22-06-11

19.06.2011 Marche Nationale in Couvin

Vroeg uit de veren vandaag, taxi Linda vertrekt al om 05:00 richting Berchem station. Daar kom ik Jacqueline tegen, nog vroeger vertrokken vanuit Mêret. Onze nationale sporentrots zet historisch materieel in om ons naar Charleroi te voeren. Tja, we reizen dan ook met Kruidvat tickets, mogen niet te veel verlangen. Vanaf Brussel krijgen we het gezelschap van Eddy (fotograaf) en Liliane, de reistijd is zo voorbij. Onze groep dikt in Charleroi aan tot zeker 30 wandelaars, gekomen van heinde en verre, zowel Vlamingen als Walen. Het regent pijpenstelen als we in Couvin uit het dieseltje stappen. Iedereen rept zich op eigen tempo en diep verscholen in zijn regenkledij naar de sporthal aan de overkant van het stadje. Geen tijd om te genieten van de bezienswaardigheden onderweg, jacht makend op droog onderdak. Het is trouwens behoorlijk druk in de startzaal. Busvolk dient zich aan, zelfs de Reynaertstappers uit Belsele zijn er.

Met engelengeduld geraak ik aan een inschrijving en een kopje koffie. Steek mijn kop buiten, het regent niet meer. Een brug voert mij over de Eau Noire en de eerste klim dient zich meteen aan, bosstrook met keien en modderachtig. Heel wat stappers snakken al naar adem, zijn nog niet opgewarmd. Onze dapperheid wordt beloond met een prachtig uitzicht over Couvin en de groene heuvels er achter. Tarmacjes loodsen een sliert wandelaars door wei en akker. Het is bijwijlen pittig klimmen. Op de plateaus speelt de wind met de gewassen, klaprozen langs de kant van de weg zorgen voor wat extra kleur. Het eerste, grijze dorp dient zich aan. De controlepost La Marelle in Pesche bestaat uit meer gangen dan zaaltjes. Ik loop dan ook vrijwel meteen door. Een brede steenweg voert mij steeds hoger. De meeste huizen zijn opgetrokken uit grijze natuursteen. Oogt nogal grauw allemaal met die donkere, dreigende wolken er boven. Vanaf de top een stevige afdaling, veel groener dan wat we tot nog toe aangeboden kregen, nog steeds tarmac tot aan het water en de Espace Jean Huens. Aan de overkant van de rivier het bos in voor een klim op rotsige ondergrond waar geen einde lijkt aan te komen. Hijgend en puffend geraak ik finaal boven. Een vlak, bijwijlen vettig, pad loodst mij verder door gemengd bos met een ondergroei van varens, althans daar waar het licht tot de bodem geraakt. Stilaan mag ik opnieuw bergaf, moet letterlijk tussen de meanders van een beekje wandelen en vervolgens weer stevig klimmen langs een lommerrijk pad aan de rand van weiland. Het kerkje van Bruly-de-Pesche komt in zicht. De organisatie heeft er na 9,4 km een tentrust opgetrokken die de bunker van Hitler aan het gezicht van de wandelaars onttrekt, een gemiste kans.

Het parkoers was tot nog toe stevig, potig, ik voel het aan mijn knoken. Neem een ruimere pauze en sla wat vitamientjes in, heb nog 20 km voor de boeg. Moet meteen van Haut-Bruly naar Bas-Bruly over een tarmacje. Stap dan opnieuw het bos in. Het is intussen erg rustig geworden in mijn omgeving,nauwelijks wandelaars te bespeuren. Huppel nog eens over een beekje, geniet van het prachtige uitzicht op een bos van varens en schuifel voorzichtig verder over het lichtgolvende, vettige pad. De parkoersmeester verlaat de bredere weg en kiest voor een smal paadje halverwege de heuvel. Moeilijk dit, nauwelijks twee voeten breed en schuin met de heuvel meelopend. Het is ook uitkijken voor keien en boomwortels. Met mijn manke rechterpoot, waar ik weinig steun aan heb, vorder ik maar langzaam. Tien meter erg technisch zakken, het lastigste is achter de rug. Mag nu over een brede weg, verweerd asfalt, onderaf een heuvel wandelen. Vingerhoedskruid tiert er welig, een beekje klatert zich vrolijk een weggetje. Ik heb het lastig, loop helemaal niet makkelijk en de donkere luchten zijn niet van die aard om mij op te vrolijken. Ben al blij even een woordje te kunnen wisselen met Freddy & Sabine bij de rustpost in een houten chalet. Heb nog 12 kilometer voor de boeg.

De 20 kilometer verlaat mij hier. Ik loop een brede grintweg op, dieper het bos in. Eigenlijk wel mooi nu de zon even van de partij is. Stap rond de Carrière de Lahonry en steeds dieper de bossen in. De paden zijn vrijwel vlak, de stilte onmetelijk. Is eigenlijk wel heerlijk die rust, ondanks mijn mankepoot en de hinder die er mee gepaard gaat. Na een uurtje of zo kom ik aan bij de Barrage de Ry de Rome en mijn laatste rustpost. Neem er de tijd voor een babbel met Mark en Yolande, het is nog vroeg. Wacht ook tot de ergste regenbui voorbij getrokken is. Moet over de stuwmuur en vervolgens het bos in over een pad dat de vallei stroomafwaarts volgt. Ben hier moederziel alleen. Kom bij een steenweg uit die mij terug omhoog stuwt. Vraag mij intussen af wat die grote roodwitte markeringen op de bomen wel mogen te betekenen hebben. Zijn zeker geen GR aanduidingen, maar heb geen idee wat dan wel. Tot mijn teleurstelling blijf ik tarmac lopen, kilometerslang, vlakke weg in het bos. Toch zal ik er nog voor beloond worden. Bij het uitkomen van het groen wacht een schitterend uitzicht over Couvin en omstreken. Lange, trage haarspeldbochten laten mij stilaan zakken naar de vallei. Kom er een Duintrapper tegen en keuvelend leggen we de laatste honderden meters af. Het is net 4 uur geweest, het bussenvolk trekt zich stilaan op gang. Zodoende komt er wat meer plaats in de zaal en kan ik een lekkere Chimay van ’t vat degusteren in het gezelschap van Annemie (Bornem), Jacqueline, Peter en Nestor. Kijk met gemengde gevoelens terug op deze tocht. Ze doet mij denken aan hetgeen Joske (Petrus) zaliger vroeger placht te zeggen … in een bos ziede niks as boe-e-me.

Nog een tiental dagen tot de MESA. Maak mij toch wel zorgen over mijn paraatheid. Zal een evenwicht moeten vinden tussen rede en emotie. Kan een wandelaar dat ?   

FOTOREEKS

https://picasaweb.google.com/nederbelgenopstap/19062011Co...

23:03 Gepost in wandelen | Permalink | Commentaren (0) | Tags: namen, -c

De commentaren zijn gesloten.