20-06-12

16.06.2012 W.I.K. Vlissingen

Linda moet onverwachts forfait geven wegens een acute griepaanval. Ik reis dus op mijn eentje naar Zeeland. Rij zo trots als een pauw in één ruk tot de Adriaen Coortelaan in Vlissingen om vast te stellen dat het er wel erg stil is. Wij zijn van startlokaal verhuisd, lees ik op het aangebrachte bordje, volg de pijlen. Ik begin er aan, raak net als een jongedame de weg kwijt op de Sloeweg. Even vragen aan een dame op de fiets. Eerste rechts dan eerste links, zegt ze. Ik ben net op tijd om de groep zich in beweging te zien zetten. Nog even inschrijven en met een kleine tien minuutjes vertraging mag ik ook de gele grondpijlen volgen. Is even wennen toch. De Koudekerkseweg, aan de overkant van de Sloeweg stuurt mij languit rechtdoor tot de oude watertoren in het stadscentrum. Daar gaat het linksom, voorbij het stadhuis, de winkelstraat in. Het is er nog stil in deze vroege ochtend, ik heb de tijd om enkele fraaie oude gevels te bewonderen. Kom bij ‘het Arsenaal’ uit en de Scheldedijk, Boulevard De Ruijter. Passeer het gebouw van het (Belgische) loodswezen en de Gevangenentoren. Ben nu echt wel op de Vlissingse Boulevard, het toeristische stadsdeel. Een grote ‘crew’ brengt er alles in gereedheid voor een triatlon. Wij wandelaars mogen een fietspad op, recht de duinen in, hoog boven het wateroppervlak. Rechttoe, rechtaan gaat de reis, midden het groen van mooie begroeide duinen en het bosrijke hinterland. Bij Golden Tulip Westduin de eerste wagenrust. In Zeeland dien je dit laatste echt wel letterlijk te nemen. De dametjes achter het piepkleine tafeltje verwennen mij met een bekertje appelsap, een stukje cake en hun ontwapenende glimlach. Ben zo’n anderhalf uur onderweg en heb er echt wel zin in.

Wandel verder over het fietspad langs Dishoek, één van de vele deelgemeentes van Veere. Duik de bossen in, het pad slingert zich heerlijk door het groen. De enige man die ik van deze club ken vormt vandaag de bezemwagen. Hij stelt zich regelmatig strategisch langs het parkoers op, houdt zijn schapen nauwlettend in het oog. Ik ben één en al aandacht. Markeringen zijn schaars, soms wat verregend. Altijd rechtdoor als je geen pijlen ziet, staat er op de routebeschrijving en ik hou er mij aan. Weet nog min of meer van een eerdere deelname hoe de route loopt. Wandel even randje polder en duik dan opnieuw de bossen in bij Klein Valkenisse. De tweede wagenrust komt er na ruim 11km bij het binnenlopen van Zoutelande. Ik hou het nog steeds bij appelsap, deze keer met lekkere gebakjes van het Indische vrouwtje, lid van deze vereniging. Okke, zo noemt de man van de bezemwagen, is er ook op post. Ik ken hem al zeker tien jaar van ziens, maar slechts vandaag bij naam !

Mag nu de dijk op en over de Noordzee uitkijken. Er staat een stevige zeebries, het is knokken bij overigens prachtig zonnig weer. In het dorp heeft een rondje folklore plaats, het ringsteken. Zadelloos gezeten op galopperende, stoere boerenpaarden moeten berijders een ringetje proberen aan een spies te rijgen. Bij elk succes stijgt luid gejuich op. Maar ik moet verder. Even voorbij de dorpskerk een stukje steenweg en dan wederom het fietspad op. Je hoort hier meer Duits praten dan Nederlands, Zeeland is een geliefd vakantieoord voor onze oosterburen. Ik loop nog steeds onderaf hoge, groene duinen tot ik bij een grote plas uitkom en een inlands staande vuurtoren. Ben in Westkapelle. Onderaan de radar staat de camper van rustpost 3. Het is tijd voor koffie en een krentenboterham. Volgens de routebeschrijving ben ik aan de late kant, ook al loop ik hier zeker niet alleen. Maak toch maar dat ik wegkom en loop opnieuw de dijk op bij de oorlogstank uit 1944. Op het water waakt de Kustwacht. Ik volg de brede betonnen dijk tot aan een oud roodwit vuurtorentje. Daar moet ik kiezen, boven- of benedendijks, de markering laat beide mogelijkheden open. Ik kies voor beneden, herinner mij niet meer waar ik de polder in moet. Volg zodoende een paar kilometer een drukke baan, zei het veilig op het fietspad. Het uitzicht is anders wel leuk met links de hoge, frêle groen begroeide duinen en rechts schorren en slikken, de ideale broedplaats voor een meeuwenkolonie. Kom zo weer bij Okke uit en het volgende frisdrankje. Duik dan inderdaad de polder in en loop over lange rechte wegen zoals de Trommelweg. Metershoge beukenhaag schermt mij regelmatig af van de zeebries. Doorkijkjes tonen, tarwe, biet en natuurlijk de polderpatat. Bij een camping even een paadje onverhard langs een gracht. De centrale rust in het café Tramzicht van Domburg wenkt. Ben er om 13:00 en heb zo’n 25 km afgelegd. Netjes binnen de tijden dus.

Ik heb wat met het t-shirt van Okke en schaf er mij ook eentje aan. Van de groep wandelaars die hier nog zitten zullen er slechts 5 doorlopen voor de 40 km. Ik trek mij om 13:20 op gang net na een Zeeuws-Belgisch echtpaar. Mijnheer is Zeeuw, mevrouw komt uit Retie namelijk. Weersta aan de geur van friet en kibbeling en loop terug de dijk op, hem meteen inruilend voor een heerlijk golvend pad door de duinen. Tegels worden schelpenzand, ik loop in Hoogduin, wat je ook al letterlijk mag nemen. Het uitzicht over zee en zand is er prachtig. Gele driehoekjes sturen mij terug onderaf, de bossen in. Sla de slok appelsap over deze keer en loop het onverharde fietspad op dat mij langs onwaarschijnlijk grillige bomen loodst. Voorwaar de mooiste kilometers van het parkoers. De markering is weer erg summier, ik hou het koppel Nederbelgen voor mij angstvallig in de gaten. Het is vochtig koel in het bos, zuurstofrijk en aangenaam wandelen. Kruis trouwens heel wat fietsers, met respect voor eenieders aanwezigheid, prettig. Natuurdomein Oranjezon, lees ik, ben intussen in Oostkapelle. Het is weer eens tijd voor een bekertje appelsap. Het vijftal heeft nog zo’n 10 kilometer voor de boeg.

Manteling van Walcheren noemt de bosstrook waar ik nu doorheen moet. Het pad bestaat er uit rode baksteen, die de vergelijking met kassei best kan doorstaan, zeker voor de vele fietsers. De Koningin Emmaweg loodst mij voorbij een wit kasteel stilaan weg uit de beboste omgeving en de open ruimte in. Voorbij camping Oranjezon wacht inderdaad een lang recht fietspad dat langs en parallel met de duinengordel en een nat natuurgebied loopt. Bij de splitsing van de 40 & de 65 km staat Okke er voor de laatste keer met koffie. Nog 5 km, zegt de Nederbelgische, ik reken klokvast op zeker 8 km. Stap opnieuw de polder in en zie inderdaad de molen van aankomst in de verte vrolijk met de wieken wentelen. Maar ik loop er van weg. Weer een pad in rode steen op. Heb plots zin om een versnelling hoger te schakelen. De ondergrond ligt mij, de wind beukt schuin mee, het oud zot komt boven. Met stevige pas loop ik de laantjes afgezet met krom gewaaide canadabomen langs. Na zo’n 40 minuutjes, bij de Walekotsweg een laatste bevoorrading. Nog 4 km voor de boeg, mijn feeling blijkt feilloos. Eigenlijk is het nu uitlopen. Tarmacjes loodsen mij langs verspreide hoeves, die steevast ook dienst doen als mini-camping. Moet een drukke baan over en dan een stevig ommetje maken om bij De Jonge Johannes (1835) te geraken, de molen annex taverne van Serooskerke waar de tocht over 40 km eindigt.

Ik haal mijn kaartje voor de bus op en bestel een blonde Leffe van ’t vat. Posteer mij op het terras, uit de buurt van joelende kinderen en geniet. Het eerste busje is volzet, moet een kwartiertje wachten. Samen met vier overjaarse, giechelende bakvissen wordt ik netjes teruggebracht naar het startlokaal. Ben toch wel moe, spring meteen de auto in en rij vlotjes terug naar ons Lindake, die nog wat ziekjes in de sofa ligt. Het was een leuk weerzien Okke, niet tot in Vilt dus dit jaar maar zeker ergens te velde. 

FOTOREEKS

https://picasaweb.google.com/102282674505838562948/160612...

  

17:16 Gepost in wandelen | Permalink | Commentaren (0) | Tags: zeeland, -v

De commentaren zijn gesloten.