buvrinnes pauzeren we een laatste keer, hebben nog zes kilometer voor de boeg.

De strook die nu volgt ken ik maar al te goed. Liep hem vorig jaar eerst averechts en daarna rechts ! Nu dus van de eerste keer in de juiste richting. Spekglad zijn de schuine paadjes midden de akkers, we glijden voetje voor voetje de helling af met oog op de terrils en moderne windmolens recht vooruit. Een steenwegje loodst ons naar de laatste rustpost. Mijn maatje heeft zijn dagje niet, lijf en leden geven aan dat het genoeg is geweest. We matigen ons tempo, niks moet alles mag. Na het laatste stempeltje nog drie kilometer. Bergaf denk ik dan maar een goede parkoersbouwer is een beetje sadist en onze gastheer van vandaag heeft duidelijk die eigenschap. We mogen zowaar over een tarmacje klimmen vanaf een Cité met als beloning een prachtig uitzicht over de Borinage tot Strépy. Daniël kan er toch ook nog van genieten alhoewel zijn bobijntje voor vandaag af is. Een laatste kilometer in dalende lijn, we zijn binnen …droog is niet meteen het juiste woord. Al moet gezegd dat het de laatste kilometers vooral zweten was. Ik moet vrij snel afscheid nemen van mijn ‘copain’ en haast mij naar de trein, zal vroeg thuis zijn vandaag. Kijk terug op een leuke tocht, de Tatanes zorgen elk jaar weer voor een nieuw en mooi gevarieerd parkoers dat nooit gaat vervelen. Volgend jaar weer, denk ik dan.

FOTOREEKS

https://picasaweb.google.com/nederbelgenopstap/23072011Le...

21:39 Gepost in wandelen | Permalink | Commentaren (0) | Tags: henegouwen, -l

22-07-11

21.07.2011 Les Randonneurs du Haut-Escaut te Péronnes-lez-Antoing

Ik heb de fut niet om op een ontiegelijk uur uit bed te komen richting marathon van La Caracole Andennaise. Ik hoor het Hennie zo zeggen : je wordt ouder papa ! Vijf uur dat lukt nog net en plan B wordt in werking gezet. Ik maak vandaag gebruik van mijn NMBS cadeautje, een dagje eerste klas reizen over het ganse Belgische net. Het volledige traject van Antwerpen over Brussel tot Doornik is mistig, ik vang dan ook nog een grote uil onderweg. In Tournai priemt de zon voorzichtig door de grijze massa – is de meegebrachte regenjas een verkeerde inschatting ? De afhaling door de organisatie is in Antoing verzekerd. Toch loop ik te voet naar de start, nauwelijks meer  dan twee kilometer van het station verwijdert. Typisch Waals trouwens het afgeleefde cafeetje en dito zaaltje waar de tocht vertrekt, het heeft zijn charme en de helpers zijn vriendelijk.

Ben vrij snel het dorp uit en mag een fietspad in het groen op. Super duidelijke afpijling van het parkoers en dat zal de volledige tocht het geval zijn, overvloedig en in opvallende oranje kleur. Het fietspad voert naar de Bovenschelde, bevaarbaar maar toch met heel veel kroos op het water. Loop langs de oever tot de eerste rustpost bij Jetski Péronnais aan Le Grand Large na 2.6 km.  Grappige letterlijke vertaling overigens van het franse ‘bonne marche’ naar het Nederlandse ‘goede trap’.  Stempeltje nemen (hoort zo in Wallonië) en meteen doorlopen langs het kanaal Blaton – Nimy tot de eerste sluis. Geen sluisdeuren hier maar zware metalen schotten die achter de boten worden neergelaten alvorens het waterpeil aan te passen. Aan de overkant van de sluis duik ik het landbouwland in. Heel wat wandelaars zijn al op de terugweg, het parkoers kruist hier. Loop de weidse, vlakke akkers in, na een splitsing van afstanden over een eenmansdijkje tussen biet, maïs en goudgeel koren. Best leuk dit stuk parkoers onder een zonnige maar drukkende hemel, weinig zuurstof in de lucht. Kom zo aan in Laplaigne en zijn café rust. De dorpsmuzikanten hebben denkelijk net de lokale misviering opgeluisterd naar aanleiding van de Belgische Nationale feestdag. De kelen moeten nu bevochtigd worden. Ik hou het bij koffie op het terras rechtover de mooie, grijze, natuurstenen kerk.

Wandel verder door het slapende dorp richting akkers met voornamelijk maïs, nu al manshoog. Bereik zodoende het volgende dorp met opvallend allemaal auto’s met Franse nummerplaat. Blijkt Flines-lez-Mortagne te zijn. Na het stille dorp volgen opnieuw akkers met opvallend veel klaprozen midden het gerijpte koren, sang et or zeg maar. Schitterend mooi hoor ! Bereik Mortagne-du-Nord en even verder de cafe rust in Flines. Ben van dorp tot dorp aan het wandelen over verhard en onverhard. Trek na het colaatje alleen verder een steenweg op. Deze zal kilometers ver slingeren door het groene land, langs droogstaande beken en moerassen ook. Domaine des Poteries lees ik op een bord terwijl ik voorbij ruïnes loop, denkelijk muren van een vroeger waterkasteel. Wandel door een gehuchtje met een tiental huizen. Het weer keert – donkere wolken pakken samen – onweer op komst. La Porte du Hainaut lees ik meerdere keren nog voor ik onverhard tussen hoog maïs induik. Ben op weg naar Rouillon, weer langs graanvelden vol klaproos. In het café tevens rustpost raak ik aan de praat met de wandelaar die mij volgt. Hij blijkt uit St-Joris-Winge te komen. We doen verder elk ons eigen ding.

Ik mag eens te meer door de stille straatjes van het Franse dorp lopen tot het Foret Domaniale de Flines. Nog even tarmac lopen maar dan echt onverhard tussen statige beuken met een ondergroei van varens. Stilaan wordt de bodem zanderig, beuk maakt plaats voor berk en nog meer varens, zeker in de open plekken. Een grafzerk herinnert aan een gevallen Lancaster LL 943 in WO II net bij de Lac du Prince. Het parkoers zoekt opnieuw open veld op. Ik wandel terug naar Laplaigne en dus Wallonië. Een ommetje door het dorp en zijn kerkwegels, de laatste rustpost is bij mensen thuis op het nette erf. Na het Juppeke zoek ik terug de akkers op, voorbij geroot vlas tot de kruising van deze morgen. Het kanaal komt nu uitgebreid aan bod, van sluis tot sluis. De terugweg loopt langs watertrappen en vervolgens richting kleiner kanaaltje en zijn sluisje. Jongeren zitten er op een bankje en doen zich te goed aan een levensgrote fles Grand Marnier – c’est la fête ! Het parkoers loopt weg van Le Grand Large, de velden in en verderop de bebouwing van Péronnes. Ik bereik netjes op de tijd de finish. Kan nog van een Leffe genieten en dan op mijn gemakje richting station wandelen. Hier zijn we met z’n drieën, iemand uit Boutersem met plooifiets, de man uit Winge en ikzelf. Vlaanderen zendt zijn zonen uit !

De trein uit Moeskroen naar Brussel is zeker wel 10 wagons lang. Ik heb het rijtuig eerste klas dan ook de ganse rit voor mij alleen. In de buurt van Ath dan toch het gebeuren van de dag – een stevige ‘drache nationale’!  Tussen Brussel en Antwerpen rijdt een treintje van 3 wagonnetjes, zelfs eerste klas zit proppensvol. Is elk weekend weer hetzelfde beeld maar blijkbaar hebben de spoormannen al maanden niks in de gaten. Een medereiziger, ex NMBS-er, bekent deemoedig – ik herken mijn eigen bedrijf niet meer !    

 FOTOREEKS

https://picasaweb.google.com/nederbelgenopstap/21072011Pe...

15:58 Gepost in wandelen | Permalink | Commentaren (0) | Tags: henegouwen, -p

06-06-11

04.06.2011 Les Roteus Waibiens Thuin

Vorig jaar wandelde ik er een prachtig parkoers en dus wordt het Kruidvat ticket vandaag weer nuttig besteed. Heb de treinwagon tussen Antwerpen en Charleroi-Sud voor mij alleen, rustig reisje dus. Nog een kwartiertje ‘boemelen’ voorbij ondermeer de Abbaye d’Aulne en ik ben in Thuin, waar Mark ook van de trein stapt. Onder leiding van ervaren rotten Luk (Kessel-Lo) en Etienne (Nivelles) stapt de omvangrijke groep de brug van de Samber over en beginnen aan het opwarmertje …le Mur de Thuin ! Ai, dit valt mij tegen, ik verzuur al na de tweede haarspeldbocht. Zal het kalmaan moeten doen vandaag. Drink mijn koffietje keuvelend met Mark en dan gaan we elk onze eigen weg en afstand. Zodoende dender ik dus op mijn eentje de heuvel opnieuw af, over een bospaadje deze keer. In de benedenstad is het kasseitjes lopen door de vele ‘ruelles’ van de oude Quartiers. De eerste stempel op mijn kaart krijg ik al na amper 1450 meter. Loop natuurlijk gelijk door … in de verkeerde richting. Keer op mijn stappen terug en wandel langs een beekje opnieuw de stad in. Door de winkelstraat en vervolgens de kasseitjes van le Quartier du Rivage op tot bij de Samber. Schotbalken en sluis n° 5 loodsen mij over de twee armen van de rivier en zijn aangemeerde aken. Volg het trage water even stroomafwaarts richting groen en mag dan een eerste keer klimmen. Door het bos en over een steenwegje steeds hoger tot in de buurt van een prachtige kerk opgetrokken uit bruine natuursteen. Ga nu een hele tijd rond dartelen op het plateau, half bebouwd, half weiland, beetje bizarre omloop dit. Wandel op de heuvel tegenover de monumentale kerk en de stad liggend. De afdaling wordt ingezet. Een pad loopt er nauwelijks in deze bosstrook. Het is kwestie goed op te letten en de oranje stukjes tape aan takken en boompjes nauwlettend in het oog te houden. Een reeks trappen zetten mij af bij de Samber. Ga nu zijn loop stroomopwaarts volgen tot net voor de Ecluse de Lobbes. Het tarmacje voert mij een heuvel over en dan loop ik met rivier, trein- en oude trambedding mee tot in Lobbes. De eerste rustpost is zo’n typisch Waalse, gewoon een paar bankjes langs het water. Bij dit warme zomerse weer uiteraard best leuk. Zou bij regenweer toch wel op heel wat tandengeknars worden onthaalt vooral daar ik er 8,65 kilometer in één ruk heb opzitten.

Nadia heeft de lus van de 42 km in de kuiten en stoomt vrij snel weer door. Ik volg haar naar de andere oever van de Samber met uitzicht op La Collegiale. Lekker lommerrijk wandelen langs het water. Loop weg van de stroom voor een trage klim in het groen. Passeer een florissant boerenbedrijf met een grote melkveestapel en kalverenstal. Duik een bos in waarbij het smalle paadje mij naar een kabbelend beekje leidt. Kan kiezen, ofwel over een viertal stenen, ofwel over een smalle plank proberen droogvoets de overkant te bereiken. Ik kies voor het tweede met succes. Stap richting dorp door weidse korenvelden. Loop te foeteren want mijn twee setjes batterijen voor het fototoestel zijn nukkig, wordt behelpen en zuinig wezen. Stap door een stil dorp nu, Biercée, een mix van oudere, soms geleefde woningen en nieuwbouw. Weiland tot in het centrum ook en zelfs nog een kiosk, duidelijk pas heropgebouwd. Pauzeren en vooral bij drinken doe ik in het lokale schooltje. Trek verder met Nadia, eerst door een ‘zoenk’ in het landschap, vervolgens over de kim van de heuvel, langs tarmacjes binnen de bebouwing. Halen in de akkers twee Franstaligen bij en als viertal zetten we in gespreide slagorde de afdaling in naar de eerste rustpost van deze morgen.

Steeds weer is het bijtanken en flesjes met water vullen, het is heet vandaag. Mijn pauze duurt iets langer dan gepland en ik vertrek alleen onderaf de Jardins Suspendus en langs riviertje de Biesmelle. Ben wat teleurgesteld omdat ik lang een tarmac moet volgen tussen twee beboste heuvels, als ware het groene muren. Mag finaal toch het bos in voor een potige klim die mij afzet op een landbouwplateau, akkerland zover je zien kan. Vals plat voert mij naar het hoogste punt, de zon kent geen genade met mijn kletskop, dit is zwaar. Van het groepje achter mij nadert trouwens niemand geen meter. Iedereen loopt te kreunen denk ik, elk met zijn eigen bezig. Nochtans is het uitzicht hier immens. Terwijl ik tussen rijpend koren loop, geniet ik van het groene golvend land met moderne windmolens als wiekende achtergrond. Eindelijk wordt de afdaling naar het eerstvolgende dorp ingezet. Vanaf een beekje een korte klim naar St-Martin in Biesme-sous-Thuin, een stoel en een frisse pint zijn meer dan welkom.

Net buiten het dorp doemt een knots van een helling op. Neen, ik hoef hem niet op, mag naar links een tarmacje door bos en wei gaan volgen. Mooi stukje dit, een besloten vallei met spoorweg en her en der een fraaie woning, veelal in natuursteen opgetrokken. Moet over het erf van zo’n huis en dan komt ie der …een joekel van een klim, paar bochten, kort en krachtig. Kom zo in het bospark van de Muur van Thuin uit. De parkoersmeester zoekt een rustig paadje op dat zachtjes in dalende lijn tot een kruisbeeld (Calvaire) loopt. Ik verlaat het bos om te kunnen genieten van de prachtige tuinen die tegen de heuvel zijn opgebouwd. Nog enkele trappen, een sociale woonwijk, de finish wenkt. Gestoomd en gekookt kom ik de zaal binnen. Vermits de trein maar om de twee uur rijdt heb ik ruim de tijd om van een ‘assiette froide’ te genieten. Wandel dan samen met Jac & Mia richting bovenstad. Langs de trappen terug naar beneden, even een terrasje doen en dan richting station. Doe er zowaar een hazenslaapje tot een dronkenman met liefdesvredriet mij met zijn geroep terug in de wereld zet. De terugweg zetten wij als viertal in met Luk en een paar wandelaars uit het Mechelse. Was deze tocht vorig jaar echt prachtig, dit jaar krijgt zij van mij een gewone goed mee. Het kan niet alle dagen kermis zijn.

Voor zondag weet ik echt niet wat gedaan. De weersvoorspellingen zijn bar en boos voor het ganse land. Wijzig mijn plannen naar dichtbij huis in Mortsel. Om 06:30 loopt de wekker af, ik ben nog moe en het regent. Leg de snoodaard het zwijgen op en draai mij nog eens om. Neem een snipperdag vandaag …  

FOTOREEKS

 https://picasaweb.google.com/nederbelgenopstap/04062011Th...

  

21:18 Gepost in wandelen | Permalink | Commentaren (0) | Tags: henegouwen, -t

12-04-11

09.04.2011 Les Sans Soucis te Elouges

Wij afstandenwandelaars kunnen tegen een stootje, of zijn we een beetje gek ? Ik hink vanmorgen vroeg naar het Schoonselhof. Een nieuwe startplaats van Les Sans Soucis, die wil ik voor geen geld missen. Neem mij wel voor zeker niet boven de 30km te wandelen. Moet het noodlot niet te fel willen tarten. Het wordt een lange, rustige treinreis, voetjes op de bank, tot in Thulin, haast tegen de Franse grens aan. Een viertal wandelaars laten zich afhalen, ik begeef mij te voet naar het drie kilometer verder gelegen Elouges. De chauffeur blijkt een beminnelijk man, hij rijdt een extra ritje speciaal voor mij en pikt mij op in de nabijheid van een windmolenpark. Klasse hoor ! Het is behoorlijk druk in het kleine dorpje, bussen rijden af en aan. Cracks Wolvertem zijn al vertrekkenklaar, een bus uit Messancy stopt net en het lokaaltje in de plaatselijk school kleurt rood en wit, Vier op Een Rij Zedelgem. Zo kan ik nog eens een woordje wisselen met Wim Verhelst en Kastaar, lijkt al een eeuwigheid geleden.

Ik bestudeer het parkoersplan aandachtig. De 23,6 km zijn wat kort maar zie, in Roisin ligt een extra lusje voor de 60 kilometer lopers. Kom ik mooi uit op 30,5 km. Ja Davy, ik doe het dus weer hé ! Verlaat de speelplaats langs een deurtje en kom in een kerkwegel uit. Nog meer bekend volk, Trip-Trap Kumtich is op uitstap met een grote groep allemaal netjes in bijtjeskleuren. Onze gastheren uit Ghlin zijn duidelijk populair bij het Vlaamse wandelvolk en ik weet dat zulks verdient is. Maar ik moet er vandoor. Een korte klim brengt mij bij voetbalterreinen en de Ravel 98. Krijg meteen een fantastisch uitzicht cadeau over het vlakke akkerland en een windmolenpark. Het is heerlijk weer, de vlakte nog lichtjes beneveld, de windmolens draaien haast geluidloos hun rondjes. Wat is dit prachtig ! Na 1900 meter de eerste controle …bij en in een windmolen ! Het dametje dat de stempels uitdeelt zit verscholen achter een parasol en bij een elektrisch vuurtje, schone stroom. Knappe vondst van onze gastheren deze controle. Menigeen houdt even halt om de binnenkant van de molen te bekijken, ik stoom door. Mag de weidse akkers in, patatten op een roe. We klimmen zachtjes, vals plat eigenlijk, naar het volgende dorpje. Een kerkwegel zet ons af op het ruime marktplein van Audregnies. De rustpost is schattig, zo typisch Waals. In een klein huisje zijn een drietal kamertjes vrijgemaakt en een toog voorzien. Daarmee moet het hele gild, alle afstanden, het dus doen. Vlaamse dames schudden meewarig het hoofd, echte Wallonië kenners genieten. Ik loop het plein met zijn bloeiende Japanse kerselaars over tot bij een bakkerij. De winkelruimte bestaat uit enkele verplaatsbare houten schragen en vormt een eenheid met het kleine atelier. Vijftig jaar terug in de tijd, zegt iemand uit Zedelgem. Loop voorbij een kerkje waar Mijnheer Pastoor blijkbaar maar om de paar weken de mis leest. Krijg een uniek doorkijkje cadeau over een riviertje dat wegloopt tussen pakhuizen. Mannekes, wat een voltreffer is deze nieuwe startplaats toch ! Zelden zoveel leuke dingetjes beleeft over een afstand van nauwelijks 5 kilometer.

Ik loop met wat Zedelgemmers het dorp uit, een paadje in de akkers omhoog. Even opletten waar je de voetjes neerzet hier want het niveauverschil tussen het midden en de randen van de haast dichtgegroeide weg is belangrijk. Boven gekomen ga ik weer de Ravel op. Het wordt warm, de pullover mag in de rugzak. De natuur krijgt heel snel kleur, het frisgroene schittert in de zon. Ik geniet, ook even later als ik een keienpad op mag bij een veld bloeiend koolzaad. Herken de omgeving van vorige tochten die in Blaugies of Angre van start gingen. Hoog boven de weilanden zet ik koers naar le Caillou-qui-Bique. Deze bosstrook is werkelijk een prachtig stuk natuur. In de vallei slingert de Honnelle, anemoontjes en boshyacinten zorgen voor een bed van kleur tegen de heuvelflank op. Stevige rotsblokken zijn dik bemost. Ik passeer Brigitte (met kar) en Arobase. Encore dix jours zegt ze, duidend op haar vertrek naar Compostela. Dappere dame hoor, heb ik veel bewondering voor. Tijd voor een terrasje nu, bij het schattige Chalet du Garde en omgeven door wandelend Zedelgem. Ik vertel Wim van mijn extraatje, al ben ik dan ongerust. Er komt net een man van de lus terug met de melding dat er pijlen ontbreken. Koppige ezel vertrekt toch, ben gewaarschuwd, tel dus voor twee en heel aandachtig.

Een bruggetje brengt mij naar de overkant van die lieflijke Honnelle en dan mag ik klimmen voorbij boerderijtjes de nog kale akkers in. Liep hier ooit een etappe dwars door de velden naar het eerste Franse dorp waarvan de kerktoren zich aan de einder aftekent. Loop deze keer recht naar Angreau en dan kan het feest beginnen. Onze parkoersmeester ontbindt zijn duivels. Zal enkele kilometers lang geen vlakke weg meer tegen komen of toch nauwelijks. Telkens weer stuurt hij mij een valleitje in aan de overkant van het dorp, om er evenzeer meteen weer uit weg te klimmen. Een haast onooglijke doorgang tussen weilanden is perfect bewegwijzerd. Zou mijn voorganger zich hier verslikt hebben ? Ik blijf op mijn hoede. Loop zo in korte nijdige lusjes van de ene kant van het dorp naar de andere, kilometers makend ‘in een zakdoek’. Mag finaal, na een korte drinkpauze, een plateau op met schitterend uitzicht over de windmolens en Le Caillou. Pittige afdaling nu van wei naar het bos met duizenden anemoontjes en de Honnelle. Loop een stukje langs het water voor de tweede keer, heerlijk wandelen tot La Maison du Garde. Zit hier nu alleen met de waard op het terras. Ik verlies stilaan tijd op mijn optimistische schema. Geen nood, er is elk uur een trein naar Brussel.

Een korte, nijdige klim voert mij weg van het boswachtershuis. Loop vervolgens een heel eind een leuk slingerpaadje tussen het prille groen. Bij het verlaten van het bos, trekken de grotere afstanden richting La Douce France, de 25 km keert zowat op haar stappen terug. Een klim verder blijkt het einde van hun lange lus te liggen en zijn we terug verenigd. Ik mag terug het bos in, een lange rechte laan dwars door de bovenste verdieping van Le Caillou. Ben hier alleen en loop te genieten van de vele zangers in het prille groen, heerlijk. Waar ik het bos verlaat weer eens dat prachtige uitzicht over het weidse land en zijn windmolenpark (Parc des éoliens de Dour-Quievrain). Een achterafje zet mij af bij de kerk van Onnezies. Even verder een toren, overblijfsel van een kasteel en een vervallen boerderij. De ietwat wereldvreemde bewoner houdt er op zijn eentje rommelmarkt en vertelt mij ‘ceci est le bout du monde’. Dan is het einde van de wereld wel heel mooi kaats ik terug en loop door. Mag opnieuw het plateau op, snuivend van landelijke geuren en genietend van het magistrale landschap. Les Sans Soucis hebben nog een leuke rustpost in petto, l’Abbaye des Rocs, een artisanaal brouwereitje in Montignies-sur-Roc. En Zedelgem zag dat het goed was.

Ik geniet van mijn biertje gezellig keuvelend met een koppeltje Florastappers en begin aan de laatste loodjes. Onze parkoersmeester is echt wel een deugniet. Twee scherpe afdalingen, waarvan eentje met kassei en tussenin een stevige klim, serveert hij ons. Zal niet moeten plassen van het geestrijk vocht, het water stroomt bij beekjes uit mijn poriën. Even temporiseren nu, op het vlakke tarmacje door een vallei. Voorbij een spoorwegbrug en verdoken kapel dan langs een muur de heuvel op tot het pleintje van Audregnies voor het laatste stempeltje. Ik loop meteen door, heb nog ruim 4 km voor de boeg. Deze zal ik volmaken op een Ravel, bijwijlen wandelend tussen hoge bermen, dan weer in volle zon midden de akkers. Een baantje rosse kassei voert mij naar het dorp. We zijn met z’n drieën die zich verslikken in de laatste bocht naar het voetbalterrein. Keren op onze stappen terug en wandelen door dezelfde wegel als vanmorgen over de finishlijn. Duim omhoog naar Rik en zijn vrouwtje, wat was dit weer eens een pracht van een tocht ! Sabine & Freddy vallen ook binnen, een lach van oor tot oor …genoten !

Krijg gezelschap van Xavier naar het station. De chauffeur zet ons netjes op tijd af voor de trein. Heb een kwartiertje tijd in Brussel-Zuid om over te stappen op de Amsterdammer. Helaas …hij is afgeschaft, taxi Linda zal een halfuurtje  later dan gepland moeten uitrukken.      

FOTOREEKS

 https://picasaweb.google.com/nederbelgenopstap/09042011El...

 

15:25 Gepost in wandelen | Permalink | Commentaren (0) | Tags: henegouwen, -e

16-02-11

13.02.2011 Les Sans Soucis de Ghlin

In Hemiksem belooft het een zonnige dag te worden. Ten zuiden van Brussel neemt het grijs echter de bovenhand. Plots een reeks auto’s met knipperlichten aan …file en in de verte blauwe zwaailichten. Een kwartiertje later passeren we de plaats des onheils. Het dak van wat ooit een auto was is door de brandweer afgezaagd en naast het voertuig dat dwars over de rijstroken staat, gelegd. Wij huiveren, willen niet weten wat zich hier heeft afgespeeld. De orde van de dag neemt met de kilometers terug de bovenhand. Vlotjes gaat het richting Mons en uitrit 24. We vinden meteen een parkeerplaats binnen het domein waar de startzaal ligt, met dank aan een vroege vogel die al huiswaarts keert.

Inschrijven, een koffietje nuttigen, we gaan op pad. Nauwelijks bekenden in de zaal trouwens, alleen een viertal uit Kester komen ons begroeten. Een eerste kasseitje zet ons af bij de welbekende brug over het kanaal. Daarna mogen we opnieuw dokkeren in de buurt van Mouligneau. Anders dan we gewend zijn stappen we richting verlaten en vervallen station van Ghlin. Vervolgen onze weg over een vettig paadje door de velden. Links de terrils van de Borinage en industrieterreinen, jong en oud. Rechts akkers en jong bos, daar gaat de tocht ook naartoe. Er wacht een lange, trage klim door het nattige bos. Het hoger gelegen deel is droger en beter bewandelbaar. Den, berk en bruine varens vormen ons decor. Waar we een nattig graspad in moeten hebben die van Kester zo hun eigen idee. Denkelijk vinden zij het hier zo mooi dat ze zich een eigenzinnig extraatje veroorloven. Door natte dreven wandelen we vrolijk naar de eerste rustpost. Ronde Maison moet je letterlijk nemen daar in het boshuis van Erbisoeul. Xavier en een koppeltje uit Oudenaarde zijn er onze tafelmaatjes.

De 30km maakt er een ruime extra lus richting Baudour. We mogen, haast op ons eentje, genieten van kilometerslange dreven door het jonge bos. Heerlijk wandelen is het hier,nattig ook zodat we rondom de plassen laveren om de voetjes droog te houden. Bij een watertoren komen we het bos uit. Wandelen langs zijn rand richting Cerabel en het dorpscentrum. Even voorbij de zwarte kerk ligt het parc communal en de rustpost in het maison du Jogging. Blijkbaar hebben de lopers heel wat calorietjes verbruikt. Ze worden snel aangevuld met Kriek, Rochefort en Chimay. Wij houden het bij een colaatje en een boterham, zijn nauwelijks halfweg onze inspanning. Samen met en koppeltje uit Peruwelz vatten we de terugweg aan. Voorbij het kerkhof voert een verweert kasseibaantje ons terug het bos in richting Les 6 Chemins, een klaverblad van wandelpaden. Weer mogen wij uitgebreid genieten van berk, spar, bramen en enkele vennetjes. Ondanks het grijze weer zijn we in onze nopjes. We keren dus terug naar het intussen haast verlaten Ronde Maison. Even een incident met een Vlaamse wandelaar die nog persé en ondanks het late uur op de 30km wil vertrekken. Hij zal het er op wagen zonder afpijling en later sportief toegeven dat hij zich toch wat in de starttijden verslikt had. Een beetje uit mijn humeur vat ik de terugweg aan. Hij loodst ons door Erbisoeul om even na het station en een ruim meer terug resoluut voor het bos en zijn zanderige paden te kiezen. Een dame komt uit de andere richting met een ezel aan de leiband. Het dier bekijkt ons argwanend en we lopen door zonder aai. Komen het winterse, bruin ogende loofbos pas uit voor de laatste rustpost in het cafeetje Mouligneau. Ware het niet van de jonge uitbaters, je zou denken dat de tijd hier bij de houten banken is blijven stilstaan. Wij hebben er een lusje van 2,7 km voor de boeg. Heel eenvoudig getekend maar daarom niet minder mooi. De heuvel op door het bos en terugkeren langs laantjes met een ondergroei van rododendrons voorbij een kasteeltje dat nu dienst doet als kantoorgebouw. Een kasseitje zet ons af in het cafeetje. We pauzeren kort en zetten vervolgens koers naar de finish. Eerst langs een weiland met bruine runderen die hun uiterlijk ontleenden aan de ‘ossekop sturen’ in de fietswereld. Daarna langs het Foret du Bois Brulé. Even twijfels omdat er duidelijk pijlen afgetrokken zijn. Wij lopen verder ons baserend op de snippers rond de nietjes in de bomen ! Doen dat perfect en pikken de draad terug op bij een bakstenen spoorwegbrug. Onderaf het spoor lopen we naar de bewoonde wereld. Een kasseitje zet ons af bij de brug over het kanaal, waterloop die we even zullen volgen. Nog een paar straten en onze tocht zit er op. Bij een heerlijke Chimay Blue (of twee) genieten we na van een prachtige, bosrijke tocht. Sans Soucis liet ons weer eens een wandelhoogdag beleven. Met een gelukzalig gevoel rijden we langs overvolle autowegen terug naar Hemiksem. Linda verkondigt er een blijde boodschap. Het gaat steeds beter met de ‘eendenpoot’, staat er volgend weekend niet ergens een Olat tocht op het programma ? Vindt zij ideaal om over te stappen op de 40 km. Hoor ik daar vogeltjes fluiten ? Er klinkt in elk geval muziek in mijn oren. Houdoe dus en tot volgende week vanuit Middelbeers. 

FOTOREEKS

https://picasaweb.google.com/nederbelgenopstap/13022011Gh...

21:03 Gepost in wandelen | Permalink | Commentaren (1) | Tags: henegouwen, -g

04-08-10

31.07.2010 Le Coq d'Or Ecaussinnes

Het stationsplein doet dienst als parkeerterrein voor de wandeltocht van vandaag. Zo’n tweehonderd meter verder, La Maison du Peuple. We zijn in Di Rupo land, waar elke gemeente zijn volkshuis heeft. Het gebouw en de zaal hebben iets afgeleefds, maar zijn reuze functioneel. Davy gaat er als een haasje vandoor, die wil zijn 45 kilometer nog vol maken. Ik drink eerst mijn koffietje dat smaakt als ‘recuit’ en begin dan aan een gezapiger 35 km. Van mijn vorig aantreden hier herinner ik mij alleen een onweer op het eind, niks dus. Ben benieuwd naar wat komen gaat. Het papiertje met tussenafstanden geeft aan dat we naar Braine-le-Comte trekken en dat zie ik best zitten. Bij een drukkende atmosfeer wandel ik de drie kilometer door Ecaussinnes, van nieuw naar oud, langs kerkwegels en gevlagde gevels. C’est la fête au village ! De rust van Ecole Odenat Bouton, naam van zijn oprichter blijkbaar, sla ik over. Neem wel mijn stempeltje uiteraard, tot meerdere eer en glorie van Mr. Le Permanent ter aankomst.

 Meteen na de eerste controle duik ik het groen in. Wat eerst een slingerpaadje is door een verwilderd bosstrookje wordt algauw een kaarsrechte oude spoorbaan. Kilometerslang zal ik dit biotoopje volgen. Is vergelijkbaar met wat Kleitrapper Jean-Marie ons in Rumst serveert. Huizen worden van langsom schaarser en maken plaats voor, soms bolle, akkers. De baan moet al wel heel lang niet meer in gebruik zijn want de naam op een verlaten stationsgebouw is helemaal afgebladderd, ik kan er niets meer van maken. Mag finaal het spoor verlaten en duik een besloten groen valleitje in. Even maar, dra volgt een klim naar het eerstvolgende dorp. Ik blijk de Val de la Senette te verlaten en koers te zetten langs boeren pachthoven naar de kern van Henripont. Met een ommetje laat de parkoersmeester ons in de verte de raffinaderij van Feluy en de toren van het hellend vlak van Ronquières zien. Heb er 7,5 km opzitten en neem mijn tijd voor een drankje op de speelplaats van het kleine dorpsschooltje.

 Mag na de pauze nog wat hoger klimmen en het dorp uitlopen. Opvallend aan deze tocht : gele pijlen voor de juiste richting, rode voor de foute richting. Soms verwarrend met de ook al roodoranje tape van de FFBMP. De Sentier du Pont du Jour (een mond vol) stuurt mij het loofbos in. De 30km moet tussenin een eindje drukke baan volgen maar ook prachtige baantjes in het bos. Verlaat de bosstrook voor de Sentier de la Voie du Tram. Inderdaad mijn volgende spoorbaan en weer een paar kilometers lang. Ik vind het best aangenaam want zo vermijd ik de bebouwing en krijg er nog leuke doorkijkjes cadeau bovenop. Zit aan 11,4 km bij de volgende rustpost, de kantine van een visvijver in Braine-le-Comte. Kwam ik tot nog toe weinig bekenden tegen, hier is het de zoete inval. De vroege vogels van de 45km vallen als prijsduiven om ter snelst binnen. Roger & Monique, Jacqueline & Luc, het halve Doetjesteam Daniel & Clement enz enz.

 Toch hou ik mijn pauze kort, heb nog heel wat voor de boeg. Sentier de la Chapelle à Fourmis, wordt mijn volgende paadje. Kreeg ze niet te zien, die Mierenkapel ! Wel haal ik de Doetjes in en blijven we even samen voor een babbel en een zwans. Wandel een halve verdieping hoger de golvende akkers in tot een spoorwegbrug. Hoog boven ‘den ijzeren weg’ loop ik een parallel tarmacje, de Rue d’Ascotte tot in Hennuyères en de volgende caférust na zo’n 17 km. Het is mooi, warm weer, de omgeving is licht golvend en aangenaam, mij hoor je niet mopperen. Tot mijn niet geringe verbazing valt Martin binnen. Die had ik hier niet verwacht ! Uiteraard lopen wij de tocht samen uit, benieuwd als ik ben naar zijn verhalen over ondermeer Apeldoorn en Nijmegen. We hebben trouwens meteen een etappe van 9 km voor de boeg, altijd leuker met z’n tweetjes dan alleen. Ruim 3 km zullen we nu in de bebouwing blijven lopen over golvend, open terrein. Meteen na de waterpost mogen we gelukkig de bossen in. Heerlijk wandelen is het hier. Komen het bos pas uit bij …la Voie du Tram en genietend van de vergezichten koersen we terug naar de visvijver. Nog ruim 8 km tot de finish.

 Het is even opletten om de steegjes tussen de nieuwbouw te vinden. Martin kent het terrein echter en loodst er mij feilloos doorheen. Daarna volgt opnieuw een bosstrook met een tarmacje aangetast door de tand des tijds en de strijd verliezend tegen de oprukkende natuur. Het klimt ook even pittig, ik moet schakelen. Tarmacjes loodsen ons verder door de bolle velden. We genieten van echt schitterende vergezichten over het landbouwland. Dit is een knappe tocht ! Bereiken bij een eerste kasteel het centrum van Ecaussinnes. Wandelen tussen twee, vervuilde, beekjes door en passeren de restanten van le Moulin Brûlé, ooit een watermolen geweest. Op de Place des Comtes een laatste rustpost aan de voet van een haast dreigend, donkergrijs kasteel dat hoog boven ons uittorent. Even een ‘Juppeke’ en dan de laatste paar kilometer langs de beekjes, een tweede watermolen en het meertje net voor de finish.

 Samen met Martin, Jacqueline en Luk geniet ik van een paar lokale aanraders Ultra genaamd. Ze zijn bijna zwart van kleur, een beetje als Engelse Stout en tikken bij mij aan. Het station is niet ver, ik neem afscheid van Martin en reis met Jacqueline tot in Antwerpen. Kijk terug op een hele leuke tocht die heel wat afwisseling bood en waar de tarmacjes niet stoorden dankzij de prachtige vergezichten. Denkelijk zal ik mijn tweede doorgang in Ecaussinnes beter onthouden dan de eerste …   

FOTOREEKS

http://picasaweb.google.nl/nederbelgenopstap/20100731Ecau...

20:41 Gepost in wandelen | Permalink | Commentaren (0) | Tags: henegouwen, -e

28-07-10

24.07.2010 Les Tatanes Ailées te Leval

Een halfuurtje te voet tot de tram, ruim twintig minuutjes sporen tot de Meir en dan treinen over Brussel-Zuid richting Binche. De startzaal in Leval ligt op één kilometer van het peronnetje, station kan je dit bezwaarlijk noemen. Bij de koffie even het parkoers bekijken. De 40km blijken er slechts 36,7 te zijn richting Thuin. Ik ben er helemaal klaar voor ! Vertrek inderdaad in een heel andere richting dan ik hier gewend ben. Wandel het dorpje uit door wat de hoofdstraat moet voorstellen. Een kerkwegel geeft mij een prachtig uitzicht op de omgeving, de groene terrils van La Louvière prominent aanwezig. Het eerste bosstrookje komt er al aan gevolgd door nog meer wegels rond een diep ingesneden beekje en de spoorbaan. Cité Lison lees ik op het naambord bij de volgende straten die mijn op en over een drukke steenweg loodsen in Ressaix. Nu volgt de Rue René Vanquelefs, lang, bebouwd en alsmaar rechtdoor tot de eerste rustpost na 5,650 km in Epinois. De post is bemand door mij bekende stappers uit Brugelette, een vriendendienst.

 Eén straatje verder gaan de langste afstanden er vandoor over paadjes langs maïsvelden en door weilanden. Een paar omgevallen bomen trekken er mijn aandacht en ik stap een bosstrook binnen. Het begrip stormschade komt hier volledig tot zijn recht. Kan ik oorspronkelijk nog iets volgen dat op een pad lijkt, algauw wordt het laveren tussen, over en onder omgewaaide bomen van alle mogelijke diktes. Het moet gezegd dat de parkoersbouwer erg zijn best heeft gedaan om, mits het ophangen van linten, een aanvaardbare wandelroute uit te tekenen. Haast voetje voor voetje vorder ik tussen het geheel van bramen, takken, bladeren en horizontale boomstammen. Een dame komt op haar stappen terug, ze is haar bril kwijt ! Lijkt mij een hopeloze zoektocht in deze wildernis. Ik kom heelhuids uit het groen en sla rechtsaf de helling naar beneden tussen wei en bos. Het is voordurend opletten waar je de voeten neerzet, wandelend tussen stenen en takken. Een troep runderen rent verschrikt weg als ik op hun hoogte kom, wat ik vreemd vind. Ben hier toch niet de eerste passant vandaag. Nog vreemder vind ik dat er geen rappel van bepijling meer te zien is. Helemaal onderaf een viersprong. Moet even zoeken naar de volgende markering. Ze stuurt mij een eenmanspaadje op, de velden in. Vreemd, meerdere wandelaars komen hier naar beneden. Informeer even en zij blijken op de retour van de 20km te lopen na hun tweede rust. Deze zou niet veraf zijn. Als ik terug in de bebouwing loop ben ik wel heel zeker. Ik loop het parkoers averechts, wat niet zo evident is! Ruim 20 minuten later ben ik inderdaad bij rustpost twee. Alle aanwezigen lachen smakelijk met mijn verhaal. Ik heb mij bij het uitkomen van het bos blijkbaar verslikt in een rechts-linkse combinatie.

 Het is intussen 12 uur en ik heb nog 25 km voor de boeg. Kan dus nog net voor sluitingstijd (17:00). Een vlugge koffie en weg ben ik. Wandel op het plateau het dorp Buvrinnes uit voorbij een bakstenen molen. De vergezichten tonen mij de ravage aan bomen en graangewassen. Zelfs een betonnen paal is in zijn volle lengte naar beneden gekomen. Her en der zijn ook wat daken geheel of gedeeltelijk weggeblazen. Gelukkig is de volgende bosstrook zeer goed begaanbaar. De brede paden zijn volledig vrij. Het parkoers is ook naar de vlakke kant en ik kan dus in mijn eentje tempo maken, genietend van peis en vree. Moet een spiksplinternieuw Ravel fietspad op en dan …gedurende de volgende 2 à 3 km moet ik over of door zeker wel 50 horizontale berken slingeren, struikelen en sakkeren. Dit beeld is onwaarschijnlijk, soms liggen ze met z’n drieën als op een hoop gegooid door een woedende reus. Bij het verlaten en vervallen station van Bienne-lez-Happart wacht mij de open ruimte en schitterende, zonnige vergezichten. Even verder de rustpost in bos van Cinq Etoiles. De tijdschade door de hindernissenloop is wederom opgelopen tot 20 minuten. Ik besluit af te zakken van de 40km naar de 30km wat hem hier een lus van ruim 4 km scheelt. Het lusje van 5,7 km is vrij vlug verteld. Even kuieren langs de bosrand, genietend van de vergezichten, en vervolgens het natte bos in, alsmaar rechtdoor. Gelukkig staan alle bomen hier nog fier rechtop, heb al meer dan genoeg aan het opzoeken van de droogste percelen op het pad. Splitsing bij het uitkomen van het bos. Ik draai er meteen weer in om via een ander stuk Ravel terug te koersen naar Cinq Etoiles.

 Wordt na het Juppeke dieper het bos ingestuurd over een verweerd asfaltpad waar de natuur al aardig aan geknabbeld heeft. Heerlijk wandelen op mijn eentje te midden het immense groen. Bij het uitkomen van het bos kan ik nogmaals de stormschade opmeten, overweldigend. Wandel door een stil gehuchtje en ga dan een eenmanspad in de velden op. Deze Sentier Communal zet mij terug af in Buvrinnes, mijn voorlaatste rustpost. Een korte drankstop en dan ga ik de twee kilometer lopen die ik vanmorgen in omgekeerde richting wandelde. Krijg een prachtig uitzicht cadeau over het groene land en de terrils, heerlijk ! Besef ook plots dat ik vanmorgen met mijn twee voeten op een grondpijl moet gestaan hebben en die zodoende niet heb opgemerkt. Gelukkig maar anders was ik recht terug naar de eerste rustpost gelopen! Loop nu het tarmacje af tot een monumentale witgekalkte herenhoeve en even verder de kerk van Epinois. Een kort klimmetje en de laatste rustpost bij de mensen uit Brugelette. Nog ruim 3 km te gaan. Deze maak ik vol door stille straatjes en evenveel kerkwegeltjes. Op een pleintje wordt Balle Pelote (kaatsen) gespeeld. Kuier nog even tussen een paar visvijvers door en bereik de finish om 16:50. Reken ongeveer 33 kilometer gewandeld te hebben.

 Bestel mij een frietje en een Chimay Blue. Samen met mijn treinmaatje van Spitants Namur wandel ik terug naar het station. Zo kom ik aan de weet dat clubmaatje ‘cowboy’ Luk vorige week in Andenne de eerste 60km uit zijn nog prille wandelcarrière op zijn palmares mocht schrijven. Van harte proficiat makker ! Spitant verlaat mij in La Louvière en zodoende reis ik alleen verder tot Hemiksem. Kijk tevreden terug op een prachtige tocht met heerlijke bossen en schitterende vergezichten. Een avontuurlijke dag ook door toedoen van de stormschade en mijn wel erg eigen invulling van de parkoerstekening. Je maakt wat mee als wandelaar!

 

FOTOREEKS

 http://picasaweb.google.nl/nederbelgenopstap/20100724Leval

 

 

 

 

21:09 Gepost in wandelen | Permalink | Commentaren (0) | Tags: henegouwen, -l

09-06-10

05.06.2010 Les Roteus Waibiens te Thuin

De treinbegeleider op het boemeltje vanuit Charleroi spreekt mij in perfect Nederlands, met een lichte, grappige zuiderse tongval toe. Een aangename verrassing die ik ten zeerste waardeer. Vanaf het vervallen stationnetje van Thuin krijg ik een prachtig uitzicht over het stadje dat tegen de heuvel aan de overkant van de Samber is gebouwd. De grote kerk staat te pronken midden de woonhuizen. Ben nauwelijks een kilometer van de startlocatie verwijderd maar het is er eentje die kan tellen. Aan de overkant van de rivier mag het groepje van een tiental reizigers meteen de trappen op van de Mur de Thuin. Boven wachten kasseistraatjes. Zelfs de voetpaden zijn aangelegd met ‘kinderkopjes’. Sta dus al ‘nat in ’t zweet’ als ik samen met de busreizigers van PWC de startschool binnenstap.

Ik heb van in Charleroi mijn koffie en ontbijt al op en ga dus meteen van start. Keer terug van waar ik daarnet kwam. Van op de esplanade krijg ik meteen een prachtig uitzicht over de Samber cadeau, met op de achtergrond het kerkje van Lobbes. Loop de trappen af, het water over en achterlangs bij het station. Een bospaadje loodst mij geleidelijk hoger tot aan de Ruelle St-Hubert. Het straatje is eigenlijk een langgerekte, steile trap die mij bij een pleintje afzet. Even verder de eerste rustpost in de Ecole de Waibes na 3 stevige kilometer. Ik beslis meteen door te lopen. Blijf hoog op het plateau wandelen en mag vrij snel het verkoelende bos opzoeken. Ben wat blij uit die loden zon te kunnen stappen. Vrij snel ben ik het enige lopende wezen, al de rest vliegt. Van vrolijk fluitende gevederde vriendjes tot vervelend zoemend klein grut, aangetrokken door het homo sapiens zweet. Het lange rechte pad loopt zachtjes bergaf, ik kom nauwelijks een huis tegen. Net voor ik de Samber bereik gaat de 20 km weg. Ik mag even de waterloop stroomopwaarts volgen tot bij een spoorwegbrug. Hier ligt het stationnetje van Hourpes. Op weekdagen stoppen hier blijkbaar twee treinen per uur. Het is dan ook een dichtbevolkte buurt …ik tel exact drie huizen in het bos ! De rationalisatie van de NMBS is blijkbaar nog niet tot de SNCB doorgedrongen ! Ik loop het volledige perron af en pik pijlen op aan de overkant. Ben een beetje verwonderd meerdere wandelaars uit tegengestelde richting te zien komen aanlopen. Keer op mijn stappen terug en dat was verstandig. Moet vanaf het perron inderdaad de andere richting uit, over de Samber en verder langs de spoorbaan. Loop bij een kerkhofje de open ruimte in. Het is warm wandelen op het betonbaantje. Aan de overkant van de rivier lonken de koele bossen. Moet echter op de open oever blijven tot de ruïne van de Abbaye d’Aulne. Ik verwacht hier een rustpost maar die blijft uit. Loop terug de landbouwzone in. Verdapper om twee wandelaars voor mij in te halen. Het blijkt Colette Keser te zijn en haar wandelmaatje. Samen stappen we in een weidse boog om de abdij heen en zoeken bij Ecluse 8 de overkant van die schattige Samber op. Even verder de tweede rustpost. Ik heb er ruim 11 km opzitten, hoog tijd voor een pauze en een cervelaatworst, vaste prik als ik in Wallonië wandel.

Colette is ruim voor mij terug op pad, ik zal haar pas bij de finish terugzien. Zodoende begin ik alleen aan een klim bezaait met keien in het bos vanaf het water. Het slingerpaadje is afgezoomd met jonge varens en bramen. Een doorkijkje geeft mij een overzicht van de vlakte en enkele mijnterrils in de verte. Ik blijf hoog op het plateau lopen en de tweede bosstrook bestaat dan ook uit brede, vlakke paden. Ik geniet zalig van peis en vree, kom nog nauwelijks een wandelaar tegen. Waar de zon een doorgang vindt is het pad haast dichtgegroeid met jonge grassen. De afdaling loodst mij voorbij een beekje waar nauwelijks water in staat. Even verder rustpost drie in een blokhut (la Cabane des Lettons). Heb er 17 leuke kilometer opzitten. Na een koele pint vervolg ik mijn weg langs de bosrand met uitzicht over weilanden en akkers. Een tarmacje zet mij een verdieping lager af. Een laatste strook bos en ik bereik een bedrijvenzone. De zon brandt op mijn kalende knikker terwijl ik door de open ruimte loop richting eerste woonhuizen. Het lijkt er wel te sneeuwen zo veel pluis zweeft er door de lucht. Een eenmanspaadje tussen weilanden voert mij terug naar de eerste rustpost van daarstraks, met prachtig uitzicht op de tegenover liggende stadskern. Nog zowat 6,5 km te gaan.

Stap langs een mooi kerkje, opgetrokken in bruine natuursteen, en door de stille straten van Les Hauts de Sambre. De parkoersmeester loodst mij terug het wilde groen in. Een zachte afdaling brengt mij bij de Samber die ik over een pad met losliggende kiezel richting Lobbes mag volgen. Aan de overkant een merkwaardig schouwspel. Een paar jonge runderen gaan log op ganzenjacht. Luid protesterend moeten de waggelaars zich gewonnen geven en het water induiken. Wat verder zit een reiger roerloos en hautain het schouwspel te bekijken. Een bange haas rept zich de bosjes in, beducht voor het brute geweld. De voorstelling is afgelopen en ik loop door. Moet een laatste maal de Samber over en vervolg mijn weg langs de spoorbaan. Tot mijn verbazing is het enkel spoor in de straat nog in gebruik. Een oude tram dokkert mij, luid bellend voorbij. Het lijkt wel of ik tientallen jaren terugga in de tijd. Wandel nu door achterafjes van Thuin, over kasseitjes en langs menig snelstromend beekje. De laatste rustpost ligt op slechts 2,5 km van de finish. Ik stop dus alleen maar voor een beker, gratis, water. Een eindje verder in de straat beginnen Les Jardins Suspendus. Zeg maar de muur opnieuw opgebouwd in terrasvorm. Klimmen wordt nu dus de boodschap, langs de tuinen en door een bosje tot een woonwijk bij de oude watertoren. De finish is in zicht.

Veel bekenden in de zaal met ondermeer Paul (pakkeman) Terwaigne, Yvan (le terrible) en ook clubmaatje Luc, die er een zeer gesmaakte marathon heeft opzitten. Ik moet nog anderhalf uur wachten voor de trein en besluit dus een lusje bij te lopen. Mag zodoende nog eens de trappen naar beneden, even kuieren door de binnenstad en vervolgens terug langs les Jardins Suspendus naar de finish. Een laatste drankje …het is tijd voor de trein en een laatste keer de trappen naar beneden. Tijdens mijn rustige terugreis geniet ik na van een prachtige bosrijke tocht met schitterende doorkijkjes op een idyllische Samber. Voorwaar de mooiste tocht die ik hier ooit wandelde.

 FOTOREEKS

http://picasaweb.google.nl/nederbelgenopstap/20100605Thuin

20:41 Gepost in wandelen | Permalink | Commentaren (0) | Tags: henegouwen, -t

13-05-10

13.05.2010 Les Sucriers de Brugelette

Jefke is net weg richting Houwaart. Kareltje en zijn gezel gaan richting Goë en Gerard kiest voor Mol. Ik reis naar Brugelette, de kliek van het openbaar vervoer wandelt in gespreide slagorder vandaag ! De spiegeltrein voert mij vanuit Brussel-Zuid richting Ath. Wandelaars zijn makkelijk te herkennen aan hun schoenen en (club)kledij. Ik schat dat we zeker met 15 zijn die het boemelke verlaten zo’n 200 meter van het startlokaal. Makkelijker kan niet ! De 30 km blijken er slechts 26 te zijn en dus zit ik al meteen te broeden op een extraatje, weet alleen nog niet welk.

Het heeft hier blijkbaar flink geregend vanmorgen en vannacht maar nu valt het mee, al is het nog steeds grauw en fris, helemaal geen lentegevoel. Ik loop vrij snel het dorp uit en de weidse akkers in. Regenjas dicht, kap op de kop, het miezert. Ik wandel langs de spoorbaan die mij naar de startplaats voerde en moet vanaf station Mévergnies-Attert een tarmacje op, onder roos bebloemde sierkerselaars naar de eerste rustpost in Attre na 3,1 km. De ruime, vrijwel leegstaande woning is denkelijk door een vorige generatie behangen en geschilderd en sindsdien in dezelfde staat ‘bewaard’ gebleven. Dit is Wallonië !! Ik neem mijn stempeltje en loop meteen door. De Rue du Chateau zet mij af over de Dender, hier een brede beek, en voorbij het lokale kasteel. Wat denkelijk ooit de kasteeldreef was is nu weiland. De wandelaars kunnen genieten van een prachtige strook groen tussen twee rijen hoge bomen. Wel opletten waar je de voetjes zet, hier stonden gisteren nog runderen, de vlaaien zijn nog vers ! De langere afstanden gaan hun eigen weg over een rustig tarmacje richting TGV-brug. Piste de santé Piéman is een heuveltje waar de natuur zich kan herstellen. Het resultaat mag gezien worden, fris groen met vele struiken zwanger van ontelbare witte bloempjes, heerlijk ! Ik ruil puur natuur in voor tarmacjes door bewerkte akkers, een aanzet tot erwten en patatten. Rusten doe ik een eerste keer in het basisschooltje van Arbre na 8,3 km. Je hoort er een gezellige mengelmoes van Nederlands en Frans, geen probleem in de wandelwereld.

Ik wandel vervolgens dwars door het stille dorp, langs imposante vierkantshoeves en een klein kerkje. Een brugje stuurt mij over de Dender en onder het Viaduc de la Variante, het TGV-spoor. Waar we de spoorlijn van het boemelke kruisen gaat de 30 km er alleen vandoor. Boven de heuvelkim prijkt een kerktoren die doet denken aan Loker in het Heuvelland. Ik mag de zachte klim op, tussen het jonge graan. Boven gekomen ligt de militaire basis van Chièvres links, een watertoren recht vooruit en de kerk van Chièvres rechts. De parkoersmeester toont nu zijn kunnen en dat is niet min. Achter- en onderafjes sturen mij slingerend naar het kerkgebouw dat op een heuvel blijkt te liggen. Meteen na de kerk volgt de Chapele Notre Dame de la Fontaine (1893) en daarna direct het marktplein met een nog verlaten kermis. Kerkwegels loodsen mij het dorp weer uit tot bij een beekje. Een schuin liggend, onverhard paadje loodst er mij langs. Ik val continu van de ene verbazing in de andere, loop gewoonweg te genieten. Enkele honderden meter verder, te midden de velden ligt de rustpost in de voetbalkantine van RFC Chievres (km 13.2). Wat was dit een knappe etappe !

Kreeg ik eerder wat motregen te verwerken, het is droog als ik weer vertrek. De twee Westvlaamse wandelbroertjes komen ook de streek verkennen, en vinden het parkoers ook best aangenaam. Onze parkoersmeester blijft spelen met veldwegen die soms een aanzet hebben tot holle weg, hij is een man naar mijn wandelhart. Van op het hoogste punt van de streek krijgen de wandelaars een prachtig panorama cadeau. Hierna is het langzaam zakken langs meestal verhard wegen naar Attre. In een nieuwe wijk allemaal auto’s met blauw/witte Belgische nummerplaat. Aan het taaltje van hun eigenaars te horen lijken het mij allemaal Amerikanen te zijn ,de Shape basis van Casteau is niet echt veraf. Ik stop in het verweerde huis na 19 km, doch maak snel plaats voor een wel erg lawaaierige ‘local’. Nog ruim zeven kilometer tot de finish.

Wandel opnieuw over de Dender en langs het kasteel, één baantje verder dan vanmorgen. Merk nauwelijks dat ik door het dorp loop, zo vernuftig stuurt de parkoersmeester ons langs achterafjes. Ik wandel rond een visvijver en moet dan een heel eind op het plateau een steenweg volgen. Een collega IJsetripper toetert mij vanuit de auto aanmoedigingen. Volg wat rustiger wegen met boterbloemen in de weilanden en vergeet-mij-nietjes in de bermen. Stap het volgende dorp binnen dat Mévergnies blijkt te zijn. De beide zijkanten van de kasseistraat zijn bedekt met een laagje asfalt om het geheel wat vlakker te maken voor koning auto. Ook de wandelaars maken dankbaar gebruik van dit initiatief. Langs onwaarschijnlijke kronkelstraatjes wandel ik verder tot de Ecole St-Louis in Brugelette waar ik mijn laatste stempeltje krijg. Loop meteen door en mag wat ‘trappekes’ af tot aan de Dender. Het bruggetje met uitzicht op een heuse waterval en vervallen bedrijf heeft iets romantisch. Achterafjes loodsen mij naar de kerk waar ik de straat naar de suikerfabriek neem. Nou ja, fabriek … de resten ervan, want 80% ligt intussen tegen de vlakte. Het einde van een tijdperk voor dit dorp. Ik rep mij naar de spoorbaan en mag aan zijn overkant door de prachtige parklaan met oude, rode beuken en sierlijke dennen tot de finish wandelen.

Het is nauwelijks 15:00. Ik neem de tijd voor een natje met clubmaat Jacques en zijn vrouwtje en vertrek vervolgens voor een extra 6 km. De eerste helft is dezelfde als vanmorgen, maar nu zonder hemelvocht. Daarna stuurt een tarmacje mij door het jonge graan. Een koekoek ‘klopt’ overuren, heeft geen idee meer van uur en tijd. Denkelijk last van een ontregelt hormonenstelsel ! Ik mag een kasseitje op met asfaltrand, richting watermolen van Mévergnies. Een leuk eenmanspaadje voert mij langs de Dender richting Brugelette. Nog een korte spurt en ik ben terug in de startzaal. Net op tijd om nog van een Chouffe te genieten en een korte babbel met Wilfried & Nathalie. Neen, ik heb niet te veel gedronken …tussen de geparkeerde auto’s bemerk ik zowaar een ooievaar ! Nestelt denkelijk in het nabijgelegen Paradisio. Een leuk afscheid van een tocht die mij voor de derde keer wist te overtuigen. Les Sucriers hebben heus meer dan een suikerklontje in de hand om menig wandelaar te doen watertanden !

 FOTOREEKS

http://picasaweb.google.nl/nederbelgenopstap/20100513Brug...

22:35 Gepost in wandelen | Permalink | Commentaren (1) | Tags: henegouwen, -b

08-04-10

07.04.2010 Jaurieu Stappers Arc-Wattripont

Drie treinritten, twee busreisjes en dan nog 3 km met de 2pk, er is maar één gek die zich daaraan waagt ! Heb meteen al een gezellige babbel met de chauffeuse van de TEC. Onmiskenbaar een bewoonster van de taalgrens. We eindigen geen enkele zin in dezelfde taal als we hem begonnen. Deze Brusselaar dus al meteen in zijn nopjes. Klokslag tien uur stap ik de gelagzaal Jaurieu binnen. Inschrijven, een blik op het parkoers bakje koffie in de hand en weg ben ik. Moet rond 16:00 terug zijn voor die enige bus terug, zoniet is het 10 km per 2pk tot Avelgem.

Ik wandel meteen de weidse velden in zo’n 200 meter westwaarts en parallel met de eerste tocht die ik hier dit jaar liep. Stap fluks voorbij grootouders die hun kleinkinderen ‘uitlaten’, inderdaad een uitgelaten groepje, toch nog bij het begin van de tocht. Bij zonnig weer tovert een fris windje een blos op mijn wangen terwijl ik de Rue du Haut Rejet afstap richting groen geschilderde huis op grondgebied Velaines. Verweg rechts ligt de Mont-saint-Aubert, die de ganse dag mijn baken zal zijn. Stap een paar honderden meters gelijk met vorige keer tussen kasteel en kapel door. Frisgroene weilanden zijn bevolkt met kuddes runderen, die blijkbaar sinds lang nog eens de poten kunnen uitslaan. Een wulpse lambada voor zwaargewichten. Draai rechtsop parallel met een eerste vallei recht naar het slapende dorpscentrum van Velaines en zo het dorp weer uit. Vreemd, had hier de rustpost verwacht maar het enige cafeetje is potdicht. Ook het duootje voor mij wordt ongerust en kijkt voortdurend achterom, speurend of ik nog wel volg. Etang St-Martin is het verlossende bord dat de rustpost aangeeft. Deze zeven kilometer waren er eerder acht, beaamt ook een geoefend wandelaar van de Padstappers. Ik hou angstvallig mijn klok in het oog, zal gaz moeten geven. Toch eerst de innerlijke mens versterken met een stevig broodje en glaasje fris.

Ga weer op pad voor de tweede etappe die 10,4 km lang zou zijn. Loop in een brede boog om en naar hoog boven de visvijver, richting gehuchtje Popuelles, nog nooit van gehoord. Dorp kan je deze tien huizen moeilijk noemen. Duik vervolgens naar Sart, steek een drukke baan over en stap onder de Colruyt autostrade door. Een pracht van een heuveld vergezicht ontrolt zich voor mijn ogen. Ik vergeet erbij dat dit vandaag blijkbaar een betontocht wordt. De 18 km verlaat mij en ik ben nu moederziel alleen, geen hond kom ik tegen. Wandel door Quartes langs zijn lieflijke église St-Martin. Moet de drève de Braffe in, een lange kaarsrechte weg door open veld die mij naar een ruime vierkantshoeve loodst. Links op een heuvel het volgende dorpje met kerktorentje netjes in het midden van de bebouwde wereld. Loop langs een verweerde kapel en nauwelijks onderhouden boerderij steeds maar verder tot het volgende gehucht. Krijg daarna zowaar een stukje onverhard aangeboden, hardgetrapt pad met spoorwegkeien. De Rue Bois de l’Allemont loodst mij door een valleitje, down and up. Achterom kijkend grote industriegebouwen van het Doornikse, vooruit puur akkerland met kieviten in dolle dans boven de velden scherend. Een laatste steenwegje wordt de Rue de la Couture de Breuze. Ben nu wel erg dicht bij Mont-St-Aubert , temidden akkers en weilanden. Een schuwe duitse scheper wijst mij de weg naar een rokershol, de rustpost van Melles Loisir. Veel plezier valt er niet te beleven. Ik giet een Juppeke naar binnen en vervolg vijf minuutjes later mijn weg, opgelucht. Wandel netjes binnen het vooropgezette schema.

Ik stap hier blijkbaar op het hoogste punt van de streek. Kan genieten van een werkelijk schitterend, landelijk panorama van 360°. Ondanks het beton vind ik deze tocht heerlijk. Een sluierbewolking dekt het zonnetje af, de lentetemperatuur is zalig, net wat een wandelaar nodig heeft. Stap hoog boven de Colruyt autostrade de volgende heuvel over en duik de volgende vallei binnen. Loop lang parallel met de snelweg, ver genoeg weg om te kunnen genieten van een oorverdovende stilte. Zalig is dit ! Een groepje wandelaars die na mij in Melles vertrokken komen uit een andere richting aanlopen. Hebben dankzij hun stafkaart een kortere weg gevonden. Ik kan dit niet appreciëren, parkoers is parkoers, toch ! Duik het heuveltje af tot de inmiddels verlaten kantine van Etang St-Martin. Hedwige Sloeber vormt zowat mijn enige gezelschap. 14:45 en nog 7,5 km voor de boeg, komt dus echt wel goed.

Het volgende heuveltje dient zich aan, waarna ik als over een dijkje wandel met prachtige vergezichten aan weerskanten. Deze betontocht is nog leuk ook ! Stap langs de meest recente woningen van Velaines stilaan het oudere dorpscentrum binnen en meteen terug uit. De opeenvolgende stukken vals plat beginnen zo stilaan hun tol te eisen. Kom weer uit bij het groene huis en volg nu het tweede deel van de 6km, de finish komt in zicht. Als een groene muur tekenen de Vlaamse Ardennen zich af tegen de achtergrond. Wandel langs verweerde hoeves door Cordes tot Arc. Ongelooflijk, krijg nu zelfs een ruim stuk onverhard onder de voeten geschoven ! Golvend blijft het wel, de laatste kilometer was voor twee maanden de eerste. Klokslag vier uur bereik ik de finish. Die Duvel heb ik echt wel verdiend. Beau parcours zeggen enkele franstalige wandelaars bij het verlaten van de gelagzaal. Ondanks de 95 % asfalt en beton kan ik dit nog beamen ook !

Ben ruim op tijd op pad voor mijn laatste drie kilometer tot de Place Verte in Celles waar bus 97 mij zal oppikken om 17:04, klokvast. Met de TEC tot Avelgem, dan De Lijn tot Oudenaarde en goede ouwe NMBS over Gent-St-Pieters en Antwerpen-Berchem tot Hemiksem. Een beetje gek zeker ...

 FOTOREEKS

http://s1022.photobucket.com/albums/af344/nederbelgenopst...

20:05 Gepost in wandelen | Permalink | Commentaren (0) | Tags: henegouwen, -a

10-02-10

10.02.2010 Jaurieustappers te Arc-Wattripont

De Jaurieustappers ken ik nog van de tijd dat ze vanuit De Pupiter op Kwaremont vertrokken. Sinds ze naar de Henegouwse vlakte verhuisd zijn was ik er niet meer geweest. Mijn vakantiedagen 2009 moeten dringend opgesoupeerd worden en dus plan ik hun 30 kilometer in voor vandaag. Op Google Maps ontdek ik het Jeaurieustraatje randje Celles, netjes halverwege Ronse en Avelgem. Het kost mij een uurtje opzoekwerk bij de NMBS, De Lijn en TEC om een heen- en terugreis te vinden langs dezelfde route. Het wordt een trip met drie treinen en twee bussen, drie vervoermaatschappijen ook. Tevens dien ik er rekening mee te houden dat ik slechts één bus ’s morgens en één ’s avonds heb. Een verbinding missen betekent onherroepelijk 10 kilometer te voet.

De chauffeur van de TEC kijkt verbaasd als ik hem uitleg waar ik naartoe wil. Is echt wel ver van de dichtstbijzijnde halte in Celles hoor, is zijn commentaar. Ik leg hem uit dat ik gekomen ben om 30 kilometer te wandelen. Ik zie hem denken – einde verhaal. Hij legt mij wel haarfijn uit hoe ik van Place Verte tot bij de N48 geraak. Ik zal er exact 30 minuutjes over doen, zo’n drie kilometer dus. Bij de koffie schrijf ik in als 50ste wandelaar of daaromtrent. Bekijk even de grote parkoerstekening, onbekend terrein op Waals grondgebied. Lag er in Hemiksem rond 06:00 al heel wat sneeuw, hier valt het rond 10:00 best mee. Kleine vlokjes dwarrelen nog wel uit een donkere hemel en zijn vergezeld van een redelijk strakke wind. Ik stap meteen de weidse akkers in, onderbroken door her en der een hoeve. Wandel richting Velaines, een haas opschrikkend die er gejaagd vandoor spurt. Stuifsneeuw raast in wolken over de velden. Toch komt er een streepje zon in de lucht terwijl ik door het stille dorpje wandel, langs kapel, kerkje en door hoge muren omsloten kasteel of hoeve. Terug de velden in naar het volgende dorp dat Cordes noemt. Manufacture de Tabac lees ik op een gevel. Ook dit dorp loop ik weer uit zonder een levende ziel te ontmoeten, laat staan een rustpost. Ik meende nochtans gelezen te hebben dat de eerste stop er al na drie kilometer zou aankomen, snap er dan ook niks meer van. Net voor ik Anvaing bereik stuurt een pijl mij rechts de helling op richting Forest. Mijn argwaan is groot maar pijl is pijl, parkoers is parkoers. Hoe hoger ik op de helling kom hoe meer voetprints in de sneeuw terug naar beneden wijzen. Dra zal ik volgen want bij de driesprong op de top valt geen pijl te bekennen. Dender terug de helling af en loop nu recht Anvaing binnen naar de rustpost ‘chez Elbeen’. Ben al ruim anderhalf uur onderweg. Een medewandelaar verklaart mijn vraagtekens. De drie duidde op het aantal rustposten, de eerste etappe was wel degelijk 9,3 km lang. Moet je meer dan tien jaar voor wandelen om zo als een beginneling af te gaan ! Begin van Altzheimer zou Linda zeggen !

Het cafeetje is er eentje van het minimalistische soort. Muren, tafels, stoelen en een houten toog, niks versiering of frivoliteit. Moet je voor in Wallonië zijn. Maar de patron is vriendelijk en zijn koffie best lekker, meer moet dat echt niet zijn. Ik vertrek voor de lus van de 30 km langs de Drève du Chateau. Een pracht van een laantje dat ons voorbij de Château d’Anvaing loods en verder naar de steenweg die Ronse met Leuze verbindt. Ik moet aan de overkant zijn. Blijf even in de vallei wandelen met op mijn linkerhand een knots van een heuvel, de Vlaamse Ardennen waardig. Mochten we er eerst naar kijken, uiteraard dienen we hem te beklimmen langs zijn zuidoostelijke kant. Ik kan niet achterhalen hoe de puist noemt, de omgeving is blijkbaar het Bois de Martimont. Hoe hoger ik klim hoe prachtiger de zonovergoten vergezichten over het stevig golvende landschap. Dit is werkelijk schitterend. Het ook al golvende plateau is akkerland, ik wandel tussen bos en velden tot de noordkant van de heuvel. Ook hier een schitterend vergezicht. Ik herken de kerktoren van St-Sauveur, verderop Ronse en de zuidkant van het Kluisbos. Een vrij technische afdaling zet mij terug af in de vallei waar golvende landwegen overnemen tot de tweede rustpost. Ik heb er 18 km opzitten en deze tweede etappe was werkelijk prachtig. Etenstijd in Les Genets en even de klok raadplegen. Zit perfect op schema voor de avondbus. Verlaat St-Sauveur en duik onder een spoorwegbruggetje door opnieuw het vlakker land in. Le Chemin du Carnois loodst ons verhard richting Anvaing. Bij waterloopje La Rhosnes wandel ik het dorp binnen en even verder de rustpost ‘chez Elbeen’. Etienne, de facteur van Nukerke, doet er zicht te goed aan een Orvalleke.

Een babbel later verlaat ik opnieuw het dorp langs Le Petit Rhosnes. Le Chemin Vert loodst mij de weidse akkers in, rechttoe rechtaan, langs slordig uitgebate hoeves naar Cordes. Terwijl ik voorbij het kerkje loop dwarrelen er weer wat sneeuwvlokjes. Rue Beauregard blijkt onze eerste straat in Arc-Wattripont te zijn … en meteen ook de laatste ! Ik schat dat ik ruim drie kilometer gewoon rechtdoor tussen de akkers loop richting N48. Ik kan een tijdje mijn tempo houden maar finaal gaat de verveling toch toeslaat en stokt mijn ritme. Eensklaps een pijl naar links …’t is toch niet waar zeker …een veldweg ! Ik vat terug moed, genietend van het lichtspel dat zon en wolken opvoeren, stoom naar de finish. Heb er welgeteld 8 minuutjes voor een drankje. Zoals gepland vertrek ik klokslag 16:30 richting bushalte, waar ik exact om 17:00 aankom, bevestigd door de kerkklok. Tien minuutjes later is de avondbus er. Of ik even kan vertellen hoeveel ik normaal voor de rit betaal, vraagt de nog jonge chauffeur. Ik moet hem het antwoord schuldig blijven en hij verzint dan maar een tarief naar best vermogen ! Vive la Wallonie !

De terugweg verloopt even vlot als de heenweg. Ben dus opnieuw zo’n 4 uur onderweg. Je hoeft er niet gek voor te zijn maar het helpt wel ! Kijk tevreden terug op een tocht die op drie kilometer na gaf wat er te krijgen was, zo leek het mij. Alleen zou ik graag wat meer pijlen vinden jongens, het was soms gissen naar de juiste route. Morgen nog één dagje vakantie …een nieuwe wandeldag kondigt zich aan.

 FOTOREEKS

http://s1022.photobucket.com/albums/af344/nederbelgenopst...

23:41 Gepost in wandelen | Permalink | Commentaren (1) | Tags: henegouwen, -a

02-11-09

31.10.2009 Sans-Soucis te Blaugies

5:30 is voor Linda een ontiegelijk uur om uit bed te komen, toch lukt haar dat vandaag ‘Sans Soucis’. Ook bij haar staan de wandelvrienden uit Ghlin namelijk op het hoogste schavotje. Rond 08:00 stappen we zaaltje ‘Chez Nous’ binnen. Er had net zo goed ‘Bij Ons’ kunnen staan want de Vlaamse wandelaar heeft bezit genomen van de ruimte. Zelfs de ongekroonde wandelkeizer van het Heuvelland is present, een referentie die kan tellen !

Rond 08:30 trekken we ons op gang voor de aangekondigde 40,1 km. Een eerste ‘rue pavée’ stuurt ons het dorp uit. We passeren de eerste prachtige en toch wat groezelige vierkantshoeves alvorens de velden in te trekken. Dit kasseitje heeft Ons Heer slechts één keer bezocht namelijk om het te leggen. Een volwassen schaap kan zich hier ruim te goed doen aan het gras dat op de bolle rug van het wegeltje groeit. We wandelen na ruim twee kilometer voorbij La Petite Honnelle het eerstvolgende slapende dorpje binnen. Te vroeg om al te pauzeren daar in Athis (2,5 km) en dus alleen maar braafjes ons stempeltje nemen. Het tarmacje dat ons het dorp uitvoert loopt langs de gevels van meerdere prachtige boerderijen, soms heel mooi opgeknapt. We dwarsen een valleitje en het volgende kasseitje voert naar de tweede rustpost in Fayt-le-Franc na 4,3 km. We genieten er van een koffietje en een babbel met de twee West-Vlaamse ‘spits’broers die wel al een tijdje niet meer ontmoet hadden. Terug van wandelkwetsuren allerhande maar nog steeds super gemotiveerd.

Krakkemikkige wegels sturen ons de velden in waar de boer als vanouds aan het ploegen is. De bietenoogst is binnen. Het lichtgolvende landschap wordt overspoeld door een merkwaardige mengeling van mist en pogingen tot zonneschijn, Allerheiligen is niet veraf. Stille tarmacjes voeren ons Frankrijk binnen. Kalende bomen laten hun schat aan maretak bewonderen. Van op het plateau genieten we van prachtige vergezichten met kerkjes en een kasteel als bakens. De oude spoorbaan bij Bellignies ligt ingekapseld tussen het herfstpallet van bomen en struiken. Heerlijk wandelen is dit. Voorbij het Musée du Marbre klimmen we het dorp uit, naar de volgende weilanden en akkers, langs wegels met meidoorn afgezet. We moeten de heuvel af naar het riviertje de Hogneau en de derde rustpost bij Brasserie Le Baron (11,8 km). Velen kunnen deze roep niet weerstaan, voor ons komt het sterkere vocht nog te vroeg.

We mogen nu even riviertje l’ Hogneau volgen om vervolgens snel het dal uit te klimmen, pittig. Op het plateau langs de bosrand zetten we koers richting Angre. Tot het dorp wandelen we echter niet. We keren op onze stappen terug door een vlakke boslaan van Le Caillou Qui Brique. Geel van liggend, vallend en nog hangend blad voert er de boventoon. Een technische afdaling onder een oud spoorbruggetje door zet ons af bij het befaamde Chalet du Garde (16,1 km). De houtstoof brand er, houdt het ochtendlijke vocht buiten. Wij pauzeren niet maar zetten gelijk koers naar de overkant van het riviertje, hier de Honnelle. Een volgende pittige klim voert ons het plateau en zijn akkers op. Roisin wordt het volgende dorpje. De parkoersmeester kiest er voor ‘sight seeing’ langs kasteel met visvijvers, hoeves, statige burgerhuizen en een stemmig kerkje. Het zijn dan ook kerkwegels die ons het dorp uitleiden opnieuw de akkers in. Eerst echter langs een stukje natuur inclusief rechthoekige vijver. Met de prachtige, veelkleurige bossen van ‘le caillou’ als achtergrond zetten we koers naar de volgende rustpost in Angreau (22,4 km). De medewerkster vertelt er over het schooltje met zijn drie klasjes en 44 leerlingen. Wij zijn vertedert door het lieftallige, kleinschalige dat deze ruimte uitstraalt. Het lijkt wel of de tijd er stil bleef staan.

Maar we moeten verder, de klok tikt rusteloos verder, kent geen genade. Een prachtige holle weg voert ons de vallei van de Honnelle in. Op de achtergrond opnieuw Angre. Aan de overkant van het water, na de klim, draaien wij echter rechtsweg terug Le Caillou Qui Bique in. Mogen nu heerlijk flaneren over het nattige pad tussen het riviertje en de bijwijlen rotsige, beboste heuvel. Het herfstcoloriet zorgt voor een haast feestelijk stemming. Feest lijkt het ook in Le Chalet du Garde ( 25,9 km) waar het wandelgild onder een weldoend zonnetje een terrasje doet. Klein-Brabant (Tilly & JP) verbroedert er met ’t stad (wandelaars uit Mortsel). Wat is het hier gezellig ! We volgen nu de Honnelle stroomopwaarts tot de imposante spoorbrug. Klimmen langs de steenweg richting Autreppe om halverwege terug het bos in te draaien. Een derde keer ‘le caillou’ dus en toch telkens verrassend anders. Vakmanschap is meesterschap, zeker voor deze parkoersmeester. Als krinkelende, winkelende wandeldingetjes laat hij ons nu genieten van heerlijke slingerpaadjes door een goudgele omgeving van een weldoend zonnetje en herfstblad. Dit is echt onwaarschijnlijk mooi, een fantastisch stukje parkoers. Wandelen het bos uit over de imposante brug en een ruime kasseiweg op. De klim langs weilanden beloont ons met een fantastisch uitzicht over Gussignies en zijn sobere maar toch imposante kerkgebouw. Een slingerend tarmacje zet ons terug af bij Le Baron (31,3 km). We hebben een fantastisch stukje parkoers achter de rug.

Als we opnieuw verder trekken, kantelt het weer naar bewolkt en frisser. We klimmen naar de kerk, kort en krachtig en zetten koers over het landbouwplateau en door het dorp. Aan het aantal kerktorens te zien is dit gebied toch wel redelijk dicht bevolkt, zei het dan met kleine dorpjes. De Rue Charles De Gaulle zet ons af bij een immens kruisbeeld en de grens. We koersen verder door de velden richting Fayt-le-Franc en onze laatste rustpost na 35,3 km. Een koppeltje wandelaars vraagt er ons welke kant uit voor de 10km. Die zijn wel erg laat vertrokken vanmiddag ! Het duurt even voor we het dorp uit zijn. Bij een plein lopen we ei zo na fout. Een minuscuul paadje stuurt ons langs de sterk vervuilde Petite Honnelle richting Erquennes. Even een strook drukke baan en vervolgens de vlakke velden in. We zijn redelijk laat, het duister valt. Toch is de groep wandelaars die nog op pad zijn tot onze verbazing vrij groot. Bij invallende duisternis stappen we ‘Chez Nous’ binnen, zijn 9:30 onderweg geweest wat toch wel erg lang is. In vrolijk, overwegend Vlaams, gezelschap maken we de laatste Chimay Blue soldaat. De zaal echt sluiten laten we deze keer aan clubmaatje Peter over.

De weg terug loopt over Mons en vervolgens bij lichte motregen over Brussel tot Hemiksem. We mijmeren intussen over een tocht met heel wat afwisseling. Misschien een beetje veel verhard maar ook die prachtige ‘caillou’ waar we haast eindeloos mochten van genieten. En die 40,1 km …volgens Chris waren het er ruim 45 !

 FOTOREEKS

http://s272.photobucket.com/albums/jj174/fototripper0808/...

23:01 Gepost in wandelen | Permalink | Commentaren (0) | Tags: henegouwen, -b

14-09-09

12.09.2009 Le Roitelet Ladeuze

De Colruyt autostrade ligt er verlaten bij terwijl wij over Lessines en Chievres koers zetten naar Ladeuze, een ons onbekende tocht tegemoet. Onbekend is de streek niet want wij wandelden al in de buurt met de Sans Soucis, onze gastheren van Le Roitelet kennen wij echter niet. Ondanks de ruim 100 wandelaars van de 50km al onderweg zijn, vinden wij tocht een parkeerplaatsje op zo’n 50 meter van de zaal. De logistieker in mij spreekt ! De Centre Culturel is echt wel een fraaie startplaats, de kost van Chimay en andere selecte dranken …daar worden wij ter plekke meteen wel ‘bleu’ van ! Gelukkig zijn de andere consumpties wandelaar vriendelijk geprijsd.

De parkoerstekening is veelbelovend, we gaan dan ook vrolijk op pad, nog genietend van enige ochtendlijke frisheid. Ladeuze en omgeving zijn erg landelijk en dat blijkt ook aan het gebodene. Een krakkemikkig paadje langs een beekje, wat stille straatjes, kerk- en andere wegels, gewrongen tussen overrijpe patatten en bieten. Zo wandelen we tot randje Grosage en door echt open veld verder richting Beloeil. De eerste rustpost na zo’n 6km is gevestigd in de garage van ene José Dusausoit. We worden er heel vriendelijk ontvangen en de dames mogen gebruik maken van de kleine kamer des huizes. Een gewaardeerde service uiteraard. Komt Wim daar aangestapt, uiteraard met zijn onafscheidelijke wandelmadam. Na een weekje uitzieken gaat ook hij er weer vrolijk tegenaan.

Bij de Malterie de Beloeil betreden we gekend terrein. Een zachte moutgeur opsnuivend, duiken we een onwaarschijnlijk groen achterafje in evenwijdig met de vaart. Enkele honderden meter verder moeten we de dijk op en zetten koers naar het eerste ophaalbruggetje bij Ecacheries. Erop en erover en verder naar het ware feest. Aan de andere kant van het slapende dorpje begint le Bois Domanial et Indivisé de Stambruges. We genieten letterlijk kilometers lang van een kaarsrechte bosdreef met een ondergroei van varens. Het geheel oogt nog opvallend groen, zomers. Een paar bochten en vervolgens het prachtige slingerpad op langs een beekje, parallel en zo’n 50 meter verwijderd van het kanaal. De tweede rust komt er aan na zo’n 12 km. Au Poste de Garde is een piepklein huisje, één kamertje slechts. De vrolijk opgeschilderde ruimte staat bol van de Napoleonistische symbolen, inclusief een wat naïef schilderij van Le Petit Empereur. Echt leuk deze pauze.

We kiezen opnieuw voor de overkant van de vaart en de ‘indivisé’. Wandelen nu door sparrenlaantjes voorbij de beroemde blokhut, rustpost van Sans Soucis, en de Mer de Sable. Tot randje Saint-Ghislain blijven we genieten van een heuse bostocht. Daarna wandelen we door het landelijke Sirault langs maïsvelden en weilanden. Een korte bosstrook zet ons een verdieping hoger af. Dwars door deels geoogst maïs en pril wintergroen bereiken we de derde rustpost na 19km. Mogen plaatsnemen in de ruime veranda van Jean-Luc Roman. Hij blijkt een gepassioneerd verzamelaar te zijn van bierflesjes. Hoog en droog staan ze netjes op een rij, denkelijk een paar honderd. Xavier komt al van de lus af. Zeer de moeite waard, zegt hij, een referentie die kan tellen !

Door de velden stappen we richting Villerot. Nog voor de kerk gaat het rechtsaf, verhard en onverhard wisselen elkaar af. Bij de kleiputten van de Carrière du Danube bewandelen we opnieuw zeer bekend terrein. De Drève Royale, randje Hautrage, voert ons terug naar een bosstrook. Het parkoers wordt even pittiger. Een menselijke behoefte zet mij op enige afstand van Linda. Bij een scherpe bocht naar links, richting visvijver, heb ik zo’n voorgevoel. Het is even wachten op een langer recht stuk …inderdaad geen Linda meer te bespeuren ! Ik keer op mijn stappen terug. Daar komt ze uit de bocht …pijl gemist, stond inderdaad erg laag tegen de grond. Passeren, terug samen lopend, een kapelletje ter ere van Notre-Dame de Dadizele (!) en pikken dan de laatste honderden meter op van de vorige etappe. We zijn denkelijk de hekkensluiters in de veranda van Jean-Luc na 25km.

We wandelen nu echt Sirault binnen. Gaan over kerkwegels slingeren langs weerskanten van de hoofdbaan. Het is betonlopen tot de volgende rustpost bij Dominique Ribeaucourt, het mindere stukje parkoers zeg maar. Hier zitten clubmaatje Nestor, de wandelvriendin van Jeannine, wiens naam wij niet kennen en Tornado’s Roger en Monique, een select gezelschap. Kort na hen gaan wij ook op pad …recht de ‘indivisé’ in. Kunnen een laatste keer genieten van dit prachtige bos met zijn lange rechte dreven, heerlijk. Zodoende belanden we weer in Ecacheries en verder op de kanaaldijk. Een strookje steenweg zet ons af bij de eerste rustpost onder de mouterij, nog ruim 5 km te gaan.

De parkoersmeester loodst ons langs de zoveelste kerkwegels heel verstandig Beloeil rond. We duiken het winderige open veld in, genietend van zonnige vergezichten. Drie kilometer van het einde slaan we de rustpost van Huissignies over. Stempeltje pakken (moet in Wallonië !) en vort met de geit. We wandelen de laatste kerkwegel langs een beekje en vervolgens ook een laatste keer de kanaaldijk op. De kerktoren van Ladeuze en meteen ook de finish wenken. Er dient wat dieper dan gewoonlijk in de geldbeugel getast voor Orval en Chimay Blue. Naar ‘goede’ gewoonte zijn we bij de laatste om de tent te verlaten. Wij kijken terug op een zeer aangename tocht met een knap gevarieerd parkoers. Alleen …waarom die prijzen ?

 FOTOREEKS

http://s272.photobucket.com/albums/jj174/fototripper0808/...

22:23 Gepost in wandelen | Permalink | Commentaren (0) | Tags: henegouwen, -l

28-07-09

25.07.2009 Les Tatanes Ailées te Leval

Tot de rotonde bij Ressaix rijden we vlotjes volgens onze routeplanner, daarna …geen enkele aanduiding meer ! Ons gezond wandelaars verstand zegt rechtdoor en inderdaad. We rijden een bruggetje onder de spoorweg door en ontdekken de eerste ‘marche’ pijl. Een kilometertje verder ligt de startzaal. Het dorpsplein is al volzet, we vinden een plaatsje een paar honderd meter verder de straat in. Het is bewolkt en fris, heel anders dan toen we thuis vetrokken.

Het is erg stil in het wat aftandse vertrekzaaltje. Een parkoerstekening is niet voorhanden wel de tussenafstanden die niet minder dan 8 (!!) rustposten aangeven voor net 39 km. Toch wel wat van het goede teveel. We wandelen het dorp uit richting eerste kasseitje onderaf Mont-St-Aldegonde. Er is even verwarring onder de wandelaars waar ‘heen’ en ’terug’ elkaar onverwachts en onaangekondigd kruisen. We blijven echter op het rechte pad. Randje Morlanwelz voert een stevig klimmend eenmanspaadje ons een niveautje hoger. We wandelen vervolgens op halve hoogte parallel met de vrij groene vallei. Beboste heuveltjes herinneren aan een vervlogen industrieel tijdperk. Een paar straten en dan het groen in. Wat eerst een oude spoorbaan lijkt is het Bois de Mariemont. Brede paden, onverhard of kassei, voeren ons langs een beekje door het frisse groen. Bij het uitkomen ervan de eerste rustpost l’Olive na 7,6 leuk gevarieerde kilometer. Een welbekend koppeltje van Les Sucriers maakt de dienst uit in het verloederde gebouwtje.

We worden vrijwel meteen terug het bos ingestuurd, echter niet voor lang. Langs een weg in wording klimmen we terug het groen uit. Wandelen over een landbouw plateau richting Manage. Stille straatjes voeren ons door het dorp naar de stevig glooiende weilanden van La Tricotte. Koeien bekijken hun bezoekers argwanend en slaan zelfs op de vlucht. Een paar klimmetjes verder opnieuw een bosstrook. Deze etappe is bepaald pittig. Onder een brug de volgende eenvoudige rustpost van Scailmont (12, 4 km). We nemen ons stempeltje en trekken verder. Wandelen door Longsart en zo naar het jachthaventje van SNEF. Hebben er, in het Adeps centrum van La Marlette, 15, 7 km opzitten. Onder zeil kunnen we er schuilen voor een eerste buitje. Leuvense Jeaninne en haar wandelaatje, net als Limburger Erwin en zijn vrouwtje, houden ons gezelschap. Zij zijn allemaal natuurlijk al op de terugweg !

Na regen komt zonneschijn en daar gaan weer. Uit een fabriek stijgt een scherpe azijngeur op. We wandelen een heen en weertje langs een kanaal, te midden het groen. Voorbij Ecluse 13 trekken we de velden in. Het terrein golft stevig. Een lange, trage afdaling langs een muur voert ons naar het kasteel van Seneffe. Zoals Jeaninne ons had aangekondigd heerst hier een drukte van belang. Ravel organiseert er de Waalse tegenhanger van de Vlaamse fietseling. Te midden het gewoel is het even zoeken naar onze wandelpijlen. Terreinkennis van vorige edities houdt ons op het rechte pad. We stappen de kasteeldreef uit en het dorp Seneffe binnen. Even verder ligt de rustpost, een garage die op een donkere spelonk lijkt (21,15 km). Brusselse Jean & Liliane komen van de 50km af en stomen meteen door. Zij zullen in onze buurt blijven tot de aankomst.

Verlaten straatjes loodsen ons terug het groen in en naar het kanaal. Even verder ligt de rustpost van Adeps (24,65 km). Voor een tweede keer op rij ontsnappen we er aan een regenbui. We wandelen opnieuw langs het jachthaventje en vervolgens door Longsart tot de spoorweg. Volgen deze in het groen tot de post van Scailmont (27,650 km). En het parkoers wordt steeds mooier. Na deze rustpost wandelen we jong en nat bos in. Het moerassige strookje is haast dichtgegroeid met een veelheid aan bloemen in een weelderig kleurenpallet. We wandelen blijkbaar stroomopwaarts en volgen nu de loop van een minuscuul beekje. Heerlijk is het hier te midden het weelderige groen en met uitzicht op weilanden en maïsvelden. Bereiken opnieuw randje Manage en vervolgens een prachtige, pikdonkere, dubbele beukendreef. Ik weet, nu volgt opnieuw het Bois de Mariemont. Een breed pad stuurt ons als over uitgerokken trappen langzaam maar zeker naar beneden, naar het beekje van deze ochtend. Even verder ligt de rustpost van l’Olive na 31,95 km. Dit was echt een schitterende etappe.

Aan de derde bui ontsnappen we niet. Gelukkig wandelen we door het bos terwijl de regen gestaag en overvloedig rechtaf over ons neergutst. Het wordt echt speciaal als de zon haar warme stralen door de watermassa wurmt. Dit is echt ‘kermis in d’ helle’! Terug tussen de bebouwing, bij het station van Morlanwelz, is de bui over. We lopen nu dwars door de gemeente en over het dorpsplein. Heldere, frisse, nieuwe gebouwen steken in schril contrast af bij grijze, versleten, oudere bouwwerken. Het is een merkwaardige mix die aangeeft dat het Waalse Marshallplan nog heel wat dient te realiseren. We lopen de bebouwing uit en beginnen aan een klim. Eerst tussen woningen, geleidelijk aan door open veld. We worden beloond met twee fantastische panorama’s, eentje aan elke kant van de heuvel. Van industriële activiteit blijven alleen oude littekens over, zijnde heuvels intussen netjes overmeestert door moeder natuur. We zijn in Mont-St-Aldegonde. Een kasseitje en een opgebroken straat zetten ons af bij de laatste rust, nog 1900 meter te gaan.

Een leuk slingerweggetje stuurt ons door weilanden richting kerkje van Leval. De kilometertjes zijn weer binnen. Nu is het tijd voor Chimay Bleu. Een volle bus van De Schooiers Wichelen vertrekt net en dan is het erg rustig in het zaaltje. Al zou je dat in deze streek niet zo meteen verwachten, wij hebben genoten van een mooie tocht met veel groen en afwisseling. Jean en Liliane delen onze mening, Les Tatanes Ailées bezorgden ons een leuke dag.

FOTOREEKS

 http://s359.photobucket.com/albums/oo39/fototripper090a/2...

22:12 Gepost in wandelen | Permalink | Commentaren (0) | Tags: henegouwen, -l

24-02-09

21.02.2009 Les Marcheurs du XII de Marcinelle te Nalinnes

Tot mijn verbazing kiest Linda voor Nalinnes. Ze kent deze tocht niet en blijkbaar jeukt het na een weekje gedwongen afwezigheid uit het wandelcircuit. Vanaf Petit-Roeulx wordt het erg mistig maar we kennen de weg richting Charleroi en Philippeville vrijwel uit het hoofd. Het is behoorlijk druk rond en in de startzaal. De parkoerstekening oogt uitnodigend en zonder de mijn van Bois de Cazier, waar de tocht naar genoemd is, aan te doen. We wandelen zuidwaarts vandaag.

Door wat stille straatjes stappen we het nog slapende dorp uit richting bossen. Een uitstekend begin. Een lange afdaling met haarspeldbochten en over rotsige paden leidt ons naar ‘le Pont Roch’ over riviertje de Heure. En dat we daalden zullen we geweten hebben! Het gaat meteen steil omhoog. Achter elke bocht volgt een nog pittiger stuk. Menig wandelaar ‘parkeert’, wij geraken vlot en doserend boven. Meteen bereiken we ook de eerste rust (5 km) in het wat aftandse ‘local VTT’ te Beignée. Op het dorpsplein weerklinken karnaval deuntjes, de plaatselijke Gilles maken zich klaar voor hun jaarlijkse feest.

Meteen na de rustpost en de splitsing mogen we opnieuw dalen. Linda protesteert omdat ik deze tocht aangekondigd had als redelijk makkelijk. Een kasteeltje bovenaan de heuvel achter ons latend, stappen we Ham-sur-Heure binnen. Het uit grijze natuursteen opgetrokken Château Communal is werkelijk schitterend. Mogen meteen weer klimmen langs Le Montant (hoe kan het anders) om een verdieping hoger La Malaise te bereiken, maar wij zijn nog fris! Wandelen nu hoog boven de vallei door open veld. Jammer dat de mist onze zichtbaarheid enigszins beperkt. Een diesellocomotief stampt zich een weg langs de Heure, vermoedelijk richting Thuin en/of Couvin. Wandelen Cour-sur-Heure binnen na zo’n 10km en pikken er Annie & Chris op die er net een extra lusje hebben opzitten. Vermits zij de 50km wandelen en wij de 42km vormen wij de rest van de dag dus een kwartet.

Na de koffie wandelen we het dorp uit met, hoe kan het anders, een klein klimmetje weg van een immens hoevecomplex. De Rue de Thuillies jaagt ons de golvende, nog verlaten, akkers in. Nu het zonnetje zich een weg brandt door de mistsluiers, worden de vergezichten weids en prachtig. Helemaal in de verte een kerktoren en daar gaat het naartoe. We stappen Thuillies binnen over een kasseitje bij de Ruisseau du Cuessis. Worden meteen geconfronteerd met een prachtige natuurstenen hoeve en dito herenhuis. Hier was ooit of misschien nog steeds rijkdom dankzij intense akkerbouw. We wandelen over het dorpsplein en wat kerkwegels naar een onwaarschijnlijke rustpost (km 17,2). Bernard Tevel blijkt onze gast te zijn in een onooglijk maar wel net huisje. Je valt er meteen met de deur in huis. Een piepkleine eetkamer staat halfvol met kindertuig. Er is nog net plaats voor een tafel en een paar stoelen. Linda vraagt naar het toilet. Blijkt achter een gordijn in de keuken te zijn! Dit is Wallonië op zijn charmants. De vriendelijkheid van de bewoners krijg je er trouwens gratis bovenop.

We verlaten Thuillies vrij snel en trekken gezellig keuvelend opnieuw de weidse velden in. Opvallend hoe de langere afstanden ook hier weer bevolkt zijn door overwegend Vlaamse wandelaars. Bij La Houzée passeren we nog zo’n schitterende vierkantshoeve. Nog steeds bewoond maar toch in verval, jammer. We zetten koers naar Marbaix-la-Tour waar de dames de rustpost in de lokale voetbalkantine vermoeden. De patron kijkt verbaasd op als zij binnen komen en ze sluipen stilletjes terug naar buiten. Een kilometertje verder rusten we bij de Familie Debonte, in de hall van een moderner woning (km 24,6). Niemand die er zich aan stoort, alle wandelaars lopen te genieten.

Een laatste veldstrook, het Bois de Marbaix wenkt. Een heerlijk laantje, een zachte, slingerende afdaling. Een paar trappen die niet berekend zijn op ‘korte pootjes’ brengen ons bij een lieflijk boogbruggetje over de Heure. Heerlijk romantisch, zucht Annie. Maar …what goes down must come op en een korte krachtige klim brengt ons in Jamioulx waar we pauzeren na 31,4 km. Tijd nu om het wat rustiger aan te doen. Vanaf het lokale stationnetje mogen we door de vallei van de Heure kuieren. Zijn de eerste paden langs het groenig kleurende water breed en goed begaanbaar, daar komt gauw verandering in. Een erg rotsig eenmanswegeltje lijkt bijwijlen meer op en bergbeekje. Water dat over rotspartijen de heuvel afkomt verzadigt de ondergrond. Prachtig is het hier uiteraard wel. Plots blijkt dat we terug aan de voet van l’Hublette staan, onze kuitenbijter van deze morgen. Ik moet toegeven dat deze tweede passage mij minder vlot afgaat dan de eerste. De laatste rustpost in Beignée komt er dan ook net op tijd (km 35,2).

De carnavalstoet is intussen voorbij, confetti ligt overal net als platgetrapte sinaasappels, de Gilles ter wille. Wij mogen opnieuw een valleitje opzoeken. Wandelen vermoedelijk hetzelfde bos van vanmorgen binnen. We zullen een paar kilometer door een echt schitterende vallei stappen. Beide heuvelruggen zijn nog donker, winters bebost. De laagste strook is nat en dus groen. Het beekje kabbelt langs de rand van het groen stilletjes verder. Wij volgen een paadje stroomopwaarts, dan weer gelijk met het water, dan weer een paar meter hoger, genietend van dit verrukkelijk biotoop. Een laatste, beetje vettige klim. De straten van Nalinnes-Haies baden in de zon. Het is nu gewoon kwestie van koers te zetten naar de finish. We arriveren ruim voor 17:00 en dus op tijd voor Mr. et Mme. Les Permanents. Genietend van ons wandelaarsdrankje keuvelen we na met de vele bekenden. Les XII de Marcinelle hebben voor een heerlijke wandeling gezorgd. Het zijn dus tevreden Vlamingen die opnieuw het Noorden opzoeken. Morgen is het NWD.

 FOTOREEKS

http://s359.photobucket.com/albums/oo39/fototripper090a/2...

20:58 Gepost in wandelen | Permalink | Commentaren (0) | Tags: henegouwen, -n

04-11-08

01.11.2008 Les Sans-Soucis te Blaugies

75% kans op regen is het laagste cijfer dat ik kan vinden. En toch ben ik optimistisch want het betreft Blaugies waar de Sans-Soucis hun Halloween en Brasseries tocht houden. Linda ziet dat ook wel zitten ondanks het ontiegelijk vroeg opstaan. Ook zij is een grote fan van deze wandelclub. Ik neem de afrit 25 zoals de routeplanner mij aanraadt en volg vanaf daar mijn gevoel. De mensen van Ghlin zouden namelijk vanaf afrit 26 pijlen. Feilloos rijden wij door Hornu en Dour recht op ons doel af, dit kan vandaag niet foutlopen. In het echte Waalse en dus aftandse zaaltje worden we ontvangen door spitsbroeders Clement & Daniel, voor de zekerheid in regenpak gedompeld. Bij inschrijving meteen een blad met vermelding van de controleposten meegenomen, 9 keer rusten voor net geen 43km, we zullen laat binnenkomen vandaag.

Het is miezerig, winderig en koud als we het dorpje verlaten. Duiken meteen richting Petit-Dour. Het eerste graspad, onderaan een beboste helling, is al meteen een beek. We laveren er behoedzaam door, de dag is nog lang. Mooi is deze pittige bosstrook alleszins. Na 1,8 km de eerste rustpost in een chirolokaal, hier Patro genaamd, dat meer weg heeft van een krakerspand. Snel verder dus. Een paar straten en dan vanaf Le Vieux Moulin terug door de natte bossen, waar bruin en groen mekaar netjes in evenwicht houden. Regenen doet het gelukkig niet meer, een sombere herfstdag blijft het wel. En toch hebben de bossen dit seizoen iets feestelijks over zich met die veelheid aan kleuren. In cafeetje La Clé Du Bois (Warquignies) hebben we er 4,3 km opzitten en bestellen koffie. Moesten ze de bonen nog roosteren …neen, het volautomatisch toestel is monddood en het worden filters van lauwwarm water. Een ongelukje meer niet.

Net als we vertrekken komen twee groene kaboutertjes wuivend uit het bos gelopen …Jogging Annie en ventje Kris, wij zullen vandaag meestal in elkaars buurt blijven. Krijgen uitzicht op een dicht begroeide mijnterril en duiken opnieuw de bossen in. Volgen een beekje tot aan de volgende straat. De Rue du Rossignol laat ons inderdaad zingen, al is het dan niet als een nachtegaal. Pff, een stevige klim hoor ! We wandelen verder over bospaadjes en langs de bosrand. Maretak is alom tegenwoordig. Alhoewel we voortdurend in de buurt van de Bergense voorgemeentes wandelen, krijgen we opvallend veel groen onder de sloffen geschoven. Typisch voor Les Sans-Soucis. Lopen bijna de rustpost van La Tour Du Lait Buré (na 9 km) voorbij. Een overijverige boswachter blijkt pijlen en controlebord weggenomen te hebben.

Zijn in Colfontaine en dat klinkt vooral Linda als muziek in de oren. Moeten we zo’n kilometertje asfalt lopen langs de bosrand, daarna begint het feest inderdaad. Mogen nu heerlijk flaneren over bospaden en prachtige dreven. Het is hier ook muisstil want behoudens Annie & Kris in de verte zijn we hier moederziel alleen. Dit is echt een uurtje met volle teugen genieten. De eerste kale velden kondigen de volgende rustpost aan. Keuvelend met onze Oostvlaamse maatjes pauzeren we in het schooltje van Blaugies na 15,6 km. Als de dames vragen naar het toilet, blijkt dit er wel te zijn maar is de sleutel van de buitendeur niet te vinden. Wordt wildplassen dus. Zo gezegd, zo gedaan en opgelucht kunnen ook onze vrouwtjes verder. Zoals verwacht stappen we nu de open ruimte in. Veldwegen liggen er erg modderig bij. Helaas begint het ook weer zachtjes te regenen. Het is fijne zever maar na enige tijd wordt je daar dus ook nat van. De wind doet ook zijn duit in het zakje op de plateaus en herinnert er ons aan dat het Allerheiligen is. De verbindingsetappe van 5,4 km loodst ons naar Erquennes en een onwaarschijnlijk zaaltje. Tegen roos geschilderde muren staan een reeks meubelstukken uit de tijd van mijn ouders en grootouders. Dit stilleven is zo weggeplukt uit de jaren ’50, onwaarschijnlijk. Maar het heeft iets en geeft een extra cachet aan deze tocht.

Kerkwegels leiden ons het dorp uit en richting Fayt-le-Franc. Hier hadden we vorig jaar een rustpost. Bij het verlaten van dit dorp begint het feest pas goed. Veldwegen zijn herdoopt in modderpoelen en kleine zwembaden. Wij hebben geen zin in een vroeg voetbad en kiezen voor de grasberm. Helaas gaat deze over in een pasgeploegde akker en komen wij er uit met schoenen als modderklompen. Nu is het wel leuk even door de plassen te stappen! Met tot normale proporties herleide pootjes wandelen we verder door de velden van Le Bois d’Audois. Genieten hierbij van prachtige, nevelige vergezichten met een ontelbaar aantal kerktorentjes als bakens. Bij een kruisbeeld herkennen we de omgeving, we zijn in Guissignies, een Frans dorp. Hoe kunnen we hier typischer binnen wandelen dan door de Rue Charles De Gaulle! Ook dit stille dorp stappen we door om te dalen naar La Grande Honnelle en de Brasserie Du Baron (27,1 km). Kris doet er zich te goed aan een streekbiertje, wij vinden het nog te vroeg voor schuimend vocht.

Mij baserend op het parkoers van vorig jaar verwacht ik een stevige klim. Onze parkoersmeester is echter clement en stuurt ons langs de schilderachtige, snelstromende rivier richting Châlet du Garde in Roisin. Deze rust slaan we over en wandelen verder door het bos van Le Caillou-qui-Bique, kuierend tussen rivier en steile rotswanden. Een stevige plensbui deert ons hier niet echt want de beschutting van het bladerdak is nog meer dan degelijk. Even klimmen om het bos te verlaten en hoog in de heuvel parallel te lopen met de vallei richting Angre. Naar de startplaats van vorig jaar moeten we niet, rechtsop gaat de reis naar het volgende dorp. De veldwegen zijn op zijn zachtst gezegd verzopen. Eén keer moeten we ons zelfs vastklampen aan grashalmen in de berm om geen nat pak op te lopen. Wandelen door het onooglijke Onnezies en dan door gele maïs het plateau af. Er dient steeds meer geploeterd te worden. Montignies-sur-Roc komt in zicht en zijn rustpost in de Brasserie de l’Abbaye des Rocs (34,8 km) . Een zeer bekend koppeltje van Hanske De Krijger maakt hier de dienst uit. Ik probeer het amberkleurige vocht en het blijkt een heuse godendrank te zijn met erg eigen, volle smaak. Dachten wij de laatste te zijn, hier zitten we al met z’n vieren en er komen nog drie wandelaars bij, allemaal Vlamingen. Ik vermoed bij de drie musketiers Christian Godefroot, maar krijg de kans niet navraag te doen.

Verder gaat de reis, met een pittige afdaling naar La Petite Honnelle en meteen weer de vallei uit naar het dorpskerkje. Een tot op de draad versleten kasseitje zet ons af in de velden. De weg loopt rechtdoor maar wij lijken wel dronken. Laveren van links naar rechts, schaatsend om toch maar de minst glibberige strookjes op te zoeken. Mijn dijspieren knarsen, we worden zowaar humeurig van al dat geschuifel. Gelukkig breekt de zon door de wolken en strooit magistraal met een oranje, rosse gloed over de maïsstoppels, een wel heel speciaal gezicht. Bij het eerste kerkje denken we de laatste rustpost bereikt te hebben maar niets is minder waar. We zijn in Athis en moeten nog verder tot Erquennes. Zullen ruim 1:20 wandelen (nou ja) over deze 6km. Het wordt dan ook al donker als we de laatste 2km aanvatten. Eén van onze gezellen heeft gelukkig een mijnwerkerslampje bij zich en wijst ons de weg. Over pikdonkere veldwegen lopen we terug naar Blaugies. Komen net op tijd aan om een verbaasde Claire & JP huiswaarts te zien keren. In het zaaltje zitten Nijlense Linda & Dirk nog in het gezelschap van Peter (Mol). Zij weten ons te vertellen dat het hier vorige nacht water gegoten heeft. In zoverre dat wij zulks nog niet gemerkt hadden natuurlijk! Een jonge medewerker komt aandraven met de clubstempel, service is bij deze club geen ijdel woord. Een paar wandelaars drankjes later is het tijd om huiswaarts te keren. Sans-Soucis stond weer eens borg voor een prachtige tocht. Jammer dat ze slechts 400 wandelaars over de vloer kregen, ook deze keer hadden de afwezigen ruimschoots ongelijk.

FOTOREEKS

http://s272.photobucket.com/albums/jj174/fototripper0808/...

 

22:20 Gepost in wandelen | Permalink | Commentaren (1) | Tags: henegouwen, -b

05-10-08

01.05.2008 : Les Sucriers de Brugelette

Ik heb geen zin in veel kilometers bij het begin van dit lange wandelweekend en stel daarom de 30km van Brugelette voor. Linda is er wel voor te vinden want een paar jaar geleden liepen wij er een leuke tocht. Verlaten het zonnige, frisse Hemiksem richting Brussel en Halle. Hoe verder we vorderen op de Colruyt autostrade, hoe grauwer en zuurder het weer wordt. Valt dit effe tegen zeg! Ik bekijk het parkoers in het moderne sporthalletje, het lijkt mij verschillend van de vorige keer.

We starten door het mooie Parc Communal met zijn majestueuze bomen recht naar het lokale kasteel. De langere afstanden gaan er al meteen hun eigen weg langs de spoorbaan. Passeren een rustig kabbelend riviertje en ruilen vervolgens de dorpsstraten voor het open veld. Stappen dwars door de kale akkers, genietend van leuke vergezichten over het lichtgolvend landschap, tot in Gages. De eerste rust komt er al aan na 4,1 km in een oud schooltje. Chouffe en Moinette, in flessen van 75cl, gaan vlot van de hand, al is het dan nog lang geen middaguur. Wij houden het zedig bij koffie en trekken verder. Zoeken opnieuw de weidse akkers op. Mogen letterlijk over de boer zijn graanveld wandelen. Duiken de bossen in en worden meteen haast bedwelmd door de indringende geur van daslook. Het is heerlijk wandelen in het frisse groen met een ondergroei van veelkleurige bloempjes. Modderstroken kunnen vakkundig vermeden worden en we komen netjes de bossen uit. Wandelen nu rond het domein van Lombise tot aan de plaatselijke kerk en het dorpspleintje met fraaie gebouwen. Hier is ooit rijkdom geweest. Rechtover de kerk rusten we in een aftands zaaltje, hebben er 10 kilometer opzitten.

We verlaten het dorp langs de kerk en één van zijn wegels. Mogen een tweede keer uitgebreid genieten van schitterende bosdreven. Het blauwpaarse van hyacinten voert er de boventoon. Het is soms wel wat moeilijk stappen met de vele stenen die vast in de ondergrond zitten. Je voeten echt vlak neerzetten lukt meestal niet. Koekoek, specht en een bonte bende zangvogels houden ons gezelschap, zelfs het zonnetje is intussen komen piepen. Moeten het bos ruilen voor de velden om terug in Gages te geraken. Het licht golvende terrein zorgt voor een paar holle wegen, zei het niet echt diepliggend. Er steekt een fellere wind op en boven het bos kleurt het zwerk donkergrijs. Wij bereiken de rust toch wel droog, op wat zweetdruppels na, hebben er 15,9 km opzitten.

Van Gages gaat het nu terug richting Brugelette. De zon is weer van de partij, dus ‘alles kits’. Ten tweeden male lopen we letterlijk door een graanakker, het gewas reikt er al enkelhoog. Denkelijk hebben ze hier school gelopen bij ene Kurt die wat verderop parkoersen tekent. Het laatste graspad tot het dorp is echt een kuitenbreker. We komen er zonder schade doorheen en wandelen dwars door Brugelette langs enkele prachtige vierkantshoeves. Hebben er 19,4 km opzitten in Ecole St-Louis.Wat nu volgt is het minste stuk van het parkoers want steeds maar rechtdoor over asfalt en kassei. Het kasteel van Attre ligt verborgen achter hoge muren. We naderen een dubbele spoorbaan, eentje voor de TGV en een gewone. Aan de overkant van de brug ziet de lucht gitzwart, als dat maar goed komt. Bij het bordje ‘sec/boueux’, kiezen wij natuurlijk voor het tweede. Het blijkt een nattig graspad te zijn, de modder hebben we niet gezien. Lopen door een klein natuurgebiedje tot stand gekomen door de splitsing van de spoorbanen. Draaien dan een verkavelingweg door de akkers op. In de verte gutst de regen, een enkele bliksemflits zorgt voor hevig licht. Het onweer drijft met ons mee, beschutting is er nergens in de kale akkers. Redden we het ? De 4,2 km van deze etappe duren tergend lang, we zullen er een uur over stappen. Als we uiteindelijk tussen de huizen aankomen vallen de eerste druppels – we hebben het gehaald. Achter ons komen minder fortuinlijke stappers kletsnat binnen.

We wachten tot de bui over is en lopen dan het oude centrum van het dorpje Arbre door. Kunnen opnieuw genieten van fraaie hoeves. Wandelen even langs een beekje en zoeken dan één van de spoorbermen op. Dit blijkt een prachtige groene strook te zijn al hebben we er, schaatsend over de vettige grond, wel wat last van insecten. Bij het stationnetje van Attre krijgen we een kasseitje aangeboden. De Rue du Maronier brengt ons naar Mevergnies en een pracht van een waterrad op …de Dender! Erg breed is de rivier hier nog niet, maar het is wel leuk erlangs te mogen wandelen. Wegeltjes kronkelen met het water mee, tussen en soms zelfs onder de huizen en oude bedrijfjes van Brugelette door. Hier kan je de tijd moeiteloos 50 jaar terugdraaien. De laatste rust bij het lokale suikerfabriek slaan we over, al nemen we wel ons stempeltje (le permanent oblige). Een kleine kilometer verder ligt de aankomst en kunnen we genieten van een wandelaarsdrank.

Linda biedt zich aan bij Mme La Permanent. Trente, vraagt ze ? Linda knikt bevestigend. 32 schrijft ze in onze boekjes er aan toevoegend ‘kilomètres à l’élastique’. Het is misschien maar een detail maar het typeert de jovialiteit van de mensen hier in het Henegouwse. Linda maakte dit al eerder mee in deze streek. Wij blikken tevreden terug op een leuke tocht die we nog mooier vonden dan voor een paar jaar. Zonder het meteen te beseffen werden we ondergedompeld in de essentie van het dorp, suiker en suikerbiet. Weidse akkers, prachtige vierkantshoeves, de oude bedrijfjes en werkmanshuisjes bij de Dender en natuurlijk ‘de fabriek’. Chers Amis Sucriers, un grand merci pour cette belle marche très bien organiser. Au plaisir de vous revoir lors d’une de vos prochaines organisations.

FOTOREEKS

 http://s272.photobucket.com/albums/jj174/fototripper0808/...

11:56 Gepost in wandelen | Permalink | Commentaren (0) | Tags: henegouwen, -b

02-10-08

12.04.2008 Les Sans Soucis te Baudour

Les Sans-Soucis vertrekkend vanuit Baudour, we weten het al enkele jaren …dit is een pracht van een tocht. Linda vreest wel een beetje de afstand van 50km maar verder hebben we er echt zin in. Het is helder en fris als we parkeren in de Parc Communal, plaats zat hier. Bij de bonnetjes wordt ik keurig in het Nederlands bediend, deze club heeft klasse. De parkoerstekening toont het bekende beeld, nochtans met een paar andere rustposten dan de vorige jaren. Ik laat mij het ‘booke cramique’ smaken en we gaan op pad.

Lopen het park uit recht naar de zwarte, verweerde dorpskerk. Het straatje met al even oude muur leidt ons meteen het eerste sparrenbos binnen. De toon is gezet! Drassige paden in het groen leiden ons naar en voorbij golfterreinen en een watertoren . We verlaten na ruim een uur stappen een eerste keer de bossen. Van op een plateau aanschouwen we de industrie in de vallei en de volgende heuvelrij in de verte. Toch wel een mooi uitzicht bij dit heldere, winderige weertje. De eerste rustpost in Villerot na 7,2km is ondermeer bemand door een koppeltje van Hanske de Krijger. We krijgen meteen als informatie mee dat deze club volgend jaar een 100km organiseert als jubileumtocht. Niet echt ons ding, maar wel weer een weetje bij natuurlijk.

We trekken ons terug op gang voor de tweede etappe. Verlaten het dorp langs de Carrière du Danube, een groeve nog steeds in uitbating. In de volgende bosstrook bloeien anemoon en boshyacint weelderig. Het is een lust voor het oog. Het terrein is hier lichtgolvend, niet echt lastig, gewoon vals plat. Moeten nu een hele lange rechte weg volgen, de Rue Bois du Prince. Het is er verkeersluw en dus rustig wandelen. We worden beloond met de Foret Domaniale et Indivisé de Stambruges. Prachtige dreven krijgen we nu onder de wandelslof geschoven. Het terrein komt ons bekent voor, zowat de omgekeerde route van vroegere tochten. We zijn maar met z’n tweetjes meer en kunnen uitgebreid genieten. Langzaam naderen we de Mer de Sable, die we even links laten liggen voor de tweede rustpost …de klassieke boshut. Het is hier behoorlijk druk want ook een wandelzoektocht houdt er halt.

We wandelen nu langs de Mer de Sable, een zanderige vlakte midden de bossen. De lucht wordt intussen gitzwart en we vrezen een stevige bui. Gelukkig klaart het ook zonder vallend hemelvocht terug op. Er volgt nu een nieuw stukje parkoers. Het gemengde bos van de eerste etappes wordt ingeruild voor beuk. Een tapijt van dorre, bruine blaren en bomen die nog duidelijk in winterslaap zijn. Het kreupelhout verderop vergast ons wel op een veelheid aan heldergroene tinten. Voorbij Camping Beloeil stappen we door weiland voor het eerst naar het kanaal. We zullen het maar heel even volgen om langs een ommuurt weiland Stambruges binnen te lopen. We pauzeren er na 19,5 km in het opgefriste café Ronde de Bières samen met Danny (Strombeek). Lopen het dorp uit en wandelen vanaf een oude molen door open braakliggend veld. Wilde bloemen maken er een tapijt van in geel en paars, prachtig is dit. Bij twee vervallen torens stappen we een kasteeldreef in. Een specht roffelt naarstig de maat. Helemaal in de verte ligt de château maar wij gaan, gewoontegetrouw, niet zo ver. Slaan rechtsaf en kuieren door weer een andere dreef naar de volgende rustpost. Bij de voetballende dames van Beloeil hebben we er 24,5 km opzitten, we zijn zowat halfweg.

Verlaten nauwelijks het domein. Een volgende dreef oogt helgroen van de naaldbomen in volle bloei. Ik ben nog nooit tot bij het kasteel zelf gewandeld, zouden we dit jaar ? En ja hoor, rechtsaf gaat de reis, het verlengde van onze eerste dreef van daarstraks. Kasteel, bijhuis en vijver liggen te schitteren in de zon. Prachtig is het. Claire zal ons later vertellen dat zij hier als jong meisje haar hart verloren had. JP heeft er naar gezocht en het niet gevonden, zegt hij. Wij geloven hem maar half, de guit zou het wel eens stiekem mee naar huis kunnen genomen hebben! Een straatje langs een gracht leidt ons naar de dorpskern en de volgende caférust. Een bandje koperblazers geeft hier net het beste van zichzelf. Een vrolijk en opzwepend deuntje, ja dat kan er voor ons altijd bij.

Maar er moet nog gestapt worden en dus gaan we er weer vandoor. Verlaten het dorp, zachtjes klimmend, naar een prachtig vergezicht. De parkoersmeester stuurt ons nu langs kerkwegels het dorp uit. Hier is over nagedacht! Plots staan we terug aan ons kanaal. Links staan industriële gebouwen te verkommeren. Wij mogen rechtsaf, kuieren langs het water en door de velden tot de eerste ophaalbrug. Trekken opnieuw de bossen in. Niks zo zalig als met z’n tweetjes genieten van groen en gezonde, frisse lucht. Als ik denk dat het niet meer komt, staan we er plots, het mooiste stukje van het parkoers. Een net niet blubberig kronkelpaadje langs een lieflijk stromend, glashelder beekje. Het stukje parkoers is maar enkele honderden meter lang, maar elk jaar weer vind ik het ‘de snoes van de dag’. Lopen randje Stambruges en opnieuw de bossen in richting boshut. De enkele duintjes net voor de pauze mogen natuurlijk niet ontbreken.

We hebben nog een kleine 13 kilometer voor de boeg. Gaan ook door met ons geliefkoosde thema, bossen in alle soorten, statige sparren, winterse beuken, sierwitte berken, saai wordt het nooit. Bij de watertoren van Sirault verandert het uitzicht drastisch. Komen nu in de open ruimte en bebouwing terecht. We dalen zachtjes en langdurig langs de bosrand tot bij een klein beekje. Zo ver je zien kan oogt de omgeving toch wel groen. Villerot ligt op de tegenoverliggende heuvel. Nou ja heuvel, eerder vals plat en een plateau midden de weilanden met wat industrie op de achtergrond. We rusten een laatste keer in Villerot, hebben nog een uurtje wandelen voor de boeg. We weten perfect wat er nu komt. Lopen naar hoog boven een vergane spoorlijn. De natuur heeft terug bezit genomen van deze site. Verdorde varens liggen opgetorend als was het drogend hooi, jonge berken tonen hun mooiste wit en pril groen bij een stralend zonnetje. Het heeft iets van een zomeravond. Verlaten de bossen definitief en stappen Baudour binnen. Nemen ons laatste stempeltje in de Ecole Les Bruyeres. Nog een kilometertje kerkwegels en achterafjes. Deze mooie tocht zit er op.

In de zaal worden we begroet door Nijlense Linda en Dirk, de laatste snipverkouden maar toch met 60km in de benen. Dat zijn de echten! De dag afsluiten doen we in het prettige gezelschap van Claire en JP. Met z’n allen zijn we het erover eens. Les Sans-Soucis waren eens te meer echte toppers vandaag! De ruim duizend wandelaars hebben zij meer dan verdiend.

FOTOREEKS

 http://s272.photobucket.com/albums/jj174/fototripper0808/...

20:13 Gepost in wandelen | Permalink | Commentaren (0) | Tags: henegouwen, -b

30-09-08

01.03.2008 Les Hurlus en Ballade te Celles

De Limburgse marathon van zondag indachtig kiezen wij zaterdag voor de enige 30km in Belgenland. Celles ligt net ten zuiden van de Vlaamse Ardennen. Les Hurlus kennen we van een vroegere tocht als goede organisatoren. Kan dus niet fout gaan. We rijden over Gent en Oudenaarde tot Ronse. Moeten het stadje helemaal rond. Bij het verlaten ervan tot onze verbazing Mars pijlen. Merkwaardig voor een Franstalige club vinden wij dat. Toch volgen we ze want ze wijzen in de goede richting tot …we een klein straatje indraaien …Rue Jeaurieux. Onze euro valt …hier startte gisteren een wandeltocht van de Jaurieu Stappers! Terug de steenweg op dus en ja hoor, even verder Marche pijlen! We worden feilloos afgezet bij het gemeentehuis van Celles. Parkeren onder de kerktoren en betreden de ruime sobere startzaal. Het is er erg rustig. De 30km bestaat blijkbaar uit twee lussen van respectievelijk 6 en 24km.

Na even grappen met ‘thuisspelers’ Etienne, Jan en Jeanine, gaan we op pad. Een kerkwegel stuurt ons meteen het dorp uit en de weidse akkers in. Het weer is zonnig maar nog steeds erg winderig en fris, een uitloper van de stormachtige nacht. Her en der komen is een prachtige vierkantshoeve in het landschap neergepoot. De Chateau de la Cazerie vormt toch wel de fraaiste bezienswaardigheid. Op de achtergrond Celles met z’n imposante kerktoren. Een leuke, licht hellende dreef brengt ons naar de top van de glooiing. Van hieruit heb je een prachtig zicht op de ‘frietketel’ van Ruien en de zuidflank van het Kluisbos. Zo wordt het stilaan tijd om terug de dorpskern van Celles en de startzaal op te zoeken. Terwijl ik mijn controlestempeltje ophaal bemerkt ik het bord van de ‘permanent’, in het Nederlands vertaalt als ‘voortdurent’, je houdt het niet voor mogelijk. Zoiets kan alleen maar in Wallonië, denk ik dan. Die ongedwongen, ietwat slordige charme, het is ons ding wel.

Wij gaan weer op pad voor de grote lus. Een paar stille straatjes en dan kilometers lang open veld met op de achtergrond de donkere, dreigende Kluisberg. De gelijkenis met de Kemmelberg en z’n omgeving in het Westvlaamse Heuvelland is treffend. Langzaam naderen we een dorpje. Het laatste stukje er naartoe is onverhard en dus bepaald nattig. Het plaatsje blijkt Orroir te zijn en de rust ons welbekend van de 60km van Avelgem. Een boterhammetje later gaan we al weer op pad. Een jongeman met donkere bril die ons kruist, vraagt of wij Linda en Patrick zijn. Hij stelt zich voor als Wim Verhelst. We nemen even de tijd voor een korte, gezellige babbel. Je voelt meteen dat we op dezelfde golflengte zitten. Ook hij komt graag van onder zijn kerktoren uit om al wandelend steeds weer andere gebieden te verkennen en te waarderen. Doe zo voort beste vriend, wij genieten van je prachtige reportages. Heeft Wim en zijn gezellin de extra lus al onder de slof, wij beginnen eraan. Het parkoers wordt meteen iets pittiger. Enclus du Bas staat er op het straatnaambord. Een paar knikken later zijn we al in Enclus du Haut. We lopen een dorpscentrum bestaande uit cafeetjes en horeca allerhande binnen. 12% staat er bij de helling die van de overkant komt. Ik knijp de ogen even dicht. Denk aan de geuren van friet en bier, hoor het getoeter van volgwagens, het zwoegend hijgen van Flandriens op hun stalen ros. Niks van dit alles vandaag. Hier heerst de stilte en de rust van een uitgedund wandel- peloton. Voorbij het centrum gaat het verder omhoog naar De Toren en de top van de Mont de l’Enclus. Een korte bosstrook en we duiken terug naar beneden vanaf enkele villa’s. Het uitzicht over het vlakke Waalse land is werkelijk schitterend. Er staat een bordje facile/difficile te verstaan als verhard/onverhard. De echten gaan natuurlijk voor ‘difficile’ en duiken middels paden in open veld naar het kerkje van Orroir. We rusten een tweede en laatste keer randje dorp.

We mogen opnieuw de eerste hellende strook van daarstraks verorberen maar dan gaat het zacht dalend en in gestrekte draf over verhard terug de vallei in. Voorbij een paar villa’s met erg uitgestrekte tuinen, haast landerijen, komen we zowaar aan de Schelde uit. We zullen de oever stroomopwaarts volgen langs industriegebouwen tot Escanaffles, onze laatste rust in het lokale schooltje. Opnieuw leiden kerkwegels ons het dorp uit. Het zonnetje verdwijnt achter de wolken terwijl wij de open groene velden intrekken. Langs Grand Breucq en andere typische namen maken we de laatste zeven kilometer vol in het polderlandschap met ‘de Kluis’ op de achtergrond. Bij aankomst komen we verbaasde thuisspelers Claire & JP tegen. Die hadden ons hier duidelijk niet verwacht. Tja, met die twee van Heimisse weet je nooit!

Samengevat vonden wij dit een best leuke tocht. Eenvoud kan sieren en dat was hier zeker het geval. De prachtige vergezichten en pittige lus zorgden ervoor dat wij ons nooit verveelden. Les Hurlus stonden daarbij borg voor een piekfijne organisatie. Tevreden verlaten wij dan ook Celles. We beslissen over Ruien te rijden wat een ruime omleiding tot gevolg zal hebben …Vlaanderen en wegenwerken …zouden er verkiezingen in zicht zijn ?

FOTOREEKS

 http://s272.photobucket.com/albums/jj174/fototripper0808/...

20:57 Gepost in wandelen | Permalink | Commentaren (0) | Tags: henegouwen, -c

25-09-08

17.02.2008 Les Sans Soucis de Ghlin

6:20 Ik maak Linda wakker. Ik ben nog te moe zegt ze. Is niks schatje, we schakelen over op plan B, slaap jij maar lekker tot 8:00.

8:30 De geur van verse koffie stijgt de trappen op … Elektra Hemiksem staat al in volle wandelornaat in de startblokken.

9:00 We zijn weg over rustige snelwegen naar het Waalse plaatsje in de buurt van Bergen. Les Sans-Soucis (letterlijk Zonder Zorgen) kennen we van ondermeer magistrale tochten vanuit Baudour. Het is behoorlijk druk in de twee zalen die als start- en aankomstlokaal dienst doen. De parkoerstekening oogt voor 80% groen. We zullen over en weer naar Baudour stappen vandaag.

Bij zonnig maar koud weer mogen we al meteen door een parkje met bevroren vijver lopen. Steken middels een imposante brug een kanaal over en dan is het kasseitjes lopen tot de eerste rust na 2,66 km in café du Mouligneau, net naast een stemmig witgeschilderd kerkje. Stempeltje nemen in de aftandse gelagzaal en doorlopen maar. Er volgt meteen een duidelijk aangegeven splitsing. We mogen het bos in, licht heuvelend, erg jong en verwilderd. Smalle paadjes, of wat er voor doorgaat, gaan geleidelijk over in bredere dreven waar beuk koning is. Bij een golfterrein nemen spar en rododendron de macht over. We worden afgezet bij de Rue de Ghlin, een lange rechte kasseiweg dwars door het bos. Bereiken de eerste woonkern van Erbisouel. Tot onze verbazing verdwijnt de 12 uit de pijlen. Hebben wij een splitsing gemist, lopen we al de lus voorbij de tweede rustpost ? Terwijl we dwars over een open plateau wandelen hebben we er het raden naar. Gelukkig is er niets aan de hand en bereiken we netjes op tijd de Ronde Maison. De rustplaats is inderdaad een rond huis, de buitenkant ervan nogal verloederd, binnen heel netjes. De kamers zijn in feite niet veel meer dan brede gangen, het is echt een bizar gebouw maar wel leuk. Terwijl we onze boterhammetjes oppeuzelen kijken we door de ramen uit op prachtige bosdreven.

Clubmaatjes Mieke en Roland zoeven voorbij, hebben maar net de tijd voor een praatje. De 30km gaat alleen op pad langs één van die prachtige dreven. Het is erg stil in het bos. De zon strooit kwistig met licht door de nog kale bomen. Dit is genieten. Het parkoers wordt even pittig bij La Source de Baudour, waar wij vrijwel letterlijk door het water moeten waden. Gelukkig liggen er een paar kasseien in het beekje zodat de voetjes droog blijven. We komen in een dorp en bij een grijszwarte kerk uit. Plots weet ik waar we zijn. We gaan rusten in het sportpark waar de 50km van Baudour start. Even tijd voor een colaatje. Lokale voetballers dwarrelen één voor één het lokaal binnen en zeggen allemaal vriendelijk goedemiddag, ook dat is Wallonië.

Wij verlaten de woonkern langs het oude kerkhof en stappen opnieuw het Bois de Baudour binnen. Kilometers lang genieten van puur natuur in alle rust. We komen nauwelijks andere wandelaars tegen. Jonge berken staan te glimmen in de zon, hun paarse wintergloed hebben ze al verloren. Even een drassiger strook en La Ronde Maison komt weer in zicht. Het is hier nu erg stil, we zullen nochtans tijdig de aankomst bereiken. De Chemin du Prince leidt ons langs een eenzaam woonhuis in bos, waarschijnlijk een oud stationnetje, naar de spoorbaan en het echte station van Erbisouel. Een straatje verder rust in een manège. Gezien we slechts 2,4 km onderweg zijn, lopen we meteen door. Een zanderig bospad van zo’n twee kilometer lang volgen we nu tot aan ons café du Mouligneau. De baas heeft zijn terras opgesteld en daar maken we dankbaar gebruik van. Het is heerlijk hier zo te kunnen zonnebaden zonder ook maar een zuchtje wind te voelen.

Nog 3,8 km scheiden ons van de aankomst. In een grote omtrekkende beweging lopen we rond een weiland met bruine runderen. Een laatste kasseitje leidt ons onder de spoorbaan door tot aan het kanaal. De brug over en even het water volgen. Een laatste kerkwegel, we zijn netjes voor 17:00 ter aankomst. De Maredsous van ’t vat is op en dus kiezen we voor Chimay Blue als après-marche. Les Sans-Soucis stonden weer eens borg voor een prachtige tocht en perfecte organisatie. Een ideale generale repetitie voor de 60km van Baudour later dit voorjaar. Merci amis de Ghlin pour une fois de plus une superbe marche. Sans aucun doute vous êtes un des meilleurs club de marche de la Wallonie. Nous disons à bientôt …à Baudour.

Linda’s rug heeft stand gehouden maar daarmee is ook alles gezegd. Over erg drukke snelwegen rijden we terug huiswaarts. Moeten op de Brusselse ring zelfs even file rijden aan een slakkengangetje. Moe maar tevreden komen wij rond 20:00 thuis. Volgende week is het nationale wandeldag. Hoe lovenswaardig dit initiatief ook is, hij is niet aan ons besteedt vanwege veel te druk. Alternatieven zijn het pittige Waals-Brabantse Ittre of een bezoekje aan Wim’s zuchtende zusteren in Susteren. Zaterdag lijken Zoetermeer (WS78) en Nalinnes (Challenge) de interessantste tochten te zijn, nu Limal is afgelast. Maar eerst nog een werkweek overleven.

FOTOREEKS

 http://s272.photobucket.com/albums/jj174/fototripper0808/...

20:20 Gepost in wandelen | Permalink | Commentaren (0) | Tags: henegouwen, -g

02.02.2008 Les Marcheurs de la Police de Mons

Linda’s gehavende knie is nog niet wandelwaardig. Ik heb een werkweek van 50 uur achter de rug omdat mijn enige collega nog niet …werkwaardig is. Maak er dus een trein/bus weekendje van met een ‘menselijk’ aantal wandelkilometers en wat meer slaapuren dan gewoonlijk. Heb ruim de tijd om op de trein Vacature te lezen, die daar toevallig ligt. Het onderwerp van reportage is serieondernemers of hoe je steenrijk kan worden met het uitwerken en vooral tijdig verkopen van geniale ideeën. Een boeiende artikelenreeks over Virgin, Skynet en andere succesverhalen. Eén iets onthoud ik uit de teksten …succes behaal je met vallen en opstaan en je nooit gewonnen geven.

Startplaats Waux-Hall ligt op ruim twee kilometer van het station en net aan de overkant van de Bergense binnenstad. Twee Kortrijkzanen op leeftijd vragen of ik de weg ken. Natuurlijk, zeg ik grootmoedig en loop ‘het uitleggend’ toch wel een beetje de verkeerde kant op. Genieten van de fraaie ‘Di Rupo’ binnenstad doen we anders wel. Binnen het halfuur staan we voor het kasteeltje waar de politie vandaag zijn gasten ontvangt. De ruime zaal is zonder franje maar wel gezellig met het invallende zonlicht. Neem de tijd voor een koffietje en ga op pad rond 10:00 – 30km zal voldoende zijn vandaag.

Ben ik nog moe of is het echt de afpijling, feit is dat ik het de eerste kilometer niet makkelijk heb om op het parkoers te blijven. Baseer mij meer op de medewandelaars dan op de signalisatie. Het betreft dan ook fletse oranje pijlen, soms net …achter de te nemen bochten gehangen. We verlaten vrij snel de stad en krijgen meteen het groen en de eerste klim van Mont Panisel, een beloftevolle start. Na het golvende weiland is het helaas straatjes en winkelcentrum lopen tot de eerste rust. Heb er slechts 3,4 km opzitten in de Ecole de la Bruyère. Beslis dan ook geen halt te houden. Komt JP daar aangestapt, dit snap ik niet. Pijn in de bovenbenen, verklaart hij, het loopt voor geen meter. Wijs man als hij is houdt hij het bij 30km en is al op de terugweg. Toch kijkt hij bezorgd. Bij wijze van troost zeg ik – het jaar is nog vol wandeldagen – en neem afscheid.

We lopen terug de stad uit langs de muur van een oud kerkhof en vervolgens voorbij een crematorium, een beetje luguber allemaal. Gelukkig is het stralend weer en wenken de weidse, winderige velden. Links ligt Mons-Borinage, recht vooruit een brede bosstrook en rechts de cementfabriek van Holcim (Obourg). Een prachtig uitzicht heb je hier wel. Wij dalen een veldweg af richting dorp. Een paar straatjes verder lopen we weer in het groen tussen meidoorn hagen door, richting kanaal. Een brede asfaltbaan leidt ons erlangs en erover. We verlaten het kanaal voor de tweede rust in Maizières. Een onwaarschijnlijke rust eigenlijk, iets dat enkel in Wallonië kan. Het Maison Communal (gemeentehuis) is waarschijnlijk al jaren verlaten en dus niet meer gepoetst. Toch staan er nog enkele stoelen, is er verwarming en een toilet. Ruim voldoende voor een rustpost, enkel voor de 30 en 50 km. Moet kunnen!

We verlaten Maizières voor wat een bosetappe lijkt te zullen worden. Niets is echter minder waar! De parkoersbouwer loodst ons de N6 op en het wordt kilometers rechtdoor stappen langs de drukke baan met aan de rechterzijde het bos en links de gebouwen van de SHAPE. Helemaal bovenaan de helling, bij de Berlin Gate, dan toch eindelijk …rechtsaf en het bos in, het werd de hoogste tijd! Kunnen we een kilometertje of zo van de natuur genieten. We ruilen de bospaden voor een kasseitje dat midden verlaten groeven loopt. Lijken hier ‘in the middle of nowhere’ te stappen en dat vind ik best leuk. Geniet er van rust, zon en zangvogels. Een klimmetje zet ons af hoog in de heuvels en gunt ons een prachtig uitzicht. Samen met de vijftigers, die al op de terugweg zijn, gaan we rusten in C.A.L.V.A.. Drievierden van de wandelaars in het kleine zaaltje ken ik. Ben toch stomverbaasd als ook H & T uit het verre Heerlen hier binnenvallen. Er was vandaag geen andere 50km in het aanbod, vandaar!

Even nog mogen we genieten van het groen maar dan is het stratenloop, waarvan de eerste héél lang rechtdoor naar het centrum van Obourg. Krijgen de vijftigers nog een bosstrookje bij Havré, voor ons dertigers zijn er alleen maar steegjes en witte woonwijkjes weggelegd. Terug aangekomen in het schooltje van deze morgen restten er ons nog zo’n 10 kilometer. We lopen terug de witte wijken in, van sociale woningen tot chiquere villa’s, straatje in straatje uit en dat blijft maar duren. 3,2 km stond er op het bord, we doen er met z’n allen ruim 45 minuten over! Weg trein van 17:20, het zal een uurtje later worden. Peter is het helemaal met me eens.

We verlaten Saint-Symphorien en zijn groezelig Maison des Jeunes. Nog één witte woonwijk hebben we te goed en dan eindelijk terug het groen in. Deze etappe zal de mooiste van de tocht worden. Lopen de velden in met een prachtig uitzicht over het lager gelegen stadje Mons. Kruipen dan langzaam een helling op midden bosrijk gebied. De afdaling blijkt een heuse, diep ingesneden holle weg te zijn, een pareltje. Een straatje verder ligt de laatste rust. Te dicht bij de aankomst om nog te stoppen. Ik loop dan maar door, een park in temidden woondozen. Nog wat lege straten, de aankomst is bereikt. We vormen één lange tafel met allemaal wandelvrienden, Danny & Tony, Nestor & Peter, Hennie & Theo, Jacqueline & Luc, een heel gezellige boel. Samen met Jacqueline en Luc vat ik de terugweg richting station aan. Een vlotte treinreis brengt ons over Brussel terug in Antwerpen. Het is al ruim 21:00 als ik thuiskom. Ik had van deze tocht niet veel verwacht en ze was dan ook een beetje teleurstellend, zoiets als …bij gebrek aan beter. Maar niet getreurd, de gezelligheid van de afstandswandelaars, daar kan ik echt niet meer zonder.

FOTOREEKS

 http://s272.photobucket.com/albums/jj174/fototripper0808/...

20:01 Gepost in wandelen | Permalink | Commentaren (0) | Tags: henegouwen, -m

18-09-08

03.11.2007 Les Sans Soucis te Angre

Vandaag weer vroeg uit de veren. Les Sans Soucis de Ghlin kennen we van de prachtige tochten vanuit Baudour. Nu is het ruim anderhalf uur rijden tot het onooglijke dorpje Angre op de Frans-Belgische grens net voorbij ‘duivensjappers’ Quiévrain. Vanaf uitrit Dour, zo’n 10km van de start, vinden we reeds Marche pijlen, klasse! Parkeren blijkt in het dorpje met z’n smalle steegjes geen sinecure. Gelukkig biedt het pleintje voor de kerk ons nog soelaas. Het startzaaltje is typisch Waals, net niet verweerd door de tand des tijds. Het ademt doorleefde charme. De marathon blijkt slechts 40km lang te zijn en met niet minder dan 8 rustposten, we worden zeer zeker verwend vandaag.

Wij vertrekken bij de klok van achten. Komt Lucien daar, met klassieke rode hoofd, aangestoven. Hij stond in Blaugies, zoals in de Marching vermeldt, wij wisten beter vanaf de clubfolders. We worden vergast op een gans verhaal, ambiance is met hem erbij verzekerd! Nauwelijks een paar stille straatjes scheidden ons van de licht heuvelende weilanden. Vrij snel stappen we het Foret Domaniale Du Caillou Qui Brique in. We lopen over okergele laantjes langs een riviertje, de Grande Honnelle. Allebei hebben we iets van herkenning terwijl we tegen de rotsige hellingen opkijken. En inderdaad … de eerste rust in de Chalet de Garde (Roisin na 3,1km) hebben we ooit nog betreden. Het stemmige, oude interieur nodigt uit tot een kopje koffie. Hier komen we straks trouwens nog een keertje terug.

Nu lopen we verder door de prachtige vallei van het riviertje. Onder een heel hoge bakstenen spoorwegbrug door is het even klimmen. We lopen hoog in hetzelfde bos en in omgekeerde richting naar het volgende dorp. De lange rechte lijn tussen beuken is zalig. Om het dorpje Autreppe te bereiken moeten we ook door een stukje lekker vettig veld. Vanuit zijn weide slaat een eenzame lama alle bewegingen streng gade. Au Bon Vieux Temps is onze tweede caférust na 8.6km. Lucien laat zich de ajuinsoep smaken, wij houden het bij koffie en een gezellige babbel. Onder de aanwezige wandelaars wordt vrijwel uitsluitend Nederlands gesproken.

Vanaf nu stappen we door open, vrij vlakke velden. Het eerste dorpje, Gussignies, blijkt Frans grondgebied te zijn. De derde caférust (Café de la Jeunesse – 13.4km) ligt in Fayt-le-Franc en is Belgisch. De veldwegen liggen er erg nat en drassig bij. Ploeteren hoeven we gelukkig niet te doen, daarvoor zitten er te veel stenen in de ondergrond. Veldwegen blijven het motto alhoewel er van langsom meer asfalt tussenzit. We passeren tot onze niet geringe verbazing een veld met erwten in bloei, in november! Franse dorpjes volgen elkaar op. Heel wat huizen zien er groezelig uit, niet te best onderhouden. Het parkoers wordt ook van langsom pittiger. Bellignies blijkt een heus Musée du Marbre te herbergen en een schoorsteen als herdenking aan vroegere steenbakkers tijden. Op weg naar Gussignies heel wat maretak in de bomen. Dit laatste dorp blijkt een ‘haut’ en een ‘bas’ te hebben. Vermits wij met ‘haut’ beginnen, krijgen we een schitterend uitzicht op het riviertje beneden. Binnen de paar haarspeldbochten staan we aan het water en onze volgende rust (20,5km). Dit lijkt de toonzaal van een lokaal brouwerij-tje te zijn. Bier kan je alleen per literfles krijgen, foetert Lucien en dus gaat hij voor koffie.

We maken nu een omtrekkende beweging rond het dorp, middels een kasseitje en krijgen een prachtig uitzicht met de kerk als op een ‘pied de stal’ netjes in het midden van ons gezichtsveld. Hierna stappen we voor de derde keer hetzelfde bos binnen. Hoog boven een holle weg loopt een éénmanspaadje als was het een richel. We wippen fluks voorbij een groepje slenterende Fransen en genieten van het beukenwoud in herfsttenue. De afdaling is kort en pittig. Een zwiepende tak laat ons even voor aap spelen. We zijn terug aan het Chalet de Garde (km 23,3). Deze halte slaan we over. Stappen middels een smal bruggetje de Grande Honnelle over en de weidse kale velden in. US Angreau biedt ons de volgende rust aan na 25,8km. Helper van dienst is hier een gekende Oudenaardse Krijger en zijn dame, een wederdienst, zegt hij. Linda heeft een serieuze dip, het kopje gaat even op tafel. Hier moeten we kiezen tussen 30 en 40km.

Ondanks de vermoeidheid pikt ze gedecideerd de 42 1x op. Een karakterdiertje dat vrouwtje van mij! We vermoeden de volgende rust bij de witte kerk in de verte. Het landschap lijkt vlak maar dat is boerenbedrog. We denderen meteen een tarmacje af en bereiken een prachtige holle weg. Zijn flanken zijn een groene oase. Het is wel een lange trage klim, zoals je ze ook in het Hageland kan meemaken. Linda heeft het zwaar maar bijt kranig door. Bergen bieten liggen in de kale velden te wachten op transport. En de boer …hij ploegde voort. Lange rechte veldwegen voeren ons over ‘les Hauts de Sebourg’. In het uit de kluiten gewassen dorp maken we een ommetje langs statige villa’s. De parkoersmeester zet ons af bij La Petite Aunelle, een beekje dat dwars door het dorp loopt. Nog wat kerkwegels, de trapjes op naar de monumentale kerk. Rusten doen we in het dorpscafé na 31,5km. Men had ons gewaarschuwd dat het hier ‘een beetje vuil’ was maar bij onze doortocht valt daar alvast niks van te merken. Woorden in de wind dus.

Linda’s inzinking lijkt voorbij. Monter begint ze aan de terugweg. Eerst een kilometertje huisjes kijken. Vervolgens middels een paar fraaie holle wegen het open, kale veld in. Onze enige gezellen hier zijn meeuwen op zoek naar hun avondmaal. ‘chasse interdit’ staat er op het bordje …het wordt dus zeker niet hun laatste avondmaal! Net zoals daarstraks moeten we twee heuvels overwinnen om terug in de rust van Angreau te geraken (37,2km). Vlaamse schlagers galmen er door de luidsprekers, BHV is hier duidelijk een ver van mijn bed show!

Bij valavond klimmen we de kerktrapjes op. Een holle veldweg zet ons traagjes dalend af bij het intussen welbekende riviertje. Het is erop en erover. Onze parkoersmeester deelt nog een laatste plaagstoot uit midden de velden. De, reeds duistere, finale is een paadje langs de hier gekanaliseerde Honnelle tot aan de kerk. Het is net over 17:00 als we de startzaal opnieuw betreden. Le Permanent heeft zijn stempel al opgeborgen maar clubleden nemen zijn taak over en we krijgen ons stempeltje, met de glimlach. We genieten nog even na bij een lekkere Leffe en dan wordt de terugweg aangevat.

Haalde deze tocht niet het uitmuntende niveau van Baudour, toch mag ze er best wezen. Het lekker golvende en zeer gevarieerde parkoers heeft geen enkel moment verveelt. We kunnen weer een streekje uit ons land bij kleuren in ons wandelarchief. En ja …het was wandelen ‘sans soucis’ vandaag!

FOTOREEKS

 http://s190.photobucket.com/albums/z182/fototripper0707/0...

20:56 Gepost in wandelen | Permalink | Commentaren (0) | Tags: henegouwen, -a

09-09-08

28.07.2007 Les Tatanes Ailées te Leval

Linda heeft nog geen vertrouwen in haar nieuwe steunzolen. Als de weerman ook nog zijn duit in het zakje doet is haar beslissing snel genomen. Geen wandeltochten dit weekend. Dus sta ik om zes uur op mijn eentje te wachten in Berchem station, perron 5, op de trein naar Brussel. Komt de Jef daar aangesloft. We reizen met z’n tweetjes naar Leval, in de buurt van Binche. Was ik vertrokken met het idee een 50km te lopen, Jef heeft een folder waarop ook een marathon staat. Dit ligt ons beter, zijn we nog voor 20:00 terug in Antwerpen. Het weer is de ganse weg miezerig. Zelfs het kilometertje tussen station en startzaal lopen we midden het gedruppel.

Begroet in de stille zaal een paar bekenden. De bijna 140 deelnemers aan de 70km zijn natuurlijk al lang weg. De marathon blijk 40,900 km lang te zijn en niet minder dan 9 rustposten te bevatten, wat een luxe! Ik vertrek rond 8:45 langs het typisch Waalse marktpleintje met zijn kaatsterrein (balle pelote) en stemmig kerkje. Heel dichtbij een tweede kerkje op een heuvel maar daar gaat het niet naartoe. We lopen over slingerende vlakke asfaltwegen langs huisjes en door open veld. Hebben een prachtig uitzicht over de streek met zijn kleine, dicht beboste terrils. Bereiken Mariemont, een deelgemeente van Morlanwelz. Opvallend zijn hier de vele ‘début de siècle’ kasteeltjes, netjes in orde gehouden en veelal omgebouwd tot verzorgingshuizen voor onze oudere medeburgers.Net voorbij een, overigens defecte, spooroverweg trekken we het groen van Mariemont in. Het is heerlijk wandelen door het vochtige loofbos. Een veelheid aan rossige bosslakken kruipt traag over de paden. Ik hou er niet bepaald een .......gang op na, het is nochtans vrij warm, de donkere lucht geeft gelukkig al lang geen vocht meer prijs. Rusten kan ik een eerste keer na 6,090 km in L’Olive, een gebouwtje van de Faucons Rouge, zeg maar de rood getinte scoutbeweging.

De Rue de l’Olive blijkt een stevige klim te zijn opnieuw het bos in. Door een prachtige dreef lopen wij richting La Hestre. Een kruispunt wordt er vakkundig afgezet door luidruchtige motards. Zij begeleiden blijkbaar een bruidegom op weg naar zijn trouwboek. Op hun leren jekkers lees ik ‘Western Passion’ en dat laatste blijkt wel al zijn ze met z’n allen heel gedisciplineerd. Tussen huizen en velden stappen we verder grondgebied Manage. De doorkijkjes tussen de huizen geven uitzichten op leuke valleitjes. Rust 2 dient zich aan bij het kerkje van Bellecourt (km 9,480). Ik stapgezwind verder door een straatje waarvan de bedekking duidelijk betere tijden gekend heeft. Loop dwars door het valleitje ‘La Tricotte’. Help even een krasse 85-er een weilandje op, verjaag de nieuwsgierige koebeesten en daal langs de andere kant terug af. Het volgende klimmetje, een eenmanspaadje, zet ons af in het bos van Sclainmont (denk ik). Nu volgt een heel vettige passage. Eerst een afdaling als van een roetsjbaan en dan door een vlak pad dat meer weg heeft van een vijver, kletsnatte voeten tot gevolg. We verlaten de 25km en lopen door ons volgende dorp. Lange rechte asfaltwegen langs een industriezone en door de velden brengen ons bij rust 3 – het Adeps complex La Mariette in Seneffe (km 14,540). Op een buitenrust zitten wij gezellig ‘onder zeil’.

Bij nog steeds ‘kwakkelweer’ trek ik verder langs een afwisseling van kanalen en ‘huisjes kijken’ tot in het centrum van Seneffe. Maak een foto van een prachtige kerkwegel en loop prompt fout. Keer op mijn stappen terug voor rust 4 na 17,840 km. Kom hier het sympathieke koppel uit Herne tegen, vrouwtje net herstelt van een beenbreuk en terug op de 50km, goed zo. Samen stappen we verder langs de merkwaardige dorpskerk en de prachtige oprijlaan van het ‘Chateau de Seneffe’. Volgen een graspad langs een kanaaltje en plots gaat ons Herne’s dametje prompt tegen de vlakte, achter een boomwortel blijven hangen. Gelukkig is het meer schrik dan ernst en het leed is gauw geleden. Voorbij het jachthaventje lopen we terug naar ons kanaal van daarstraks en de rust bij Adeps (km 22,790). Sla hier even een babbel met Brugse Xavier die blijkbaar haast heeft.

Nog een laatste strook kanaal, dan een kort klimmetje en asfaltpaadjes die men hier waarschijnlijk ‘chemin campagnards avec vue sur le paysage’ zal noemen. Het, inmiddels zonnige, uitzicht over de weidse omgeving is inderdaad zeer aangenaam, we lopen hier letterlijk ‘hoog en droog’. Krijgen afwisselend straatjes en paadjes onverhard onder de sloffen geschoven tot we terug in Bellecourt aankomen (km 27,790). Ik deel hier mijn cervela met Jefke, de dapperste wandelhond van het ganse land. Dwarsen nu een paar valleitjes onder het motto ‘hoe vettiger hoe prettiger’. Even wat trappekes op en dan een klim in schijfjes richting La Hestre en een schitterende hoeve in restauratie. Het parkoers wordt lekker golvend en soms technisch als we opnieuw het bos van Mariemont induiken. Deze tocht heeft inderdaad iets. Bij l’Olive hebben we er 32,310km opzitten. Tijd voor een pintje gezeten op een stoel in het zonnetje.

We stappen verder door het bos langs een kasseiweg die Onze Lieve Heer na het aanleggen waarschijnlijk nooit meer bezocht heeft. Lekker bonkig en zo heb ik het graag. Kuieren na de laatste bosstrook door de verlaten straatjes van Morlanwelz en beginnen bij een achterafje aan een lange trage klim. Bij deze zit het venijn in de staart als het stijgingspercentage plots fors de hoogte ingaat terwijl de losliggende stenen onder onze voeten wegrollen. De beloning is voor de wandelaar echter overweldigend. Achter ons het uitzicht over de dorpjes waar we vandaan komen. Even later rechtsvoor een uniek uitzicht over de vlakte met terrils als kleine groen uitstulpingen, dit is uniek! Stap de laatste rust in Mont-Ste-Aldegonde binnen met een lach van oor tot oor. Dit is genieten! En het is nog niet gedaan! De laatste 1800 meter zijn ronduit fabuleus. We klimmen even naar het kerkje en worden dan middels een smal wegeltje de heuvel afgestuurd. Eerst kassei tussen huizen daarna onverhard door weilanden tot bij het kerkje van Leval. Al stappend kan je uitgebreid genieten van het volledige uitzicht op het weidse landschap. Deze laatste kilometers horen bij de mooiste finales die ik in die acht jaar wandelen bij elkaar stapte. Kom na acht uur onderweg zijn de startzaal binnen, het leek mij een redelijk korte 40km te zijn. Geniet met enkele wandelvrienden van een paar lekkere Leffes en vat samen met Xavier de terugweg aan. Om 19:30 sta ik al terug in Berchem en kan Linda in geuren en kleuren vertellen over een best leuke tocht. Les Tatanes Ailées weten waar Abraham de wandelmosterd vandaan had, zover is zeker.

FOTOREEKS

 http://s190.photobucket.com/albums/z182/fototripper0707/2...

21:13 Gepost in wandelen | Permalink | Commentaren (1) | Tags: henegouwen, -l

20-08-08

05.05.2007 Audax Tournai te Warchin

Op vrijdagavond selecteren we niet minder dan zes tochten waaruit we er zaterdagmorgen eentje zullen kiezen. Nieuwsgierig als we zijn gaan we voor Warchin bij Doornik, een voor ons totaal onbekend wandelgebied. Het is donker, koud en zuur weer terwijl wij ons over de Colruyt autostrade richting start spoeden. Er heerst een drukte van belang want Audax organiseert zowel een cyclo als VTT als wandeltocht. De fietstocht tot 175km blijkt de hoofdactiviteit te zijn. Krijgen bij het inschrijven meteen een koffietje gratis aangeboden alsmede een appel en een briefje met de rustposten en tussenafstanden erop. Netjes hoor!

Gaan op pad langs een riviertje tot bij het dorpskerkje en dan de velden in met de vijf torens van Tournai op de achtergrond. Moeten wat straatjes lopen richting Allain en randje Doornik door verlaten industriële sites. De gekanaliseerde waterloop die wij volgen blijkt warempel de Schelde te zijn. Of hoe ver van huis toch dichtbij kan zijn! De eerste rustpost wordt bemand door drie personen. Langs de Scheldedijk staat een camper. Op schragen ligt een veelheid aan koek, bekertjes zelfgemaakte limonades en partjes fruit. Een paar bankjes vervolledigen de rustplaats, het lijkt net Nederland. Krijgen van één van de helpers uitvoerig uitleg over de ruïnes achter ons. Blijken oude kalkovens te zijn. Onderaan werd een vuur gestookt in een afgesloten ruimte. Bovenop kwam, metershoog, gesteente dat langzaamaan verpulverde en door gaten onderaan werd weggeschept en per boot vervoerd. Zeer boeiend allemaal wat die man vertelt, we zijn hem er dankbaar voor.

Wij trekken verder door het ingeslapen Chercq, zachtjes klimmend naar een plateau en landbouw gebied. Er staat erg veel wind die tekeer gaat over de vrijwel naakte velden. Onze tweede rust is bij een eenzaam huis randje St-Maur. Worden er heel vriendelijk ontvangen. Jammer dat er wederom alleen maar koude dranken te verkrijgen zijn. Er zijn wel broodjes met lekkere gerookte ham. Lopen opnieuw de licht golvende, kale ruimte in voor een lusje rond St-Maur. De vergezichten zijn enig. Bosjes en kerktorens liggen verspreid over de mistige velden al was het een lappendeken. Toch wel leuk om zien. Voorbij het dorp nog een paar veldwegen en we bereiken rust drie in een manege. Twee heertjes op leeftijd begroeten ons vrolijk met een uitgebreide babbel. Opnieuw keuze uit een overvloed aan koek en koude dranken en …alles gratis!

Het parkoers blijft hetzelfde, steeds weer die golvende velden maar de wisselende uitzichten boeien. Verspreide dorpjes, prachtige kasteeltjes, soms verscholen tussen stoere bomen, echt vervelen doet het niet. Lopen door het dorpje Ere langs een beekje. Gaan er even van weg voor een klimmetje over een dorpswegel, kwestie van de eentonigheid te breken. Voorbij de rondborstige kerk van Willemau keren we op onze stappen terug. Rechttoe rechtaan over een stuk gereden veldweg gaat het terug naar Ere en de volgende rust in café Porte d’Ere. Een erg toepasselijke naam want randje dorpskern gelegen net als een stadspoort.

Bij het verlaten van het dorpsplekje blijkt de lucht helemaal te zijn uitgeklaard tot helder blauw. Krijgen ook een oude spoorberm, nu een fraai stukje natuur, onder de sloffen geschoven. Bereiken opnieuw St-Maur bij een afgestorven cement fabriek. Er volgt een lange rechte, licht stijgende asfaltweg terug naar rust nummer twee van deze morgen. Mogen na het drankje verder door open veld recht naar een industriegebied. Merkwaardig hoe het kerkje van Calonne verscholen ligt tussen cement en andere fabrieken. Moeten een pad in een bosje naar beneden maar dat gaat niet meer. Iemand is op het lumineus idee gekomen net nu een greppel te graven van links voor onze voeten naar uiterst rechts van het pad, verderop. Niks signalisatie van werken of wat dan ook, gewoon doen. De manspersoon in kwestie heeft wel de wandelpijl verhangen en komt ons uitleggen hoe het nu verder moet. Ben zo onder de indruk dat ik vergeet een foto te maken. Dit is Wallonië, het land waar alles kan en alles mag. Bereiken toch behouden de Schelde, zijn industrie en onze rustpost. Genieten van nog een stukje cake en schudden meewarig het hoofd denkend aan ons avontuur van daarnet. Moet kunnen.

We steken nu de Schelde over richting Vaulx en volgen dan de andere oever richting Doornik tot in Allain. Hier is nog een laatste rust op zo’n twee kilometer van het einde. Deze is niet meer aan ons besteed. Nog wat leuke kerkwegels, enkele groen paadjes, de laatste straatjes, we zijn binnen. Kunnen, in het zonnetje gezeten, nagenieten bij een heerlijke Bush Ambrée. Voorzichtigheid is bij dit biertje geboden, noemt niet voor niets de Waalse Duvel. Samengevat was dit zeker geen tocht om wild van te worden. Het werd gewoon een tussendoortje, een streek waar we ook weer eens geweest zijn. Keren naar huis terug met grootse plannen voor morgen, maar eerst een verkwikkende nachtrust.

21:00 Gepost in wandelen | Permalink | Commentaren (0) | Tags: henegouwen, -w